Vogels tellen aan de hand van toeristenkiekjes

Waren er honderd jaar geleden meer of minder zeekoeten op het Zweedse eiland Store Karlsö? Aan de hand van toeristenfoto's leverden onderzoekers het bewijs.

De zeekoetenpopulatie op het Zweedse eiland Store Karlsö in 2014.

Tellen en turven, dat is de gebruikelijke manier om de vogelstand te bepalen. Maar hoeveel dieren waren er honderd jaar geleden, toen nog niemand de aantallen bijhield? Onderzoekers uit Zweden gebruikten natuurfoto's uit de oude doos om vogels in het verleden te tellen. Zo toonden ze aan dat de zeekoetengemeenschap op het Zweedse eiland Store Karlsö in de afgelopen honderd jaar flink is toegenomen.

Het pittoreske eiland is sinds 1880 een natuurreservaat en een rustplaats voor zeevogels. Jaarlijks telt het eiland zo'n tienduizend toeristen die afkomen op de steile rotswanden met nestelende zeekoeten: vogels die met hun zwart-witte vederkleed en rechtopstaande houding wel wat weg hebben van pinguïns. Door de jaren heen is het eiland van alle kanten gefotografeerd, en zo ook de zeekoeten.

Hele kolonie in beeld

De onderzoekers verzamelden foto's uit archieven, musea en van toeristen. De oudste kiekjes stammen uit 1918. Ook keken zij naar recentere beelden, afkomstig uit een officiële fotodocumentatie van de vogelkolonie.

Volgens de tellingen gaat het goed met de zeekoet. Waar er honderd jaar geleden slechts 200 broedparen waren, telt het eiland er nu circa 1.200.

De onderzoekers vermoeden dat het succes van de zeekoet mede te danken is aan strengere visregulaties, minder olielekken en striktere bescherming van de vogels op het eiland.

'Een leuke methode', vindt Steve Geelhoed, onderzoeker mariene ecologie bij onderzoeksinstituut Imares van de Wageningen Universiteit. Volgens hem is de locatie er bij uitstek geschikt voor. 'Er is één grote klif met broedende vogels, dus kun je nagenoeg de hele kolonie in beeld brengen.' Maar uniek is het niet. Al sinds de jaren zeventig worden foto's ingezet om de vogelstand te bepalen, ook met terugwerkende kracht. Wel is dit een van de weinige onderzoeken die zo ver terugkijken.

De zeekoetenpopulatie op het Zweedse eiland Store Karlsö in 1950.

Minder nauwkeurig

Waterdicht is de methode ook niet, meent Kees Camphuysen, mariene ecoloog aan het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Voor de telling maakt het namelijk uit wanneer de foto is gemaakt, omdat de broedende vogels niet altijd bij hun nest aanwezig zijn. Dat verschilt bijvoorbeeld met het weer en per broedfase. Camphuysen denkt dat bij het tellen de oudere foto's mogelijk sneller voor lief werden genomen, wat de tellingen minder nauwkeurig zou maken.

Desondanks denkt Geelhoed dat de schatting van het aantal getelde dieren grofweg kan kloppen.

Met andere Noordzeevogels gaat het overigens ook goed. Veel soorten vogels zijn in de afgelopen eeuw in aantal toegenomen en broeden nu op meer plekken. Waarschijnlijk is dat voornamelijk te danken aan de afgenomen jacht op deze vogels en het minder rapen van eieren.

Het gaat beter met Zweedse zeekoeten.Beeld Aron Hejdström
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden