Wat april wil

De sneeuwvlokken waren groot op dinsdag 11 april 1978 en ze vielen massaal. Een dikke laag ervan bedekte de bodem, waarop veel bloeiende narcissen en hyacinten stonden....

En stormen? Stormen kon het ook in april. In 1994 was het op de eerste dag van de maand windkracht 10 aan de kust. Op 2 april 1973 stond er kracht 11. Miljoenen bomen sneuvelden en dat terwijl er al miljoenen omver lagen vanwege de beruchte storm van 13 november 1972.

'April doet wat hij wil', heet het in de volksmond. Misschien wordt het karakter van de tweede lentemaand nog het aardigst omschreven in het versje:

Wil april niet vertrouwen,

hij is en blijft de ouwe.

Nu lacht hij met zonnegloren,

dan gooit hij hagel om de oren.

Inderdaad: geen grilliger maand dan april. Het kan dan zomers warm zijn, of zelf tropisch, zoals in Venlo op de 21ste van de maand in 1968: 32,2 graden. En het kan behoorlijk vriezen, zoals de - 9,4 graden van de 12de in 1986 (Deelen) aangeeft. Maar dat zijn records, en er zijn wel meer maanden met ver uiteen gelegen minimum- en maximumtemperaturen.

Veelzeggender is dat in april verschillende weertypes elkaar snel kunnen afwisselen: in recordtijd van aangename warmte met misschien een kort regenbuitje naar storm, sneeuw en hagel. En omgekeerd. Niet zelden ook is er een warme periode van dagen achtereen, gevolgd door een flink koudere. Vorig jaar nog was het begin van de maand zeer zacht, vooral door de hoge nachttemperatuur van gemiddeld 6,9 graden, tegen 2,5 normaal. Tussen 14 en 21 april echter, was er dagelijks (lichte) vorst in het land en vielen er winterse buien met onweer. De laatste dagen van de maand waren weer aangenaam warm.

Wat is de verklaring voor deze grilligheid? Onstabiele lucht, is het sleutelbegrip. De winter is net voorbij; het water van de zee is nog koud en laat zich moeilijk opwarmen, legt woordvoerder Harry Geurts van het KNMI uit. Maar het land en de lucht daarboven kunnen al aardig warm worden van het lentezonnetje. Boven zee vormen zich hogedrukgebieden, vooral boven de koudere wateren in het noordwesten. Die duwen poollucht naar de lagedrukgebieden die boven Europa zijn ontstaan doordat de opwarming de lucht doet opstijgen. 'Maar soms kruipt zo'n hogedrukgebied het land op en dan komen we in een zuidelijke stroming terecht.'

De wisselvalligheid kan de agrarische sector flink opbreken, bijvoorbeeld wanneer plotseling invallende kou de fruitboom-bloesems beschadigt die eerder door aangename warmte uit hun knop waren gekomen. Met eigen wijsheden hebben de boeren door de eeuwen heen dan ook getracht de grilligheid van de tweede lentemaand de baas te worden.

Veel spreuken melden bestraffend dat een warme aprilmaand wordt gevolgd door een koude mei. Een fabeltje, leert een steekproef. De aprilmaanden in 1934, 1943, 1949 en 1993 bijvoorbeeld, waren ruimschoots warmer dan het gemiddelde voor april: 8 graden. De meimaanden erna kwamen uit op ruim boven of een fractie onder het gemiddelde van 12,3 graden. Maar soms - zoals in 1900 - gaat de boerenwijsheid wél op.

En het omgekeerde? Voorspelt een koude april een warme mei? Kan vriezen, kan dooien, zo blijkt. In 1903 en 1922 was het inderdaad het geval en vooral in 1917. Maar in 1929 werd een koude april gevolgd door een benedenmaatse mei. Net als in 1978.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden