Wat er nu in de Noordzee zwemt

In de Noordzee worden vissen gevangen die zich er vroeger niet thuis voelden, terwijl andere soorten hun heil elders zoeken. De winnaars en verliezers voor de kust van Nederland - al dan niet door klimaatverandering, want dat is moeilijk te zeggen.

Het moet een schok geweest zijn voor de Britse liefhebbers van fish and chips. Onderzoekers van de universiteit van Exeter waarschuwden enkele maanden geleden dat kabeljauw en schelvis de komende decennia mogelijk van het menu zullen worden verdrongen door sardines en inktvis uit de Noordzee. Een kwestie van klimaatverandering.

De Noordzee wordt warmer en dat heeft gevolgen voor het leven in zee. Er worden vissen gevangen die zich hier vroeger niet thuis voelden, terwijl sommige inheemse soorten hun heil elders lijken te zoeken. Verdwaalde exotische vissen en zeeschildpadden die aanspoelen op de Nederlandse kust versterken de indruk dat het zeemilieu van slag is.

Hoe ingrijpend zijn de veranderingen in de Noordzee eigenlijk? Zwemmen we straks tussen de dolfijnen? Zijn er winnaars en verliezers van de opwarming aan te wijzen?

Nederlandse wetenschappers zijn voorzichtig. Verwacht van hen geen spectaculaire voorspellingen over tropische vissen voor de kust bij Scheveningen of monsterkrabben op het strand van Hoek van Holland. Ze houden graag een slag om de arm als het gaat over de invloed van het warmere water op het mariene leven.

Ze wijzen steevast op de complexiteit van het ecosysteem en de vele factoren die daarop van invloed zijn. De Noordzee verandert niet alleen als gevolg van opwarming, maar ook door veranderende waterstromen, maatregelen tegen overbevissing en vermindering van de hoeveelheid fosfaten en nitraten in zee. Naast de structurele opwarming als gevolg van de mondiale klimaatverandering zijn er periodieke schommelingen in de watertemperatuur.

Inktvis.
Japanse oester.

'Ingewikkeld systeem'

Het is niet altijd duidelijk aan te geven waarom een Noordzeebewoner het goed of juist slecht doet. Het kan de opwarming zijn, maar misschien ook iets anders. De Noordzee is niet overal even diep en de ondiepe delen warmen eerder op dan de diepere lagen. Het weer beïnvloedt de mate waarin waterlagen met verschillende temperaturen en meer of minder voedingsstoffen worden gemengd. 'De Noordzee is een ingewikkeld systeem', klinkt het meer dan eens in gesprekken met onderzoekers.

Dat neemt niet weg dat er een patroon waarneembaar is: met het opwarmen van het water verplaatsen vissoorten zich. Soorten uit het zuiden komen naar het noorden en noordelijke soorten verschuiven verder in noordelijke richting, zegt ecoloog Peter Herman, als buitengewoon hoogleraar verbonden aan de Radboud Universiteit. 'Er lijkt een trend te zijn dat vissen zich terugtrekken voor de kust van Noorwegen.'

Die veranderingen in de visstand hoeven niet blijvend te zijn. Herman: 'Als de weerpatronen wijzigen zie je fluctuaties. Er is een koude periode geweest in de jaren zestig, zeventig. Toen zijn noordelijke soorten teruggekomen naar het zuiden. Een aantal schuift nu weer op in noordelijke richting.'

Er zijn onmiskenbaar nieuwe en betrekkelijk nieuwe vissoorten aanwezig in de Noordzee. De goudbrasem, ofwel dorade, is daar een van. Deze vis leeft gewoonlijk in de Middellandse Zee en in de warme Oost-Atlantische Oceaan. Nu zwemt de dorade 's zomers ook in de Noordzee. Andere zuidelijke migranten zijn de rode mul, de gehoornde slijmvis en het kortsnuitzeepaardje. Sommige vissen vestigen zich permanent, andere lijken zich alleen in de Noordzee op te houden in warmere perioden, zoals de zeebaars en sardines.

De opwarming van het water pakt mogelijk ook gunstig uit voor vertrouwde Noordzeevissen, zoals de schol. 'Het stikt nu van de schol', zegt Han Lindeboom, buitengewoon hoogleraar mariene ecologie aan de Wageningen University en verbonden aan onderzoeksinstituut IMARES. 'De afgelopen jaren moeten een walhalla zijn geweest voor de larven van deze vis. Dat heeft te maken met het afnemen van de druk van de visserij, maar er moet meer spelen. Het kan met de effecten van opwarming op hun voedsel te maken hebben.'

Zeepaddestoel.

Ook plankton

Niet alleen vissen verhuizen, ook plankton (het voedsel van bijvoorbeeld haring en makreel) verschuift. De planktonsoort die in het noordelijk deel van de Noordzee voorkomt - grotere en trager groeiende organismen dan de zuidelijke soort - schuift verder op in noordelijke richting. De zuidelijke planktonsoort - kleiner en sneller groeiend - komt daarvoor in de plaats, aldus Herman.

Veranderingen in de samenstelling van het plankton hebben volgens Lindeboom mogelijk bijgedragen aan de opleving van de haringstand. De haring, die er enkele decennia geleden nog belabberd voorstond, heeft geprofiteerd van beperkingen die in de loop der jaren aan de visserij zijn opgelegd en waarschijnlijk ook van de beschikbaarheid van het juiste plankton.

Als er een verliezer moet worden aangewezen is het de kabeljauw. Deze vis is de afgelopen decennia in het Nederlands deel van de Noordzee sterk in aantal afgenomen, zegt Henk Heessen, onderzoeker van IMARES Wageningen UR en een van de samenstellers van een visatlas van onder meer de Noordzee. 'Eerst als gevolg van overbevissing en nu is daar mogelijk de temperatuurstijging bij gekomen. Maar ik ken geen enkel wetenschappelijk artikel waarin dat laatste duidelijk wordt aangetoond.'

De voorraden kabeljauw zijn in noordelijke richting opgeschoven, zo staat in een studie uit 2010 van de wetenschappelijke organisatie ICES. Over de oorzaak van deze ontwikkeling zijn de meningen volgens ICES verdeeld. Actieve migratie van de vis wordt onwaarschijnlijk geacht. Het lijkt erop dat de temperatuur van het zeewater in het zuidelijk deel van de zee negatieve invloed heeft op herstel van de kabeljauwpopulatie, terwijl de temperatuur in noordelijker wateren een positieve invloed uitoefent. Mogelijk heeft ook de aanwezigheid van plankton - die wordt beïnvloed door het klimaat - een rol gespeeld bij de verschuiving.

Krab

Weinig invloed

Op krabben en kreeften lijkt de opwarming vooralsnog weinig invloed te hebben. Er zijn verschillen tussen soorten, maar over het algemeen hebben ze een 'vrij brede range' als het gaat om de gevoeligheid voor temperatuur, zegt Lindeboom. 'Een graad Celsius is voor deze dieren niet zo veel.' Volgens hem kunnen uitheemse soorten zich nu wel makkelijker vestigen in de Noordzee.

Bij kwallen kunnen kleine verschillen in watertemperatuur aanzienlijke gevolgen hebben voor de populaties. Vorig jaar spoelden in de lente op de Nederlandse kust reuzenkwallen aan, zogeheten zeepaddestoelen, die er op dat moment eigenlijk niet hadden moeten zijn en zeker niet zo groot. Normaal gaan ze dood in de winter, maar nu hadden ze die overleefd en konden ze doorgroeien. 'Een duidelijk effect van een zachte winter', aldus Arthur Oosterbaan, conservator bij Ecomare op Texel. 'Je kunt verwachten dat dit in de toekomst vaker gaat gebeuren.'

Met de bodemdieren in de Noordzee en de Waddenzee - krabben, kreeften, schelpdieren, wormen - gaat het goed. Uit onderzoek van het NIOZ (Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) is gebleken dat het aantal soorten de afgelopen halve eeuw is toegenomen. Introductie van nieuwe soorten door de mens - bijvoorbeeld kreeften uit Nieuw-Zeeland, de Japanse oester, de Amerikaanse zwaardschede (langwerpige schelp) - heeft niet geleid tot verdringing van inheemse soorten.

Het ecosysteem van de Noordzee verandert en dat is niet voor het eerst. De afgelopen eeuw hebben zich meer wijzigingen voorgedaan in de populaties van de zeebewoners. Peter Herman: 'Het lijkt erop dat het ecosysteem van de Noordzee zich schoksgewijs aanpast aan periodieke schommelingen in de temperatuur en intussen doorgaat met aanpassing aan de algemene trend van stijgende temperaturen.'

Amerikaanse zwaardschade.

Rode mul

Rode mul komt normaal voor in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (van de West-Afrikaanse kust tot de Britse eilanden) en in de Middellandse Zee. Door de stijgende temperatuur van het zeewater voelt deze vis zich ook in toenemende mate thuis in de Noordzee.

Rode mul.Beeld WikiCommons

Dorade

De goudbrasem, beter bekend als dorade, is een subtropische vis, die normaal leeft in de Middellandse Zee en het oostelijk deel van de Atlantische Oceaan. 's Zomers komt hij ook voor in de Noordzee en in de Waddenzee. In enkele mediterrane landen, waaronder Griekenland en Spanje, wordt de dorade ook gekweekt.

Sardines en ansjovis

Sardines en ansjovis geven de voorkeur aan warme, zuidelijke wateren. Na een afwezigheid van ongeveer veertig jaar worden deze vissen sinds de jaren negentig weer in toenemende hoeveelheden aangetroffen in de Noordzee. Wetenschappers schrijven de trek naar het noorden toe aan de klimaatverandering en veranderde stromingen in de Atlantische Oceaan. In het verleden zijn er ook perioden geweest dat sardines en ansjovis zich voortplantten in de Noordzee en vooral in de Zuiderzee. Deze tijdelijke uitbreidingen van hun leefgebied hadden weinig of niets te maken met klimaatverandering door de mens. Zij worden toegeschreven aan oceaanstromingen.

Zeebaars

De zeebaars komt voor in relatief warm water ten zuiden van de Britse eilanden. In de zomer gaat hij in zuidelijke delen van de Noordzee op zoek naar voedsel. De zeebaars is een geliefde prooi van sport- en beroepsvissers en wordt bedreigd door overbevissing. Het ministerie van Economische Zaken heeft in 2014 maatregelen afgekondigd om de vis te beschermen.

Kabeljauw

Sinds de jaren tachtig vertoont het bestand volwassen kabeljauw een dalende trend. Belangrijkste oorzaak: overbevissing. In de jaren negentig zwom er zo weinig kabeljauw in de Noordzee dat de voortplanting van de soort in gevaar kwam. De laatste jaren zijn de hoeveelheden weer wat toegenomen, maar de kabeljauw in de Noordzee is nog niet uit de gevarenzone.

Temperatuurstijging

Sinds de jaren vijftig geven metingen een geleidelijke stijging van de temperatuur van het Noordzeewater aan. De relatief ondiepe Noordzee behoort tot de snelst opwarmende zeeën. Het Duitse Alfred-Wegener-Institut voor oceaanonderzoek berekende enkele jaren geleden dat de gemiddelde watertemperatuur in de Noordzee sinds 1962 met 1,65 graden Celsius is gestegen. Dat is gebaseerd op metingen die zijn gedaan op het eiland Helgoland, ten noorden van de Duitse kust. De opwarming is sterker in kustwateren dan in de diepere delen van de zee. De temperatuur van het diepere water wordt vooral bepaald door de temperatuur van de Atlantische oceaan en die is minder variabel.

De gemiddelde temperatuur in de zomer is momenteel 17 graden Celsius. In de winter is dat 6 graden Celsius.

Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden