Waakhond? De lokale pers stelt steeds minder voor

Uit een enquête onder journalisten, een inventarisatie van hun werk en een rondgang met een regioverslaggever rijst een somber beeld van de regionale pers. Hoe gevaarlijk is dat voor de democratie?

Beeld Ilja Keijzer

'Is er een perstribune?', vraag ik de man van de gemeente. Ik wil naar Delft om een raadsvergadering bij te wonen en meld me keurig aan. 'Nee', zegt hij, 'die is er niet.' 'Moet je tegenwoordig geaccrediteerd worden?'

'Nee hoor, zegt de gemeenteman. 'Je loopt gewoon naar binnen, het is openbaar, vanzelfsprekend.'

Ik denk aan mijn laatste gemeenteraadsvergadering, ooit. In het veel kleinere Middelburg was wél een perstribune, en daar zaten twee of drie journalisten van verschillende media en soms iemand van het ANP.

'Sorry hoor', zeg ik tegen de man van de gemeente, 'het is voor mij een jaar of dertig geleden.'

'Voor ons ook', zegt hij met een grijns. 'Voor ons is het ook dertig jaar geleden dat we een journalist hebben gezien. Zo lijkt het, in ieder geval.'

Journalisten moeten de macht controleren, misstanden aan het licht brengen. Van de zeshonderd journalisten die het platform voor onderzoeksjournalistiek Yournalism enquêteerde vindt 96 procent dat de journalistiek onmisbaar is in een democratie. Maar volgens 60 procent van diezelfde journalisten zijn ze die rol de laatste jaren slechter gaan vervullen. Ze hebben minder tijd om aan een verhaal te werken, er is minder tijd voor onderzoek. Een data-analyse van kranten bevestigt dat beeld: journalisten zijn de voorbije zeven jaar de helft meer stukken gaan schrijven.

Op lokaal niveau zijn bovendien steeds minder journalisten werkzaam. Zo werden alleen in 2014 al 620 banen bij krantenuitgevers zoals het voormalige Wegener, de Noordelijke Dagblad Combinatie en de Telegraaf Media Groep geschrapt. En niet alleen journalisten merken daarvan de gevolgen. Van de 500 raadsleden die reageerden op de enquête, zegt slechts 24 procent dat de lokale journalistiek ze afstraft op fouten. En slechts 37 procent vindt dat de lokale journalistiek aandacht besteedt aan alle belangrijke onderwerpen die in de gemeente spelen. Is de lokale journalistiek nog wel relevant?

Spoorzone

Delft, donderdagavond, net na half acht. Het sneeuwt en het is koud. Henk de Kat en ik staan midden in de stad, op een stuk braakliggend asfalt. Híer is het, zegt de gepensioneerde journalist niet zonder trots. Onder ons ligt een spoortunnel van meer dan 2 kilometer lang. Een groot project waarmee Delft eind februari definitief wordt ontlast van de herrie en het getril van die eeuwig razende treinen die de stad in tweeën snijden. Op de spoorbrug van een meter of 4,5 hoog dendert nu nog de trein langs, binnenkort zal hij onzichtbaar en geluidloos zijn, diep onder de plek waar we nu staan.


'Indrukwekkend hoe die jonge mannen met die helmen op met grote zekerheid konden uitleggen wat ze daar precies deden', zegt Henk. Jammer alleen dat de kosten enorm toenamen. Naast de tunnel komen nog een nieuw stadskantoor, kantoorpanden en woningen. De projecten zijn zo duur geworden dat de gemeente Delft eraan onderdoor gaat: voor 2015 is het begrotingstekort 11,3 miljoen euro. De provincie heeft de stad onder toezicht geplaatst en er moet fors worden bezuinigd.

Beeld Ilja Keijzer

Wie controleert de besluitvorming rond grote projecten als de spoorzone in Delft? De media nauwelijks. Over de spoortunnel is veel bericht, en zeker na het financiële debacle ook kritisch, maar structureel en nauwgezet onderzoek naar bijvoorbeeld de onderbouwing van de plannen is niet gedaan. Er zijn regionale kranten en zenders, er zijn huis-aan-huisbladen, er zijn websites voor lokaal nieuws, maar de rol van serieuze waakhond kunnen media nauwelijks spelen. Veel lokale politici erkennen dat ook. Voor het onderzoek spraken we drie raadsleden uit Delft, die het allemaal oneens zijn met de stelling dat de lokale media hun functie als journalistieke waakhond goed uitvoeren. Ook zijn ze bijzonder kritisch over de dossierkennis van lokale journalisten en vinden ze dat de journalistiek niet dicht op de Delftse politiek zit.

In andere gemeenten is het niet anders. Meer dan de helft van de gemeenten zegt dat er in de afgelopen maand geen schriftelijke vragen zijn gesteld naar aanleiding van journalistieke producties. Zo schrijft de griffie van de gemeente Arnhem: 'In oktober is één keer een mondelinge vraag gesteld naar aanleiding van berichten in de regionale krant. Gemiddeld vertaalt een journalistieke productie zich één tot twee keer per jaar in een punt op de agenda van de wekelijkse Politieke Maandag.'

Bezuinigingen

Henk de Kat (67) maakte mee hoe de krant lokaal aan betekenis verloor. Vroeger gaf uitgeverij Sijthoff zijn Delftsche Courant uit, samen met de Haagsche Courant. De oude meneer Sijthoff belde vaak 's avonds over mogelijke verhalen. Hij leefde met zijn krant. Als chef, als verslaggever, zag De Kat dat bezuiniging op bezuiniging werd gestapeld; het aantal regioverslaggevers daalde na iedere saneringsronde. In 2005 gingen Delftsche en Haagsche Courant, met veel andere regionale kranten, op in het Algemeen Dagblad.

Het zou allemaal beter worden, werd beloofd. Maar De Kat geloofde het niet meer en maakte als 58-jarige gebruik van de afvloeiingsregeling.

Wat moeten er hier een verhalen te maken zijn, zeggen we tegen elkaar, als we bij de Delftse spoorzone staan. Maar dat is nu juist het probleem. Er wórden tegenwoordig nog nauwelijks verhalen gemaakt over Delft, honderdduizend inwoners groot. Er is geen eigen krant meer. Alleen een regiokatern, van het Algemeen Dagblad. Je leest er niet meer wat er om je heen gebeurt, zegt hij.

Vraag het maar aan lokale journalisten: slechts 33 procent zag in zijn of haar krant de voorbije zeven dagen eigen nieuws op de voorpagina staan. Terwijl er zo veel te onderzoeken valt, komen journalisten op steeds grotere afstand te staan van hetgeen zich in hun gemeente afspeelt. Ze produceren meer verhalen, voor papier en voor de site, maar maken steeds minder éigen verhalen. Kunnen ze de grote woorden, over het democratisch belang van de journalistiek, nog wel waarmaken in eigen gemeente?

Henk de Kat, oud-verslaggever van de Delftsche Courant, tussen andere nieuwsgierigen bij de nieuwe spoorzone in Delft. Beeld Jiri Buller

WOB

Sinds de vroege jaren tachtig hebben journalisten een machtig wapen tot hun beschikking: de Wet openbaarheid van bestuur (WOB), waarmee je overheidsdocumenten kunt opvragen. Maar maken journalisten daar wel gebruik van? Niet echt, zeggen de gemeenten: 40 procent ontvangt nooit een WOB-verzoek van een journalist. In 37 procent van de overige gemeenten gebeurt dat een of twee keer per jaar, blijkt uit onze enquête.

Vroeger gebeurde dit wel, ook door regionale media, maar dit werd abrupt gestuit door een ronde van bezuinigingen waarbij vooral journalistieke researchers werden ontslagen. WOB-specialist Roger Vleugels telt zo'n vijf- tot zesduizend WOB-verzoeken bij de gemeenten per jaar, in totaal, in heel Nederland. 'Net zoveel als in Engeland de stad Birmingham binnenkrijgt.' Een verwaarloosbaar aantal verzoeken komt van journalisten.

Missen we potentiële verhalen? Ja, zegt Vleugels, een heleboel. Vooral in de fase van de beleidsvoorbereiding, waarin een gemeente 'wel 27 afwegingen maakt voordat een voorstel in de raad komt'. Voordat er dus een plan voor een rondweg op tafel komt, voor de bouw van een school, voor de fusie van bejaardentehuizen. Al die verhalen die plaatselijk heel groot zijn. Zouden moeten zijn.

Neem de decentralisatie van de zorg, heel actueel. 'Welke adviesbureaus zijn daar bij betrokken? Hoe zijn klachtenprocedures ingericht? Wat kost dat? Je ziet dat de ene gemeente vier keer zoveel geld kwijt is dan de andere. Hoe komt dat? Zijn er alternatieven? Alles is te wobben.'

Waakhonden

Het grote verval zette in na de eeuwwisseling. Veel advertenties verdwenen naar internet. Lezers verdwenen - de trouwe gingen simpelweg dood -, nieuwe abonnementen werven bleek moeilijk, studenten zaten niet meer met de Volkskrant in de trein maar met de gratis Metro of Spits. De krant iedere dag uit de bus halen, dat werd iets voor je ouders of grootouders, van vóór de tijd van 3G, NU.nl, de mobieltjes en de tablets, voor de tijd dat nieuws altijd en overal gratis werd.

En de cultuur binnen de uitgeverijen veranderde. In 1987 waren er negentien uitgevers van regionale kranten, nu zijn er nog vier grote spelers over. De oorspronkelijke uitgevers, vaak familiebedrijven geworteld in de regio en deel van de plaatselijke elite, konden nieuwe investeringen niet aan, zochten schaalvergroting en vonden, soms buitenlandse, investeerders die geld wilden verdienen. De krant uitgeven werd van doel een middel, efficiency het nieuwe toverwoord.

Hoop gevestigd op digitale experimenten

Somberheid troef? Hoeft niet. Veel geënquêteerden zijn hoopvol over digitale experimenten als Blendle, Yournalism en De Correspondent. Ze hebben de 'like-factor', kunnen de ultieme coolness van een merk als Apple proberen te benaderen.

Ze zijn niet alleen platform, maar ook community. Mensen willen meedenken, meebetalen, er bij horen.

Samenwerking tussen journalisten en anderen heeft de toekomst. Samen data doornemen. Samen de agenda van stad en streek beheersen. Samen nieuws maken. Minder verhalen, maar wel de relevante. De overheid zou dat kunnen faciliteren met echte openheid en toegankelijkheid - alle 'data' ontsluiten.

Samenwerking tussen krant en omroep helpt ook, een beetje. Net als overheidsgeld (Limburg) voor media-experimenten.

Ergens in 2005 klaagde een lid van de hoofdredactie van het Haarlems Dagblad al over zijn werkelijkheid: 'Hebben we net een reorganisatie achter de rug, komen de nieuwe kwartaalcijfers en die vallen natuurlijk opnieuw tegen, en kunnen we opnieuw beginnen. Hoe kunnen we hier ooit over journalistiek nadenken?'

Net na de eeuwwisseling had de regionale uitgever Wegener ruim tweeduizend journalisten in dienst. Misschien wel wat veel. Misschien had niet iedere krant een eigen binnenland- en buitenland- en kunstredactie nodig. Maar na de ene na de andere reorganisatie zijn er nog rond de achthonderd over. Zo'n over de tijd uitgesmeerd bloedbad blijft niet ongestraft. Je kunt minder verhalen maken, minder lezen, minder het archief induiken, laat staan zo maar over straat lopen om met mensen te praten. En de concurrentie kan dat ook niet, want die is er al helemaal niet meer.

Misschien hebben de Wegenerkranten enig geluk nu. Investeerder Mecom heeft het concern verkocht aan de Belgische Persgroep van Christian Van Thillo. Die wil ook winst maken - hij begon met een fikse bezuiniging en nieuwe ontslagen waarbij vierhonderd voltijdbanen verdwenen - maar is wel een uitgever met nog wat drukinkt in z'n bloed.

Webcams

Henk de Kat en ik lopen van de spoorzone naar het prachtige oude stadhuis op de Markt. De raad vergadert die avond. Over het geld, het toezicht, de moeizame tegenwoordige tijd. Op de tribune vooral ambtenaren. Geen journalisten.

'Ze kijken via de webcam', zegt iemand van de gemeente.

Het doet me denken aan die regionale krant in de VS die ik in 2012 tegenkwam tijdens mijn onderzoek voor een boek over de staat van de journalistiek. Dat deden ze daar ook, kijken via de webcam. Alleen zaten de schrijvers van die stukjes op de Filipijnen. Context, geheugen, achtergrond? Het zweet en bloed uit de politieke arena? De onderonsjes en de irritaties? Alles wat niet werd gezegd? Geen hond die er nog iets van merkte, geen lezer die er de volgende dag over kon lezen.

Beeld Ilja Keijzer

Rond acht uur opent de burgemeester, van de VVD, met een zucht de vergadering. Er wordt een nieuw raadslid geïnstalleerd. Iedereen gaat staan, alleen de Onafhankelijken niet. Ze hebben een hekel aan de burgemeester. Daarna gaat het om grondverkoop, voor weinig geld. Daar heeft de PvdA schuld aan, vinden de Onafhankelijken in recht-voor-zijn-raap-taal. De wereld is weer overzichtelijk.

Op de tribune houden ambtenaren de vergadering bij. Een van hen schrijft in de nacht een stukje en stuurt dat aan journalisten, sites, de gratis bladen. 'En dat nemen ze vaak ongewijzigd over', wordt in Delft gezegd.

Een dag later mailt Henk de Kat over een stuk in het AD, waarin het gaat over de flink hogere parkeertarieven. 'Dat had ik vorige week zelf al kunnen schrijven', mailt hij, 'op basis van gemeentestukken. Dit 'nieuws' is geen oogst uit de vergadering van gisteravond.'

Zondagsblad

De regionale journalistiek dreigt te imploderen, zegt Kees Buijs, die lang werkte bij De Gelderlander. Eind vorig jaar promoveerde hij op het proefschrift: Regiojournalistiek in spagaat; de kwaliteit van het redactieproces in de regionale journalistiek. Journalisten en uitgevers moeten zich volgens hem afvragen wat een regionale krant eigenlijk is. 'Dat is een krant die geworteld is in de samenleving', zegt hij. 'Die een eigentijdse, digitale vorm moet vinden voor dorps- en wijkcorrespondenten. Die de agenda van de streek en stad mee helpt bepalen. Die zich thema's toe-eigent en allerlei samenwerkingsverbanden durft aan te gaan. Die zich niet terugtrekt, maar uitbreidt. Die dezelfde rol in z'n eigen achtertuin ambieert te spelen als vroeger, toen alles via de krant ging.'

Kortom, die de redactievloer verlaat en durft te experimenteren zonder zich alleen maar die eeuwig-remmende vraag te stellen: 'Waar is mijn verdienmodel?'

Henk de Kat heeft het geprobeerd. Hij werd zo vaak aangesproken, door mensen op straat, bestuurders, bedrijfsleven, dat hij vond dat hij iets moest doen. Hij kwam, samen met anderen, met het idee om een bijlage te maken voor Delft, voor bij de landelijke kranten. Gemaakt door mensen met verstand van en contacten in de stad. De Kat kreeg positieve reacties. Ruim dertigduizend kranten zou hij kunnen verspreiden. Gratis; de advertentie-inkomsten zouden voldoende zijn. Hoofdredacties reageerden positief.

Maar toen kwam de stilte. Van uitgevers. Van de commissie-Brinkman (die de stand van de journalistiek onderzocht); van minister Plasterk, die toen over de media ging.

De Kat schreef Van Thillo dat het niet goed ging met zijn krant, het vernieuwde AD. En dat Delft toch een prachtige pilot zou kunnen zijn; eens kijken of dit zou werken. Winst voor iedereen.

'Wat me steekt, is dat ze de mond vol hebben van democratie, controle, die waakhondfunctie. Mooie woorden, maar als het erop aankomt, gaan ze allemaal voor hun eigen kruideniersbelang.'

Hij is weer gaan schrijven, af en toe. Voor het Zondagsblad. Uit een soort van burgerzin, zegt hij. Hij werkt nu aan een stuk over de ingrijpende veranderingen voor grote delen van Delft door stevige ingrepen in de grondwaterstand. Hij weet er voldoende van, inmiddels, en gaat dat snel opschrijven en publiceren.

Iemand moet het doen, tenslotte.

Dit artikel is tot stand gekomen dankzij donateurs op het platform voor onderzoeksjournalistiek Yournalism.nl. Hans Laroes is oud-hoofdredacteur van het NOS Journaal en werkte eerder voor de regionale kranten De Stem, PZC en het Utrechts Nieuwsblad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.