Vlieg ontwijkt aanval als een jsf in een luchtgevecht

Delftse en Amerikaanse wetenschappers hebben voor het eerst vastgesteld hoe een vlieg die wordt aangevallen de bocht omgaat: ze maken een rolbeweging opzij, als een gevechtsvliegtuig in luchtgevecht.

Een vlieg ontwijkt een aanval Beeld Universiteit Delft

Fruitvliegen bereiken daarmee draaisnelheden tot 5000 graden per seconde, genoeg om in twee honderdste van een seconde een scherpe bocht naar links of rechts te maken, en vijf maal sneller dan een 'gewone' vliegenbocht.

Vandaar dat het zo lastig is om een vlieg te meppen, constateren luchtvaart- en ruimtevaarttechnicus Johan Melis, die net op het onderzoek afstudeerde aan de TU Delft, en zijn begeleider Florian Muijres. 'Wat er in feite gebeurt is dat ze de aerodynamische kracht die ze normaal gebruiken om in de lucht te blijven, inzetten om te versnellen en weg te komen,' zegt Melis. Vandaag beschrijven de onderzoekers de ontdekking in het gezaghebbende vakblad Science.

Wetenschappers vragen zich al tientallen jaren af hoe een insect met hersenen zo klein als een zoutkorrel zulke ingewikkelde capriolen kan maken. Dat is onder meer nuttig voor toepassing in robotinsecten zoals de vliegende libelle Delfly uit Delft, aldus Muijres. 'Tot nu toe is er veel aandacht geweest in het vliegend krijgen van dit soort robots. Goed manoeuvreren is de volgende stap. Dat moet vooral autonoom gebeuren, dus kennis over dit soort zeer snelle en precieze ontwijkmanoeuvres kan hier zeker aan bijdragen.'

Lees verder onder de video

 
Wetenschappers vragen zich al tientallen jaren af hoe een insect met hersenen zo klein als een zoutkorrel zulke ingewikkelde capriolen kan maken
Beeld Universiteit Delft
Beeld Universiteit Delft

Hogesnelheidscamera's
Samen met Amerikaanse collega's filmden met Muijres en Melis fruitvliegen met hogesnelheidscamera's terwijl ze de dieren aan het schrikken maakten door ze een snel uitdijend zwart vlak te tonen, alsof er iets op ze af kwam. De geschrokken fruitvliegen reageerden daarop door hun buiteling te maken.

'Het bijzondere is dat de beweging zeer gecontroleerd en gericht is, weg van het gevaar', aldus Muijres. Na hun val opzij, waarbij ze soms haast ondersteboven vlogen, stabiliseerden ze zich: allemaal in slechts een paar vleugelslagjes tijd.

'Prachtig', vindt de Groningse hoogleraar bionica John Videler de Delftse filmpjes. Eigenlijk is Videler, zelf niet bij de experimenten betrokken, het maar met één ding oneens: 'De vergelijking met een straaljager. Wat hier gebeurt, is veel ingenieuzer. Je ziet dat rechtervleugeltje een heel ander klapje maken dan de linkervleugel. Geweldig om te zien.'

Dat het nu pas lukt om de finesses van de vliegenbocht te doorgronden, komt volgens Melis omdat het erg lastig is insecten in vrije vlucht te onderzoeken. 'Het zijn toch vrij kleine beestjes. En ze gaan per seconde 200 keer met hun vleugeltjes op en neer.'

Twee weken geleden nog toonde een ander, Zwitsers-Engels team aan dat bromvliegen die de bocht omgaan één vleugel wat afremmen, door energie te laten wegstromen naar een gespecialiseerd spiertje. Maar die proeven hadden als nadeel dat men de vliegen had vastgelijmd aan een stokje: ze konden niet vallen of rollen.

 
Wat hier gebeurt, is veel ingenieuzer dan een straaljager
John Videler
Beeld Universiteit Delft
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.