Vooral rooie rakkers op de academie. Is dat erg?

Sociale wetenschappen voornamelijk links-progressief

De Kamer wil laten onderzoeken of wetenschappers te links zijn. Speelt politieke kleur een rol in de wetenschap?

Foto Martyn F. Overweel

Wetenschappers zijn net mensen. Ze vinden dat de Europese grenzen dicht moeten of juist niet. Ze houden van hun hypotheekrenteaftrek of eten geen vlees.

Twee VVD-kamerleden vrezen echter dat de politieke voorkeuren van de gemiddelde wetenschapper zich in wel erg hoge mate aan de linkerzijde van het spectrum bevinden. En dat zou, net als elke vorm van diversiteitsgebrek, onderzoek en onderwijs niet ten goede komen. Een motie van het tweetal waarin ze onder meer pleiten voor een onderzoek naar dit veronderstelde probleem werd vorige week door de Tweede Kamer aangenomen.

Ook binnen de wetenschap bestaat de notie dat een politieke kleur invloed kan hebben op onderzoek. Vooral in de mens- en maatschappijhoek. Over de wortel van 21 valt niet te discussiëren, over de gevolgen van immigratie wel.

Publieksexperiment

Onderzoeksvragen over maatschappelijk gevoelige kwesties zijn niet met een simpel ja of nee te beantwoorden. En de mensen die ze onderzoeken zijn niet vrij van opvattingen. En precies daar, bij de mens- en maatschappijwetenschappen, zijn links georiënteerde wetenschappers inderdaad ruim in de meerderheid, zo blijkt al uit diverse - voornamelijk onder Amerikaanse academici uitgevoerde - studies.

Een bekende onderzoeker op dit terrein is de Amerikaanse psychologiehoogleraar Jonathan Haidt (werkzaam aan de businessopleiding Stern in New York). Om zijn vakgenoten een spiegel voor te houden deed hij in 2011 een experiment onder de pakweg duizend aanwezigen van het jaarlijkse congres voor sociaal-psychologen.

Hij vroeg wie van de aanwezigen zich als links-liberaal zou omschrijven. Een zee van handen ging omhoog. Gematigd en het politieke centrum: enkele tientallen handen. Toen de hoogleraar tot slot vroeg wie zichzelf als politiek rechts-conservatief zou omschrijven staken drie aanwezigen hun hand op.

Hoewel het publieksexperiment van Haidt natuurlijk nooit zou worden geaccepteerd in de sociale psychologie (ten overstaan van een groep geven mensen zelden een eerlijk antwoord), maakte zijn optreden wel iets los onder vakgenoten.

De motie, en nu?

De motie roept de minister op om de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) te laten uitzoeken of 'zelfcensuur en een beperking van diversiteit van perspectieven' onderzoeksresultaten beïnvloeden. Dat is minister Bussemaker niet van plan per 'politiek decreet' af te dwingen, zo laat ze via een woordvoerder weten, omdat de minister 'pal staat voor onafhankelijke wetenschap'.

Twee Nederlandse onderzoekers van de Universiteit van Tilburg besloten de kwestie verder te onderzoeken. Yoel Inbar (nu werkzaam aan de Universiteit van Toronto) en Joris Lammers (inmiddels werkzaam aan de Universiteit van Keulen) benaderden wereldwijd sociaal-psychologen met vragenlijsten naar hun politieke voorkeur en in hoeverre die invloed kon hebben op hun keuze voor bepaalde onderwerpen, het toekennen van onderzoeksgeld of het aannemen van nieuwe collega's.

Bijna achthonderd, voornamelijk Amerikaanse sociaal-psychologen (in de VS is het onderzoeksterrein vele malen groter dan waar ook ter wereld) deden mee aan de enquête. Hun publicatie verscheen in 2012 in het vakblad Perspectives on Psychological Science.

Wat bleek: op sociale thema's beschouwde 4 procent van de wetenschappers zich als conservatief, op economische thema's was het 20 procent. Een aanzienlijk deel verklaarde bovendien een conservatieve vakgenoot mogelijk te discrimineren bij het toekennen van onderzoeksgeld (een op de vier ondervraagden) of bij een sollicitatie (een op de drie).

Onwrikbare waarheden

De onderzoekers die zich in meer of mindere mate conservatief noemden, antwoordden dat ze hun politieke voorkeur niet aan de grote klok hingen, wetende dat ze in de minderheid zijn. Ze zeiden hun mening geregeld voor zich te houden of niet te zeggen dat ze Republikeins stemmen.

Als je veronderstelt dat mensen met een rechtse mening 'gewoon ongelijk hebben' is deze verdeling van politieke smaken niet zo'n probleem, schrijven Inbar en Lammers met enig gevoel voor ironie in hun conclusies. 'Geologen hoeven tenslotte ook geen vakgenoten te accepteren die geloven dat de aarde plat is.' Maar in het vakgebied van de psychologie gaat het zelden om onwrikbare waarheden.

Door hun uiteenlopende wereldbeeld komen liberalen en conservatieven mogelijk met andere onderzoeksuitkomsten, schrijven de sociaal-psychologen. 'Politieke homogeniteit kan tot vooroordelen leiden: in de onderzoeksvragen die worden gesteld, de onderzoeksmethoden die worden gekozen, en de antwoorden die worden geformuleerd.'

Lammers denkt dat er sinds hun onderzoek vijf jaar geleden al behoorlijk wat is veranderd in de psychologie. 'We zijn in het vakgebied actief bezig met zelfreflectie, discussies over politieke voorkeuren en de rol die deze kunnen spelen. Sociaal-psychologen zijn zich inmiddels behoorlijk bewust van het heersende linkse gedachtengoed. Je politieke kleur afleggen is niet mogelijk, maar ervoor waken dat deze je interpretatie beïnvloedt, kan wel.' Een rol voor de politiek ziet Lammers niet. 'Wat willen ze doen: conservatieve psychologen meer onderzoeksgeld geven?'

Dat zijn vakgebied gedomineerd wordt door links-liberaal denkenden zal volgens Lammers niet veranderen. 'De studie psychologie trekt een bepaald type mensen. En om door te gaan in de wetenschap moet je bereid zijn om hard te werken voor relatief weinig geld - ook dat is niet voor iedereen weggelegd.'

Die verklaring wordt ook opgevoerd door een Amerikaanse en Canadese socioloog in het artikel 'Why are professors liberal?' (in 2012 gepubliceerd in het vakblad Theory and Society). Andere verklaringen die ze noemen: links gedachtegoed is chic in intellectuele kringen, wetenschappers wonen vaker in steden en mensen in steden stemmen minder vaak conservatief, wetenschappers zijn zelden zeer religieus, een hoger opleidingsniveau maakt gematigd (meer kennis leidt tot meer nuance).

Kwestie van interpretatie

Wat al deze studies niet laten zien is of politieke voorkeuren de onderzoeksresultaten ook beïnvloeden. Eigenlijk is er maar één ouder Amerikaanse onderzoek (uit 1992) waarin is gekeken naar hoe psychologen elkaars werk beoordelen. Wat blijkt: ze zijn kritischer op conclusies van vakgenoten die hun niet welgevallig zijn, ook als de methodologie identiek is aan onderzoek dat hen meer aanspreekt.

Dat beeld herkent migratiehoogleraar Ruud Koopmans, werkzaam aan de Humboldt-universiteit in Berlijn, maar al te goed. Als sociaal wetenschapper doet hij sinds enige jaren onderzoek naar de radicale islam. Onder vakgenoten vallen zijn conclusies zelden in de smaak.

Recentelijk stelde hij vast dat 14 procent van de moslims wereldwijd geweld uit naam van hun geloof goedkeurt. 'Omdat ik dat getal opmerkelijk vind vanuit de gedachte dat de daders van aanslagen uitzonderingen zouden zijn. Vanuit een ander wereldbeeld kun je zeggen: de overgrote meerderheid, namelijk 86 procent van de moslims, keurt dat geweld af.'

Een kwestie van interpretatie, volgens Koopmans. 'Dat kan en hoort in de wetenschap. Wetenschap is een ideeënstrijd.' Maar sommige tegenstanders trekken zijn onderzoekscapaciteiten in twijfel, of erger nog: zeggen dat hij als mens niet deugt omdat hij racisten of Geert Wilders in de kaart speelt. Koopmans: 'Dan zaag je aan de poten van het vak.'

Elke beroepsgroep trekt een bepaald type mens aan, zegt de hoogleraar. 'Onder ondernemers en boeren zul je vooral rechts stemmende mensen vinden. Onder sociale wetenschappers links.' Niks mis mee, vindt hij. 'Als we maar beseffen dat het zowel de vraagstelling als de interpretatie beïnvloedt.'

In tegenstelling tot wat mensen denken, noemt Koopmans zichzelf links. 'Ik kijk alleen wel met een blik naar de maatschappij die weinig van mijn collega's lijkt te interesseren.' Waar vakgenoten zich richten op discriminatie of islamofobie, wil Koopmans bijvoorbeeld ook weten of er negatieve kanten aan migratie zitten die op conto van de migranten zelf komen. 'Met zulke vragen maak je je niet populair onder collega's.'

Koopmans ziet daarom best een rol voor de politiek. Althans, in het opdrachtgestuurde onderzoek. 'Laat gevoelige onderwerpen of beleidsvraagstukken vaker door meerdere wetenschappers bekijken', zegt hij. 'Volledig objectieve sociale wetenschap bestaat niet.'

Meer over