Analyse Straling

Waarom de vrijwel niet-bestaande risico’s van hoogspanningslijnen en mobiele netwerken toch tot onrust leiden

Overal zoemen de elektromagnetische velden die ontstaan door hoogspanningslijnen, wifi of mobiele telefonie. Schadelijk zijn ze waarschijnlijk niet, maar honderd procent zeker is de Gezondheidsraad ook niet. De dilemma’s van een onzichtbaar risico. 

Schuilen heeft geen zin. Want een raam dichtdoen, de dekens extra over je heen trekken of een blokje omlopen: dat allemaal houdt magnetische velden niet tegen. Die zijn nu eenmaal overal. Bijvoorbeeld een draadloos thuisnetwerk: het veld daarvan kaatst van de ene kamer naar de ander, langs laptops en iedereen die daar toevallig achter zit. Mobiele telefonienetwerken zoemen onvermoeibaar rond op straat. En, als we hem zouden kunnen horen, pulseert onder dat alles de dreunende bas van het aloude elektriciteitsnetwerk, dwars door muren én mensen.

Ja, de mens. Die leeft midden in alle elektrokakofonie. Gevaarlijk? Waarschijnlijk niet, maar honderd procent zeker zijn gezaghebbende adviesorganen zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Gezondheidsraad nou ook weer niet. En dat leidt tot dilemma’s.

Neem de hoogspanningslijnen, die hun nabije omgeving dag en nacht onderdompelen in magnetische velden. Eerder dit jaar hernieuwde de Gezondheidsraad zijn advies daarover en komt daarbij in een onmiskenbare spagaat. Van die elektromagnetische velden zijn geen bewezen gevaren te vrezen, maar tegelijkertijd ziet de commissie wél zwakke aanwijzingen voor een verhoogd risico op zeldzame kinderleukemie, een vorm van bloedkanker. Daarom beveelt de raad aan om door te gaan met het huidige voorzorgsbeleid: nieuwe woningen mogen niet meer in de buurt van hoogspanningsmasten en -kabels worden gebouwd, en mensen die direct onder een hoogspanningslijn wonen kunnen zich laten uitkopen door de overheid.

Niet-ioniserend

Maar met die risico-inschatting is iets bijzonders aan de hand. Áls de velden van hoogspanning al gezondheidsschade zouden aanrichten, dan weten onderzoekers niet hóé. Volgens de geldende natuurwetten slaan dit soort velden namelijk nog geen deuk in een pakje boter. Preciezer: ze zijn niet-ioniserend, wat wil zeggen dat ze te weinig energie dragen om scheikundige verbindingen te breken. Het is daarom zo goed als onmogelijk dat er scheurtjes in het dna ontstaan met kanker als gevolg.

Dat roept de vraag op of al die voorzorg de moeite waard is: hoeveel zijn we bereid te betalen voor onwaarschijnlijke risico’s? Want de gezondheidswaarschuwingen zijn allesbehalve gratis. Om een onbewezen risico uit te sluiten, geeft de overheid honderden miljoenen euro’s uit – alleen al de uitkoopregeling van liefst 1.300 woningen kost tot nu zo’n 140 miljoen euro. Bovendien kan de boodschap dát er misschien iets aan de hand is ook onrust veroorzaken. Hoogleraar risicocommunicatie Daniëlle Timmermans bij het VUmc ziet dat geregeld terug in haar onderzoek. ‘We hebben weleens aan burgers gevraagd: wat maak je van zo’n uitspraak, dat iets niet kan worden uitgesloten? 20 procent denkt dan echt wel: er ís gevaar.’

Sinds het begin van het voorzorgsbeleid in 2005 ventileren sommige omwonenden nabij hoogspanningslijnen dan ook geregeld hun bezorgdheid. Een inwoner van Oosterhout zei tegen Omroep Brabant woest te zijn: ‘Er staan hier twee scholen pal tegenover het geplande tracé. Moeten onze kinderen eerst ziek worden, voordat er iets gebeurt?’ En kort na het vernieuwde Gezondheidsraadadvies sprak RTL Nieuws van Nederlanders die ‘gevaarlijk dicht bij’ hoogspanningsleidingen wonen, en deed er zelfs een schepje bovenop: de elektromagnetische velden zouden ook wel eens de kans op andere ziekten kunnen verhogen.

Gezondheidseffecten

Intussen proberen wetenschappers tóch uit te vogelen of ze exotische gezondheidseffecten van zwakke elektromagnetische velden over het hoofd zien. Via subsidieverstrekker ZonMw reserveerde de overheid bijna 17 miljoen euro voor een onderzoeksprogramma waarvan de meeste studies nu zijn afgerond.

Remco Westerink, neurotoxicoloog aan de Universiteit Utrecht, deed eraan mee. Met zijn toenmalige promovenda Martje de Groot kweekte hij hersencellen van ratten en stelde die bloot aan het type magnetische velden dat hoogspanningslijnen uitzenden. Het duo testte van alles: de veldsterkte op tientallen meters van een hoogspanningslijn, maar ook worstcasescenario’s zoals het veld dat zich recht onder de mast bevindt, allemaal met extra kwetsbare hersencellen die bijvoorbeeld nog moeten groeien of juist verouderd zijn. ‘Daar kwam weinig spannends uit’, zegt Westerink. Want: de celletjes van Westerink en De Groot trokken zich niets van de magnetische velden aan.

In principe kán zo’n hoogspanningsveld elektrische stroompjes opwekken in het menselijk lichaam, legt Westerink uit, maar in woningen vlak bij hoogspanningslijnen liggen de veldsterktes dusdanig laag dat dat niet of nauwelijks gebeurt: rond de 1 tot 4 microtesla. Pas bij duizend keer sterkere velden, iets dat sommige mensen in industriële werkomstandigheden weleens kortdurend ervaren, gaan er zo veel stroompjes lopen dat er acute effecten optreden, zoals het zien van lichtflitsen.

Foto Getty Images

Maar het gaat hier over láge veldsterktes. En hoezeer proefdieren en celkweekjes daaraan ook worden blootgesteld, een consistent gezondheidseffect komt er volgens Westerink niet uit. Natuurlijk vindt iemand weleens wat, vertelt hij, maar cellen en dieren zijn soms wispelturig, dus er zitten veel toevalsresultaten tussen. ‘Voordat je kunt zeggen dat er iets gaande is, moet je een duidelijk en biologisch verklaarbaar effect zien dat dosis-afhankelijk is, en het moet altijd herhaalbaar zijn. En dat zien we gewoon niet.’

Angst

De angst voor onvoorziene risico’s blijft. Zoals dus voor leukemie bij kinderen die in de buurt van hoogspanningslijnen opgroeien. De Gezondheidsraad baseert dat vermoeden niet op bevolkingsonderzoek: puur statistische studies waarbij wetenschappers turven of leukemie vaker voorkomt bij kinderen die in de buurt van hoogspanningslijnen wonen.

Het plaatje dat uit tientallen van zulke studies rolt is gemengd: soms is er een verband, soms niet. Bij gedegen studies waar andere ziekmakers als luchtverontreiniging zo veel mogelijk worden uitgesloten, blijft het leukemieverband met hoogspanning opvallend vaak overeind. ‘Het verband wordt met nieuw onderzoek eerder sterker dan zwakker’, zegt Hans Kromhout, die als hoogleraar epidemiologie aan de Universiteit Utrecht elektromagnetische velden onderzoekt en voorzitter is van de desbetreffende Gezondheidsraadcommissie. Vanwege dat risico zegt de Raad dus: neem voor de zekerheid toch maar voorzorgsmaatregelen. Situaties waar de veldsterkte meer dan 0,4 microtesla bedraagt moeten worden voorkomen, luidt het advies.

De winst van dat besluit is nogal beperkt, vindt veiligheidshoogleraar Ira Helsloot van de Radboud Universiteit. Kinderleukemie is al een extreem zeldzame ziekte met 135 nieuwe gevallen per jaar, en het hoogspanningsbeleid voorkomt slechts 1 geval per twee jaar. Tenminste, áls het verband echt oorzakelijk is, en dat weet de Gezondheidsraad niet zeker: geen enkel laboratoriumonderzoek heeft die relatie ooit bevestigd.

En dat dus terwijl de overheid volgens beleidsstukken 580 miljoen euro uitgeeft aan de aanleg van nieuwe lijnen die een kleiner elektromagnetisch veld afgeven, inclusief het uitkopen van woningen onder hoogspanningsmasten. ‘Dit beleid heeft nul baten en kost klauwen vol geld’, zegt Helsloot. ‘Geld dat je beter kunt besteden aan iets dat aantoonbaar gezondheidswinst oplevert. Als je eenmalig 100 miljoen euro investeert in de verkeersinfrastructuur in Groningen bijvoorbeeld, dus in nieuwe rotondes en verkeerstafels, win je 10 levens per jaar.’

Helsloot vindt dat de Gezondheidsraad tekortschiet door zo’n kosten-batenanalyse achterwege te laten. Eric van Rongen, woordvoerder van de bewuste commissie, stelt in een reactie dat het aan de politiek is om die afweging te maken. Dat is te gemakkelijk gesteld, aldus Helsloot: ‘Ze gaan aan de veilige kant zitten, en dat is ontzettend verleidelijk als je adviseur bent. Een comfortabele positie. Dat neem ik ze kwalijk. We hebben hier een gezaghebbend adviesorgaan, en dat moet een stoere aanbeveling kunnen geven tegen de politiek: we zien geen baten, dus voer ook geen beleid.’

Draadloze apparaten

Een misschien nog fellere discussie speelt rondom de elektromagnetische velden die ontstaan door draadloze apparaten, zoals mobieltjes, zendmasten en wifi. Belangrijk punt daar: de telecomindustrie zou er belang bij hebben om bewust de risico’s van draadloos bellen te bagatelliseren. Zo stuurden meer dan 180 bezorgde artsen, onderzoekers en actievoerders afgelopen jaar een brandbrief aan de EU, waarin ze zich beklaagden over de lakse houding van gezondheidsorganisaties tegen de uitrol van 5G, een nieuw supersnel mobiel netwerk.

Sommige EU-landen voeren al voorzorgsbeleid voor de elektromagnetische velden van telecom. Waar de Nederlandse Gezondheidsraad nog relatief nuchter oordeelt en geen directe aanleiding voor zulk beleid ziet, is de Hoge Gezondheidsraad in België strenger. Daar worden mobieltjes alleen verkocht met waarschuwingsstickers over stralingsgevaar. In Franse en Israëlische scholen wordt wifi geweerd.

Maar opnieuw geldt: het is de vraag of er reële gevaren zijn. Net als bij hoogspanning zijn er weer die verdraaide natuurwetten. Die dicteren dat ook de elektromagnetische velden van draadloze apparaten te zwak zijn om schade aan te richten. Wél zijn de velden iets anders: ze lijken meer op rondstuiterende radiogolven en hebben iets meer energie, wat ze in staat maakt om materialen op te warmen. En dus ook mensen.

Doorgaans gebeurt dat met een fractie van een graad Celsius, wat overeenkomt met normale temperatuurschommelingen van een doorsnee mensenlijf. ‘Die warmte kan het lichaam dus prima aan’, zegt Van Rongen, tevens voorzitter van de internationale commissie ICNIRP, die stralingsblootstellingsrichtlijnen opstelt. Meer dan een hele graad mag het weefsel volgens de ICNIRP-richtlijn niet opwarmen, maar dat gebeurt volgens Van Rongen niet bij de huidige velden, die doorgaans onder het vermogen van 1 watt blijven. Er is alleen gevaar bij tientallen tot honderden watts, wat neerkomt op magnetronkracht. ‘Als het gaat om risico’s: steek vooral je hoofd niet in de magnetron’, zegt Van Rongen.

Dat het nieuwe 5G-netwerk gevaarlijker is dan eerdere netwerken, lijkt Van Rongen onwaarschijnlijk. ‘Met 5G komen er meer zendkastjes op allerlei plekken, zoals in bushokjes en op straathoeken, maar die hebben juist een lager vermogen dan de zendmasten van nu. En 5G dringt vrijwel niet door tot onder de huid. De opwarming zal dus gering zijn, veel minder dan wanneer je in de zon loopt.’ Hoe dan ook zal ICNIRP volgens Van Rongen nieuwe blootstellingslimieten berekenen, waarmee de telecomindustrie de precieze uitwerking voor 5G zal vaststellen.

De brandbriefschrijvers zijn daar niet gerust op. Een van hen, de Zweedse onderzoeker Lennart Hardell, meent dat gezondheidsorganisaties als ICNIRP en de WHO te veel onder een hoedje spelen met de telecomindustrie, waardoor ze gezondheidsrisico’s verzwijgen, zoals dat eerder met de tabaksindustrie gebeurde. Dát de telecomindustrie op soms dubieuze wijze haar belangen verdedigt door bijvoorbeeld experts in te huren om bezorgde geluiden weg te poetsen, erkent Van Rongen wel. Onlangs nog tekenden twee Britse journalisten het verhaal op van George Carlo, een telecomconsultant die met een leger advocaten te maken kreeg toen hij mogelijke risico’s van telefoonstraling wilde delen. Maar dat industrielobbyisten de frontlinies zouden hebben geïnfiltreerd, vindt Van Rongen onzin. ‘Je komt niet bij onze commissie als je banden met de industrie hebt. Zo simpel is het.’

Foto Getty Images

Klacht

Een belangrijke klacht van Hardell is dat ICNIRP voor haar blootstellingsrichtlijn niet verder kijkt dan opwarming: andere mogelijke bijwerkingen van de elektromagnetische velden acht de commissie onbewezen, iets dat de telecomindustrie volgens Hardell goed uitkomt.

Maar het is de vraag of dat door inmenging van de industrie komt: ook onafhankelijke studies slagen er maar niet in om duidelijk bewijs voor mogelijke risico’s buiten minimale opwarming te vinden. Zo gaf de meest recente dierproef van de Amerikaanse overheid, de zogeheten NTP-studie, tegenstrijdige resultaten: de ratten en muizen die waren blootgesteld aan veel straling leefden juist lánger, al kregen mannetjesratten wel extra tumoren. Sceptici zien er vooral toevalsvondsten in.

Toch raakt elke mogelijke kans op kanker – hoe klein ook – een gevoelige snaar, want verreweg de grootste angst voor mobieltjes is dat ze hersentumoren veroorzaken. Dat zou komen doordat de elektromagnetische velden ervan tijdens het bellen in de hersenen doordringen.

Of dat werkelijk kanker tot gevolg heeft, is een tweede. Nu onderzoekers een jaar of tien scherp bijhouden of hersentumoren daadwerkelijk vaker opduiken bij mensen die vaak mobieltjes gebruiken, vinden ze vooralsnog niets: in Taiwan, Groot-Brittannië, Denemarken en Japan hebben zelfs veelbellers geen verhoogd tumorrisico.

Klein risico

Daarbij geldt: hersentumoren zijn sowieso al behoorlijk zeldzaam, dus zelfs bij een verhoogd risico blijft het risico klein. Jaarlijks krijgt één op de veertienduizend Nederlanders de diagnose. Sinds we massaal aan mobieltjes verslingerd zijn geraakt, is dat getal niet toegenomen. En dat was dan ook de reden voor de Gezondheidsraad om in zijn laatste rapport te stellen: er is geen bewijs voor gevaar.

Toch is daar weer de slag om de arm. Het rapport stelt namelijk óók dat het misschien dertig jaar duurt voordat een hersentumor toeslaat. Dus wie met enige zekerheid wil weten of mobieltjes het risico op tumoren verhogen, kan daar pas over tien of twintig jaar stellige uitspraken over doen.

Epidemioloog Kromhout blijft onderzoeken of er zo’n tumortoename gaat komen. De Utrechtse hoogleraar heeft naar eigen zeggen nog ‘geen overtuigend’ onderzoek gezien dat bewijst hoe elektromagnetische velden precies schadelijk zouden kunnen zijn of tumoren veroorzaken, maar vindt het verstandig om ‘de vinger aan de pols te houden’, juist bij een techniek waaraan iedereen wordt blootgesteld. ‘Wat dat betreft vind ik de uitrol van 5G wat voorbarig: ik heb nog geen veiligheidsonderzoek gezien, maar dat 5G gaat komen is zeker. We lopen continu achter de feiten aan.’

Elektrohypersensitief

Oorsuizen, vermoeidheid en hoofdpijn: het zijn nare klachten waar artsen en onderzoekers vaak geen oorzaak voor kunnen aanwijzen. Een kleine groep patiënten denkt wel de oorzaak wel te kennen en wijst naar die verdraaide elektromagnetische velden van mobieltjes en wifinetwerken. Ze lijden naar eigen zeggen aan elektrohypersensitiviteit (EHS), een niet-erkende aandoening waarbij klachten opspelen wanneer een patiënt in de buurt komt van zo’n elektromagnetisch veld. Experimenten wijzen op een andere verklaring: EHS-patiënten zeggen nog steeds klachten te ervaren wanneer onderzoekers ze vertellen dat er een wifinetwerk aanstaat, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. Dat verklaart niet per se alle gezondheidsklachten, maar een deel lijkt in elk geval te ontstaan door negatieve verwachtingen: het nocebo-effect dus, de vervelende tegenhanger van het placebo-effect.

En dus houdt Kromhout bij hoe de nieuwe draadloze technieken samengaan met gezondheidsproblemen. Daarvoor werkt hij mee aan de internationale Cosmos-studie, die 250 duizend mensen uit zes Europese landen volgt, onder wie 80 duizend Nederlanders. De voorlopige resultaten wijzen erop dat mensen niet zozeer gezondheidsklachten ervaren door de straling van hun smartphone, maar door het gebruik ervan: de sociale media en felle beeldschermpjes houden mensen wakker. Ook in de pijplijn: het zogeheten Mobikids-onderzoek naar hersentumoren bij kinderen, waarvan de resultaten nog op zich laten wachten.

Geen uitsluitsel

Zolang de wetenschap geen uitsluitsel over gevaar kan geven, blijft de deur naar voorzorg en onrust op een kiertje. Maar onder burgers heerst nou ook weer geen massale bezorgdheid, zegt hoogleraar risicocommunicatie Daniëlle Timmermans. Ze hield in enkele onderzoeksprojecten bij hoe mensen reageren wanneer vlak bij hun woning een nieuwe bron van elektromagnetische velden wordt geplaatst, zoals een hoogspanningslijn. ‘De meeste mensen denken: het zal allemaal wel. Maar een kleine minderheid rapporteert gezondheidsklachten en onvrede, ook als de mast nog niet is aangezet.’

Het zou al helpen als gemeenten bewoners meer betrekken bij de plaatsing van hoogspanningslijnen en zendmasten, zegt Timmermans. Maar helemaal voorkomen dat mensen zich zorgen maken over risico’s van elektromagnetische velden is volgens haar niet mogelijk. Want volledige zekerheid over de afwezigheid van risico’s zijn volgens haar nooit te geven. ‘Die onzekerheid zorgt altijd voor onrust.’ Dat de Gezondheidsraad geen honderd procent zekere uitspraken kan doen, ziet Timmermans als niet meer dan logisch: de raad hoort de minister volledig te informeren. ‘En dat doen ze netjes’, vindt ze.

Zet de risico’s vooral in perspectief, vindt Kromhout. ‘Als je het mij persoonlijk vraagt, hebben we het te veel over die straling. Terwijl het gebruik van draadloze technologie veel belangrijker is. Mensen permitteren zich met mobieltjes allerlei andere risico’s, door bijvoorbeeld de smartphone in het verkeer te gebruiken. Dát kost pas levensjaren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.