wetenschapde grenzen aan de groei

Vijftig jaar na het rapport van de Club van Rome: wat is de erfenis van De grenzen aan de groei?

null Beeld Rein Janssen
Beeld Rein Janssen

De apocalyptische vergezichten die de Club van Rome in 1972 zag zijn weer actueel en urgent. Waarom is er de afgelopen halve eeuw niet afdoende actie ondernomen? We vroeger het onder anderen aan Dennis Meadows, mede-opsteller van De grenzen aan de groei.

Mac van Dinther en Michael Persson

In zekere zin zijn we niet veel verder gekomen. Als je aan Dennis Meadows vraagt of hij tijd heeft voor een terugblik op het mede door hem geschreven legendarische rapport De grenzen aan de groei uit 1972, blijkt uit zijn antwoord dat we nogal in kringetjes hebben rondgedraaid, de afgelopen halve eeuw.

‘Stuurt u mij een mailtje met vragen die u me zou willen stellen. Als die nieuw en interessant zijn, praat ik er graag over. Als het gewoon weer dezelfde vragen zijn die ik de afgelopen vijftig jaar in honderden interviews heb beantwoord, dan zal ik de uitnodiging beleefd afslaan. Hartelijke groet.’

Het zegt twee dingen. Eén: er wordt al vijf decennia lang in golfbewegingen geluisterd naar de waarschuwingen uit het rapport van de Club van Rome. Twee: er wordt al vijf decennia lang zo weinig met die waarschuwingen gedaan, dat ze kennelijk steeds ongeveer dezelfde vragen oproepen.

Eerst: wat zien jullie gebeuren? Hoe kunnen we dat voorkomen? Later: wat zagen jullie gebeuren? Hoe hadden we dat kunnen voorkomen? Of, iets optimistischer: waarom zaten jullie ernaast?

Milieu-econoom Dennis Meadows, co-auteur van De grenzen aan de groei. Beeld Axel Heimken / EPA
Milieu-econoom Dennis Meadows, co-auteur van De grenzen aan de groei.Beeld Axel Heimken / EPA

Toch is er reden om precies vijftig jaar na de publicatie van De grenzen aan de groei opnieuw te kijken naar het rapport, waarmee destijds de zorgen om het milieu en de toekomst van de aarde voor het eerst in systematische samenhang werden beschreven. Het boekje, waarvan de kern bestond uit primitieve grafieken met gekantelde letters uit een matrixprinter, was een enorme bestseller, en belandde alleen al in Nederland in een paar honderdduizend boekenkasten. Nu, met escalerende problemen als de opwarming van de aarde, stijgende grondstoffenprijzen, teruglopende biodiversiteit, boskap, oceaanverzuring en plasticsoep, zijn de deels apocalyptische vergezichten van toen weer actueel en urgent. Niet alleen milieuactivisten, maar ook, net als toen, mensen uit het bedrijfsleven, signaleren dat de aarde tegen grenzen aan loopt.

‘Dat wij hetzelfde soort conclusies trekken, is eigenlijk niet verrassend’, zegt Frans Blom, voorzitter van de raad van commissarissen bij zakenbank Van Lanschot Kempen. Samen met een aantal topmensen uit het bedrijfsleven trok ook hij onlangs aan de alarmbel. Zijn club Denkwerk beschreef, geïnspireerd door Zweedse wetenschappers, hoe we al vier van de negen door hen geïdentificeerde planetaire grenzen hebben overschreden. ‘Sommige lijnen lopen alleen nog maar steiler omhoog. Maar ik kan je niet vertellen wanneer je tegen een muur aanloopt. De wereld kan zich nog steeds aanpassen.’

De netelige positie van de mensheid

Het is in 1968 dat een groepje zakenlieden en academici voor het eerst samenkomt in Rome, op uitnodiging van Aurelio Peccei, directeur bij Fiat. Ze maken zich zorgen over ‘the predicament of mankind’, de problematische situatie waarin de mensheid volgens hen verkeert. Ze denken dat zij, als onafhankelijke geesten, meer vrijheid hebben om langetermijnkwesties te analyseren en op te lossen dan politici.

Bijeenkomst van de Club van Rome in 1974 in West-Berlijn. Rechts oprichter Aurelio Peccei.  Beeld ANP
Bijeenkomst van de Club van Rome in 1974 in West-Berlijn. Rechts oprichter Aurelio Peccei.Beeld ANP

Na twee dagen van bezorgde gedachtenuitwisselingen spreken zij af vaker bij elkaar te komen, en zo ontstaat de club die ze naar de Italiaanse hoofdstad noemen. Hun eerste project: het bouwen van een ‘grofkorrelig model’ om ‘zo systematisch mogelijk de aard en configuratie van de fundamentele instabiliteiten te bestuderen die de problematiek van de wereld vormen’. Twee jaar later wordt dat in een eerste werkdocument beschreven. The Predicament of Mankind – Quest for Structured Responses to Growing World-wide Complexities and Uncertainties, is de titel. De ambitie is enorm. Het is hun overtuiging, zo schrijven ze, dat op basis van een model alternatieve scenario’s te ontwikkelen zijn, op grond waarvan beleidsmakers beslissingen kunnen nemen. Dan kijken ze elkaar aan. Wie zou zo’n model voor ze kunnen maken?

Aan het gerenommeerde Massachusetts Institute of Technology in het Amerikaanse Boston werkt in die tijd een groepje ingenieurs aan wiskundige modellen om stedelijke ontwikkelingen te kwantificeren. De Club van Rome nodigt Jay Forrester, het hoofd van deze afdeling systeemdynamica, uit om in Zwitserland zijn werk uit te komen leggen. Het klikt meteen en op de terugweg in het vliegtuig krabbelt Forrester een eerste aanzet van het model, zo beschrijft de Nederlandse journalist Jaap Tielbeke in zijn deze maand verschenen boek We waren gewaarschuwd. ‘Hij tekent cirkels, vierkantjes en wolkjes en trekt er een wirwar van lijntjes tussen, sommige gestippeld, andere met dikke pijlen.’ Dat zijn de variabelen die de input zullen vormen voor het model: bevolking, industriële productie, natuurlijke hulpbronnen en vervuiling.

Terug in Boston zet Forrester zijn twee belangrijkste troeven in. Een primitieve computer, een met ponskaarten geprogrammeerd bakbeest dat de benodigde grafieken moet gaan uitspugen, en een 28-jarige promovendus in zijn groep, die de leiding krijgt over het project: Dennis Meadows. Twee jaar later verschijnt het boek dat de wereld had moeten veranderen. ‘Als de huidige trends onveranderd doorzetten, zullen de grenzen van de groei op deze planeet ergens in de komende honderd jaar worden bereikt.’

CBS-presentator Charles Romine praat met Jay W. Forrester, hoofd van het computerlab aan MIT. Ze staan in Cambridge voor de Whirlwind I, destijds (mei 1954) een supersnelle computer. Beeld CBS via Getty
CBS-presentator Charles Romine praat met Jay W. Forrester, hoofd van het computerlab aan MIT. Ze staan in Cambridge voor de Whirlwind I, destijds (mei 1954) een supersnelle computer.Beeld CBS via Getty

Een breedgedragen bezorgdheid

‘Het was geen links rapport’, zegt Geert Buelens, een Vlaamse hoogleraar letterkunde aan de Universiteit Utrecht, die in zijn boek Wat we toen al wisten de ‘vergeten groene geschiedenis van 1972’ beschrijft. ‘Het kwam uit de elite. Het rapport was geïnitieerd door mensen die van Olivetti en Fiat kwamen, het werd gesponsord door Volkswagen. Het was allesbehalve links. In Rotterdam werd naar aanleiding van het rapport een tentoonstelling georganiseerd die werd geopend door koningin Juliana.’

Het was ook zeker niet zo dat de Club van Rome het milieu op de agenda had gezet. Tien jaar eerder had Rachel Carson haar boek Silent Spring uitgebracht, over de vergiftiging van de natuur door pesticiden. En eind jaren zestig wees Paul Ehrlich in The Population Bomb op de bevolkingsgroei als belangrijkste oorzaak van een aanstaande apocalyps. ‘Er was duidelijk een voedingsbodem voor De grenzen aan de groei’, zegt Buelens, die zelf nog geen jaar oud was toen het rapport verscheen. ‘De gevolgen van de vervuiling waren ook zichtbaar. Rivieren stonken, bedrijven vervuilden de lucht, het was overal herkenbaar. In Japan hingen zuurstofmaskers op tankstations tegen de smog.’

De groep Friends of the Earth liep op 2 oktober 1972 met gasmaskers op een protestmars tegen uitlaatgassen. De wandeling ging van Noord-Sydney naar het stadhuis van Sydney. Beeld Keith Edward Byron / Getty
De groep Friends of the Earth liep op 2 oktober 1972 met gasmaskers op een protestmars tegen uitlaatgassen. De wandeling ging van Noord-Sydney naar het stadhuis van Sydney.Beeld Keith Edward Byron / Getty

De zorgen worden dus al breed gedragen. De conservatieve Amerikaanse president Richard Nixon richt in 1970 de EPA op, een milieuwaakhond van de overheid, en ook in Europa schrijven politici van Sicco Mansholt tot Charles de Gaulle brandbrieven over vervuiling en verspilling. Mansholt, landbouwcommissaris van de Europese Commissie, stelt in 1972 al voor dat we voor producten die de wereld niet nodig heeft geen grondstoffen meer beschikbaar stellen. ‘Zo’n opvatting hoor je nu nergens meer’, zegt Buelens. ‘Dat staat haaks op de liberalisering die sindsdien de overhand heeft gekregen.’ Het nieuwe van het rapport, zegt hij, was de ‘integraliteit’ ervan. ‘Dat alles met elkaar samenhangt: milieu, biodiversiteit, landbouw, et cetera. Dat was denk ik de belangrijkste les uit 1972.’

Meadows en zijn team (onder wie zijn vrouw Donella) laten hun model, World3 genaamd, drie scenario’s uitspugen, op basis van de exponentieel groeiende wereldbevolking en haar consumptie. Twee daarvan leiden ergens halverwege de 21ste eeuw tot ‘overshoot and collapse’ (doorschieten en instorten), waarbij de lijnen langs een steeds steilere helling klimmen en dan in een afgrond storten. Het punt waarop dat gebeurt, hangt volgens hen af van eventuele technologische vooruitgang, maar die kan het tempo nooit bijhouden. Het enige stabiele scenario veronderstelt dat de bevolkingsgroei onder controle wordt gebracht. Technologische vooruitgang leidt alleen tot uitstel van executie. De boodschap slaat aan: er worden 30 miljoen exemplaren van het boek verkocht.

‘Ik weet nog goed dat het rapport uitkwam’, zegt Noelle Aarts (1957), hoogleraar socio-ecologische interacties aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Ik was 14 en zat op de middelbare school in Hulst. Wij hadden een scheikundeleraar die ons erop attendeerde. Hij sloeg echt alarm. Wij woonden onder de rook van Antwerpen en de haven, en die leraar deed proefjes met wat er allemaal in de lucht zat als de wind onze kant opwaaide. Hij organiseerde ook excursies naar Doel, waar mensen weg moesten vanwege een kerncentrale. Wij gingen in de bus mee protesteren. Mijn vader werd daar enorm kwaad over. Hij haalde thuis de stoppen eruit van mijn kamer en die van mijn zusje. ‘Want jullie hebben blijkbaar geen energie nodig’, zei hij. We konden ons behelpen met kaarsjes.’

De kop in het zand gestoken

Volgens Aarts en Buelens werd het rapport, ook al was het afkomstig uit onverdachte industriële hoek, door bedrijven, vooruitgangsoptimisten en steeds neoliberalere economen weggezet als links doemdenken. ‘Het was wel zo dat zij een boodschap brachten die vergelijkbaar was met die van de hippies en kabouters van die tijd’, zegt Buelens, ‘maar die beeldvorming was echt een manier om het rapport onschadelijk te maken.’ Aarts: ‘De consequenties van het rapport werden als bedreigend ervaren. Daar hadden mensen geen zin in. Als je het probleem niet erkent, hoef je er ook niets mee. Dus werd het meteen in de hoek van de geitenwollensokkenmilieuactivisten gedrukt.’

De grenzen aan de groei is een leeg en misleidend werk’, schrijft The New York Times in april 1972 in een door drie journalisten geschreven recensie. ‘De auteurs nemen aan dat de wereld totaal niet in staat is zich aan te passen aan de problemen van schaarste. Technologie stagneert en vervuiling wordt genegeerd, zelfs als miljoenen mensen daardoor de verstikkingsdood sterven. (…) Samenvattend kun je zeggen dat het een herontdekking is van de oudste wet van de computerwetenschap: Garbage In, Garbage Out.’

De toon is gezet. Als na de oliecrisis de prijzen weer dalen en door technologische vooruitgang nieuwe voorraden grondstoffen worden gevonden, als de wereldwijde levensstandaard stijgt terwijl de vervuiling van lucht en water (in westerse landen) afneemt, zien velen dat als een bewijs van het ongelijk van Meadows en de zijnen. Als vervolgens, in de jaren tachtig, het antireguleringskapitalisme (het neoliberalisme) de wereld overspoelt, is er al helemaal geen plaats meer voor milieupessimisme. Geactualiseerde edities van De grenzen aan de groei, die verschijnen in 1992 en 2002, krijgen lang niet zoveel aandacht meer als de eerste. De vrije markt gaat alles wel oplossen, is de teneur.

Kinderen op rolschaatsen op een autoweg bij Amsterdam tijdens autoloze zondag, 4 november 1973. De autoloze zondag werd ingevoerd door het kabinet-Den Uyl vanwege de oliecrisis. Beeld ANP
Kinderen op rolschaatsen op een autoweg bij Amsterdam tijdens autoloze zondag, 4 november 1973. De autoloze zondag werd ingevoerd door het kabinet-Den Uyl vanwege de oliecrisis.Beeld ANP

‘Niet gefrustreerd, wel verdrietig’

So here we are, zegt Meadows, inmiddels 79 jaar, nog steeds vanuit New England, die de opgestuurde vragen kennelijk goed genoeg vindt om ze op een bandje te beantwoorden. ‘Of ik gefrustreerd ben dat ik het proces niet op de een of andere manier eigenhandig heb kunnen veranderen? Nee hoor. Mijn doel, als wetenschapper, is de informatie zo goed mogelijk te presenteren, en dan mensen te laten beslissen of ze er wat mee doen. In dit geval hebben ze dat niet significant gedaan, voor zover ik zie. Dat maakt me niet gefrustreerd, wel verdrietig. Want daardoor zal onze samenleving veel korter bestaan dan anders het geval was geweest. En we maken het veel moeilijker voor sommige andere diersoorten op deze planeet.’

Volgens hem zitten we inmiddels ver in een van de collapse-and-overshoot-scenario’s, waarvoor hij waarschuwde. De CO₂-concentratie, die in het rapport in 1972 een eigen grafiek kreeg (al verbonden ze daar toen nog geen conclusies aan), is typerend. ‘Er is vrijwel geen kans dat we die op tijd gaan terugdringen. Zelfs als we nu zouden stoppen met uitstoten, zullen we nog zeker een eeuw krijgen met dramatische veranderingen in ons klimaat. En zelfs als we een magische knop hadden om de CO₂ weg te toveren, dan zou dat onze andere problemen niet oplossen. Ons probleem is dat we onze consumptie van energie, materialen en voedsel ver boven de capaciteit van de planeet hebben laten groeien. Als klimaatverandering die groei niet stopt, zal het iets anders zijn. Oorlog, honger, een pandemie: de manieren waarop de bevolkingsgroei stopt, zijn niet veel anders dan duizend jaar geleden.’

Ja, er is vooruitgang geboekt, erkent hij. Het water in rivieren, de lucht, later de ozonlaag. Maar dat was verraderlijke vooruitgang. ‘Die vroege successen werden de rechtvaardiging dat we niet méér hoefden te doen. Het waren universele problemen, maar je kon er lokaal wat aan doen, en maatregelen hadden op vrij korte termijn effect. De grootste problemen, zoals CO₂-uitstoot, zijn mondiaal. Dan helpt het niet als je lokaal wat doet. Die eerste successen hebben ons een verkeerd begrip gegeven van onze invloed. Alsof kleine veranderingen genoeg zijn.’

Ingekapseld door het kapitalistisch systeem

Het waren allemaal maatregelen die het regime niet aantastten, zegt hoogleraar Aarts. Ofwel: we konden gewoon doorgaan met waar we mee bezig waren. Aarts onderscheidt drie niveaus waarop veranderingen kunnen plaatsvinden. Je hebt de ‘niches’, waarin vernieuwende ideeën of producten bedacht worden. Daarboven zit het ‘regime’: het stelsel van politiek, bedrijfsleven en hoe de samenleving functioneert. Daar weer boven hangt het kapitalistische systeem, dat bijna als gegeven wordt verondersteld. Alleen heel sterke niches kunnen het regime veranderen en alleen zeer krachtige regimes het systeem. ‘De meeste niches verdwijnen na een tijdje, of ze worden opgenomen en geïncorporeerd in het regime waar ze afgezwakt worden. De Club van Rome was zo’n niche.’

De gedeeltelijke inkapseling van de club wordt gepersonifieerd door Frits Böttcher, een Nederlandse chemicus die in 1972 koningin Juliana nog rondleidde op de tentoonstelling in Rotterdam. Hij was een van de oprichters en later erelid van de Club van Rome, maar werd een belangrijke klimaatsceptische lobbyist. In 1992 bracht hij een boekje uit onder de titel Science and Fiction of the Greenhouse Effect and Carbon Dioxide. Hij zou nog jaren een belangrijke spil blijven in het netwerk van klimaatsceptici en de oliebedrijven.

Koningin Juliana kijkt bij een werk uit de tentoonstelling Begrens de groei, georganiseerd naar aanleiding van het rapport van de Club van Rome. Naast haar Frits Böttcher, mede-oprichter en erelid van de Club van Rome. Later werd Böttcher klimaatscepticus. Beeld ANP / Nationaal Fotopersbureau
Koningin Juliana kijkt bij een werk uit de tentoonstelling Begrens de groei, georganiseerd naar aanleiding van het rapport van de Club van Rome. Naast haar Frits Böttcher, mede-oprichter en erelid van de Club van Rome. Later werd Böttcher klimaatscepticus.Beeld ANP / Nationaal Fotopersbureau

Meadows distantieert zich daarvan. Dat bedrijven zich nu duurzaam noemen en toch denken te kunnen doorgroeien, is hem een gruwel. ‘Groene groei is een begrip dat wordt gebruikt door mensen die meer geïnteresseerd zijn in groei dan in groen. Ze gebruiken het als een excuus om te blijven doen wat ze al deden.’

Dat er zo weinig is gebeurd, ondanks de eerste leiders die zich wel degelijk zorgen maakten over het milieu en iemand als Joop den Uyl die hardop zei dat er grenzen aan het consumeren moeten zitten, is volgens hem een kwestie van democratie, en de aard van de mens. ‘Leiders zijn geen grote persoonlijkheden. Leiders kun je beter beschrijven als mensen die snappen welke kant de massa op beweegt en in staat zijn zich aan kop te manoeuvreren. De huidige status quo is in het belang van te veel mensen en die willen helemaal geen offers brengen voor de lange termijn. Het is niet dat ze niet weten wat er over tien of twintig jaar gaat gebeuren, het kan ze gewoon niets schelen.’

Dat vindt Aarts te cynisch. ‘Nu voelt iedereen ongemak. We krijgen het steeds warmer, we zien beelden van weersextremen. Er heerst nu veel meer een gevoel dat er echt iets moet veranderen. We moeten met zijn allen meer richting activisme gaan. Dat zijn we aan onze kinderen verplicht. Ik heb mijn hoop vooral gericht op jongeren.’

null Beeld

Er moet iets gebeuren

Een van die jongeren is Ernst-Jan Kuiper, een gepromoveerde klimatoloog, geboren in 1988 – of, zoals hij zelf schrijft, bij 354 ppm, de concentratie CO₂ destijds. Zijn ‘grenzen-aan-de-groeimoment’ kwam in 2018, toen hij voor onderzoek op de Groenlandse ijskap zat. ‘Daar zat ik, omringd door klimaatwetenschappers en de stemming was niet vrolijk. Dat was voor mij de aanleiding om actief te worden. Ik had het al langs politieke weg geprobeerd, door brieven te schrijven en petities te tekenen, maar dat haalde niets uit. Ik miste de urgentie die nodig was. Toen heb ik me aangesloten bij Extinction Rebellion.’

Een actievoerder van de groep Extinction Rebellion tijden de klimaattop in Glasgow in november 2021. Beeld ANP / AFP
Een actievoerder van de groep Extinction Rebellion tijden de klimaattop in Glasgow in november 2021.Beeld ANP / AFP

Naar zijn gevoel is er meer in beweging dan destijds, toen de Club van Rome zich zorgen begon te maken, maar moet het tempo omhoog. ‘Ik snap dat dat lastig is: we zijn geëvolueerd tot een wezen dat in staat is weg te rennen voor een leeuw op de savanne, maar met abstracte problemen hebben we moeite. Mensen vinden het moeilijk in beweging te komen als hun hele manier van leven ter discussie wordt gesteld. Daarom moet het gedrag worden gestuurd. Er zouden enorme prijsprikkels moeten komen op vliegen en vlees eten. Maar de tegenkrachten zijn groot, dat is de afgelopen vijftig jaar wel gebleken.’

Meadows, die zelf nooit kinderen heeft gekregen, hoopt dat uiteindelijk ook de bevolkingsgroei kan worden getemperd, maar signaleert dat ‘die discussie helaas altijd uitkomt bij mensen in arme landen, terwijl de consumptie in rijke landen een groter probleem is’. Dat de grenzen overschreden gaan worden staat voor hem vast. De enige vraag is of het met harde of iets minder harde schokken zal gaan. ‘Maar goed, het is niet de aarde die gaat instorten. Het is alleen de mensheid maar.’

null Beeld Rein Janssen
Beeld Rein Janssen

50 jaar na Grenzen aan de groei

Vijftig jaar geleden bracht de Club van Rome een gezaghebbend rapport uit, Grenzen aan de groei, waarin werd gewaarschuwd voor vervuiling van het milieu en uitputting van hulpbronnen. Die bezorgdheid werd breed gedeeld en toch wordt de aarde nog steeds bedreigd. Welke lessen vallen nu nog te trekken uit het rapport? Is groei begrenzen voldoende? Hoe pakken jonge mensen de geest van Rome op? En hoe werden films beïnvloed door de sombere conclusies?

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden