Waarom steken we onze tong uit als we ons erg concentreren?
© Daantje Bons

Waarom steken we onze tong uit als we ons erg concentreren?

Beter/Leven

Antwoord op lezersvragen over gezondheid, voeding, leefstijl en psyche. Deze week: waarom we onze tong uitsteken als we ons erg concentreren.

Wie een tekening maakt, heeft daarbij zijn tong niet nodig. Toch kent iedereen het beeld van druk tekenende kinderen bij wie de tong vrolijk meedoet. En misschien betrapt u uzelf ook af en toe op een puntje in uw mondhoek tijdens een klus die volledige concentratie eist. Waar bemoeit die tong zich mee?

Het zit hem in de organisatie van onze hersenen, zegt Mijna Hadders-Algra, hoogleraar ontwikkelingsneurologie bij UMC Groningen. 'Lange tijd dachten we dat kleine delen van het brein zich met specifieke taakjes bezighouden. Tegenwoordig realiseren we ons dat bij de meeste taken grote delen van het brein betrokken zijn. Het gaat om netwerken die bij elke taak het accent anders leggen.'

Zo gauw een activiteit ook maar een beetje moeilijk is, gaan kinderen meebewegen

Die netwerken functioneren niet vanaf de geboorte optimaal. Hoe jonger het brein, hoe algemener georganiseerd. Het gevolg: 'Zo gauw een activiteit ook maar een beetje moeilijk is, gaan kinderen meebewegen. Niet alleen met hun tong, maar met alle onderdelen van het lichaam. Hoe moeilijker de activiteit, hoe meer meebewegingen.' Naarmate het kind opgroeit, raakt de samenwerking tussen hersendelen beter afgestemd. Vereist een taak echter genoeg concentratie, dan willen zelfs bij volwassenen andere spieren nog weleens meedoen.

Van die spieren is de tong het bekendste geval. En niet alleen omdat een uitgestoken tong simpelweg het meest opvalt, denkt Hadders-Algra. 'De hersenonderdelen die zich bezighouden met de handen en de tong zijn groot en ze liggen dicht bij elkaar in het brein. Daardoor ontstaat gemakkelijker kortsluiting.' Zijn het onze handen die de ingewikkelde taak uitvoeren - en dat is nogal eens het geval - dan is het dus de tong die zich als een van de eerste spieren laat gaan.

Menselijke spraakontwikkeling

Onderzoek aan de evolutie van spraak is uitdagend, want spraak blijft niet bewaard

Dat mond en handen zo innig verstrengeld zijn, is geen toeval, vermoeden sommige wetenschappers. Een van hen is Gillian Forrester, gedragsneurowetenschapper bij Birkbeck, Universiteit van Londen. Volgens haar is de verstrengeling mogelijk het gevolg van de manier waarop menselijke spraak is geëvolueerd. Die knutselende kleuter met zijn tong uit de mond kan zomaar een sleutel tot menselijke spraakontwikkeling bevatten.

Hierover bestaan twee ideeën, legt ze uit. Het eerste is dat handgebaren als communicatiemiddel geleidelijk werden vervangen door spraak. Mogelijk omdat de handen steeds drukker werden met het uitvoeren van ingewikkelde klussen als het maken van gereedschap. Idee twee zet het maken van die gereedschappen juist aan de basis van onze taal: het uitvoeren van een ingewikkelde reeks taken met de handen maakte de hersenen klaar voor de ingewikkelde reeks taken die de mond en keel moeten uitvoeren om te spreken. In beide gevallen werden mond en handbewegingen in de hersenen gekoppeld, waardoor tot op de dag van vandaag dat tongpuntje kan opduiken als we een draad door een naald duwen.

'Er is bewijs dat deze hypotheses ondersteunt. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de mond de fijne motoriek van de handen na-aapt. Zo sloten onwetende proefpersonen die iets kleins oppakten hun lippen, terwijl hun lippen zich openden wanneer ze iets groots pakten', aldus Forrester. Toch zijn de ideeën lastig hard te maken, geeft ze direct toe. 'Onderzoek aan de evolutie van spraak is uitdagend, want spraak blijft niet bewaard. We moeten het stellen met beperkte overblijfselen en zijn voorzichtig met interpreteren.'

Om diezelfde reden heeft Mijna Hadders-Algra haar twijfels. 'Wat nou eerst kwam, is niet te zeggen. Maar motorisch heeft de evolutie de mens vooral twee dingen gebracht: tot in het extreme opgevoerde handvaardigheid en een zodanige bediening van het mond-keelapparaat dat we er ingewikkelde klanken mee kunnen maken. Die delen zijn beide groot geworden in de hersenschors, daardoor horen handen en mond, en dus de tong, bij elkaar.'

Heeft u ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar beterleven@volkskrant.nl