interviewRIVM-modelleur Jacco Wallinga

Waarom het niet de week werd van de voorspelde Indiase toestanden in ziekenhuizen: ‘Het was kantje boord’

null Beeld Rebecca Fertinel
Beeld Rebecca Fertinel

Het zou de week worden waarin het volgens de modellen van het RIVM helemaal kon misgaan in Nederland, met Indiase toestanden in het ziekenhuis. Maar hoewel de intensive cares piepen en kraken, ging het allemaal nét goed. Vraag aan RIVM-wetenschapper en modelleur des vaderlands Jacco Wallinga: hebben de modellen de boel niet wat overdreven?

Tweeduizend mensen, allemaal aan de beademing. Of, als het zou tegenzitten, misschien wel zesduizend, terwijl er op de intensive cares maar plek is voor zo’n 1.500. Dat was het grimmige vooruitzicht dat de afgelopen maanden voortdurend opdoemde uit de prognoses van het RIVM.

En deze week zou het zover zijn. De ‘derde golf’ zou tot zijn climax komen, met tot wel duizenden covidpatiënten op de ic. Alleen: dat werden er, gelukkig, niet meer dan zo’n 840. Samen met de niet-covidpatiënten genoeg om de ziekenhuizen extreem te belasten. Maar toch ook een beetje alsof men een orkaan voorspelde, waarna er slechts een stevige regenbui kwam.

Zo gaat dat met die prognoses, vertelt RIVM-hoofdmodelleur Jacco Wallinga aan de telefoon. Het punt dat hij maar moet blíjven uitleggen: in zijn wereld zijn de regenbui en de orkaan gelijkwaardige mogelijkheden, ‘een onzekerheid die er nu eenmaal is’, zoals hij zegt. ‘Sommige mensen denken dat die onzekerheidsband in onze prognoses zoiets is als statistische ruis. Als je beter je best doet, filter je de ruis eruit en kun je preciezer het echte signaal oppikken.’

Maar met de modellen van het RIVM is het meer als de worp met een dobbelsteen: het kan zus gaan, maar net zo goed zó. Tweehonderd keer gooit het RIVM per prognose met de dobbelsteen, om een beeld te krijgen van wat er zoal denkbaar is. ‘Zo komen we tot die waaier. Meestal zitten er veel meer modeluitkomsten aan de onderkant. Naar boven toe wordt het een steeds dunnere waaier.’

Toch toonde uw afdeling ons maandenlang grafieken met toppen van wel duizenden ic-patiënten. Denkt u dan zelf niet: dit lijkt me onzin?

‘Ik denk dat die uitschieters naar boven typisch zijn voor alle biologische modellen, infectieziekten inbegrepen. Het komt doordat infectieziekten een neiging hebben tot exponentiële groei die gewoon enorm hard en lang doorgaat, net zolang totdat het aandeel vatbare mensen te klein is geworden. Die neiging tot ontploffen zit heel erg in het systeem. En als je kijkt naar India of Brazilië, zie je dat het ook echt zo is. Af en toe gaat het mis – en dan gaat het ook enorm mis.

‘In ons land zagen we de aantallen sinds begin februari weer toenemen. Wat we zagen: de weg naar omhoog is ingezet, het begin van exponentiële groei is er. En er was geen enkele informatie over wanneer die exponentiële groei zou ophouden. Zo krijg je een waaier van mogelijkheden die naar boven toe heel erg groot is.

‘Tot rond Pasen, begin april. Toen werd duidelijk dat de exponentiële groei stagneerde. Voor het eerst gaf het model toen aan: wacht, dit klopt niet meer met exponentiële groei, we moeten in de buurt zijn van een piek.’

De modelleur des vaderlands, zo kun je hem best noemen. Jacco Wallinga, een 52-jarige, bedachtzaam formulerende wetenschapper en hoogleraar mathematische infectieziektemodellering in Leiden, die in de wetenschap flinke status opbouwde met zijn werk aan R-getallen en het modelleren van de effecten van vaccinatie.

En toen kwam corona. Het waren zijn berekeningen die afgelopen anderhalf jaar vaak het verschil maakten tussen openen of sluiten van winkels, kroegen en scholen, of tussen het wel of niet verlengen van de avondklok. Zijn kleurrijke toekomstgrafieken, die in maart vorig jaar en afgelopen december de politiek op scherp zetten: zet je schrap, golf op komst.

Met droge zelfspot: ‘Laat ik zo zeggen, ik ben niet bij het RIVM gaan werken om een soort bekende Nederlander te worden.’

Vanaf het begin van de derde golf af aan zeiden uw modellen: dit kan code zwart worden. Maar het kan ook reuze meevallen. Zegt u daarmee in feite niet: het kan alle kanten op, we hebben geen idee?

‘Dat denk ik niet. Half december, toen de Britse variant zich aandiende, zagen we opeens: de aantallen kunnen straks weer omhoog gaan, en heel hard ook. Waar we precies op uit zouden komen, was moeilijk te zeggen. Maar het was wel duidelijk dat er extra maatregelen nodig waren, die veel zwaarder waren. Onze boodschap was: pas heel erg op. Dat is toch meer dan: we weten het niet.’

Uiteindelijk zijn de echte cijfers zelfs onder de mediaan van uw modellen gebleven. Dat geeft toch het gevoel dat uw modellen te pessimistisch waren.

‘Op de een of andere manier kijken veel mensen op die manier naar onze plaatjes: alsof die mediaan is wat er moet gaan gebeuren. Maar dat is niet de boodschap die we willen afgeven. De mediaan is niet de meest waarschijnlijke uitkomst, het is echt de mediaan: 50 procent van de simulaties zit erboven en 50 procent zit eronder. Dat is dus een ander beestje dan de meest aannemelijke waarden.

‘Bovendien richten we ons in principe op voorspellingen 14 dagen vooruit. Daarvan zeggen we: dit weten we vrij zeker. Op die termijn blijkt de mediaan best een goede indicator te zijn. Maar verder vooruit wordt het meer speculatief. Er komt dan vaak informatie bij die we niet kunnen overzien, over het gedrag van mensen, of over vaccinatie.’

Hoe weten we achteraf of we met de extra maatregelen echt wel een ramp hebben afgewend?

‘Kijk naar de cijfers: het was kantje boord, zelfs met de zwaardere maatregelen die zijn genomen. Het scenario waarbij het aantal ic-opnames de capaciteit van de ziekenhuizen overstijgt, is continu een heel reële optie geweest, de afgelopen week zelfs reëler dan ooit.

‘Nu hebben we de piek voor ons uit weten te duwen. We zitten intussen in mei, we krijgen nu het voordeel van de seizoensinvloed en van de vaccinaties. We halen het nu nét, denk ik. Of net niet, het is nog even afwachten.’

Want? Is de derde golf eigenlijk voorbij?

‘Zoals het nu is, moet je er gewoon rekening mee houden dat het nog steeds mogelijk is dat we net iets meer ic-opnames krijgen. Maar die kans wordt wel steeds kleiner. Van de tweehonderd simulaties die we draaien, geven de meeste aan dat we op de top zitten, al zijn er ook een paar die nog steeds doorschieten naar boven. Alleen worden dat er wel steeds minder. Hopelijk is zo’n echte piek volgende week helemaal verdwenen uit de modellen.’

Hoe werken de RIVM-modellen eigenlijk?

De modellen van het RIVM borduren voort op hoeveel contact mensen met elkaar hebben, uitgesplitst naar leeftijd en naar type activiteit – informatie die het RIVM al jaren verzamelt. Vervolgens laat men het virus in een soort computerspel rondgaan door die ‘contactmatrix’, om te bestuderen hoeveel mensen er ziek worden. Bij elke simulatie worden de beginvoorwaarden een beetje aangepast, met wat meer of wat minder contacten, en wat meer of wat minder virusoverdracht, om toevallige schommelingen te ondervangen. Zo ontstaat, na tweehonderd keer draaien, een ‘waaier’ van toekomstlijntjes.

Dat is uiteraard de simpele uitleg: in het echt versleutelt men in de modellen ook zaken als de invloed van het seizoen, de vaccinaties en natuurlijk de invloed van de maatregelen. In de contactmatrix kunnen ook gericht zaken worden aanpassen: zo kan worden nagebootst wat er gebeurt als het aantal contacten op het werk halveert, of als de scholen sluiten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden