Wanneer begon de mens met oorlog voeren?

De recente vondst in Kenia van skeletten die wijzen op een tienduizend jaar oude slachting blaast het debat over de vraag wanneer de mens begon met oorlog voeren nieuw leven in. Toen hij boer werd, of al als jager-verzamelaar?

De zorgvuldig gerangschikte slachtoffers van het bloedbad in Wassenaar van vierduizend jaar geleden.Beeld reuters

En dat in het deftige Wassenaar. Uitgerekend in het gedistingeerde villadorp achter de duinen was een bloedbad aangericht. Behoorlijk lang geleden, dat wel. Een kleine vierduizend jaar. Toch was de ontdekker van het graf waarin twaalf slachtoffers lagen geschokt. Dit paste niet in het beeld dat de wetenschap had van Nederland in die periode. Het boerenbestaan bleek minder harmonisch dan gedacht.

Verrassender nog was de moordpartij in het noorden van Kenia, waarvan onlangs bewijzen werden gevonden. Archeologen troffen bij Nataruk langs het Turkanameer de resten van 27 mannen, vrouwen en kinderen. Tien skeletten vertoonden tekenen van dodelijke verwondingen, die met een scherp voorwerp moeten zijn toegebracht. Omdat de meeste verwondingen geen sporen achterlaten op botten, zal de werkelijkheid bloederiger zijn geweest.

De slachting werd zo'n tienduizend jaar geleden aangericht. Het is niet het oudst bekende geval van oorlogvoering. Het is wel de eerste keer dat het ging om jagers en verzamelaars, onze voorouders die gewoonlijk rondtrokken en leefden van de jacht en eetbare planten.

Vechten voor bezit

Wetenschappers zijn verdeeld over de oorsprong van oorlog. Volgens de ene school begonnen groepen elkaar naar het leven te staan toen de mens zich op een vaste plek vestigde en er agrarische gemeenschappen ontstonden. Toen er bezit kwam - landbouwgrond, voedselvoorraden - en daarmee iets om voor te vechten. Zoals in Wassenaar.

Anderen menen dat er ook voor die tijd al oorlog werd gevoerd, toen de mens nog rondzwierf en zich niet had genesteld. Op de achtergrond van dit debat schuilt de kloof tussen degenen die de mens vooral zien als creatie van natuurlijke selectie en degenen die hem voornamelijk beschouwen als cultuurproduct. Ofwel, de aloude tegenstelling tussen nature en nurture. De vraag is: zit oorlog in onze genen?

Voor degenen die ervan overtuigd zijn dat ook jager-verzamelaars zich op het oorlogspad begaven, is de opgraving in Kenia een welkom steuntje in de rug. Rond het Turkanameer werd ten tijde van de moordpartij immers geen landbouw bedreven. Daar verbleven geen boeren, maar jagers en verzamelaars.

Het skelet van een man met dodelijke verwondingen in de schedel, die met een scherp voorwerp moeten zijn toegebracht, onlangs opgegraven in Nataruk in Kenia.Beeld reuters

De vreedzame oermens

'Theorieën die ervan uitgaan dat jager-verzamelaars geen oorlog voerden kunnen nu naar de vuilnisbelt', zegt Johan van der Dennen resoluut. De kenner van tribale oorlogvoering en senioronderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen behoort tot de stroming die ervan uitgaat dat er al oorlog was voordat de mens zijn nomadenbestaan had opgegeven. Hij omarmt 'Kenia' dan ook als een bevestiging van zijn gelijk. In de nobele wilde, de vreedzame oermens, heeft hij nooit geloofd. 'Een vondst als deze had ik eigenlijk al eerder verwacht.'

Volgens Van der Dennen is oorlog geen culturele uitvinding, maar onderdeel van de menselijke aard. Menselijke oorlogvoering beschouwt hij als het verlengde van de agressie tussen groepen dieren. 'Wij zijn tenslotte ook maar apen. De kans dat een chimpansee om het leven komt door geweld van soortgenoten is vergelijkbaar met de kans dat een mens in een primitieve samenleving op gewelddadige wijze aan zijn einde komt. Oorlog maakt deel uit van onze geëvolueerde menselijke natuur.'

Van der Dennen deed onderzoek naar levende of uit de overlevering bekende tribale samenlevingen die model kunnen staan voor samenlevingen van de prehistorische mens. Dat leerde hem dat vrede geen normale toestand is. De wereld verkeerde immer in een 'permanente staat van vredesloosheid'. Dat betekent niet dat er continu werd gevochten. Mensen zijn niet voortdurend bezig elkaar af te slachten, maar er zijn altijd spanningen, altijd ligt geweld op de loer. 'De zogenoemde 'primitieve' volken die ik heb bestudeerd waren bepaald niet vreedzaam', zegt de onderzoeker. 'Als je oorlog ruim definieert als elke vorm van geweld tussen groepen dan is oorlog waarschijnlijk al miljoenen jaren oud.'

Sociaal gedrag

Van der Dennen krijgt bijval van archeoloog David Fontijn, hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Ook Fontijn ziet de vondst in Kenia als een aanwijzing dat oorlog een 'integraal onderdeel is van het menselijk bestaan'. 'Mensen zijn sociale wezens. Sociaal gedrag heeft twee kanten: samenwerken en elkaar tegenwerken.'

Fontijn tekent daarbij aan dat het wetenschappelijke beeld van jager- verzamelaars aan het veranderen is. Ze worden door archeologen niet meer uitsluitend gezien als nomaden, maar als mensen met uiteenlopende leefwijzen en samenlevingsvormen. 'Jager-verzamelaars zijn niet over een kam te scheren. We weten dat sommigen op vaste plekken woonden.'

Het andere geluid komt uit Amerika. Jonathan Haas, curator bij het Field Museum voor natuurlijke historie in Chicago, stelt dat oorlog pas zo'n 10 duizend jaar geleden zijn intrede deed. 'Archeologische vondsten laten zien dat van de 200 duizend jaar dat de moderne mens op aarde rondloopt er 190 duizend jaar vrede heeft geheerst. De mens is niet van nature geneigd tot oorlogvoering', schrijft Haas in een mail. De ontdekking van de gehavende skeletten bij het Turkanameer verandert daar wat hem betreft niets aan.

Volgens Haas leefden de slachtoffers van Nataruk niet meer volledig als nomade. Hij denkt dat ze begonnen waren zich te vestigen aan de oever van het meer. Dat concludeert hij uit de aanwezigheid in die streken van aardewerk uit die periode. Dat er zoveel doden - ook vrouwen en kinderen - vielen, lijkt aan te geven dat het de aanvallers niet in eerste instantie te doen was om vrouwen of voorraden. Voornaamste doel lijkt het vermoorden van iedereen die zich op die plek bevond. Misschien om toegang te krijgen tot het meer. 'Het was een unieke gebeurtenis in een periode dat oorlog in verschillende delen van de wereld de kop begon op te steken. Incidenteel was er strijd, niet permanent', aldus Haas.

Antropoloog Douglas Fry, hoogleraar aan de Universiteit van Alabama in Birmingham, sluit zich hierbij aan. Ook hij wijst op de mogelijkheid dat de slachtoffers van het Turkanameer het rondtrekkend bestaan geheel of gedeeltelijk hadden opgegeven.

Schedel gevonden in Nataruk, Kenia.Beeld reuters

Naar een leven met oorlog

Er was volgens Fry een overgangsfase waarin de mens tijdelijk op een vaste plaats bleef en zich in leven hield met hetgeen hij uit rivier, meer of zee wist te halen. Op dergelijke locaties nam de bevolkingsdichtheid toe, ontstonden complexere sociale structuren en waren er natuurlijke hulpbronnen die het waard maakten om voor te vechten. 'Zodra verzamelaars zich vestigden en de overgang naar een complexere vorm van samenleven doormaakten, ontwikkelden ze de neiging tot oorlog voeren.' Een dergelijke transitie van een leven zonder naar een leven met oorlog heeft zich volgens Fry de afgelopen duizenden jaren op diverse plaatsen in de wereld voorgedaan: van Nieuw-Guinea tot Alaska.

Een van de verlokkingen van oorlog is dat er voordeel mee kan worden behaald. De overvallers van Wassenaar hadden het mogelijk gemunt op het vee van de slachtoffers. Wat het doel van de aanvallers bij het Turkanameer ook is geweest, het ligt voor de hand dat ze er beter van hoopten te worden. Maar strijd is geen risicoloze onderneming. De aanvaller kan zelf slachtoffer worden, hij kan wraak uitlokken. Voldoende reden, zou je zeggen, om je koest te houden als er weinig of niets te halen valt. Wat heeft het als nomade voor zin om je leven te wagen als iemand er net zo voorstaat als jij en ook geen bezit van betekenis heeft? Zoals Jonathan Haas zegt: 'Er zijn veel redenen om geen oorlog te voeren, maar er zijn weinig redenen waarom je wel oorlog zou moeten voeren.'

Individueel geweld

Niet elk letsel in de archeologie duidt op oorlog, zegt emeritus hoogleraar Leendert Louwe Kooijmans. 'Er moet onderscheid worden gemaakt tussen individueel onderling geweld en oorlog, gewelddadige strijd tussen groepen. Individueel onderling gevecht is algemeen dierlijk en menselijk. Er zijn voorbeelden van jagers (Inuit) waarbij een lastig persoon in onderling overleg binnen de groep uit de weg wordt geruimd. Zo iemand vormde een bedreiging voor het voortbestaan van de hele groep. Dat is nog geen oorlog.'

Angst voor een aanval

De aandrang om te vechten is er ook zonder potentiële oorlogsbuit, reageert Van der Dennen. Groepen die een centrale macht of centraal gezag ontberen zijn aangewezen op eigenrichting. Ze ontwikkelen angst voor elkaar en die angst leidt tot preventieve aanvallen en cycli van wraak. 'Dat is geen kwestie van agressie, het gaat er niet om dat de mens van nature agressief is. Het draait om angst. Angst voor de andere groep, angst voor een aanval. Die angst kun je het beste wegnemen door de andere groep te elimineren met een preventieve aanval.'

Behalve angst zijn territorium, vrouwen en wraak in tribale samenlevingen motieven om elkaar naar het leven te staan. Ook als territoriumdrift geen rol van betekenis speelt, zoals bij nomadische jagers en verzamelaars, blijven sterke drijfveren over. Van der Dennen: 'In de darwinistische wereld zijn vrouwen belangrijk voor het reproductief succes. Zij kunnen je nageslacht bezorgen, jouw genen doorgeven. In vrijwel alle oorlogen worden vrouwen verkracht. Het klinkt stompzinniger dan ik het bedoel, maar je zou kunnen zeggen dat oorlog een pretpakket is voor voornamelijk jonge mannen.'

Onderzoek van de Amerikaanse antropoloog Napoleon Chagnon, die studie deed naar de Yanomamö-indianen in het Amazonegebied, bevestigt dat wraak een belangrijke aanjager is van oorlog in primitieve samenlevingen. De Yanomamö-indianen, die geen schrift, getallenstelsel, wetten of leiders kennen en hun eigen gedragsregels geregeld schenden, blijken jaloers, wraakzuchtig en bloeddorstig. Ruim 40 procent van de mannen ouder dan 25 jaar heeft ooit meegedaan aan het ombrengen van iemand. Hun strijdlust wordt beloond: mannen die een of meer moorden pleegden hebben meer vrouwen en meer nageslacht dan mannen die niet hebben gemoord.

Samenwerken en concurreren

Betekent dit dat krijgszuchtige mensen evolutionair in het voordeel zijn? Worden 'oorlogsgenen' doorgegeven? Van der Dennen denkt van niet. 'Er is niet noodzakelijkerwijs genetische druk in de richting van agressie of geweld. Samenwerking en intelligentie zijn waarschijnlijk belangrijker voor overleving dan agressie. Oorlog veronderstelt een grote mate van interne samenwerking tussen leden van een groep. Interne coöperatie is nodig voor efficiënte externe competitie. Je zou kunnen zeggen dat het adagium van de evolutie is: samenwerken om beter te kunnen concurreren.'

De slachtoffers van de Wassenaarse moorden liggen er netjes bij in het Archeologiehuis bij het historische park Archeon in Alphen aan den Rijn. Ze zijn bij de begrafenis zorgvuldig gerangschikt, zegt emeritus hoogleraar Louwe Kooijmans, die in 1987 leiding gaf aan de opgraving. Mannen in het midden, vrouwen aan de zijkant, kinderen ertussenin. In karakteristieke grafhoudingen. Toch dat keurige Wassenaar.

Louwe Kooijmans heeft een vrij helder beeld van wat deze bewoners van de kuststrook is overkomen. Ze zijn waarschijnlijk midden in de nacht overvallen, door stamleden die tientallen kilometers verderop woonden. 'Er is met pijlen geschoten en er is gehakt.'

Vermoedelijk was het de bedoeling vee te roven; de slachtoffers waren rundveehouders. Dat er zoveel bloed vloeide is uitzonderlijk. Meestal bleven rooftochten in die tijd beperkt tot schermutselingen waarbij de mannen konden laten zien hoe moedig ze waren. De aanvallers schrokken gewoonlijk als er doden vielen, zegt Louwe Kooijmans. Deze keer liep het uit de hand.

De moordpartij die zich rond 1700 voor Christus voltrok, bood onderzoekers een nieuwe kijk op de bronstijd in Nederland. 'Tot deze vondst werd gedaan stelden we ons betrekkelijk vreedzame samenlevingen van boeren in Nederland voor', zegt Louwe Kooijmans. 'Deze opgraving opende onze ogen voor dood en geweld.'

Jebel Sahaba, Soedan
Gedateerd tussen 14 duizend en 12 duizend jaar geleden. Op een begraafplaats werden 58 skeletten gevonden, waarvan 23 sporen van geweld dragen. De slachtoffers waren individueel of in kleine groepen begraven. Volgens archeologen is het aannemelijk dat de slachtoffers geen nomaden meer waren.

Nataruk, Kenia
Een massagraf van ongeveer 10.000 jaar oud met de skeletten van 27 mannen, vrouwen en kinderen. Tien skeletten vertoonden tekenen van dodelijke verwondingen, die met een scherp voorwerp moeten zijn toegebracht. Over de vraag of de slachtoffers en de daders nomaden waren wordt verschillend gedacht.

Talheim, Zuid-Duitsland
Een zevenduizend jaar oud massagraf met 18 mannen en 16 kinderen. Uit de afwezigheid van skeletten van vrouwen maken onderzoekers op dat de vrouwen niet zijn vermoord maar zijn geroofd. Vrouwenroof lijkt het motief voor de aanval op een kleine landbouwgemeenschap.

Wassenaar, Nederland
Wassenaar in Zuid-Holland. Een gemeenschappelijk graf van vierduizend jaar oud met de botten van twaalf mannen, vrouwen en kinderen. Sommigen dragen sporen van geweld. Aangenomen wordt dat de prehistorische bewoners van de kuststreek slachtoffer zijn geworden van een roofoverval.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden