Vikingen waren niet bang voor Groenlandse kou

De Vikingen konden zich in de Middeleeuwen op Groenland vestigen dankzij een periode van ongewoon warm weer. Het milde klimaat stond garant voor gunstige leefomstandigheden. Toen enkele eeuwen later een koude periode aanbrak, werden ze gedwongen hun verblijf op te geven.

Niet eng. Althans, niet voor Vikingen Beeld afp

Zo luidt een wijdverbreide theorie over de kolonisatie van Groenland door de Vikingen. Deze lezing wordt nu betwist door Amerikaanse wetenschappers. Volgens hen was het destijds niet zo warm als veelal wordt aangenomen.

De onderzoekers van onder meer de Columbia University schrijven in Science Advances dat het al behoorlijk koud was toen de Vikingen Groenland bewoonden. Daaruit maken ze op dat het klimaat vermoedelijk geen doorslaggevende rol speelde bij de teloorgang van hun nederzettingen, zo'n vier eeuwen na aankomst.

Andere factoren die mogelijk bijdroegen aan de exodus van de Vikingen winnen zo aan geloofwaardigheid: het inzakken van de handel, bodemerosie en botsingen met de Inuit, de inheemse bevolking van Groenland.

Onder leiding van Erik de Rode voeren de Vikingen rond 985 vanaf IJsland naar Groenland. In het zuidwestelijke kustgebied vestigden zich enkele duizenden kolonisten, die zich in leven hielden met veeteelt en de handel in ivoor van walrussen. Hun verblijf viel grotendeels samen met wat de Middeleeuwse Warme Periode wordt genoemd, die duurde 950 tot 1250. De Vikingen verdwenen van Groenland aan het begin van de zogeheten Kleine IJstijd (1300 tot halverwege de 19de eeuw).

De wetenschappers ontdekten in Groenland en op Baffineiland - een Canadees eiland mogelijk ook bewoond door de Vikingen - sporen van zogeheten morenen. Dat zijn opeenhopingen van bergpuin aan het uiteinde van een gletsjer. Dankzij dateringsmethoden stelden ze vast dat bepaalde morenen moeten zijn gevormd in de tijd van de kolonisatie door de Vikingen.

Uit de locatie van deze wallen van puin leidden de onderzoekers af dat de gletsjers tussen 975 en 1275 even groot of bijna even groot waren als tijdens de Kleine IJstijd. Dat betekent volgens hen dat het ongeveer even koud moet zijn geweest toen de Vikingen aankwamen als toen ze vertrokken.

De verklaring moet volgens de onderzoekers worden gezocht in de regionale klimaatverschillen tijdens de Middeleeuwse Warme Periode. Het was niet overal even warm. Er zijn aanwijzingen dat het westelijke deel van het Noord-Atlantische gebied (en dus het zuidwesten van Groenland en Baffineiland) koud bleef, terwijl het oostelijk gebied betrekkelijk warm was.

Michiel Helsen, glacioloog bij het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek van de Universiteit Utrecht, zegt dat de studie van de Amerikanen een 'degelijke indruk' maakt. Het bevestigt dat klimaatfluctuaties regionaal van aard zijn, aldus Helsen.

Eerder is door wetenschappers gesuggereerd dat deze periode deels is toe te schrijven aan een lange positieve fase van de zogeheten Noord-Atlantische Oscillatie (NAO). Dat is een maat voor het luchtdrukverschil tussen de Azoren en IJsland. Tijdens een positieve fase wordt relatief warme lucht naar West-Europa gevoerd, met een tegengesteld effect in het zuidwesten van Groenland, doordat daar koude poollucht naartoe wordt gezogen.

Dat de NAO invloed heeft gehad is een logische gedachte', zegt Helsen. 'Maar het is niet het enige: ook oceaanstromingen en patronen van het zeeijs spelen een rol. De onderzoekers hebben alleen gekeken naar gletsjers, terwijl de hoeveelheid zeeijs van belang is voor de mogelijkheden van de Vikingen om in dat gebied te varen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden