Wat is er over een miljoen jaar nog over van de mensheid?

We drukken al eeuwen onze stempel op het klimaat, de zee, de bodem. Maar wat is er over een miljoen jaar nog terug te vinden van de mensheid? De vraag leidt inmiddels tot een verbeten woordenstrijd onder geologen.

Artist impression van het zicht op onze planeet Aarde. Beeld thinkstock

Er zijn boeken over geschreven en films over gemaakt, maar in feite is het gewoon wetenschap: de vraag wat er gebeurt als van de ene dag op de andere de mensen verdwijnen. Niet eens door een ramp, of doordat we elkaar en dus onszelf opblazen, gewoon zomaar: weg, al is het maar bij wijze van gedachtenexperiment. Wat gebeurt er in dat geval morgen? Over een jaar? Over tien jaar, een eeuw? Over honderdduizenden jaren?

Tijdperk Mens

Dat verval gaat onvoorstelbaar snel, schreef de Amerikaanse journalist Alan Weisman een paar jaar geleden in zijn bestseller The World Without Us. Weisman bezocht verlaten menselijke nederzettingen, van vergeten Incasteden in Peru tot de gedemilitariseerde zone tussen de beide Korea's en zag hoe snel de natuur de beschaving in enkele jaren of decennia overneemt als we onze hielen lichten. Gebouwen vallen uit elkaar zodra niemand ze onderhoudt of verwarmt, straten worden overwoekerd, wilde dieren lopen vrij rond. Installaties haperen, bouwwerken verkruimelen, dammen breken. En ook: branden breken uit, industriële processen lopen uit de hand. En alles raakt in no time overwoekerd met een oerwoud van klimop en gras. Takken steken door daken en ramen.

Zou er gezien die verwoesting, terwijl de mensloze aarde gewoon voortdobbert in zijn baantjes rond de zon, over een miljoen of tien miljoen jaar eigenlijk nog iets terug te vinden zijn van de aanwezigheid, ooit, van de mensheid op deze planeet? Zullen kosmonauten met een geologenhamer, waar ze ook vandaan mogen komen tegen die tijd, in de geologie van de aarde dan zoiets als een tijdperk Mens zien? Een aardlaag waaruit ze onmiskenbaar opmaken: hier was kennelijk ooit een beest dat de planeet grondig veranderde?

In zijn boek The Earth After Us beschreef de Britse geoloog Jan Zalasiewicz van de universiteit van Leicester (voorheen ook British Geological Survey) ooit wat zo'n denkbeeldige expeditie zou kunnen aantreffen, bijvoorbeeld in de wanden van een toekomstige Grand Canyon-achtige formatie.

De cover van het boek The world without us, het boek van Alan Weisman.

The Earth After Us

Ongeveer dit: 'De aardlaag, scheef omhoog gedrukt door de aardse krachten die hele bergen hadden verzet, was... anders. Meters dik, met onregelmatige uitsteeksels, een vreemde mengelmoes van grijs en zwart en rood, stak duidelijk zichtbaar af tegen de klei en zandsteen aan weerszijden ervan. (...) Er waren lagen kiezelstenen met een harde organische omhulling, een roestige buisachtige structuur die ooit metaal moest zijn geweest, glasachtige substanties (...) Natuurlijk waren er al eerder aanwijzingen in de aardlagen gevonden voor een grote antieke catastrofe, grote veranderingen in planten en dierenleven, vreemde chemische verbindingen en isotopen in de aardlagen. (...) Nu was geen twijfel mogelijk. Er had hier, miljoenen jaren geleden, een antieke civilisatie geleefd die op grote schaal de aarde koloniseerde.'

Het klínkt als sciencefiction maar het ís wetenschap. De laatste jaren zelfs wetenschap op het scherp van de snede, vooral vanwege de klimaatdiscussies. De gehalten CO2 in de atmosfeer zijn hoger dan het laatste miljoen jaar, door onze industriële uitstoot. De temperatuur stijgt, vermoedelijk graden en vrijwel zeker voor lange tijd onomkeerbaar.

Afgelopen zomer vergaderde het officiële wereldwijde vakverbond van aardwetenschappers, IUGS, in Kaapstad, Zuid-Afrika. Zoals elk jaar vergaderde ook de International Commission on Stratigraphy, de ICS, die de naamgeving van aardlagen bewaakt. Zo leven we nu officieel in het Holoceen, een relatief warm en dus voor de mens comfortabel tijdperk dat officieel 11.700 jaar geleden begon aan het einde van de vorige ijstijd. De sporen van die omslag zijn afgetekend in aardlagen die sindsdien veel meer plantengroei laten zien.

Oerklei

In de oude mijngangen van de Geulemmerberg tussen Valkenburg en Maastricht is het nog te zien: het dunne grijze kleilaagje dat 64,5 miljoen jaar geleden wereldwijd neerregende na de inslag van een meteoriet in Mexico. Het kleilaagje bevat het element irridium, afkomstig uit de ruimtekei en markeer het einde van het dino-tijdperk en het begin van de opmars van de zoogdieren. De k/t-overgang voelt, zeggen getuigen, vettig alsof het gisteren gewonnen is uit de Maas.

Forse discussies

Echt ruzie is er in Kaapstad niet gemaakt door de heren stratigrafen. Forse discussies waren er wel. Vooral in de sessies over de recentere tijdvakaanduidingen ging het er stevig aan toe. In het bijzonder intensief waren de beraadslagingen over de vraag of er een nieuw hoofdstuk aan de grote chronologie van de aardwetenschappen moet worden toegevoegd. Het hoofdstuk Mens.

Nieuw is dat idee niet. Rond de eeuwwisseling stelde de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen (chemie 1995) de term 'Antropoceen' voor als nieuw geologisch tijdvak. Zoals we in de hand- en schoolboeken het Krijt kennen, het Juras en het Tertiair en sinds de ijstijden het Holoceen, zo zou de mensheid volgens de bevlogen Nobelprijswinnaar zo'n zwaar stempel op de geologie, biologie en chemie van de aarde hebben gedrukt, dat het een herkenbaar tijdvak in de toekomstige bodemlagen geeft.

Archiefbeeld van Nobelprijswinnaar Paul Crutzen. Beeld anp

Crutzen, die al lang woont in Mainz, Duitsland, is inmiddels 82 jaar en vanwege zijn gezondheid niet meer erg actief in de wetenschap. Maar behalve de chemie van de ozonvreters waarvoor hij de Nobelprijs kreeg is zijn wetenschappelijke erfgoed kraakhelder. Hij zette, met de in 2012 overleden Amerikaanse ecoloog Eugene Stroemer, als eerste het idee op scherp dat de mens een geologische kracht is geworden die een eigen geologisch tijdvak rechtvaardigt.

Een atmosfeerchemicus die het aardse domein van de geologen betreedt: het was gewaagd en het werd en wordt hem ook niet door iedereen in dank afgenomen. De Delftse emeritus-hoogleraar geologie en gepatenteerd klimaatmopperkont Salomon Kroonenberg moet bijvoorbeeld al jaren weinig hebben van dat tijdvak Mens. 'Het is van een grenzeloze zelfingenomenheid om op voorhand te denken dat wij als mensen iets voorstellen. Ons gedoe met de zeespiegel en een paar graden opwarming zijn onbeduidende incidenten in een onverschillige wereld. Zelfs de tsunami van 2004, een onvoorstelbare ramp, stelde helemaal niks voor vergeleken met bijvoorbeeld de inslag die de dino's omlegde.'

K/T-overgang

En zelfs daarnaar is het nog goed zoeken, zegt in Utrecht hoogleraar zoogdierpaleontologie en schrijver Jelle Reumer terwijl hij een zelfgevonden brok Frans gesteente op tafel legt. 'De beroemde K/T-overgang tussen het Krijt en het Tertiair van 65,5 miljoen jaar geleden, is voor ons geologen vervat in een flinterdun laagje iridium dat wereldwijd in de bodem zit, afkomstig uit de meteoriet die bij Mexico insloeg. Met het blote oog kun je het meestal niet eens goed zien. Maar het vertelt wel een coherent verhaal over het leven op aarde.'

De cementachtige rossige steenklont die hij net op tafel legde, is een allegaartje van gesteenten die normaal niet snel bij elkaar voorkomen. Het is dan ook een spetter, opgeworpen door een fikse meteorietinslag in wat nu Frankrijk is, zo'n 200 miljoen jaar geleden. Een dramatische gebeurtenis waarvan de 20 kilometer grote krater nog steeds in het landschap te herkennen is. Heftiger vermoedelijk dan alles wat de mens vermag, maar geologisch gezien toch niet meer dan een incident, benadrukt Reumer. 'Ecologisch is hiervan geen enkel effect bekend. Te klein. Te plaatselijk.'

Als forse inslaande hemellichamen al niet per definitie iets te betekenen hebben voor de geschiedenis van de aarde, hoe kan homo sapiens, een middelgroot tweevoetertje met een te groot hoofd voor zijn lichaam, dat dan wel? Zalasievicz noemt de verstedelijking als een eerste doorslaggevende factor. Onze steden gaan de grootste fossiele sporen worden die er bestaan. 'Van een klein zoogdier maakt de stad van ons opeens intelligente, georganiseerde, manipulatieve en koloniserende reuzen', zegt hij.

Afval

Hoe lang blijft ons afval herkenbaar? Papier en karton houden het in weer en wind nog geen jaar, maar een sigarettenpeuk met filter al gemakkelijk 1 tot 5 jaar. Een achteloos weggegooide bananenschil wordt zwart maar vergaat traag: 3 jaar. Conserveblikjes (staal) halen 50 jaar, plastic frisflesjes 10 jaar, plastic zakken 20, polstyreen patatbakjes een kleine eeuw. Een geval apart is kauwgom: 20-25 jaar. Echt lang blijven vooral aluminium blikjes en glazen flessen herkenbaar, volgens sommige schattingen kunnen die zelfs na een miljoen jaar nog worden gevonden. Vraag is wel of de vinder dan begrijpt wat het is.

Sporen aan de kusten

De Britse geoloog weet waar onze sporen ooit het duidelijkst zullen worden: aan de kusten. Hooggelegen steden, stel dat ze verlaten worden of verwoest, staan daarna oneindig bloot aan de elementen. Baksteen en beton, asfalt, staal, alles vergaat door weer en wind tot het letterlijk gruis zal zijn, dat hooguit een laagje in een gesteente kan vormen. Pas onder de microscoop zal misschien de gedachte opkomen dat zulke stofjes wellicht geen natuurlijke oorsprong hebben.

Aan de kust kan het anders lopen. De ideale situatie om geologisch bewijs te vinden voor een machtige oude beschaving is wanneer de rommel en chemicaliën ervan zich vanuit een rivierdelta in sediment opstapelen. Steden als New Orleans, Haipong of Shangai, Venetië of Dhaka zijn potentiële fossielen. Zelfs Amsterdam maakt een kans, al was het maar omdat Nederland op een wegzinkend deel van de Europese aardplaat ligt. Het gestaag opstapelende sediment van de Europese rivieren voor de kust sleept ons mee de aardse diepten in. Op geologische tijdschalen, dat natuurlijk wel.

Of de Amsterdamse Zuidas ooit samengeperst in een canyonwand opduikt als een vreemde koek van beton, staal, glas, koper, plastics en zelfs (moderne architectuur) Italiaans marmer of Noors graniet, hangt van talloze factoren af. Geologisch vindersgeluk blijft nodig, want met 200 duizend jaar bestaat de mens geologisch gezien minder dan een oogwenk. Een onregelmatigheid in de opeenstapeling van stof die de aardlagen vormt. Ter oriëntatie: de Grand Canyon in Amerika is een mijl diep, waardoor de toerist op de rand 1,5 miljard jaar terug in diepten van de tijd kan kijken. Aardlagen die een miljoen jaar geleden werden gevormd zijn misschien onvoorstelbaar oud, maar ze liggen nog steeds een luttele meter onder de voeten van de toeschouwer. De hele industriële revolutie sinds 1750, die dus 250 jaar geleden begon, beslaat misschien de laatste kwart millimeter. Weg te vegen met een schoenzool.

Dus ja, de mens centraal stellen in de jongste geologie heeft iets hoogmoedigs, geeft geoloog Jan Zalasiewizc toe. 'Maar anderzijds is wetenschap ook het benoemen van verschijnselen en de toestand van de aarde. Als er argumenten zijn om een nieuw tijdvak te bedenken, is dat niks vreemds. Ook over oude tijdvakken is altijd discussie. Welke aanwijzingen ervoor zijn, wat precies de overgang definieert, wat een helder signaal in de bodem is. Je kunt eigenlijk wel zeggen dat je je zorgen moet gaan maken als geologen het ergens wél over eens zijn.'

Zicht op de Grand Canyon. Beeld anp

Maar er zijn wel degelijk ook heel goede argumenten vóór dat idee van een nieuw Tijdperk Mens, zegt de Utrechtse aardwetenschapper Kim Cohen. 'De geologische tijdvakken zijn gedefinieerd door een ecologisch drama, vaak een groot uitsterven. Iets dergelijks, kun je volhouden, heeft de mens wel voor elkaar. De biodiversiteit is de laatste eeuw op een opvallende manier veranderd, of beter: vereenzijdigd. Door de grootschalige landbouw en veeteelt komen bepaalde planten en dieren nu wereldwijd voor waar ze voorheen hooguit plaatselijk of regionaal te vinden waren.'

Wie, bedoelt Cohen, over een miljoen jaar overal ter wereld fossiele kippenbotjes vindt, koeien en maïs zal zich als geoloog of paleontoloog vanzelf achter het oor krabben. Geologisch gezien een oogwenk eerder zijn bijvoorbeeld in Latijns-Amerika zulke dieren totaal onbekend en daar dus afwezig in het fossielenbestand.

'Het gesleep met voedsel en grondstoffen laat sinds de verstedelijking overduidelijk wereldwijd sporen achter die er eerder niet waren', zegt ook Zalasievicz in Leicester. Die sporen komen in principe via ons vuilnis en door alledaagse slonzigheid overal ter wereld in de bodem terecht, als potentieel voer voor toekomstige gravers. Flessen, aluminium blikjes, het vergaat nauwelijks. Kauwgom gaat geen miljoenen jaren mee, maar toch zeker wel een kwarteeuw.

Eenzelfde mondialisering van afval is gaande op het gebied van kunststoffen. Van de beruchte plastic eilanden van zwerfvuil in de oceanen en baaien vol troep regenen microscopische deeltjes naar de zeebodems, die zich daar in principe herkenbaar ophopen. De vraag voor geologen is vooral of dat plastic, hoeveel het ook is, wel genoeg kan zijn om een herkenbaar laagje of chemische afwijking in gesteenten te vormen. 'Daar draait het in de geologie namelijk wel om', zegt Cohen. 'Een afwijking die je in een aardlaag kunt aanwijzen, liefst overal ter wereld.'

Overgang

Ideaal, en daarom haast een vereiste om een nieuw tijdvak in de geologische leerboeken te krijgen, is een zogenoemde Golden Spike: een karakteristiek laagje dat onmiskenbaar de afscheiding tussen twee verschillende aardlagen vormt. De iridiumafzetting van 65,6 miljoen jaar geleden is er zo een. In het Krijt ervoor leven volop dinosauriërs, in het Trias erna niet. Een ecologische omwenteling met een duidelijke dader die de overgang markeert: een ingeslagen meteoriet. Neergekomen in Mexico, weten we inmiddels, maar met wereldwijde gevolgen.

Zoiets vinden voor een eventueel Tijdperk Mens is nog een hele opgaaf, zegt Cohen. Wanneer de grote greep op de wereld van de mensheid begon weten we natuurlijk uit de geschiedenisboeken: de industriële revolutie vanaf 1750, met massale mijnbouw en landbouw, wereldwijd gesleep met grondstoffen, uitstoot van rook en gassen, verstedelijking. Maar in de geologische afzettingen is daarvan nog maar heel weinig te merken. 'Er is al zes of acht jaar gepraat over een goeie Golden Spike voor het antropoceen, maar 1750 kun je eigenlijk in niets aanwijzen. En hoe conservatief ik dat ook vind: metingen van bijvoorbeeld CO2 in de atmosfeer liggen geologisch moeilijk. Men wil aardlagen. Punt.'

Uniek menselijk signaal

Het eerste uniek menselijke signaal dat we kennen is de radioactieve fall-out van bovengrondse kernproeven uit de jaren vijftig. Langlevende radioactieve stoffen als strontium-90 of cesium-137 en plutonium-239 zijn onzichtbaar maar geven in een geigerteller wel een onmiskenbaar signaal, zegt Cohen. Reden dat het jaar 1950 in de jongste voorstellen als de beste begindatum voor het Antropoceen wordt getipt.

Een gelopen race is het nog geenszins, al was het maar omdat stoffen als strontium en cesium maar een paar decennia voluit stralen en na een miljoen jaar niet meer traceerbaar zijn geworden. Alleen plutonium-239 en 240 zijn dan nog te vinden. Maar wat veel geologen toch vooral niet lekker blijft zitten is het idee om een nieuw tijdvak vooraf te definiëren in plaats van het achteraf vast te stellen.

Atmosfeerwetenschappers, zoals Paul Crutzen die met het idee van een nieuw tijdvak kwam, hebben daar minder moeite mee. De Nederlands-Amerikaanse aardwetenschapper Ben van der Pluijm van de Universiteit van Michigan in Ann Arbor maalt bijvoorbeeld niet om het verwijt dat het debat over het antropoceen eigenlijk over klimaatverandering gaat. Hij is hoofdredacteur van het wetenschappelijke tijdschrift The Environment en mengt zich geregeld nadrukkelijk in de debatten onder geologen. Omdat, zegt hij, je de dingen bij hun naam moet noemen. 'We voeren een grootscheeps experiment uit met de enige atmosfeer die we op aarde hebben en we kunnen vermoeden wat de uitkomst zal zijn: sterke opwarming die ook de biosfeer zal ontregelen. Inclusief ons eigen leven. Ik vind dat iedereen zich moet realiseren dat we daar zelf op aansturen.'

In Delft blijft Salomon Kroonenberg, ooit schrijver van het even spraakmakende als relativerende boek De Menselijke Maat, bij zijn robuuste standpunt dat de hele mensheid echt maar een incident is op een onverschillige planeet. 'Een mannetje dat de allerlaatste seconde van de show opkomt en denkt dat hij de hoofdrol heeft. Als dat zo is, zal dat over een miljoen jaar vanzelf blijken. Hij moet het in elk geval niet alvast zelf maar beweren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden