Vormgever van eigentijdse cultuur

OP DE VALREEP van een millennium is het er dan toch nog van gekomen. Televisie - ongetwijfeld een van de meest invloedrijke uitvindingen van de twintigste eeuw - is in de armen van intellectuelen gesloten....

HUUB WIJFJES

Dat was tot een jaar of tien geleden een opdracht die alleen maar had kunnen resulteren in een reeks klagerige beschouwingen over de rotzooi die dagelijks over de mensheid wordt uitgestort. Televisie zou toen onvoorwaardelijk zijn bijgezet als een hopeloos vulgair medium waarin, volgens de rake ironisering van schrijfster Nelleke Noordervliet, 'de dictatuur van het proletariaat op een zo onverwachte wijze gestalte heeft gekregen'.

Daar is geen sprake meer van, althans niet in de bundel Het scherm der verbeelding die filosoof en dichter Maarten Doorman en journalist en boekenprogrammamaker Michaël Zeeman samenstelden. Zij zien de televisie niet als tegenpool van cultuur (volgens hen een ouderwets en achterhaald standpunt), maar als een vormgever van eigentijdse cultuur waarin kwaliteit een eigen definitie heeft.

Doorman en Zeeman verbaasden zich erover dat er zo weinig diepgravende beschouwingen aan televisie waren gewijd, terwijl de invloed toch zo verreikend is. Zij hebben daarom een aantal essays bijeengebracht die, zonder zwaar gefundeerd te zijn in wetenschappelijke studie, dieper graven dan de waan van de dag.

De teneur van alle beschouwingen, die door de uitgever op voorhand als 'prikkelend en uitdagend' worden geafficheerd, is overwegend positief. Televisie brengt weliswaar veel programma's die voor intellectuelen ongenietbaar zijn, maar daarnaast is er voldoende kwaliteit om hen alleszins tevreden te stellen.

De videorecorder en het enorm toegenomen aanbod van televisiekanalen hebben daartoe ongetwijfeld bijgedragen, want in absolute hoeveelheid uren is er veel meer kwaliteitstelevisie dan twintig jaar geleden. Amerikanist en historicus Maarten van Rossem spreekt in een beschouwing waarin hij televisie verbindt met de historische context van het land waarmee het medium als geen ander verbonden is, dan ook tevreden van 'een welvoorziene kiosk' waarin, naast trivialiteiten en curiosa, ook kwaliteit te vinden is.

Iedere auteur zet zijn positieve waardering van televisie in een andere toonaard. K. Schippers en Martin Bril doen dat in een meer literaire vorm. Journalist Jan Blokker trekt de van hem bekende verhelderende streken in het onoverzichtelijke en meestal ook dorre landschap van de openbare meningsvorming in Nederland.

De televisie is altijd belaagd door cultuurbewakers en andere bevlogenen, beweert Blokker, maar de historische realiteit is dat de televisie 'het cultuurmonopolie van de welgestelde sociale bovenlaag' niet heeft doorbroken, maar gebagatelliseerd. 'De televisie heeft ervoor gezorgd dat iedereen die dat wil er maling aan kan hebben', luidt zijn slotzin, die leedvermaak verraadt.

Ronduit provocerend is de met bizarre metaforen opgetuigde en daardoor licht galmende beschouwing van Herman Pleij, de mediëvist die steeds vaker en overal laat weten niet om een recalcitrante mening verlegen te zitten. Dit keer moet vooral de VPRO het ontgelden.

Pleij schetst de weldenkende omroep als de voortzetting van het aloude stoïcisme van denkers die in beschaving en beheersing de hoogste menselijke deugden zagen. De VPRO profileert zich immers vooral met ontoegankelijke tv-vormen, zoals exotische filmretrospectieven (Taiwanese underground-film), stroperig-trage journalistiek ('ronduit langdradige vertogen over onduidelijke achtergronden van futiel aandoende nieuwsfeiten' noemt Pleij dat) en programma's zo barstensvol talking heads dat kijken tot decubitus op de ogen leidt.

Het scherm der verbeelding doorbreekt het correcte denken dat televisie niks is en nooit wat zal worden. Je mag als weldenkend mens nu rustig zeggen dat je televisie kijkt, ja zelfs dat je er plezier aan beleeft.

Dat is wel even wennen. De meeste televisiekritiek had tot voor kort onvermijdelijk een pessimistische toon en onder intellectuelen is het nog altijd een stuk chiquer te verhalen over de laatste roman van Connie Palmen dan over de laatste aflevering van Goede Tijden, Slechte Tijden. Wat bij de eerste een 'sterk doorleefde karakterschets' zou heten, wordt bij de laatste eerder 'vertoon van goedkope emotie' genoemd.

Frits Abrahams, televisiecriticus van NRC Handelsblad, zette zich dan ook pas tot een verdediging van televisie, nadat hij al zijn moed bij elkaar had verzameld. Maar hij doet het uiteindelijk met volle overtuiging en overgave, omdat hij spuugzat is van 'de zelfgenoegzaamheid van al die mensen die zich verheven achten boven het klootjesvolk dat niets beter te doen heeft dan het kijken naar tv'.

Hij is een van de vele auteurs in de bundel die het summum van pessimistische tv-beschouwing - Neil Postman's Amusing Ourselves to Death (1988) - te kijk zetten als een boek dat de plank volledig misslaat. Televisie kan nooit wat zijn volgens Postman, omdat het een kunstmatige en daardoor gemankeerde werkelijkheid is. De echte werkelijkheid, aldus Abrahams ironisch, 'kunnen we alleen waarnemen door de ogen van zieners als Postman, want die laat zich niet manipuleren. Ook niet door hun karakter, hun wereldbeeld, hun politieke ideeën, desnoods hun buurman? Nee, ook daar staan zij boven.'

Televisie is een van de werkelijkheden die we dagelijks ervaren en waarom zouden we die negatiever benaderen dan andere? De soap bijvoorbeeld - volgens velen de enig echte televisievorm - werd vanouds gezien als het ultieme bewijs dat televisie een schijnwerkelijkheid is en dat is slecht. Nu komt vrijwel iedereen er openlijk voor uit naar soaps te kijken en zich er positief onder te voelen. Waarom zouden we 'heerlijk wegdromen' en meeleven met herkenbare intermenselijke kwesties als een kwalijke vlucht uit 'dé werkelijkheid' moeten blijven zien?

De bundel benadrukt eens temeer dat de televisiebeschouwing lange tijd aan hetzelfde grote manco heeft geleden als de debatten die in de beginperiode van elk nieuw medium zijn gevoerd, of het nu om de massapers, geïllustreerde bladen, film, radio of Internet gaat. Dat manco is het exclusieve denken in negatieve effecten.

Zoals de recente aandrang van de KNVB om een Veronica-documentaire over voetbalvandalen niet uit te zenden nog eens ondubbelzinnig weergeeft, is de discussie rond televisie omgeven met afschrikwekkende voorbeelden van geweldsimitatie, verloedering van fatsoensnormen, hebzucht, zinloos geweld of ander moreel verwerpelijk gedrag. Blijkbaar is de gedachte aan een mogelijk positief effect van mediaproducten (het afschuwwekkende voorbeeld leidt tot bespreekbaarheid en verwerping of voorkoming van onwenselijk gedrag) onbestaanbaar, onduldbaar of in ieder geval irrelevant.

Misschien is de bewering dat televisie goed is, wel het laatste taboe in onze samenleving. Mede daarom kunnen we blij zijn met een bundel waarin een voorzet wordt gegeven voor een open debat.

Huub Wijfjes

Maarten Doorman & Michaël Zeeman (samenstellers): Het scherm der verbeelding - Opstellen over televisie.

Meulenhoff; 240 pagina's; ¿ 39,90.

ISBN 90 290 5624 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden