Opinie

'Waarom denken we nog steeds dat vroeger niemand oud werd?'

Een paar eeuwen geleden ging iedereen vroeg dood en nu worden we heel oud. Een merkwaardig misverstand, schrijft Gerhard Hormann. 'Wie zijn jeugd vroeger heelhuids doorkwam, had echter een redelijke kans om behoorlijk oud te worden of zelfs stokoud.'

Socrates beeld in Athene. 'Socrates werd (al zijn bevolkingsstatistieken uit die tijd niet helemaal betrouwbaar) waarschijnlijk een jaar of 71.' Beeld afp

Waar komt toch dat merkwaardige misverstand vandaan dat mensen een paar eeuwen geleden niet veel ouder werden dan een jaar of vijftig? Laten we ons soms massaal op het verkeerde been zetten door dezelfde statistieken die ons nu allemaal voorspiegelen dat we met z'n allen zoveel ouder worden?

Sinds vandaag is de kogel door de kerk en weten we eindelijk waarom vrouwen een menopauze kennen, terwijl de meeste andere diersoorten gewoon tot hun dood vruchtbaar blijven. Uit computermodellen blijkt dat mannen zichzelf liever voortplanten met jonge vrouwen, waardoor het vermogen om zwanger te kunnen worden boven een bepaalde leeftijd in de loop der tijd gaandeweg is weggeëvolueerd.

Wellicht valt er op die hypothese nog wel iets af te dingen (want zelf denk ik dat het eerder te maken heeft met het feit dat mensenbaby's extreem lang kwetsbaar en hulpeloos blijven en dus veel langer bescherming en zorg nodig hebben dan bijvoorbeeld een pasgeboren kalf), maar daar gaat het nu even niet om. Mijn aandacht werd vooral getrokken door de opmerking die computationeel bioloog Martin Huynen in dit verband maakte. Volgens hem 'werden vrouwen een paar honderd jaar geleden nauwelijks oud genoeg om de menopauze te bereiken'.

Op het verkeerde been
Blijkbaar heeft bij een groot deel van de bevolking, tot in de hoogste regionen van de wetenschap, het idee postgevat dat mensen vroeger niet oud werden, in ieder geval niet veel ouder dan een jaar of vijftig. Op de een of andere manier zijn we massaal op het verkeerde been gezet door demografische statistieken en verwarren we een gemiddelde met een gegeven: als mensen gemiddeld niet veel ouder werden dan 45, werd dus klaarblijkelijk niemand ouder dan 45.

Meestal vraag ik aan dat soort mensen of ze enig idee hebben hoe oud de filosoof Socrates werd, geboren in 490 voor Christus, of Leonardo da Vinci, die in 1452 ter wereld kwam. Met een willekeurige steekproef heeft dat natuurlijk niks te maken, maar het zijn zulke bekende namen dat mensen meteen weten over wie ik het heb. Bovendien hebben we meteen twee totaal verschillende tijdvakken te pakken, die ook nog eens veel verder terug liggen in de tijd dan de 'paar honderd jaar' waar bioloog Huynen het over heeft.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Socrates werd (al zijn bevolkingsstatistieken uit die tijd niet helemaal betrouwbaar) waarschijnlijk een jaar of 71 en Leonardo da Vinci blies pas zijn laatste adem uit toen hij net 67 was geworden. In mijn laatste boek probeer ik met een simpel voorbeeld uit te leggen hoe cijfers over een 'gemiddelde levensverwachting' tot stand komen: mijn vader overleed op zijn 33ste, dus gemiddeld worden mensen met de naam G. H. Hormann 42,5 jaar oud. Klopt als een bus, maar het zegt tegelijk helemaal niets over zijn leven of het mijne.

Stamboom
Als ik vervolgens mijn eigen stamboom er nog eens bij pak, zie ik dat de in 1721 geboren Gerd Heinrich Hormann de gezegende leeftijd van 72 wist te bereiken, terwijl zijn tweede echtgenote maar liefst 83 werd. Diezelfde stamboom maakt meteen duidelijk welke factoren de gemiddelde levensverwachting - waar we ons zo vaak op blindstaren - sterk omlaag halen: mijn grootouders kregen twee kinderen die tijdens of vlak na hun geboorte overleden. De veel hogere levensverwachting van deze tijd is dus voor een belangrijk deel te danken aan een lagere kindersterfte en een betere neonatale zorg.

Vroeger (en dan maakt het niet eens zoveel uit of we het over honderd jaar geleden hebben of duizend) liep je als baby een veel grotere kans om al in het kraambed te sterven of jong te overlijden aan zoiets onbenulligs als tetanus. Wie zijn jeugd heelhuids doorkwam, had echter een redelijke kans om behoorlijk oud te worden of zelfs stokoud. Bij veel primitieve stammen worden mensen zonder enige moderne medische zorg moeiteloos een jaar of tachtig terwijl ze tegelijkertijd bij hun geboorte een kans van 40 procent hebben om al voor hun twintigste te overlijden.

Dat gebrekkige historische besef zou niet eens zo'n groot probleem zijn, als mensen de huidige statistieken over een hogere gemiddelde levensverwachting niet op precies dezelfde manier zouden interpreteren. Want we krijgen zo vaak te horen dat we allemaal zoveel ouder worden dat we bijna zouden vergeten dat dat lang niet voor iedereen geldt. Er zijn op dit moment relatief veel ouderen en er komen er straks nog veel meer bij, maar dat betekent absoluut niet dat we ook allemaal net zo oud gaan worden als schilder Michelangelo (88) of dichter Joost van den Vondel (92).

Gerhard Hormann (1961) is politicoloog en schrijver.

 
Op de een of andere manier zijn we massaal op het verkeerde been gezet door demografische statistieken en verwarren we een gemiddelde met een gegeven: als mensen gemiddeld niet veel ouder werden dan 45, werd dus klaarblijkelijk niemand ouder dan 45
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.