doe mij er ook zo een

Wanneer maken we robots die sprekend op mensen lijken?

Wetenschapsredacteur George van Hal bespreekt begerenswaardige uitvindingen uit sciencefictionfilms en -series en zoekt uit of ze realiteit kunnen worden. Vandaag: overtuigend menselijke robots.

Ava uit de film Ex Machina (2014). Beeld
Ava uit de film Ex Machina (2014).

Wat?

Een robot die oogt, klinkt en voelt als een echt mens.

Waar gezien?

Van robots als adoptiekinderen in A.I. Artificial Intelligence tot de androids uit de Alien-franchise die hun niet-menselijke aard slechts onthullen wanneer ze wit bloeden, in de wereld van de sciencefiction lijken robots verrassend vaak als twee druppels water op mensen.

Hoe dichtbij zijn we?

‘Je wéét dat Ava een machine is’, zegt ceo Nathan over de mensachtige robot die hij gebouwd heeft in de film Ex Machina uit 2014. ‘De echte uitdaging is of ze je ook dan nog kan overtuigen dat ze een mens is.’

Met die insteek zet de sciencefictionfilm een stap voorbij het beroemd geworden experiment dat geldt als dé lakmoesproef voor de menselijkheid van robots: de Turingtest. Dat experiment is vernoemd naar bedenker Alan Turing, die de regels in 1950 vastlegde in vakblad Mind. Het idee is als volgt: zet een robot en een mens in een afgesloten ruimte, laat een ondervrager met beiden spreken, en als deze achteraf denkt dat de robot een mens is, dan is de Turingtest geslaagd.

In hetzelfde artikel voorspelde Turing dat in 2000 machines zo’n 30 procent van een menselijke jury zouden kunnen overtuigen na een gesprek van vijf minuten. In 2014, tijdens een wedstrijd georganiseerd op de honderdste verjaardag van de inmiddels overleden Turing, was het raak. Toen overtuigde chatrobot Eugene Goostman 33 procent van de aanwezige jury van zijn menselijkheid. Alleen: hij speelde wel een beetje vals. De robot deed alsof hij een 13-jarig jongetje uit Oekraïne was, zodat zijn krakkemikkige Engelse grammatica en gebrek aan algemene kennis niet zo zouden opvallen.

De beste recente chatrobot, Kuki, heeft die trucjes niet nodig. Ze won vijfmaal (in 2013, 2016, 2017, 2018, en 2019) de Loebner Prize, de bekendste jaarlijkse Turingtestwedstrijd. Maar toen Volkskrant-redacteur Niels Waarlo in 2018 eens langer met haar sprak, werd de illusie al snel verbroken. Kuki (die toen nog Mitsuku heette) nam nauwelijks initiatief in een gesprek, snapte humor niet en sloeg soms zelfs wartaal uit.

De binnenkant heeft dus nog wel wat werk nodig. Maar hoe staat het met de buitenkant? Wie een mensachtige robot wil maken die het bijvoorbeeld óók goed doet als bierdrinkmaatje in de kroeg, heeft niet zoveel aan alleen een chatvenster.

Helaas blijkt de zogeheten ‘uncanny valley’ nog roet in het eten gooien. Dat psychologische effect zorgt ervoor dat we iets dat net niet helemaal op een mens lijkt griezelig vinden, terwijl we een robot als R2D2 uit Star Wars, een vrolijk bliepende prullenbak op wieltjes, wel als schattig ervaren.

Neem bijvoorbeeld de robots van de Japanse onderzoeker Hiroshi Ishiguro, die onder meer zichzelf in robotvorm nabouwt. Langer dan een seconde of twee weten ze de illusie van menselijkheid niet op te houden, daarna krijg je al snel de kriebels, zo blijkt uit onderzoek. In die tijd kan zelfs de meest volleerde borrelaar geen fatsoenlijk drankje wegtikken, laat staan een leuk gesprek voeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden