Voor de flexmens is het leven niet vol te houden

Hij hekelde de flexibilisering al toen die nog hip was. Volgens socioloog Richard Sennett zijn lage lonen en onzekerheid daarbij niet eens het grootste probleem. Ons karakter zelf staat op het spel.

Richard Sennett. Beeld Foto:Jiri Buller, Illustratie: Bier en Brood

De hoofdrolspeler van een succesvolle realityserie als president van de Verenigde Staten? Richard Sennett bekritiseerde eind jaren zeventig al de 'tirannie van de intimiteit'. In The Fall of Public Man voorspelde hij reeds politici die zich gedragen als tv-sterren en voortdurend hun privéleven etaleren.

De flexibilisering van de arbeidsmarkt hekelde hij toen in Nederland de zzp'er en het tijdelijke contract nog in de kinderschoenen stonden. En de grieven van de verliezers van de globalisering bestuderen, zoals na de uitverkiezing van Donald Trump en vogue raakte? Sennett heeft in zijn lange carrière eigenlijk nooit anders gedaan.

Voor iemand die regelmatig als 'conservatief' en 'nostalgisch' wordt weggezet, is de wereldberoemde Amerikaanse socioloog wel erg vaak zijn tijd vooruit. Zelfs de hipsters geeft hij het nakijken. In 2008 pleitte Sennett in De ambachtsman voor een herwaardering van vakmanschap, voor het plezier van zelf maken. Hij kon niet bevroeden dat even later jonge mensen massaal zelf bier gingen brouwen en houten meubels zouden timmeren.

'I love that. Echt waar, ik vind het fantastisch', zegt hij daar nu over, tijdens een kort bezoek aan Rotterdam. 'Wist u dat ik sinds dat boek van alles krijg opgestuurd met de post? Mensen sturen me de uiteenlopendste spullen die ze zelf hebben gefabriceerd. Neem dat bier. Het smaakt vaak gruwelijk, maar wat maakt het uit! Of zelf verbouwd, biologisch voedsel. Het mag snobistisch zijn, ik vind het prachtig. Het neoliberalisme heeft handarbeid altijd behandeld als iets van weinig waarde. Iedereen moest in de financiële sector gaan werken. Ik ben dat boek gaan schrijven om wat aan die minachting te doen. Nou, dat is volgens mij aardig gelukt.'

Wie is Richard Sennett?

Geboren op Nieuwjaarsdag 1943, groeide Richard Sennett op bij zijn moeder in een achterstandswijk in Chicago. Van jongs af aan speelde hij piano en cello. Hij bezocht de prestigieuze Juilliard School in New York, maar een handblessure gooide roet in het eten.

Tegenwoordig is hij onder meer hoogleraar sociologie aan de London School of Economics. In 2010 ontving hij de Spinoza-prijs.

Tot zijn bekendste, in het Nederlands vertaalde boeken behoren De cultuur van het nieuwe kapitalisme (Engelstalige origineel uit 2006), De ambachtsman (2008) en Samen (2012). Volgend jaar verschijnt zijn nieuwe boek, over hoe mensen hun stad maken.

Sennett is getrouwd met de Nederlands-Amerikaanse socioloog Saskia Sassen.

De 74-jarige Sennett komt uit een vuurrood nest van Russische emigranten. Zijn vader was communist en keerde verbitterd terug uit de Spaanse burgeroorlog. Na een scheiding werd de jonge Richard opgevoed door zijn moeder, een sociaal werkster en vakbondsvrouw. Het Chicago waarin hij groot werd, was er een van uitersten. Het arme gezin woonde in de harde, multiculturele nieuwbouwbuurt Cabrini Green. Maar in cultureel opzicht was Sennett rijk. Hij leek voorbestemd om cellist te worden. Toen hij 21 jaar was, haalde een aandoening aan zijn linkerhand een streep door die carrière. Dan maar sociologie.

Misschien wel de belangrijkste rode draad in de tientallen boeken die hij sindsdien geschreven heeft, is de metamorfose van de werkvloer. Inmiddels heeft een op de drie werkenden in Nederland een tijdelijk contract of is zzp'er. De stress waartoe dat kan leiden is funest, meldde begin dit jaar de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in een rapport. Flexibele krachten blijken met onzekerheid te kampen en spelen op safe, bang om de chef voor het hoofd te stoten. Ook de betaling is beroerd. Terwijl de economie sinds het begin van deze eeuw per Nederlander met 11 procent groeide, daalde het besteedbaar inkomen met 4 procent. De meeste economen wijzen de oprukkende flexibilisering als boosdoener aan.

Maar Sennett wijst op nog een ander gevolg. De flexmens is met een tak vergeleken. Waait het in de economie, dan blijft die niet op zijn plek. Hij buigt soepel mee. Het ideaal wil dan ook dat de flexibele werknemer losjes speelt met rollen. Vastigheid vindt hij saai. 'Stabiliteit wordt bijna als een levende dood opgevat', schrijft Sennett in The Corrosion of Character (1998). Wie nu afstudeert, zal tot aan zijn pensioen voor gemiddeld meer dan tien verschillende werkgevers werken. Vrolijk multitaskend hopt de flexmens van het ene 'project' naar de volgende 'uitdaging'.

De werkelijkheid is compleet anders, constateerde Sennett in zijn studies op de werkvloer. Flexibiliteit komt in de praktijk neer op permanente voorwaardelijkheid. Samenwonen, een huis kopen, kinderen krijgen: het wordt noodgedwongen uitgesteld. Uiteindelijk pakt dat desastreus uit voor ons wezen zelf, ons karakter. De flexmens heeft steeds meer moeite om, zoals Sennett het beschrijft, 'de auteur van zijn eigen leven' te zijn. Om te bouwen aan een levensverhaal waaraan zij of hij zelfrespect kan ontlenen. In plaats daarvan wordt een overdosis buigzaamheid gevraagd. Net zolang tot de tak breekt.

Staat deze pikzwarte conclusie, die u twintig jaar geleden trok, nog steeds overeind?

'Ik woon tegenwoordig in Groot-Brittannië, maar tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen ben ik even teruggekeerd naar Amerika. Ik ging naar een plek in Pennsylvania waar ik eerder onderzoek heb gedaan. Om te spreken met mensen...' (Hij grijnst) 'Niet zoals jullie journalisten doen, maar echte, uitvoerige gesprekken. Dan hoor ik vijftigers zeggen dat ze aan het einde van de rit niets hebben kunnen opbouwen. Niets wat blijft. Ze hebben tientallen jaren werk gestopt in een groot bedrijf, maar worden nu behandeld als afzonderlijke, anonieme units. Er is geen baas meer met wie ze persoonlijk contact hebben. Hun werkgevers zitten in Nederland, of in Singapore. Iemand vertelde me: 'Wij leven aan het uiteinde van de e-mail.' Dat is geen bestaanswijze die je eindeloos volhoudt.'

Sinds de overwinning van Trump regent het analyses van journalisten, wetenschappers en politici die hun oor te luister leggen bij wat de 'verliezers van de globalisering' genoemd worden. Heeft u daarvan iets nieuws geleerd?

'Mij raakte de afgelopen maanden datgene waarover níét gepraat wordt. Alles werd gegoten in termen van een teleurgestelde arbeidersklasse, van toenemende ongelijkheid en het verdwijnen van fatsoenlijke industriebanen. Maar dan zie je over het hoofd dat Trump ook heel veel kiezers trekt uit de gegoede middenklasse. Zijn electoraat is het net zozeer om ras te doen. Ik weet dat jullie ook kampen met rechtspopulisme - wat is er gebeurd met het verlichte Nederland! - maar toch kunnen Europeanen zich amper voorstellen hoe racistisch de Amerikaanse maatschappij is. Die lange geschiedenis van slavernij en segregatie werkt nog altijd door. Het feit dat Obama gekozen werd, was voor velen een verschrikking. Ook voor Trump. Ik houd daarom een erg dubbel gevoel over aan al die aandacht voor de maatschappelijke verliezers, de zogenaamde deplorables. Ze zitten al in de hoek waar de klappen vallen. Dan is het wel erg makkelijk om deze mensen ook nog eens de schuld te geven van het succes van uiterst rechts.'

Iets positievers: uw kritiek op de flexibilisering klinkt ineens alom. In de aanloop naar de Nederlandse verkiezingen gaf zelfs het liberale D66 toe dat deze ontwikkeling te ver is doorgeschoten.

'Echt waar? Dat doet me deugd. Toen ik met dit onderzoek begon, draaide het in de wetenschap vrijwel uitsluitend om kapitaal. Aandelenbeurzen, geldstromen - dat idee. Ik zei: jullie hebben het verkeerd. Als je de economische veranderingen die om ons heen plaatsvinden écht wilt begrijpen, moet je naar de ervaringen van mensen op de werkvloer kijken. En als ik iets heb geleerd van veertig jaar lang werknemers interviewen, is het dat geld belangrijk is voor mensen, maar zeker niet hun hoogste prioriteit.'

Waar gaat het dan wel om? Zekerheid?

'Niet alleen. Het komt erop neer dat mensen een traject voor zich willen zien. Ze hebben een verhaal nodig over hun werkende leven. Iets waarop ze achteraf tevreden kunnen terugkijken: dit heb ik door hard werken stapje voor stapje bereikt, en mijn kinderen zullen het op hun beurt nog beter krijgen. Zo creëren we zin. Het flexibele kapitalisme maakt zo'n langetermijnplanning onmogelijk. Dan hoor ik soms van economen dat ik te romantisch ben. Het zou werknemers alleen om geld te doen zijn. Elke jaar drie procent erbij, en alles is in orde. Onzin. Het idee alleen al dat je iemands leven kunt afkopen met een loonsverhoging van een paar honderd euro, daar klopt niets van. Dat is de vergissing van de economen. Een rekenkundige fantasie. Uiteindelijk wordt niemand er gelukkig van om zijn baan te zien als iets tijdelijks. Iets wat van de ene op de andere dag kan verdwijnen als gevolg van de zoveelste reorganisatie.'

U wordt niet alleen een romanticus genoemd. U pleit ook voor karakter, beroepseer, discipline,vakmanschap, zekerheid - stuk voor stuk waarden die velen zien als ouderwets, zelfs kleinburgerlijk.

'Wie dat woord gebruikt, kleinburgerlijk, koestert echt minachting voor gewone mensen. Dat is een heel luie manier van denken. En een buitengewoon denigrerend etiket. Mensen hebben basisbehoeften. Orde is daar één van. Net als stabiliteit. Daar is niets rechts aan.'

U bent geen conservatief?

(Glimlacht) 'Nee hoor, ik ben een brave socialist. Maar deze discussie voer ik al mijn hele leven. Uit mijn ervaring als musicus weet ik dat mensen structuur, orde en discipline nodig hebben. Je moet eindeloos oefenen om iets goed in de vingers te krijgen. Om jezelf te verbeteren. De vraag die mij bezighoudt is hoe we structuur kunnen aanbrengen in onze maatschappij, en het toch open houden. Ooit heb ik een boek geschreven over autoriteit. Dat is compleet vergeten. Best jammer, want juist nu kampen we in Europa met een politieke autoriteitscrisis. Het boek verscheen in 1980, op het moment dat postmoderne denkers gezag helemaal fout vonden. Ik begrijp wel waar dat vandaan kwam. In de jaren zestig en zeventig heerste de overtuiging dat mensen geen gids of voorbeeld nodig hadden. Kijk naar alle ellende waar een leider als Mao voor zorgde. Maar van daaruit zijn we doorgeschoten naar het andere uiterste. Namelijk het misverstand dat mensen voldoende hebben aan zichzelf. Dat ze niets of niemand buiten zichzelf nodig hebben om zich op te oriënteren.'

Oude waarden, doodverklaard door menig progressief, blaast u nieuw leven in. Voert het te ver om een parallel te trekken met de populariteit van politici als Jeremy Corbyn, Bernie Sanders en Jean-Luc Mélenchon? Jarenlang hoorden we dat de verzorgingsstaat op zijn einde liep, net als de vakbonden. Zelfs de politieke partij was achterhaald. Maar in plaats van iets heel nieuws, zien we nu de terugkeer van een klassieke, ouderwetse sociaaldemocratie die pleit voor zekerheid.

'Sociaaldemocratie ouderwets? Het spijt me werkelijk om dat te horen. Er is niets ouderwets aan het garanderen van basisbehoeften als zorg en onderwijs. En natuurlijk is zo'n verzorgingsstaat nog altijd mogelijk. Kijk naar een land als Zweden. Daar is hij voor een groot deel overeind gebleven. Ik weet wel dat in Groot-Brittannië een aantal heel rijke Labour-politici dat ontkent. Maar dat is, behalve een heel geprivilegieerde manier van denken, ook een garantie om als links permanent onverkiesbaar te worden. De verzorgingsstaat is niet verdwenen als gevolg van een onvermijdelijk proces van globalisering. Alsof dat een natuurkracht is. Hij is vernietigd door het neoliberale kapitalisme. Dat betekent dus ook dat we, als mensen dat willen, opnieuw een verzorgingsstaat kunnen bouwen. Liefst wat minder gecentraliseerd, met meer invloed voor de gemeenschap van onderop.'

U behoorde niet tot degenen die Jeremy Corbyn wegzetten als een kansloze radikalinski met heimwee naar een voorbij tijdperk.

'Integendeel, ik heb Jeremy geholpen bij zijn campagne. Wat mij opviel, is dat zijn zogenaamd ouderwetse sociaaldemocratische programma juist omarmd wordt door jonge mensen. Net als bij Bernie Sanders trouwens. Die jongeren vinden net zo goed dat ze het verdienen om een leven te hebben. Niet slechts een tijdelijk wegwerpbaantje met een studieschuld.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden