Beter/leven Puntje-van-de-tongfenomeen

Waarom kunnen we soms niet op woorden komen?

Antwoord op lezersvragen over gezondheid, voeding, leefstijl en psyche. Deze week: waarom kunnen we soms niet op woorden komen?

Beeld Getty Images

Iedereen kent het: je wilt een naam of woord zeggen, het ligt op het puntje van je tong, maar je kunt er niet opkomen. Reuze irritant. Waar komt zo’n tijdelijke black-out vandaan? Kan het een voorbode zijn van dementie?

Psychologen noemen dit het puntje-van-de-tongfenomeen. Iedereen heeft er in meerdere of mindere mate last van, want woorden liggen opgeslagen in ons geheugen en ons geheugen werkt nu eenmaal niet altijd perfect. Bovendien is het naar boven halen van namen, woorden en begrippen een complex proces. ‘Onze kennis van woorden bestaat uit verschillende stukjes die je allemaal bij elkaar moet brengen voordat je ze kunt uitspreken. Logisch dat dat proces weleens hapert’, zegt Antje Meyer, de directeur van het Max Planck Instituut voor psycholinguïstiek. Meyer, die ook hoogleraar is aan de Radboud Universiteit, is gespecialiseerd in taalverwerking en de individuele verschillen tussen mensen.

In het brein liggen de betekenis en de grammatica  van woorden apart opgeslagen, evenals de vorm: is het een groot of klein woord, heeft het veel of weinig lettergrepen. Die wetenschap ontlenen we aan het onderzoek naar het ‘puntje van de tong’-fenomeen.  ‘Als je mensen woorden opgeeft, in de hoop zo’n ervaring op te wekken, kunnen ze zich alleen brokjes informatie herinneren. Bijvoorbeeld alleen de grammatica: ze weten slechts dat het een ‘de’ of ‘het’ woord is. Of ze weten alleen dat het een kort woord is als ‘poes’ of juist complex als ‘hippocampus’. Ook komt het voor dat je slechts bij de betekenis van het woord kunt’, aldus Meyer.

Deelnemers aan dit soort studies beschrijven het gevoel van het niet op een woord kunnen komen als een milde kwelling, iets dat lijkt op bijna niesen. En meestal komt er vanzelf een eind aan. Als je de zoektocht hebt opgegeven, komt het woord vaak alsnog spontaan bovendrijven.

Het fenomeen komt in alle talen voor (zelfs bij gebarentaal). Jongeren hebben er minder vaak last van dan ouderen, bij wie het geheugen sowieso vaker steken laat vallen.

‘De variatie tussen mensen is enorm’, vertelt Meyer, ‘en je hoeft je er nooit zorgen over te maken. Het is geen voorbode van dementie. Mensen die veel praten over politiek en politici of kunst en kunstenaars moeten vaker namen en begrippen naar boven halen dan mensen die zulke gesprekken niet voeren. Ze zullen dus meer puntje-van-de-tong-ervaringen hebben. En zo zal iemand met een enorme vriendenkring vaker even niet op de naam van een dierbare kunnen komen dan iemand die maar twee vrienden heeft.’

Het is nog niet helemaal duidelijk waarom ons mentale woordenboek soms hapert, vaak wordt geopperd dat de zoektocht naar woorden en namen die je weinig gebruikt het moeizaamst verloopt. Begrippen die je vaak gebruikt, zouden makkelijker uit je mond rollen. Daarom zouden tweetaligen vaker het gevoel hebben dat iets op het puntje van hun tong ligt. Meyer benadrukt dat voor beide verklaringen geen bewijs is.

Soms lijkt het alsof de toegang tot een woord geblokkeerd wordt door een term die hetzelfde klinkt, maar ook dat is volgens Meyer nooit aangetoond.

Dus winnaars van de De slimste mens en Twee voor twaalf zijn niet alleen slim of belezen – ze  zijn waarschijnlijk ook gezegend met weinig puntje-van-de-tong-ervaringen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden