Waarom Jezus nooit heeft gelachen.

OOK LACHEN heeft een geschiedenis. In ieder geval is de belangstelling van de wetenschap voor dit ontregelende fenomeen in de menselijke omgangsvormen de laatste jaren sterk toegenomen....

Herman Pleij

En daaruit volgt dan dat humor opereert als instrument om te troosten en te denigreren, om aan te vallen en af te leiden. Men blijkt er zelfs zaken mee te kunnen doen, want inmiddels zijn cursussen als Humor as managementtool zeer populair in de wereld van overheid en bedrijfsleven.

Dat een toenemend aantal disciplines belangstelling toont voor dit klaarblijkelijk zo ingrijpende verschijnsel in het menselijke verkeer, demonstreert voor wat de geesteswetenschappen betreft de bundel Homo Ridens. In twaalf bijdragen, voorafgegaan door een inleiding, komen over een periode van de klassieke Oudheid tot in de negentiende eeuw, ongeveer alle invalshoeken aan bod. De laatste bijdrage is van de antropoloog Henk Driessen, die deze lachorkaan uit meer dan 25 eeuwen westerse beschaving intrigerend contrasteert met moderne veldwerkersgegevens uit geheel andere culturen.

Om deze demonstratie van zoveel mogelijk benaderingen van gerenommeerde onderzoekers in binnen- en buitenland te realiseren moesten de samenstellers soms heel ver gaan. Ze biechten dat telkens heel eerlijk op, om te verklaren dat sommige stukken een wel erg incidenteel karakter dragen, blijven steken in de wat wervende voorlichtingstaal van de lezing of niet meer zijn dan een herschikking van al eerder gepubliceerde gegevens en inzichten. Niettemin blijft het streven naar een representatief panorama dat goed gespreid ligt over de tijd, zeer te waarderen. Bovendien sluit het geheel af met een handzame humor-bibliografie van de cultuurhistoricus Johan Verberck moes en een handig namenregister.

De westerse houding tegenover lachen is in hoge mate gedirigeerd door het middeleeuwse debat over de vraag waarom Jezus nooit gelachen heeft. In deze verwoede discussies klinken ook allerlei opvattingen uit de Oudheid door. Immers juist als het over emoties gaat, blijken de middeleeuwse theologen hevig te leunen op hun klassieke voorvaderen. Op zichzelf zijn menselijke emoties de aardse Jezus niet vreemd. Maar dat lachen nadrukkelijk onvermeld blijft, is meteen aangegrepen als aanwijzing dat lachen kennelijk tot het instrumentarium van de duivel behoort om de mens naar de ondergang te leiden.

Lachen is voor een belangrijk deel onbeheersbaar en opent daardoor ook andere wegen naar losbandigheid. Het antwoord van de christelijke mens diende te bestaan uit beheersing, want verlies aan controle maakt de mens in het algemeen een willoze prooi van de duivel.

Maar er bestaan ook andere geluiden. Jezus heeft nooit gelachen om te demonstreren dat de ware mens in principe zelfs dat onbedwingbaar geachte lachen de baas kan blijven. Lachen was op zichzelf niet fout, mits het maar onder controle bleef. En daaruit groeit het geaccepteerde lachen, eerder glimlachen, van engelen en heilige maagden. Na de Middeleeuwen groeit er een steeds diepere kloof tussen het beschaafde lachen van de elite en de dierlijke bulderpartijen van een meer en meer verafschuwde volkscultuur.

Dat gaat zelfs zover dat de gebroeders Grimm, weer op zoek naar de zuivere volksziel, veiligheidshalve de humor buiten beschouwing laten en zich beperken tot ook in die zin gefatsoeneerde sprookjes en legenden. Vooral de kerk is het onbeheerste gelach in haar eigen kringen een gruwel. Priesters worden vervolgd als bekend wordt dat ze hun parochianen vermaken met grappen en grollen. Nonnen moeten leven onder een streng regime om hardop lachen tegen te gaan. Ze mogen geen vrolijke liedjes zingen, frivole verhalen vertellen of getweeën in hetzelfde bed slapen, 'dat laatste allicht om avondlijk giechelen tegen te gaan', voegt Verberckmoes hieraan toe, misschien iets te verblind door zijn fanatieke speurtochten naar humor in het verleden.

De scherpte van humor als wapen in het dagelijkse leven, zowel aan de top van de politiek als op straat, komt aanstekelijk naar voren in een tweetal bijdragen over de moderne tijd. De Franse cultuurhistoricus Antoine de Baecque is aan de hand van de verslagen van de eerste Assemblée Nationale na de revolutie nagegaan wanneer er gelachen werd. In totaal lachten de bijna duizend afgevaardigden tussen 1789-1791 zeker 408 keer. Maar hoe verhoudt zich dat dan tot de strenge gedragscodes in de politieke vergadering, die collectieve uitbundigheid ten zeerste afkeurden?

Zulk gedrag hoorde bij het volk, en verdiende beteugeling omdat de massa op die manier snel buiten zinnen kon raken. Het bleek echter al snel dat de nieuwe orde moeilijk buiten zulke uitlaatkleppen kon. En men besloot om lachen en klappen toe te laten als onvermijdelijke uitingen van een ingeboren Franse vrolijkheid. Bovendien realiseerden alle partijen zich algauw hoezeer humor een effectief wapen was in de publieke vergadering.

Op straat was dat niet anders. De Amerikaanse historica Mary Lee Townsend vestigt de aandacht op de Pruisische Nante, een cultfiguur die rond het midden van de negentiende eeuw in Duitsland vlugschriften, affiches en pamfletten beheerst. Hij is geënt op de 'Eckensteher', een soort dagloner, rondhangend op pleinen en straathoeken, die de voorbijgangers tracteert op grappen die niet zelden de vorm aannemen van bijtende commentaren op de sociale problemen en de politiek.

Ook hierin is humor te herkennen als uiting van een protestcultuur, niet ongelijk aan het huidige cabaret. Reisgidsen prijzen Berlijn zelfs aan als 'moeder van de humor', waardoor de vraag opkomt hoe Duitsland later toch de naam heeft gekregen van een uitgesproken humorloos land.

Humor is van alle tijden, onbedwingbaar en niet bewust te sturen, en bovenal opmerkelijk veranderlijk in aanleiding, uiting en waardering. Tot de hardnekkigste folklore binnen het op zichzelf al dubieuze geloof in constanten in de wereldgeschiedenis behoort ongetwijfeld de overtuiging dat humor in wezen onveranderlijk zou zijn. Sterker nog, zowel vroeger als nu zouden we steeds om dezelfde dingen gelachen hebben, op dezelfde manier en in dezelfde kringen. Het is niet de minste verdienste van deze bundel dat vrijwel alle bijdragen zeer beslist van het tegendeel getuigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden