Waarom ik niet bij de Levenseindekliniek ga werken

Het voelt nog steeds raar, zo'n dood op bestelling

.

Foto de Volkskrant

Ze heeft door vaatafsluitingen al weken onhoudbare pijn waar niets tegen te doen valt. 'Het is goed zo, het leven is over, ik ben oud genoeg geworden', zo heeft ze mijn collega herhaaldelijk verteld. Aan de wettelijke eisen voor euthanasie is keurig voldaan: ondraaglijk en uitzichtloos lijden, herhaald verzoek en vrijwilligheid. De SCEN-arts, die ook een oordeel moet geven, is geweest en er is een tijd voor euthanasie afgesproken. Sinds ik ooit dagenlang overstuur was omdat ik na een euthanasie hardnekkig droomde dat ik de spuiten met het inslaapmiddel en de spierverslapper had omgewisseld, doen we euthanasie altijd met zijn tweeën. Ik ben vandaag de aangeefhulp en steun voor mijn maatje, die alle voorbereidende gesprekken heeft gevoerd. Net als altijd hebben we de voorgenomen euthanasie de afgelopen weken onderling uitgebreid besproken.

's Morgens heeft een ambulancebroeder een infuusnaald ingebracht. Ze ligt op een bed in de huiskamer. De tv staat aan; ze kijkt naar een praatprogramma. 'We hebben alles al tegen elkaar gezegd', zegt haar man. Ze zijn altijd erg op zichzelf geweest, alle familie is dood en kinderen zijn er niet. Het is doodstil als de tv uitgaat. 'Begin nu maar', zegt ze.

Mijn collega legt de procedure nog een keer uit. Ik geef haar de eerste spuit aan. Nadat ze een 'eenvoudig slaapmiddel' ingespoten heeft, volgt een spuit met verdoving en eentje met een heel zwaar slaapmiddel. De patiënt houdt bij het inspuiten van het zware slaapmiddel vrijwel direct op met ademen. Het protocol schrijft voor dat je nog een spierverslapper geeft waardoor de ademhaling stopt.

Vijf minuten na de eerste injectie is ze dood. Haar man bedankt ons. Hij heeft er geen behoefte aan dat we nog even blijven. Binnen een kwartier staan we met onze twee rode tasjes met de gebruikte en de reservespuiten weer in de zon. Het voelt nog steeds raar, zo'n dood op bestelling. 'Ze wilde het echt zo kaal', zegt mijn maatje, 'het zijn niet van die praters'. Zij moet de gemeentelijk lijkschouwer nog bellen en de papierwinkel afwerken, ik heb het koud en fiets naar huis. 's Avonds appen we nog even hoe het gaat.

Ik doe al 30 jaar euthanasie bij patiënten die ik dan meestal heel goed ken. Het helpt als de patiënt begrip voelt voor de ingewikkelde daad die hij van mij vraagt. Die vertrouwensband en de gesprekken over hun leven zorgen er voor dat ik de drempel over kan om iemand echt dood te maken. Juristen, Kamerleden en professionele pleitbezorgers van een 'vrijwillige en vrije dood' mogen dan wel beweren dat huisartsen te terughoudend zijn bij euthanasie, maar zij hebben nog nooit het kraantje van het infuus opengezet en een slaapmiddel ingespoten, waarbij je in één klap het leven uit iemand blaast.

Ik loop niet weg van mijn patiënten in nood, maar ik ben niet de enige huisarts die de nacht voor en de nacht na een euthanasie slecht slaapt. Hoeveel dokters de Levenseindekliniek volgens de laatste berichten ook tekort komt, ík ga daar niet solliciteren. Ik zou nooit meer slapen.

Reageren? j.zaat@volkskrant.nl

Meer over