ColumnJasper van Kuijk

Waar zouden we zijn zonder de man achter copy-paste?

Denkfouten in het hedendaags ontwerp gefileerd door innovatie-expert (en cabaretier) Jasper van Kuijk. Deze week: gebruiksvriendelijk.

‘Uitvinder copy-paste overleden’, zo kopten de media na de dood van computerwetenschapper Larry Tesler. Logische kop, want iedereen heeft weleens geknipplakt. Maar eigenlijk zou Tesler niet moeten worden herinnerd om copy-paste, maar om de wet van Tesler.

Tesler behoorde bij de eerste generatie computerwetenschappers die eind jaren zeventig en begin jaren tachtig probeerden mens-computerinteractie te verbeteren in een tijd waarin dat totaal nog niet vanzelfsprekend was, waarin de focus aanvankelijk vooral lag op technische uitdagingen. Als ik een tijd had mogen kiezen om actief te zijn in gebruiksgericht ontwerpen, dan was het die periode geweest. Álles moest nog worden bedacht – dus ook het nu alomtegenwoordige copy-paste – maar het was ook woekeren met schermresoluties, rekenkracht en opslagruimte. De uitdaging was enorm, de te boeken winst voor gebruikers ook.

Tesler begon in deze periode bij Xerox Parc, het roemruchte onderzoekslab van de kopieergigant, dat de eerste computer ontwikkelde met een grafische gebruiksinterface en een muis. Oftewel de vensters, mapjes en cursor die ik nu, bijna dertig jaar later, bij het schrijven van deze column nog steeds gebruik. Want de computer van Parc inspireerde Steve Jobs om zijn computers te voorzien van eenzelfde soort interface. Later werkte Tesler voor Apple aan de succesvolle Lisa-computer en de iets minder succesvolle (lees: commerciële mislukking) Apple Newton, een van ’s werelds eerste palmtopcomputers, waarvan je huidige smartphone een flink stuk interactie-dna heeft geërfd.

Hoe Moeilijk Kan Computer-Complexiteit ZijnBeeld Volkskrant Infographics / Jasper van Kuijk

Bij Parc werkte Tesler aan de eerste tekstverwerker met een grafische interface. Op Twitter deelde een voormalige collega daarover een veelzeggende anekdote. De softwareontwikkelaars van de tekstverwerker waren van plan de letters op het scherm te plaatsen met een standaardafstand ertussen, maar Tesler wilde dat de ruimte tussen twee letters zou afhangen van welke letters het waren. Omdat er anders te veel witruimte zou komen tussen bijvoorbeeld de letters A en V (AV versus A V), wat het woordbeeld onrustiger en onprettiger zou maken. Alleen was dit aanzienlijk moeilijker te realiseren dan het plan van de programmeurs. Tesler trok echter ten strijde en ontwikkelde een formule voor een variabele tussenruimte.

De anekdote is veelzeggend, omdat deze instelling precies is wat later bekend is geworden als de wet van Tesler. Hierin stelt Tesler dat elke (computer)toepassing een inherente, vaststaande hoeveelheid complexiteit heeft en dat de kernvraag is wie die complexiteit op zich neemt, de gebruiker of de ontwikkelaar.

Inmiddels vinden gelukkig steeds meer software- en productontwikkelaars dat het aan hen is om zich in te spannen om hun ontwerpen gebruiksvriendelijk maken, in plaats van dat gebruikers tegen problemen aanlopen als ze die producten gebruiken. En dat komt mede door Larry Tesler. De elegantie van copy-paste en de variabele witruimte tussen letters zijn mooie uitingen van deze gedachte, maar wat mij betreft is zijn wet Teslers grootste nalatenschap.

Jasper van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden