Waarom zien we vaak gezichten in voorwerpen?

Een blij, bang of boos gezicht ontwaren we in die doos, dat dak of die paprika. Soms is gezichtsherkenning van levensbelang.

Beeld .

Een stopcontact, een bumper met twee koplampen erboven of een voordeur met links en rechts een raam. Of we het willen of niet: ons brein maakt er een smoel van. Pareidolie heet het verschijnsel: de neiging om in levenloze structuren een betekenisvol patroon te zien. En dan bij voorkeur het gezicht van een soortgenoot, gevoelig als we zijn voor de menselijke fysionomie.

Pasgeboren baby's kijken al liever naar (plaatjes van) gezichten dan naar objecten. Ze hebben genoeg aan een plaatje van een cirkel met drie stippen die samen een driehoek vormen, staand op de punt. Als je de driehoek omdraait, reageren ze een stuk minder enthousiast, maar zelfs ondersteboven vinden ze een gezichtje boeiender dan een object.

Zuigelingen weten bovendien razendsnel welk mens bij welk gezicht hoort. Dat van de moeder herkent een baby al enkele uren na de geboorte. Als baby's van enkele dagen oud al de aandrift hebben om in eenvoudige patronen een gezicht te zien, is dat een aanwijzing dat het om aangeboren gedrag gaat en niet om een aangeleerde vaardigheid. Een andere aanwijzing daarvoor is het feit dat ons brein een apart gebied heeft waar gezichten worden 'verwerkt'. In goed Brits heet dat hersengebied het fusiform face area (FFA). Mensen die daar een hersenbeschadiging oplopen, zijn niet langer in staat gezichten te herkennen, laat staan er een te construeren van twee kuiltjes en een streep in het zand. Andere hersencellen kunnen die taak niet overnemen.

Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .

Dieren

Ook sommige dieren hebben deze gezichtsspecifieke groepen van zenuwcellen waardoor ze soortgenoten makkelijk herkennen en van elkaar kunnen onderscheiden. Dat is aangetoond bij makaken. Schapen blijken in staat foto's te herkennen van gezichten van soortgenoten, volgens een studie in Nature van 2001: 'Schapen vergeten geen enkel gezicht.'

Het herkennen van soortgenoten aan zijn of haar gezicht is sociaal handig. Razendsnel een gezicht onderscheiden van een bedreigende kop is hoogstwaarschijnlijk zelfs van levensbelang voor primaten. Die twee oplichtende vlekken in het struikgewas kunnen de ogen van een roofdier zijn dat op het punt van aanvallen staat. Dan telt elke fractie van een seconde: vechten of vluchten. Er moet onmiddellijk een beslissing worden genomen. Dat het brein in de gauwigheid weleens een foutje maakt - en van iets een gezicht maakt terwijl het dat niet is - nemen we dan maar voor lief.

Het klinkt allemaal heel logisch, maar evolutionair psycholoog Annemie Ploeger van de Universiteit van Amsterdam benadrukt dat er geen bewijs is dat het herkennen van gezichten in patronen is aangeboren. Hetzelfde geldt voor de vaardigheid om al die verschillende gezichten op te slaan in een mentaal smoelenboek. 'Er zijn veel aanwijzingen voor, maar het debat is nog niet beslecht', aldus Ploeger.

Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden