Waarom ruik je jezelf niet?

Een mens, zo werd een paar jaar geleden duidelijk, kan meer dan een biljoen geuren van elkaar onderscheiden maar vreemd genoeg ruikt diezelfde mens al snel zijn eigen parfum of aftershave niet meer. Of, de genante variant: we kunnen rustig op het toilet in onze eigen stank een tijdschrift lezen maar als we na andermans toiletbezoek de ruimte betreden, knijpen we onze neus dicht. Hoe kan dat?

Beeld thinkstock

Die duizend miljard geuren ruiken we boven in de neusgaten, op twee plekjes ter grootte van een kleine postzegel, zegt Kees de Graaf, hoogleraar sensoriek en eetgedrag aan Wageningen Universiteit. Daar zitten vele miljoenen reukreceptoren samengepakt: een soort chemische sensoren waaraan de langsdwarrelende geurmoleculen zich binden. 'Als een sleutel in een slot', verduidelijkt De Graaf.

De receptoren zetten daarna geursignalen om in elektrische signalen, die via de reukzenuw naar de hersenen worden gestuurd. Voor in het hoofd, tussen de ogen, zetelt het centrale reukcentrum. Daar worden de signalen als het ware gecodeerd, en dan weten we wat we ruiken.

Het reuksysteem gedraagt zich echt als een speurneus: nieuwe geuren (koffie, warm brood, andermans zweet) worden onmiddellijk opgepikt, maar wat saai is raakt al snel op de achtergrond. Dat verklaart waarom we stank in een ruimte aanvankelijk walgelijk vinden maar we die vieze lucht na enige tijd niet meer zo goed opmerken. Vergelijk het met een tikkende klok in de kamer, zegt De Graaf: die hoor je eerst wel, maar na verloop van tijd niet meer, omdat je er geen aandacht meer aan besteedt.

Waar in het systeem de reukgewenning optreedt, is onder wetenschappers nog een punt van discussie, zegt De Graaf. Het kan zijn dat de receptoren het erbij laten zitten als een bekende geur langskomt en dat daardoor het signaal dat ze naar de hersenen sturen snel uitdooft. Het kan ook zijn dat de signalen wel aankomen maar dat het reukcentrum ze nauwelijks meer oppikt: een vertrouwde geur is daar oud nieuws.

Zo gaat het ook met onze eigen lucht. De bacteriën die de geur vormen van onze adem, ons zweet, onze ontlasting en onze winden zijn voor de neusreceptoren en het reukcentrum bekend terrein. Dag in dag uit voortdurend jezelf ruiken, het zou tot overbelasting kunnen leiden van de toch al hard werkende reukreceptoren. Niet voor niets worden die om de maand vervangen. Het constante bombardement aan geurmoleculen en de schade die ingeademde stofdeeltjes kunnen aanrichten, maakt dat receptoren snel aan vernieuwing toe zijn.

Het is dus de gewenning die maakt dat we ons eigen zweet niet goed ruiken na het sporten en waarom we vaak te snel opnieuw een luchtje op spuiten. Wie wil weten of de lichaamsgeur nog deugt, moet niet de eigen neus vertrouwen maar de mensen om zich heen.

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar gezond@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden