Wangedrag is meer dan biologie

Kun je het gedrag van criminelen veranderen, zodat ze voortaan op het rechte pad blijven? Frans Leeuw en Katy de Kogel van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC) van Justitie denken van wel....

Juristen bedrijven geen wetenschap, zei hersenonderzoeker professor Dick Swaab kort geleden in het wetenschapskatern van de Volkskrant. Ze weten niet eens hoe het zou moeten. Bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC) van het ministerie van Justitie reageren directeur Frans Leeuw en senior-onderzoeker Katy de Kogel nuchter: ‘Ieder zijn vak. Je kunt niet verwachten dat de gewaardeerde collega Swaab als hersenwetenschapper precies op de hoogte is van de stand van zaken in het onderzoek op justitiegebied.’

Ze verwijzen fijntjes naar de website van de Campbell Collaboration Crime & Justice Group, die voor juristen is wat de Cochrane Collaboration is voor medici, en waar onder de titel ‘What helps? What harms? Based on what evidence?’ 25 kritische toetsen van effectonderzoek naar justitiële interventies zijn te vinden.

Hun tafel is bezaaid met onderzoeksrapporten, meta-analyses, reviews, en resultaten van experimenteel onderzoek. Ook het evaluatierapport van de Erkenningscommissie Justitiële gedragsinterventies ontbreekt niet; een rapport waaruit blijkt dat inmiddels ruim dertig gedragsinterventies op hun merites zijn beoordeeld (er zijn er ongeveer tachtig die nog door de molen moeten). Elf van de dertig krijgen het label ‘volledig erkend’, wat betekent dat de interventie ‘in theorie’ kan leiden tot het verminderen of voorkomen van recidive.

De Kogel: ‘De meest effectieve programma’s halveren de recidive. Terwijl zonder behandeling vier van de tien daders recidive pleegt, doen dat er met behandeling nog twee.’ Het interdisciplinair onderzoek naar criminaliteit staat nog in de kinderschoenen, benadrukt Leeuw. ‘We zijn hard aan het werk.’

Leeuw en De Kogel zijn de onderzoekscoördinatoren van het onderzoeksthema Veiligheid, onderdeel van het NWO-programma Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie. Het onderzoeksprogramma Hersenen en Cognitie: Veiligheid, dat de komende vijf jaar loopt, is onder meer bedoeld om onderzoek naar justitiële gedragsinterventies een extra duwtje te geven, met name door er neurobiologische variabelen bij te betrekken. Die zijn belangrijk, onder meer omdat ze cruciaal kunnen zijn voor het falen of aanslaan van een behandeling.

Zo laat onderzoek zien dat kinderen met ernstig antisociaal gedrag die tevens een slecht functionerende HPA-as hebben (deel van het neuro-endocriene systeem dat betrokken is bij stressreacties en stemming en emoties reguleert), minder gevoelig zijn voor gedragstherapeutische interventies waarbij cognitieve en emotionele informatieverwerking belangrijk is. Door bijvoorbeeld met behulp van medicatie de cortisolniveaus op peil te brengen, kan zo’n gedragsinterventie misschien wél succesvol zijn. ‘Onderzoek naar individuele responsiviteit is belangrijk’, zegt De Kogel. ‘Maatwerk geeft meer kans op succes dan groepsinterventies, juist omdat dan individuele afstemming mogelijk is.’

Psychosociaal
Dat zulk onderzoek nog in de kinderschoenen staat, heeft onder meer te maken met het klimaat waarin tot voor kort criminologisch onderzoek moest worden gedaan, legt Leeuw uit. ‘In de jaren zeventig werden sociale verklaringsmodellen voor crimineel gedrag gehanteerd. Er werd vooral gekeken naar opvoeding en maatschappelijke achtergrond. In de jaren tachtig waren psychosociale verklaringen dominant en keek men naar de aanwezigheid van psychologische risicofactoren. Maar in de jaren negentig kwamen de beeldvormende technieken op in het hersenonderzoek, werden er neuropsychologische tests gedaan en hormonaal onderzoek.

‘Vanaf toen werd het mogelijk afscheid te nemen van de heftige paradigmastrijd die de sociale wetenschappen had beheerst, en kon er een begin worden gemaakt met een interdisciplinaire aanpak waarbij ook neurobiologische variabelen een rol spelen. De laatste tien, vijftien jaar zijn we eindelijk zo ver dat er geen sprake is van achteruitgang van kennis – wat vaak het geval is bij een hevige paradigmastrijd, die een terugtrekken op eigen bastions inhoudt – maar van groei.’

Toch bestaat nu het gevaar dat er louter en alleen biologische factoren worden aangewezen als oorzaak van afwijkend en crimineel gedrag. Die kunnen we immers zien, vastleggen, meten. Beeldvormende technieken als MRI, die een doorbraak betekenden, suggereren duidelijkheid die soms ook tot een vertraging van het onderzoek leiden. We zien toch wat we zien? Wat valt daar verder tegenin te brengen?

De Kogel: ‘Maar we weten bijvoorbeeld ook dat opgroeicondities heel erg belangrijk zijn voor de ontwikkeling van het brein. Onderzoek bij ratten laat zien dat jonge dieren die door hun moeder worden gelikt, veel beter bestand zijn tegen stress dan jongen die dat niet hebben meegemaakt. Het likken zorgt voor een veranderde afstelling van hun stress-systeem. Inmiddels zijn er ook een paar vergelijkbare studies gedaan met kinderen. Ander onderzoek, van neurocriminoloog Adrian Raine, toont aan dat behalve aandacht van de moeder ook betere voeding in de jeugd de hersenontwikkeling beïnvloedt. Over de (on)maakbaarheid van het brein is daarom het laatste woord nog niet gezegd.’

Het is de epigenetica die een brug slaat tussen erfelijkheid en omgevingsinvloeden: het mechanisme waarbij genen kunnen worden ‘aangezet’ en ‘uitgezet’ door omgevingsinvloeden. De Kogel wijst in dit verband op onderzoek van de Leidse hoogleraar gezinspedagogiek Rien van IJzendoorn, dat aantoont hoe belangrijk het is dat kinderen door hun ouders of opvoeders worden geknuffeld, en hulp en bescherming krijgen. Ontbreekt zo’n ‘veilige gehechtheid’, dan is de kans op probleemgedrag groter wanneer het kind later in zijn leven te maken krijgt met negatieve gebeurtenissen, zoals depressie, scheiding of werkloosheid. Ook hier zijn het weer omgevingsfactoren die gedrag als het ware uitlokken.

Dit epigenetische mechanisme is relevant voor criminologisch onderzoek, maar maakt het ook behoorlijk ingewikkeld – om van (mogelijke) oplossingen voor crimineel gedrag nog maar te zwijgen. Leeuw vindt het ongeduld over het gebrek aan resultaten van criminologisch onderzoek dan ook niet terecht. ‘De aanleg van de hogesnelheidslijn op basis van proven technology duurde dertig jaar, en dan moet je in Nederland nog altijd in een oude bak stappen die niet harder gaat dan 160 kilometer per uur. Gedrag veranderen van iemand die antisociaal is, is wel even wat moeilijker!’

Aan de hand van evaluatiestudies kunnen behandelingen die niet werken, worden weggestreept. Leeuw: ‘Daarnaast helpen die studies om behandelingen te verbeteren. Neem het project Halt, bedoeld om jongeren die schuldig zijn aan kleine criminaliteit, de keus te bieden: naar de officier van justitie of zelf rechtzetten wat ze fout hebben gedaan.

Lange adem
Uit evaluatieonderzoek blijkt dat Halt bij een groot deel van de jongeren geen effect heeft. Waarom is dat? Omdat de doelgroep waarvoor Halt is ontwikkeld, is veranderd. Er komen jongens en meisjes met veel zwaardere problematiek bij Halt terecht dan oorspronkelijk de bedoeling was. Naar aanleiding van de evaluatie is Halt in samenspraak met het ministerie van Justitie aangepast.’

Iets anders is dat evaluatiestudies soms resultaten opleveren die bij delen van het grote publiek in slechte aarde vallen.

De Kogel: ‘Zo blijkt uit zestig internationale evaluatiestudies dat heropvoedingsinstituten als Den Engh en Glen Mills niet geweldig goed werken. Het WODC heeft onderzoek gedaan bij Den Engh. Daaruit bleek dat de recidive drie keer hoger was dan de 9 procent die geclaimd was. Ander voorbeeld is het effect van taakstraf vergeleken met een korte gevangenisstraf: taakstraf werk beter.’

Het is analyseren, toetsen, opruimen en parallel daaraan verbeteren, zegt Leeuw. ‘In de medische wetenschap gaat het niet anders. Daar duurt het tot wel twintig jaar voordat er een goed medicijn is ontwikkeld. Het verschil is dat gedrag van criminelen meestal onmiddellijk andere mensen treft. En daarom wordt er van ons veel meer veel sneller verwacht, terwijl een goed uitgevoerde studie waarin je ook de recidive meet, zeker zeven jaar kost.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden