Reconstructie

Waar het misging bij de Taalunie

De ingedutte Taalunie, de hoeder van de Nederlandse taal die bekend is van het Groene Boekje, moest zichtbaarder worden. De nieuwe algemeen secretaris Geert Joris ging meteen aan de slag. Twee jaar later is er veel onrust onder neerlandici. 'Er gaat kennis van de taal verloren.'

Beeld Getty Images / de Volkskrant

Het liefst, zei Geert Joris tijdens zijn kennismaking met de werknemers van de Taalunie, zag hij de helft van het personeel vertrekken. Het was de eerste week van 2013, de Vlaamse manager Joris was net aangetreden als algemeen secretaris van de Taalunie. Hij had het personeel uitgenodigd voor een gezamenlijk ontbijt, met catering uit Vlaanderen. En hij liet meteen merken wie de baas was.

Bij zijn vorige werkgever, de organisatie achter de Antwerpse Boekenbeurs, was in zijn eerste jaar als directeur de helft van het personeel weggegaan, zei hij tijdens het kennismakingsontbijt. Een behoorlijk aantal werknemers van de Taalunie, die de uitspraken onafhankelijk van elkaar bevestigen, interpreteerde de kennismakingsspeech als een dreigement: wie kritiek heeft, kan gaan.

Joris werd in januari 2013 aangetrokken om de Taalunie, het samenwerkingsverband van Nederland en Vlaanderen op vlak van taalbeleid, te leiden en te hervormen. Hij moest de wat ingedutte, ambtelijke organisatie, amper bekend bij het grote publiek, zichtbaarder maken en meer maatschappelijke relevantie geven. Hij zou de Taalunie 'meer smoel' geven, zoals hij het zelf zei.

Waar het misging

Bij de Taalunie woedt een hevige richtingenstrijd. Medewerkers en partnerverenigingen keren zich van de organisatie af en de unie dreigt uiteen te vallen.

Wat doet de Taalunie?

De Taalunie werd in 1980 met een verdrag tussen Nederland en België opgericht. In 2003 sloot Suriname zich aan. De Taalunie bewaakt de Nederlandse spelling en grammatica, ondersteunt de uitgave van woordenboeken en promoot de Nederlandse taal in het buitenland. De financiering van de Taalunie komt voor tweederde van Nederland (7,7 miljoen in 2014) en voor eenderde van Vlaanderen (3,5 miljoen). Het hoogste gezag ligt bij het Comité van Ministers: de Nederlandse en Vlaamse ministers van Onderwijs en Cultuur.

Reorganisatie

De leiding van de Taalunie gaat na Joris' aantreden meteen aan de slag. Het bestaande meerjarenbeleidsplan wordt verworpen - tijdens een vergadering gooit Joris het zelfs letterlijk in de prullenbak - en er komt een reorganisatie. Joris vervangt de oudere afdelingshoofden door jongere en tuigt de communicatieafdeling, ondanks de bezuinigingen, op.

Veel werknemers van de Taalunie staan aanvankelijk positief tegenover een frisse wind, maar een aantal van hen schrikt van de nieuwe manier van werken, die heel hiërarchisch is. De inhoudelijke deskundigen voelen zich niet meer bij het beleid betrokken. Op vergaderingen over hun domein van expertise worden ze niet uitgenodigd of niet gehoord, zeggen ze, en ze krijgen beslissingen als laatste te horen. Een gesloten managementteam, met weinig inhoudelijke kennis, zet alle lijnen uit.

Bovendien laat de vernieuwing wel erg lang op zich wachten, wat voor veel onzekerheid zorgt. De nieuwe leiding heeft het bestaande beleidsplan meteen verworpen, maar het duurt bijna twee jaar voor er een nieuw beleidsplan ligt. Pas dit najaar wordt dat plan concreet, met een 'invulling op activiteitenniveau'.

Geert Joris.Beeld De Taalunie

Nieuw beleidsplan

In het nieuwe beleidsplan staat te lezen dat de Taalunie 'meer als een bedrijf' moet gaan werken. De organisatie moet 'flexibel, efficiënt, vraaggericht en met een herkenbaar en zichtbaar profiel' werken en 'als een makelaar organisaties met elkaar verbinden'. De nadruk moet ook meer komen te liggen op communicatie. 'Alles wat de Taalunie naar buiten brengt, moet begrijpelijk, laagdrempelig en aantrekkelijk zijn'.

Zo had de Taalunie twee keer een stand op de Antwerpse Boekenbeurs, en komt er dit najaar een Week van het Nederlands, waarvoor de Taalunie allerlei organisaties stimuleert om workshops of lezingen over de Nederlandse taal te houden. 'Daarvoor gaan we bijvoorbeeld met heel wat organisaties samenwerken', zegt Kevin De Coninck, afdelingshoofd taalbeleid van de Taalunie, die in afwezigheid van Geert Joris de leiding overneemt. 'In het verleden gebeurde dat veel minder. Het is belangrijk om ons samen sterk te maken voor het Nederlands.'

Veel neerlandici vinden de nieuwe wending maar niets. 'De Taalunie is een overheidsinstantie, dus dit is alsof de overheid reclame maakt voor zichzelf', zegt Marc van Oostendorp, taalkundige aan de Universiteit Leiden, die op het taalblog Neder-L een reeks kritische berichten over de Taalunie schreef. 'De overheid is er om het saaie en ondankbare werk te doen. Het leuke en flitsende werk moeten zij niet doen. Dat kunnen we zelf wel.'

Angstcultuur

Ook een aantal werknemers van de Taalunie vindt dat de nadruk te veel op communicatie en te weinig op inhoud ligt. Het probleem, zeggen ze, is dat Geert Joris een manager is, die geen kaas heeft gegeten van taalbeleid. Zelf beroemt Joris zich erop dat hij als manager geen inhoudelijke kennis nodig heeft, maar de expertise in zijn organisatie in goede banen kan leiden. 'Maar hij heeft de mensen met expertise juist aan de kant gezet', zegt een insider die anoniem wil blijven. 'Hij beslist alles binnen een kleine groep. Daardoor neemt hij zulke onzinnige beslissingen.'

Volgens enkele personeelsleden, die anoniem getuigen uit angst voor juridische repercussies, is kritiek onder Joris niet welkom, en worden kritische werknemers zelfs bedreigd met ontslag. Ze spreken van intimidatie en een angstcultuur. Zeker vijf werknemers dienen in 2014 een klacht in bij een vertrouwenspersoon, die jaarlijks een rapport opmaakt. De Taalunie ontkent zo'n rapport te hebben ontvangen.

Andere betrokkenen menen dat de dreigende uitspraken van Joris, zoals tijdens het kennismakingsontbijt, niet zo slecht bedoeld zijn. 'Dat is een kwestie van persoonlijke stijl', zegt een insider die anoniem wil blijven. 'Joris heeft zich als Vlaming willen aanpassen aan de brutale Nederlanders. Dat is helemaal verkeerd overgekomen. Hij is een heel slechte communicator.'

Volgens afdelingshoofd De Coninck worden inhoudelijke deskundigen binnen de Taalunie wel degelijk gehoord, maar hakt de algemeen secretaris de knopen door en volgt hij niet noodzakelijk hun advies. Hij ontkent dat kritiek niet welkom is, of dat er gedreigd wordt met ontslag. De uitspraken tijdens het kennismakingsontbijt zegt hij niet te herkennen. 'Onze algemeen secretaris kan stevig uitpakken met woorden, maar dat heeft hij niet op die manier gezegd. Ik weet dat dit beweerd wordt, maar er is heel veel hearsay, collega's praten elkaar na.' Omdat een aantal werknemers aangeeft zich geïntimideerd te voelen, komt er wel een vertrouwensonderzoek.

Koningin Beatrix reikt de Prijs der Nederlandse Letteren uit aan de Vlaamse dichter Leonard Nolens in het Paleis op de Dam.Beeld ANP

Botsing met partners

Onder Joris' leiding botst de Taalunie ook met zijn partners. Zo komt het tot een groot conflict met een dochterorganisatie, het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL), dat tegelijk een bezuiniging en een extra takenpakket krijgt opgelegd. Het instituut, dat grote taaldatabanken beheert, is in onderhandeling met de Taalunie en wil niet reageren. Maar neerlandici maken zich zorgen over de toekomst van het INL. 'De huidige infrastructuur dreigt te worden afgebroken', zegt Hans Bennis, directeur van het Meertens Instituut. 'Zo gaat er kennis van de Nederlandse taal verloren.'

Ook het Erasmus Taalcentrum (ETC) in Jakarta, waar jaarlijks meer dan duizend Indonesiërs Nederlandse taalles volgen, dreigt door toedoen van de Taalunie te moeten sluiten. De Taalunie besliste in 2013 het taalcentrum af te stoten en over te dragen aan de Nederlandse overheid, maar omdat Nederland die overdracht weigerde, kwam het ETC zonder subsidies te zitten. Het ministerie van Onderwijs zegt aan een doorstart te werken. Betrokkenen zijn pessimistisch en spreken van een 'enorme kapitaalsvernietiging'.

In april van dit jaar blijkt de Taalunie bovendien de reeds goedgekeurde begroting voor 2015 te moeten herzien, omdat de organisatie een onverwacht tekort heeft van 900.000 euro. Volgens de leiding van de Taalunie komt dit door een wijziging van de boekhoudkundige regels, volgens enkele werknemers is er sprake van onverstandig financieel beheer en inschattingsfouten.

Beeld uit een video over het Erasmus Taalcentrum (ETC) in Jakarta, dat misschien moet sluiten.

Geschrapte cursussen

De Taalunie besluit daarop de Nederlandse zomercursussen voor buitenlandse taalstudenten en de salaristoelagen voor Nederlandse taaldocenten in Oost-Europa te schrappen. Maar de wereld van de neerlandistiek reageert woedend. Het onderwijs van het Nederlands in het buitenland is al erg kwetsbaar, en met deze ingreep brengt de Taalunie veel opleidingen in gevaar. Je kunt een Nederlandse taaldocent nu eenmaal niet vragen om voor een Oost-Europees salaris te werken.

Bij al die ingrepen keert de klacht terug dat de Taalunie onvoldoende luistert naar de betrokkenen. 'We mogen onze mening wel geven, maar die vind je nergens terug in het uiteindelijke verslag', zegt Hans Bennis, die werd gevraagd mee te denken over de hervorming van het INL. 'Sommige bezuinigingen zijn onvermijdelijk, maar pleeg dan op zijn minst overleg, en ga niet in een kamertje beslissen met mensen die er geen verstand van hebben.'

Bij het Erasmus Taalcentrum in Jakarta klinkt hetzelfde geluid. 'Onder de vorige algemeen secretaris gingen de dingen in goed overleg', zegt Arthur Verbiest, voormalig gastdocent van het ETC, die het dossier op de voet volgt. 'Maar deze algemeen secretaris zet gewoon een streep door iets, zonder enige discussie. Hij is nooit in Jakarta geweest, hij kent het centrum niet, maar het moet gaan zoals hij wil. Ik vrees dat dit de bilaterale betrekkingen tussen Nederland en Indonesië negatief zal beïnvloeden.'

Ook de onverwachte bezuiniging op het onderwijs van het Nederlands in het buitenland gebeurt zonder enige ruggespraak met de betrokken organisaties, zoals de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. Zelfs de bevoegde medewerkers van de Taalunie zijn niet op de hoogte. Een dag voor de aankondiging van de bezuiniging wordt hen nog gevraagd een notitie over de zomercursussen te schrijven. De volgende dag krijgen ze te horen dat het programma is afgeschaft.

De Taalunie geeft toe fouten te hebben gemaakt in de communicatie rond de bezuinigingen op de zomercursussen en salaristoelages, maar zegt dat de onvrede daarover nu wordt uitvergroot. 'We hebben daar onze verontschuldigingen voor aangeboden en we gaan die maatregelen herbekijken', zegt De Coninck. 'Maar er worden nu dingen op elkaar gegooid. Een aantal mensen zijn ontevreden over de bezuinigingen, anderen zijn onzeker door de hervormingen. Die vinden elkaar nu.'

De leiding van de Taalunie en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkennen ook dat er onrust is op de werkvloer en onder de partnerorganisaties, maar wijten dit aan de veranderingen en bezuinigingen waar de Taalunie doorheen moet. 'Ik kan begrijpen dat er onzekerheid is, en dat niet iedereen even gelukkig is met die veranderingen', zegt De Coninck. 'De nieuwe lijn is voor een aantal mensen nog niet duidelijk, maar die duidelijkheid wordt nu wel gecreëerd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden