'Vrije wil meet je niet met een hersenscan'

Neuroloog en bestsellerauteur Dick Swaab is niet kritisch genoeg over onderzoek dat zijn mening onderbouwt.

Een onderzoeker van de Nederlandse Hersenbank in Amsterdam toont hersenen die worden bewaard voor onderzoeksdoeleinden. Beeld anp

Toen Douwe Draaisma de neuroloog Dick Swaab van dilettantisme beschuldigde (De Academische Boekengids, september), kwam Swaab met de volgende repliek: 'Als Draaisma zegt dat ik geen mening mag geven over onderwerpen binnen de psychologie, filosofie et cetera, dan moet hij aantonen waar ik fout zit' (NRC Handelsblad, 2 augustus). Die uitdaging nemen wij graag aan.

Een van de zaken waarover Swaab een sterke mening verkondigt, is de vrije wil. Die bestaat volgens hem niet (zie zijn boek Wij zijn ons brein). Dat standpunt wordt, aldus Swaab, ondersteund door hersenonderzoek. Maar is dat nu wel zo?

Volgens Swaab beschikken mensen niet over vrije wil omdat er in je hersenen en omgeving factoren zijn die bepalen wat je doet zonder dat je daar invloed op hebt. Zo merkt hij op dat we niet kiezen voor onze seksuele voorkeur: 'Onze al in de baarmoeder vastgelegde seksuele oriëntatie geeft ons niet de mogelijkheid in vrijheid te kiezen tussen het aangaan van een relatie met een man of een vrouw' (pagina 381).

Dit is ongetwijfeld waar. Maar je bent niet onvrij omdat je op vrouwen valt, net zomin als je onvrij bent omdat je maar twee armen hebt (dat heb je ook niet in de hand). Het gaat erom of je kunt bepalen wat je doet met je twee armen of je voorkeur voor vrouwen. De vrijheid om te besluiten een ijsje te kopen wordt ook niet ingeperkt door het feit dat je er niks aan kunt doen dat je ijsjes lekker vindt. Zolang je verlangen naar ijsjes niet dwangmatig is, komt de vrije wil niet in gevaar.

Automatisch
Swaab benadrukt verder dat we een heleboel dingen onbewust doen. Als je leert autorijden moet je nadenken over wat je doet, maar als je het geleerd hebt gaat het automatisch. Kennelijk denkt Swaab dat je handelen onvrij is als je niet hoeft na te denken over wat je doet. Maar dat is niet zo. Ten eerste impliceert 'automatisch' handelen niet dat je niets anders had kunnen doen. Je had iets eerder of iets later kunnen remmen voor het stoplicht, of je had de rit kunnen staken. Ten tweede is niet uitgesloten dat je in vrijheid kunt beslissen om bepaalde automatische handelingen te verrichten, of in te grijpen als het de verkeerde kant op gaat.

Het is dus niet voldoende om te laten zien dat we sommige dingen automatisch doen of dat gevoelens aangeboren zijn. Om zijn stelling kracht bij te zetten dat vrije wil een illusie is, is het cruciaal om aan te tonen dat onze bewuste besluiten geen invloed hebben op wat we doen. Dat probeert Swaab ook. Helaas verwijst hij hiervoor alleen naar omstreden onderzoek van onder anderen Benjamin Libet en Daniel Wegner.

Libet bekeek wat er in het brein gebeurt als mensen in een experimentele situatie hun pols bewegen. Ongeveer een halve seconde vóór de beweging zag Libet verhoogde activiteit in een deel van het brein dat met motorische handelingen wordt geassocieerd. Die activiteit begon een fractie van een seconde voordat de proefpersonen aangaven zich bewust te zijn van de beslissing om hun pols te bewegen. Swaab concludeert (zo lijkt het) dat de bewuste beslissing geen invloed had op het bewegen van de pols. Maar het onderzoek rechtvaardigt die conclusie niet. Niets sluit bijvoorbeeld uit dat de hersenactiviteit die voorafgaat aan de beslissing een aandrang is waar je vervolgens wel of niet naar kunt handelen.

Prikkels
Swaab noemt ook een experiment waarbij mensen werd gevraagd een computerscherm aan te raken zodra het ergens oplichtte. Nu is het mogelijk om de verwerking van visuele prikkels tot een bewuste ervaring te blokkeren. Wanneer de onderzoekers dit deden, ging de (niet-bewuste) prikkel toch naar de motorische hersenschors. Met andere woorden: proefpersonen raakten het scherm ook aan als zij zich niet bewust waren dat het oplichtte.

Hoewel dit experiment misschien aantoont dat het je-bewust-zijn van de oplichting inderdaad niet van invloed is op het aanraken van het scherm, maakt dit de proefpersoon niet onvrij. Hij raakt het scherm alleen maar aan omdat hij al besloten heeft aan het experiment deel te nemen en dus te doen wat de laborant zegt. Als hij zou beslissen ermee op te houden, zouden de niet-bewuste visuele prikkels niet leiden tot aanraking van het scherm. Het is dus niet vreemd dat er geen bewust keuzemoment is aan te wijzen tussen oplichting en aanraking: de vrije keuze om het scherm aan te raken zodra het oplicht heeft immers allang plaatsgevonden.

Een laatste serie onderzoeken die Swaab aanhaalt, zijn verricht door psycholoog Daniel Wegner. Wegner laat zien dat mensen de neiging hebben om te denken dat zij de oorzaak van iets zijn, zelfs als dat niet zo is. In het dagelijks leven denken we met ons juichgedrag invloed te hebben op een voetbalwedstrijd, of controle te hebben over een situatie door te 'duimen'. Wegner suggereert dat als wij zo makkelijk de illusie van controle hebben, elke ervaring van controle wel eens illusoir zou kunnen zijn. Maar dat kan hij zo niet stellen. Als je onder bepaalde condities hallucineert dat je een olifant ziet, zijn niet al je waarnemingen van olifanten onbetrouwbaar.

Verslavingen
Ook deze onderzoeken geven dus geen doorslaggevende redenen om te denken dat ons bewuste ik geen invloed op ons handelen kan hebben. Toch kan de indruk ontstaan dat een wetenschappelijke aanpak altijd leidt tot het ontkennen van de vrije wil. Dat is echter zeer de vraag. Verscheidene wetenschappen, zoals de psychologie, gebruiken de vrije wil als vooronderstelling. Dat blijkt, zoals de therapeut/filosoof Hanna Pickard stelt, bijvoorbeeld uit de wetenschappelijke aanpak van verslavingen. In plaats van verslaafden als willoos te beschouwen, gaat de behandelmethode er vanuit dat patiënten in staat zijn zelf te kiezen om te stoppen. Ook wat betreft de bètawetenschappen is het helemaal niet duidelijk dat deze het bestaan van de vrije wil in de weg staan.

Om op Draaisma terug te komen: Swaab mag best meningen geven over dingen die buiten zijn specialisme vallen. Wel is het jammer dat hij zo weinig kritisch is over onderzoek dat met zijn mening overeenstemt. Op Libet en Wegner valt heel wat af te dingen. Ook geldt voor al hun onderzoek dat er eerst filosofische interpretatie nodig is om het belang voor de vraag naar vrije wil te bepalen. Als Swaab het bestaan van de vrije wil weerlegd acht door de wetenschap, dan dringt zich de vraag op: waarvan is precies het bestaan weerlegd, en is dát wat we bedoelen met vrije wil? En dat blijft een filosofische vraag. Dat de vrije wil een illusie is, wordt niet aangetoond door hersenwetenschap.

Daan Evers en Niels van Miltenburg zijn filosoof. Ze zijn betrokken bij onderzoek naar de vrije wil aan de Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.