Vriendschap

Als ik mijn kinderen uit school ophaal blijkt zoonlief vast te zitten aan een vriendje. Met een linksnoer. Ze hebben allebei zo'n gekleurd speeldoosje, een computertje vol Pokémonsters....

Jean-Pierre van de Ven

'Mag hij bij mij spelen?', vraagt mijn zoon zonder op te kijken van hun spelletje. Om te onderstrepen dat deze vraag in feite een formaliteit is, beginnen zij alvast in de richting van ons huis te sjokken. Onderweg lopen zij dicht bijeen, elkaars bewegingen soepel volgend, eensgezind als een Siamese tweeling. Het enige dat zij van de buitenwereld tot zich laten doordringen is mijn geschreeuwde 'Stop!' en 'Lopen!' bij kruispunten en pizzakoeriers. Zij hebben alleen oog voor de monsters in hun doosjes, geconcentreerd alsof het welzijn van de mensheid ervan afhangt. Grappig: driftig manipuleren door de één leidt onmiddellijk tot gejuich, of uitroepen van spijt, bij de ander. Volmaakte symbiose.

Het uittrekken van jassen, bij ons thuis, leidt tot een logistiek probleem van formaat. Hoe de mouwen af te stropen zonder de greep op het spel te verliezen en zonder dat de ander, die ook met beide handen moet doorspelen, in de knoop raakt? Ze besluiten om in godsnaam het spel voor enige seconden te staken. Maar dat is dan ook voor het laatst. Halverwege de middag tref ik ze zelfs samen op de wc. Mijn zoon gaat ongegeneerd zijn gang, maar zijn trouwe vriend laat zich door niets weerhouden. Walm of stank, hij staat pal. Wat een vriendschap.

Ik voel een steekje jaloezie. Van jaloezie? Ja, ik geef het toe. Hoe lang is het geleden dat ik een vriend zo lang zo dichtbij me had, dat we op de wc nog niet van elkaars zijde weken? Natuurlijk waren er vrienden die ik bijna dagelijks zag, vanwege gezamenlijke plannen en projecten. Maar waren wij ooit zo intiem, verbonden door een koord van nog geen vijftig centimeter lang? In mijn herinnering kom ik niet verder dan samen in de gracht plassen - in de tijd dat zoiets nog werd toegestaan en dat is in onze stad een hele tijd geleden.

Goed, we hebben nu mobieltjes. Maar dat onzichtbare en oneindig te verlengen snoer onderstreept alleen de afstand, niet de verbintenis tussen ons. Ieder heeft nu zijn eigen monsters: daden om te doen, plannen om na te streven, verplichtingen die ons leven leiden. En ik kan dat ook wel snappen, want ik ben een grote jongen. Maar als ik die kleine jongens zie met hun spelletje en hun snoertje, slaat de weemoed me om het hart.

'Kom mannen, we gaan voetballen', zeg ik na een uur of twee. Ze moeten ook een beetje frisse lucht hebben, even bewegen, vertel ik mezelf. Maar het lucht me meer op dan ik ze kan zeggen, als ik even later met ze mee mag doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden