Wachten tot de plasticsoep is opgelost

‘Captain’ Charles Moore is even aan land. De man die ruim tien jaar geleden met zijn catamaran op de Stille Oceaan de contouren van een gigantisch kerkhof van plastic afval ontdekte, stuurt zijn auto door San Francisco. De kapitein en selfmade wetenschapper heeft nieuws.

René Didde

De kapitein en selfmade wetenschapper heeft nieuws. ‘We hebben vijfhonderd lantaarnvissen geanalyseerd’, zegt hij per telefoon. ‘Bij 175 exemplaren van dit amper 10 centimeter lange visje, dat op een diepte van 100 meter zwemt, bevatte de maaginhoud meerdere stukjes flinterdun plastic. Sommige magen bevatten twintig stukjes, een enkele veertig, het trieste record was tachtig stukjes.’

Moore is maandag op uitnodiging van uitgeverij Lemniscaat in Leeuwarden, waar het boek De plastic soep van publiciste Jesse Goossens wordt gepresenteerd. Tegelijkertijd wordt er een begin gemaakt met ACT (A Convenient Truth, een verwijzing naar de film van Al Gore), een beweging die langs de Afsluitdijk de oorlog wil verklaren aan milieubedreigingen, te beginnen met de plastic oceaanvervuiling. De beweging, die zegt gesteund te worden door technische universiteiten, wil jonge, briljante wetenschappers rekruteren om met slimme oplossingen te komen (zie www.actglobal.nl). Moore zal misschien vertellen over zijn nieuwe onderzoek. In elk geval zal hij uit de doeken doen dat de omvang van het plastic-kerkhof het midden houdt tussen Frankrijk, Spanje en Portugal en tweemaal de Verenigde Staten. De plasticbrij, bijeengehouden door oceaanstromingen, wordt aan de oostzijde gevoed door de VS en Canada, aan de westzijde door Japan en China.

Voor Moore vormen de lantaarnvisjes het zoveelste bewijs dat er meer schade wordt aangericht dan alleen aan zeeschildpadden, zeehonden en kreeften, die verstrikt raken in die onmetelijke brij van plastic ringen van sixpacks of tassen. Of aan zeevogels als de Noordse stormvogel die aan de oppervlakte dobberende plastic voorwerpen opvreet, en sterft doordat die onverteerbare klomp de honger doet verdwijnen.

Schilfers
De vergiftiging van de school lantaarnvisjes bewijst volgens Moore dat het plastic in ragfijne schilfers uiteen is gevallen. Plankton hecht zich eraan, waarna de prut op een diepte tot honderd meter wordt gegeten door lantaarnvisjes, zo genoemd vanwege hun fluorescentie waarmee ze elkaar op grote diepte kunnen herkennen. Eenmaal aan de oppervlakte vormen de lantaarnvisjes een dankbare prooi voor vogels die slecht kunnen duiken. Zo komt het plastic, met giftige stoffen als ddt, pcb’s en brandvertragers als pbb en pbde, in de voedselketen terecht.

De risico’s voor de voedselketen komen aan bod in het boek De plastic soep, waarin Jesse Goossens een caleidoscopisch beeld schetst van het dobberende plastic in de oceaan. Goossens sprak met Moore, milieugroepen, de kunststofindustrie, het milieubureau van de VN (UNEP) en opruimploegen langs de stranden. Michael Braungart, van het cradle to cradle-concept, pleit onder meer voor afbreekbare plastic flesjes zonnebrandolie. Bioafbreekbare plastics komen misschien over tien jaar beschikbaar, denken deskundigen, die eraan toevoegen dat dit vernuft geen vrijbrief is om het afval onbekommerd in zee te dumpen.

Inzamelen
Op korte termijn moet worden voorkomen dat er nieuw plastic aan de oceaansoep wordt toegevoegd. Dat kan bijvoorbeeld, zoals Nederland doet, door een begin te maken met het inzamelen van plastic flesjes, flacons en tasjes. ‘Goed plan; zouden meer landen moeten doen’, vindt Moore. ‘Maar helaas zijn landen als de VS en Japan, die net als Nederland over een sophisticated inzameling- en recyclingstructuur beschikken, al te vaak een bron van plastic afval op zee. We zien in de Stille Oceaan veel afval van Japanse herkomst.’

De vraag is of recycling het hoofd kan bieden aan de plastificering van de wereld. Elke minuut worden er 1 miljoen plastic tasjes uitgedeeld, ieder uur kopen consumenten 2,5 miljoen kunststof flesjes. ‘We hebben aanwijzingen’, zegt Moore, ‘dat er ook in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan een afvalsoep begint te ontstaan in de oceaanwervel tussen Latijns-Amerika en Australië.’

Zover is het dichter bij huis, op de Atlantische Oceaan, nog niet; maar Moore krijgt wel bijval van de Texelse zeebioloog Jan van Franeker van IMARES Wageningen UR. Hij legt de laatste hand aan een nieuwe jaarrapportage over de maaginhoud van stormvogels op de Noordzee. ‘Vanaf het midden van de jaren negentig zagen we een afname van de hoeveelheid plastic in de vogelmagen, maar ik moet helaas meedelen dat er vanaf 2003 geen verbetering is opgetreden, en misschien zelfs een stijging in gang is gezet’, zegt hij.

Er is dus alle reden om plastic van het strand te blijven halen, zoals tientallen organisaties overal ter wereld doen. Burgemeester Albert de Hoop van Ameland zweept zijn burgers hiermee op. Het Waddeneiland beschikte vorig jaar over het schoonste strand van het land. ‘We zetten ook jutters in’, zegt De Hoop. Samen met KIMO, een internationale organisatie van aan zee gelegen Europese gemeenten, heeft De Hoop ook vissers bij zijn actie betrokken en hun van gemeentewege een big bag uitgereikt. Vissers die plastic als bijvangst in hun netten aantreffen, kieperen de rommel voortaan niet langer onverwijld terug in zee. ‘Ze kunnen de zak vol plastic gratis kwijt aan wal.’

Architect Rudolph Eilander bedacht vorig jaar het plan om met kilometerslange netten die worden voortgetrokken door vliegers, het plastic uit de oceaan te trekken. Hij peuterde subsidie los en werkt zijn idee nu uit. Als het aan Eilander ligt, wordt het opgeviste plastic meteen op een eiland van drijvende vlotten verwerkt tot plastic stenen of toiletpotten.

Charles Moore vindt Eilanders afvaleilandplan wat al te fantastisch. ‘Ik ben niet tegen dromen’, zegt hij. ‘Maar dit kost kapitalen, en het zal hooguit de grootste brokken wegvangen. De trieste waarheid is dat de oceaan dermate diffuus is vervuild, dat we alleen kunnen wachten tot de plasticsoep oneindig is verdund.’

\N Beeld
\N

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden