Waarom had ik niet aangedrongen op extra onderzoek?

Die ene patiënt

Medische experts over de patiënt die hun kijk op het vak veranderde. Deze week: huisarts Evert den Drijver (67).

Foto Tzenko Stoyanov

'Het was Eerste Pinksterdag, een zonnige zondag, maar ze lag boven in de slaapkamer met de gordijnen dicht. Haar man had gebeld, ze had last van haar buik. Toen ik inwendig onderzoek deed, voelde ze een lichte pijn. Dat wees op een infectie, maar ze had geen koorts. Ik zei haar dat ik de volgende dag zou terugkomen en dan bloedonderzoek wilde doen. Leuk als je langskomt, zei ze, maar dat onderzoek hoeft niet. Ik heb gewoon te hard gewerkt, ik ben overspannen. Maandag onderzocht ik haar opnieuw, de pijn was weg. Laat me maar, zei ze, het komt wel goed. Ik drong niet aan.

'Ze stierf in de nacht van woensdag op donderdag. Toen haar man wakker werd, lag ze dood naast hem. Haar blindedarm, zo bleek later, zat op een abnormale plek, niet rechtsonder maar linksboven in haar buik, en was daar ontstoken geraakt en geknapt. Het is ruim twintig jaar geleden maar ik weet nog precies hoe verschrikkelijk ik me voelde toen ik dat bericht kreeg. Haar man bleef achter met twee jonge kinderen. Hij wilde me niet meer zien, het gezin veranderde van huisarts.

'Een jaar lang heb ik 's nachts in mijn dromen met haar door het dorp gelopen. En maar uitleggen waardoor het was gegaan zoals het was gegaan. Ik heb wat afgejankt, mezelf van alles verweten. Waarom had ik niet aangedrongen op extra onderzoek? Maar zij wilde per se dat ik van haar lijf afbleef en dat moest ik toch respecteren? En onderzoek had misschien niet eens uitsluitsel gegeven. Een ontstoken blindedarm is een rotzak, daar vind je niet altijd sporen van terug in het bloed.

'Jaren later zat er opeens een jonge, hoogzwangere vrouw in mijn spreekkamer. Ze vertelde dat ze niet goed kon opschieten met haar eigen huisarts en vroeg of ik de bevalling wilde doen. Ik stemde toe. Ik meende haar ergens van te kennen maar kon dat gevoel niet thuisbrengen. Toen ik na afloop van de bevalling in de woonkamer koffie dronk met de jonge vader, zag ik een foto op de schouw staan. Het was een foto van haar moeder, het was de vrouw van de blindedarm. Ze had dezelfde ogen als haar dochter.

'Ik heb zo gehuild, en zij ook. Ze was 12 toen haar moeder overleed. Ze had de brief gelezen die ik haar en haar broertje had geschreven en waarin ik had uitgelegd wat er was gebeurd. Ze vertelde me dat ze mij altijd zo'n fijne dokter had gevonden. Dit was haar manier om mij dat duidelijk te maken. We wonen vlak bij elkaar, we zien elkaar nu wekelijks. Ik heb daarna nog twee bevallingen bij haar gedaan. Een paar jaar later stond plotseling haar vader in de praktijk. Zijn nieuwe vrouw had gezegd: maak het goed, en dat deed hij, wat onwennig. Hij schudde me de hand, vertelde me dat hij had gehandeld uit rouw en boosheid. En ik vertelde hem hoeveel de dood van zijn vrouw met mij had gedaan.

'Wat een groots gebaar van deze vader en zijn dochter om mij na zoveel jaar weer op te zoeken, om niet te blijven hangen in woede en wrok. Als het tot een tuchtzaak was gekomen, weet ik niet of ik daar zonder veroordeling vanaf was gekomen. Wat zegt hun houding veel over het vermogen van mensen om te herstellen van pijn en verdriet, om te vergeven en inzicht te tonen. Het contact met hen is louterend geweest. Niets heeft in mijn carrière als huisarts meer indruk gemaakt dan hun vergiffenis en begrip. Het is het meest emotionele verhaal uit mijn doktersleven.'

Evert den Drijver
Meer over