Waarom een robot nog niet in staat is zelfstandig een roman te schrijven

Een robot die zelfstandig verhalen schrijft is de heilige graal in kunstmatige intelligentie. Vooralsnog blijft het bij samen schrijven met een auteur, bleek bij een poging een robot een hoofdstuk te laten toevoegen aan de toekomstklassieker Ik, Robot.

Een robotarm schrijft manifesten op de Frankfurt Book Fair in Frankfurt am Main, op 11 oktober 2017. Beeld afp

Kan een computer een verhaal schrijven? Met die vraag klopte de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) begin dit jaar aan bij het Meertens Instituut in Amsterdam. De stichting had iets bijzonders bedacht: een toevoeging aan Ik, Robot, Isaac Asimovs klassieke roman uit 1950 over kunstmatige intelligentie - een nieuw, door een computer te schrijven hoofdstuk, dat zou laten zien wat een robot anno 2017 vermag.

De heilige graal

Voor wie het Meertens Instituut associeert met J.J. Voskuils Het Bureau, met dialectonderzoek en midwinterhoornblazen: artificiële intelligentie is ook hier niet meer weg te denken, zegt Folgert Karsdorp (34), taaltechnoloog aan het Meertens: 'Het instituut beheert onder meer de Verhalenbank en de Liederenbank, omvangrijke collecties volksverhalen en liederen die een prachtige bron voor onderzoek vormen. Met digitale technieken kunnen we die op een nieuwe manier bekijken.'

Helaas had Karsdorp geen goed nieuws voor de CPNB. 'Mijn antwoord was kortweg: nee, dat kan een computer niet. Een machine die zelfstandig verhalen schrijft, is de heilige graal in kunstmatige intelligentie. Er wordt wereldwijd onderzoek naar gedaan, maar zover zijn we nog lang niet.'

Deze maand was er opzienbarend nieuws over een algoritme dat in vier uur leerde schaken en daarna de sterkste schaakcomputer ter wereld versloeg. Als de neurale netwerken zich zo snel ontwikkelen, waarom is een schrijvende computer dan niet mogelijk?

Folgert Karsdorp van het Meertens Instituut. Beeld Richard Bank

Ronald Giphart

Karsdorp: 'Het aantal mogelijke zinnen is nu eenmaal oneindig veel groter dan het aantal zetten bij schaken. Elke zin kan oneindig lang zijn, en dan heb je ook nog eens de combinatie van zinnen. De grammaticaliteit van een zin, dat kan een computer nog wel aan, maar de grammaticaliteit en de coherentie van een verhaal is iets anders.

'Overal zie je experimenten waarin kunstmatige intelligentie wordt ingezet om kunst te produceren. Zo heeft Sony een leuk programma waarmee je popsongs kunt genereren. Ik snap daarom wel dat de CNPB dacht: dan moet een verhaal van achtduizend woorden ook wel lukken. Maar dat is dus echt complexer.

'Daarom heb ik toen voorgesteld er een co-productie van te maken met een auteur. Dan kunnen wij onderzoeken waar het systeem iets kan bijdragen en waar het faalt, dat zijn interessante onderzoeksvragen voor ons. Zo is Ronald Giphart in beeld gekomen.'

Suggesties op woordniveau

Het nieuwe hoofdstuk kwam er dus toch. Het heet 'De robot van de Machine is de mens', werd toegevoegd aan de vorige maand gratis door de CPNB verspreide herdruk van Ik, Robot en is een gezamenlijke prestatie van Giphart en AsiBot (geen machinemens overigens, maar een lange reeks codes).

AsiBot, ontwikkeld door het Meertens Instituut en de Universiteit van Antwerpen, produceert slechts korte tekstfragmentjes, suggesties van een mogelijk vervolg op wat Giphart zin voor zin invoerde in het systeem. De robot put daarvoor uit de ongeveer vijfduizend Nederlandstalige romans, detectives en sciencefictionverhalen (bij elkaar 500 miljoen woorden, 'redelijk veel, maar niet uitzonderlijk') waarmee hij vooraf werd gevoed.

Het toegepaste model noemt Karsdorp 'bijzonder simpel, hoewel in die simpliciteit ook weer bijzonder complex'. AsiBot heeft geen zicht op de grotere structuur van het verhaal, laat staan de plot, maar draagt suggesties aan op woord- of zelfs letterniveau.

Live hertrainen

Na de presentatie van het nieuwe hoofdstuk in november is AsiBot tijdelijk online toegankelijk geweest. Op asibot.nl konden lezers zien welke zinnen van Giphart waren ('Hoe kan het dat robots mensen beschermen en ze tóch bedreigen?') en welke van de schrijfbot ('De Machines hebben de Aardlingen niet meer nodig'). Ook konden lezers zelf zinnen intikken en de robot daarop laten reageren. 'We hebben 40 duizend interacties met het systeem geregistreerd, door zo'n zesduizend gebruikers. Dat levert een schat aan data op die we gaan analyseren. Het systeem leert er zelf niets van, maar wij leren ervan hoe mensen interageren met het systeem.'

Er valt volgens Karsdorp nog veel te verbeteren. AsiBot reageerde op Gipharts woorden, maar niet op diens stijl. De stijl van zijn suggesties was gebaseerd op de eerdere input van vijfduizend boeken. 'Wat je zou willen is dat het systeem zich tijdens het schrijven kan aanpassen. Dat vereist echter het live hertrainen van de modellen, en dat is nu precies de intensiefste operatie in het hele proces. Het kan, maar het is computationeel kostbaar. Het zou een grote volgende stap zijn.'

AsiBot is weer offline. 'Het systeem aan de praat houden kost zo'n drieduizend euro per maand. Een flink bedrag voor een relatief kleine groep gebruikers. Het draait op een krachtige server. Een laptop is niet krachtig genoeg; die zou twee jaar lang non-stop roodgloeiend moeten staan. Je kunt wel voorspellen dat dergelijke rekenkracht over een paar jaar algemeen is. Dan draaien die neurale netwerken op je mobiele telefoon.'


Rossum's Universal Robots

Bots, de zelfwerkende computerprogramma's die huishouden in onze digitale werkelijkheid - zie hun mogelijke inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen - hebben een literaire oorsprong, althans wat hun naam betreft. Bot is de helft van het woord robot, in 1920 geïntroduceerd door de Tsjechische schrijver Karel Capek in zijn sardonische toneeltekst R.U.R.

R.U.R. staat voor 'Rossum's Universal Robots', een bedrijf dat de 'vrije, aristocratische mens' het paradijs op aarde belooft. R.U.R. produceert via 'chemische synthese' vervaardigde werkpaarden, die weinig kosten, nooit moe worden, geen gevoelsleven hebben en twintig jaar non-stop werken - daarna gaan ze de shredder in.

Geen verrassing: de robots komen in opstand, dankzij de idealistische Helena Glory, het liefje van R.U.R.-directeur Domin, die ijvert voor een betere behandeling van de zielloze, maar intelligente wezens. 'Ik wil meester van mensen zijn', roept robotleider Radius - de akelige afloop laat zich raden.

Karel Capek: R.U.R. (1920)


Drie wetten der robotica

Karel Capek bedacht de term robot, maar Isaac Asimov werd er beroemd mee: zijn in 1950, dertig jaar na Capeks R.U.R., verschenen I, Robot wordt zo vaak aangehaald - vooral dankzij de daarin geformuleerde 'Three Laws of Robotics' - dat vaak is gedacht dat deze science fictionroman het woord robot introduceerde. Niet dus, maar Asimov was wel een van de eersten die de consequenties doordacht van toenemende kunstmatige intelligentie. Niet voor niets dienen zijn 'Drie wetten der robotica' om de mens tegen de mogelijke overmacht van zijn eigen scheppingen te beschermen. En niet voor niets ook laat I, Robot steeds weer de grenzen van dat streven zien. I, Robot stelt vragen waarop het antwoord nog moet worden gevonden.

Isaac Asimov: I, Robot (1950)


SHOCK en SHROUD

Enge robots duiken heus niet alleen op in zuivere sciencefiction. Kijk maar naar V, het indrukwekkende literaire debuut uit 1963 van de Amerikaanse schrijver Thomas Pynchon. In V komt veel uitzonderlijks voor, maar lang niet alles is van futuristische aard. Behalve dan het hoofdstuk waarin Benny Profane, de antiheld van de roman, een baantje krijgt in het lab van Anthroresearch Associates, een instituut dat onderzoekt hoeveel schade een mens aankan voor hij bezwijkt.

Tijdens zijn nachtdienst stuit Benny tot zijn schrik op SHROUD (Synthetic Human, Radiation Output Determined), een intelligente testpop met menselijke botten, een accu in zijn buikholte en een koelmotor in zijn kruis. Met zijn collega SHOCK (Synthetic Human Object, Casualty Kinematics) voert Benny hallucinante gesprekken. 'Je hebt geeneens een ziel, dus hoe kan je dan praten?', vraagt hij de humanoïde. 'Alsof jij er wel een hebt. Gaan we religieus doen of zo?'

Thomas Pynchon: V a novel (1963)


Paranoid

De eerste computer die een schaakgrootmeester versloeg (Bent Larsen, in 1988) heette Deep Thought. Met die naam brachten de IBM-ontwerpers een saluut aan Douglas Adams' The Hitchhiker's Guide to the Galaxy (1979). Een gelijknamige supercomputer moet daarin de ultieme vraag over 'het leven, het universum en alles' beantwoorden en komt met het opzienbarende antwoord: 'Forty-two'.

Nog een thema dat tot leven kwam buiten Adams' boek is Marvin, the Paranoid Android, een robot met een brein 'ter grootte van een planeet' die zo weinig te doen heeft dat hij vervalt in somber getob. Marvin inspireerde Radiohead tot zijn grootste hit, Paranoid Android van het album Ok Computer (1997). En ook die titel komt uit de Hitchhiker's Guide.

Douglas Adams: The Hitchhiker's Guide to the Galaxy (1979)


Metaverse

Een symbool van ontspoorde wetenschap is de artificiële jachthond in Ray Bradbury's zwarte utopie Fahrenheit 451 (1953); een verschrikking op acht poten die ruikt naar 'blauwe elektriciteit', tienduizend menselijke geursporen kan onderscheiden en functioneert als wrekende furie in een totalitaire toekomst. Wie zich niet onderwerpt, krijgt het 'levende dode ding' achter zich aan, zoals Guy Montag, de wankelmoedige held van het verhaal, moet ondervinden.

De levende machine als wreker kennen we ook van Paul Verhoevens Robocop en andere halfmenselijken. Sinds Bradbury is de versie op vier poten doorgeëvolueerd. In Neal Stephensons cyberfictionroman Snow Crash (1992) heten ze Semi-Autonomous Guard Units: pitbulls met een nucleaire krachtbon, die worden ingezet voor 'pacificatie-missies'. Die spelen zich af in het metaverse - een versmelting van de virtuele en de driedimensionale werkelijkheid waarvan bots en bitcoins zwakke voortekenen zijn.

Neal Stephenson: Snow Crash (1992)


Harry Potter

Er worden wereldwijd meer pogingen ondernomen om computers verhalen te laten schrijven. Botnik.com, een Engelstalige internetgemeenschap van schrijvers, heeft een hoofdstuk toegevoegd aan J.K. Rowlings Harry Potter-romans. De computer werd gevoed met de zeven delen van de reeks. Het resultaat kreeg de titel Harry Potter and the Portrait of What Looked Like a Large Pile of Ash en is hier te lezen.

De eerste zinnen: 'The castle grounds snarled with a wave of magically magnified wind. The sky outside was a great black ceiling, which was full of blood.' Er is niet te zien wat van de schrijfbot is, en wat van de schrijvers. Folgert Karsdorp: 'Dat raakt aan de Turing-test: kun je zien wat een mens schreef, en wat de computer?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.