Psychologie

‘Walging is een van onze belangrijkste emoties’. Ad Vingerhoets bestudeerde de functie van emoties

null Beeld Getty
Beeld Getty

Emoties veroorzaken geen problemen, ze zijn vaak de oplossing ervan, betoogt emeritus hoogleraar Ad Vingerhoets. Voor zijn nieuwe boek boog hij zich over de functie van emoties – met speciale aandacht voor walging.

Een dampende kom vleermuissoep eten, rechtstreeks van de kraam op een drukbezochte vismarkt in China? De meeste Nederlanders zullen gruwen bij de gedachte – de meeste Chinezen trouwens ook. Dat is functioneel, zegt psycholoog Ad Vingerhoets: walging is een fundamentele emotie en onderdeel van ons immuunsysteem. We reageren van nature met afschuw op alles wat ziekteverwekkers met zich meebrengt. In ontbinding verkerende lijken, lichaamsvocht als snot of diarree, besmet of alleen al onbekend voedsel dat mogelijk andere bacteriën bevat dan die ons lichaam kent: walging doet ons ze mijden.

Soms gaat het mis, beaamt Vingerhoets, maar dat doet niets af aan de theorie dat walging een van onze belangrijkste emoties is. ‘Het is een beschermingsmechanisme om ons gezond te houden en daarmee van groot evolutionair belang. Het is maar goed dat mensen ook verliefd worden, in feite de tegenhanger van walging. Aan seks komen immers ook allerlei lichaamssappen te pas, maar door verliefdheid zet de mens zich over zijn natuurlijke afkeer van spuug en sperma heen.’

De functie van onze emoties, daarover gaat De emotionele mens, het boek waarvoor emeritus hoogleraar psychologie Ad Vingerhoets (67) het afgelopen jaar eens goed is gaan zitten. Een pleidooi voor de herwaardering van emoties is het, die, vindt hij, te vaak als irrationeel of irrelevant worden afgedaan. ‘Als over iemand wordt gezegd dat diegene emotioneel is, wordt dat nogal eens als diskwalificatie bedoeld’, zegt hij thuis in Hilvarenbeek, een volle boekenkast achter zich in beeld. ‘Terwijl emoties essentieel zijn, niet de veroorzaker van problemen, maar vaak de oplossing ervan.’

Ze hebben stuk voor stuk een functie in de evolutie, zegt hij. Het meest voor de hand liggende voorbeeld is de vecht-vlucht-of-verstijfreactie, die voortkomt uit een gevoel van bedreiging. ‘Daarmee redde je je leven in de prehistorie als iemand uit een andere stam met een bijl op je afkwam. De regels van het sociale verkeer zijn in de loop van de evolutie niet wezenlijk veranderd. Nog steeds kun je bevriezen als er gevaar dreigt, al is het in de vorm van een bullebak van een baas, op de werkvloer bij de koffieautomaat.’

Met die benadering schaart Vingerhoets zich onder de evolutionair psychologen, die emoties vooral verklaren vanuit het oogpunt van natuurlijke selectie: wat is het nut van angst, boosheid, blijheid en zelfs schaamte en spijt voor ons voortbestaan? Ze zijn wezenlijk, zegt Vingerhoets, al heeft hij in zijn loopbaan altijd verder willen kijken dan naar evolutionaire verklaringen alleen.

Aan de universiteit van Tilburg deed hij onderzoek naar heimwee, naar stress, naar emotieregulatie en onlangs nog – hij is met pensioen, maar hij werkt gewoon door – naar (morele) walging. Bekend werd hij met zijn diepgravende onderzoek naar de functie van huilen; het leverde hem internationale faam als ‘huilprofessor’ op. Hij werd geïnterviewd door The New York Times, The Washington Post en de Süddeutsche Zeitung, terwijl, zei hij dan, hij toch ‘alleen maar die vrolijke boerenzoon was uit Biest-Houtakker’, een kerkdorp van Hilvarenbeek. Hij woont er nog steeds vlakbij.

Was er vroeger ruimte voor emoties, thuis op de boerderij?

‘Of er ruimte voor emoties was – tja, wat moet ik daar op zeggen? Niet meer of minder dan bij anderen, denk ik.’

Werd er gepraat over gevoelens? Mocht je huilen als jongen?

‘Nee, dat denk ik niet. Mijn vader overleed toen ik 15 was, toen zal ik vast gehuild hebben. Maar over het algemeen deed je dat niet.’

Psycholoog Nico Frijda, schrijver van het standaardwerk De Emoties uit 1986, heeft eens gezegd een betonnen deksel over zijn eigen emoties te leggen om de dood van zijn vader in de oorlog te verdringen. Zijn wetenschappelijk werk was een ‘handige methode om hanteerbaar met zijn emoties om te gaan’. Geldt zoiets ook voor u?

‘Nee, dat herken ik niet, mijn belangstelling voor huilen is uit toeval ontstaan. Op een feestje vroeg iemand me: Ad, jij moet dat weten als psycholoog, is huilen nou echt gezond? In de wetenschappelijke literatuur kon ik er niets over vinden, en dan is mijn belangstelling gewekt. Ik vond wél dat Charles Darwin beweerde dat de emotionele tranen van de mens geen enkele functie dienen. Het leek me een mooie uitdaging om aan te tonen dat Darwin het wat dat betreft niet bij het rechte eind had.

‘Het idee dat huilen oplucht of zelfs gezond is, hebben we in de wetenschap achter ons gelaten. We hebben in een onderzoek een grote groep mensen die in geen vijftien jaar gehuild hadden vergeleken met een groep normale huilers en we vonden qua gezondheid en welbevinden geen verschil.’

null Beeld Getty
Beeld Getty

Hoe vaak huilen normale huilers?

‘Vrouwen geven aan twee tot vijf keer per maand te huilen, mannen nul tot één keer per twee maanden; gemiddeld zo’n zes keer per jaar.’

Wat veel.

‘Dat komt uit vragenlijsten onder grote groepen. Een keurig representatief onderzoek, hoor. Krachtige uitlokkers zijn rouw, liefdesverdriet en machteloosheid, maar fysieke pijn bijvoorbeeld, is voor kinderen wel een reden om te huilen, maar voor volwassenen nauwelijks. Ouderen laten juist meer empathische tranen, bij leed van anderen of bij een film bijvoorbeeld, of een roerend weerzien.’

Waarom huilen vrouwen zo veel meer dan mannen?

‘Door opvoeding, cultuur, maar ook door de remmende werking van testosteron bijvoorbeeld, waarvan mannen meer hebben. Later neemt dat af, waardoor oude mannen makkelijker volschieten. Vergeet ook niet dat machteloosheid een belangrijke uitlokker van huilen is; vrouwen bevinden zich vaker in situaties waarin ze machteloosheid ervaren. Sowieso zijn ze vaker in emotionele situaties; er werken nog altijd meer vrouwen in de zorg dan in de bouw of de ict.’

Als het niet oplucht, wat is dan wél de functie van huilen?

‘Tranen hebben een signaalfunctie. Anderen worden ertoe aangezet met empathie te reageren en steun en troost te bieden. Dat is weer van belang voor de sociale cohesie. Vroeger werd huilen zwak genoemd, maar uit onderzoek blijkt dat mensen die volgens anderen op het juiste moment en in de juiste situatie huilen als warm, betrouwbaar en oprecht worden gezien.’

Zo kwam Grapperhaus weg met zijn bruiloft, toen hij een traan liet bij zijn spijtbetuiging over het overtreden van de coronaregels?

Lachje op het beeldscherm: ‘Dat zou zomaar kunnen, ja.’

Vingerhoets beschrijft emoties bijna als losse entiteiten. Natuurlijk hangen ze samen met genen, persoonlijkheid – de een is notoir zwaarmoedig, de ander een vrolijkerd –, jeugd, omstandigheden, maar het gaat Vingerhoets niet om de verschillen tussen mensen, maar om de overeenkomsten. Ja, de een kent meer schaamte dan de ander, maar wat is in beide gevallen het nut van die schaamte, waarom zijn we ermee behept? Weer: omdat het een evolutionair doel dient. Iemand die zich schaamt maakt zich klein, krimpt in elkaar, bloost en zou het liefst in de grond wegzakken, dat zie je aan zijn hele houding.

En dat is nou precies de bedoeling, zegt Vingerhoets, daarom is er bijna geen emotie zonder daaraan gekoppeld gedrag; ze zijn gericht op de ander, die, in het geval van duidelijke schaamte, mild en vergevingsgezind wordt: zand erover, klaar. Kunnen de partijen weer samen door een deur, dan blijft de groep bij elkaar. Ooit van cruciaal belang voor de jager-verzamelaar die buiten de groep ten dode was opgeschreven, en nog steeds van wezenlijk belang voor het sociale dier dat de mens nu eenmaal is.

‘Fred Flintstone-psychologie’ wordt er door critici wel gezegd – alsof de mens sinds de prehistorie niet is geëvolueerd. Vingerhoets verwerpt de kritiek. We zijn, vindt hij, nog steeds voor een groot deel die jager-verzamelaar. ‘Culturele ontwikkelingen gaan veel sneller dan onze genen kunnen bijbenen. De wereld kan in honderd jaar tijd radicaal veranderen, maar de mens heeft er honderdduizenden jaren over gedaan om te worden wie hij is, die verandert niet in hetzelfde tempo mee.

‘We vertonen dezelfde vecht-of-vluchtreactie als apen of andere dieren, dezelfde schrikreacties, dezelfde uitingen van walging. Er is onderzoek gedaan naar blinde en dove atleten, die tonen precies dezelfde tekenen van trots – borst vooruit, jezelf groot maken – als ze gewonnen hebben als iedere andere atleet. Dat kunnen ze niet hebben afgekeken, dat is verankerd in onze genen.’

Als al onze emoties een functie hebben, waarom lopen we dan massaal bij een coach, therapeut of yogaleraar om ervan af te komen, van onze angsten, gepieker en getob?

‘Dat heeft ook met onze oorsprong te maken. We zien nog steeds overal beren op de weg, terwijl dat allang niet meer nodig is. Angst bijvoorbeeld, is een nuttig alarmsysteem, maar wel een alarmsysteem van honderdduizend jaar geleden dat voor een groot deel overbodig is geworden. Als dat tien keer per dag afgaat, heb je een probleem.’

Vingerhoets ziet een link met recent onderzoek naar morele walging, waarbij wetenschappers de fysieke geneigdheid tot walging van proefpersonen – hoe sterk ze op hersenniveau reageren op beelden van walgelijke zaken – afzetten tegen hun afkeuring van asociaal en immoreel gedrag. Er werd een licht verband gevonden, vooral waar het gaat om het afkeuren van het eten van in hun ogen oneetbaar voedsel of bepaalde seksuele handelingen – zaken waar mensen niemand kwaad mee doen, maar die bij een deel van de proefpersonen kennelijk toch tot een heftige reactie als afschuw leiden.

Interessant is in dat verband ook Deens onderzoek dat een samenhang vond tussen hoe sterk onderzochte personen fysieke walging ervaren en hun opvatting over immigranten: hoe gevoeliger voor walging, hoe negatiever en – in Amerika, blijkt uit weer ander onderzoek – hoe rechtser hun stemgedrag. Vingerhoets: ‘Ook weer die evolutietheorie; vreemde volkeren brachten vroeger onbekende ziektekiemen met zich mee.’

Hoe gevoelig ligt zulk onderzoek? Zijn psychologen er bijvoorbeeld niet beducht op dat het vreemdelingenhaat legitimeert?

‘Dat kan ingewikkeld zijn, ja, maar we zien in psychologisch en sociologisch onderzoek nu eenmaal altijd een sterke voorkeur van mensen voor de eigen groep, de in-groep, en afkeur voor de uit-groep. Al is dat ook fluïde: de ene week slaan Ajax- en Feyenoord-fans elkaar de hersens in, de week erop juichen ze saamhorig het Nederlands elftal toe.’

Wat is uw favoriete emotie?

‘Als wetenschapper vind ik walging momenteel zeer fascinerend, vanwege dat verband met politieke voorkeur onder meer. Maar voor mij persoonlijk is het nostalgie.’

De ehbo-emotie, schrijft u in uw boek.

‘Ja, mensen in een dip gaan zich significant beter voelen als ze dierbare herinneringen ophalen. We hebben onderzoek gedaan in een verpleeghuis waarbij studenten een aantal keren naar bewoners gingen om met hen te luisteren naar hun favoriete muziek van vroeger. Dan kwamen natuurlijk verhalen los, over de kermis in het dorp of hun eerste liefde. Het bleek tot een opmerkelijke verbetering van het welbevinden van die bewoners te leiden, ook nog maanden daarna.’

En zelf hebt u er dus ook baat bij.

‘Ja. Als ik naar Paint It Black van de Rolling Stones luister, ben ik automatisch terug bij mijn eerste vakantie als jongen, toen ik met een paar vriendjes van Hilvarenbeek naar Renesse fietste. Daar word ik altijd heel vrolijk van.’

En huilen, doet u dat nu wel?

‘Ik schiet tegenwoordig al vol als ik Johnny de Mol op tv een kind met het downsyndroom zie helpen. Wat dat betreft, ben ik echt een oude man.’

De gemiddelde man, vertelde u, huilt nul tot een keer per twee maanden. En u?

‘O, ik zit er ver boven. Ik zit nu eerder op vrouwenniveau.’

Ad Vingerhoets: De emotionele mens. Ambo Anthos; € 21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden