Column Ionica Smeets

Vrolijke gedichten voor alfa’s én bèta’s – kan dat?

Nu zijn de warme dagen dan toch echt voorbij en is het straks weer november met altijd regen, altijd dit lege hart, altijd. Om mezelf te beschermen tegen al te herfstige gedachten, kocht ik een vrolijke dichtbundel: de heruitgave van Wis-en natuurlyriek van Drs P en Marjolein Kool.

In het voorwoord beschrijven de auteurs een wereld met een diepe kloof tussen alfa’s en bèta’s. Waarin alfa’s bleek wegtrekken bij wiskundige bewijzen en bèta’s onwel worden van atonale poëzie. Maar hun bundel slaat een brug over de kloof en brengt alfa’s en bèta’s bij elkaar. Zo krijg je een pi-sonnet dat is opgebouwd als de eerste decimalen van pi: 3,1415… of een gedicht over bewijzen uit het ongerijmde waarbij de zinnen steeds net niet rijmen: ‘Een bolleboos riep laatst met zwier - gewapend met een vel A-vijf…’

Nu was die kloof tussen alfa’s en bèta’s in het voorwoord natuurlijk nogal gechargeerd, maar ik vraag me voorzichtig af of het hierbij niet is als met bloedtransfusies. Je maakt mensen met bloedgroep A of B niet blij met een transfusie met bloedgroep AB, want daar zitten voor allebei de groepen stoffen in die een afweerreactie kunnen veroorzaken. Bevat op een zelfde manier deze dichtbundel niet elementen om zowel de pure alfa’s als bèta’s af te schrikken? En is hij eigenlijk alleen geschikt voor hen die allebei die kanten al door zich voelen stromen?

Ik knapte er in elk geval enorm van op. De doctorandus is helaas niet meer onder ons, maar het blijft fantastisch om te lezen hoe hij de inhoud van de kegel (1/3 van πr2 maal h) liet rijmen op primula en chocoladevla. Gelukkig is Marjolein Kool nog springlevend en breidde zij de verzameling Wis-en natuurlyriek uit met een hele reeks verse verzen. Dit is mijn favoriet:

Eitje

Kom mijn omeletten eten.

Schuif maar aan en proef geluk.

Verse eitjes stuk gesmeten.

Altijd minstens vier per stuk.

Maar nou heb ik laatst gelezen

dat van alle eitjes hier

er een deel besmet zou wezen,

men beweert zelfs één op vier.

Dat zijn van die nare feitjes.

Heel vervelend voor mijn vak.

Voortaan neem ik slechts drie eitjes

als ik omeletten bak.

Och, wat heerlijk. Mijn innerlijke bèta kan het niet nalaten om even uit te reken wat de kans is op minstens één besmet exemplaar in een omelet van drie eitjes (58 procent). Maar bovenal verheug ik me erop om de komende maanden elke keer dat iemand een denkfout over kansen maakt, stilletjes in mezelf te mompelen: ‘slechts drie eitjes’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden