Verloren Stad van de Aapgod: sensatie of zuivere wetenschap?

Eindelijk teruggevonden in het oerwoud van noordoost-Honduras: de legendarische Verloren Stad van de Aapgod. Of hadden we die al eerder ontdekt?

Een groep rond archeoloog Chris Fisher op onderzoek in de jungle van Honduras. Beeld Dave Yoder / National Geographic

Met machetes banen ze zich een weg door de jungle. Stortregen en zweet hebben hun kleren doorweekt. Het woud is zo dicht dat iemand binnen de kortste keren uit het zicht is verdwenen. Om te voorkomen dat ze elkaar verwonden hebben de mannen fluorescerende tape op hun kapmes geplakt.

Stap voor stap dringt de groep rond de Amerikaanse archeoloog Chris Fisher door tot een vallei in het noordoosten van Honduras. Een van de meest ongerepte en ontoegankelijke gebieden van Midden-Amerika. Overal is gevaar: modderpoelen waarin je wegzakt, jaguars, giftige slangen, insecten die verraderlijke ziektes overbrengen.

Het doel van de onderneming moet de risico's rechtvaardigen: de expeditieleden zijn op zoek naar een eeuwenoude stad die zich zou schuilhouden in het Hondurese regenwoud: de Witte Stad. Nooit is het iemand gelukt haar te vinden. De deelnemers aan deze expeditie denken een kans te hebben.

Verloren stad

Als ze bij een aarden wal komen, roept iemand dat hij eigenaardige stenen ziet liggen. Tussen bladeren en slingerplanten zijn tientallen stenen voorwerpen zichtbaar. Ze steken gedeeltelijk boven de grond uit. Stenen vaten met gebeeldhouwde randen, gedecoreerde zetels, de sculptuur van een gier, de kop van een jaguar.

De opwinding is groot. De expeditieleden verdringen zich om de voorwerpen en uiten luidkeels hun bewondering. Een camerateam en een fotograaf leggen alles vast. Niet lang daarna gaat het nieuws de wereld over.

'Het is moeilijk te geloven dat in de 21ste eeuw nog ergens op aarde een verloren stad kan worden ontdekt, maar dat is precies wat er is gebeurd', zegt de meegereisde auteur Douglas Preston. Hij schreef een opgetogen boek over de expeditie dat vorige maand in Nederlandse vertaling verscheen: De verdwenen stad. Niet iedereen deelt zijn enthousiasme. Critici hebben twijfels over de ontdekking. Wat is er nu eigenlijk gevonden?

Woest gebied

Goudzoekers en andere avonturiers verspreiden al sinds de 19de eeuw verhalen over een onbekende stad in La Mosquitia, een woest gebied met steile bergen, diepe afgronden, rivieren en moerassen. Ergens in de jungle zouden witte bouwwerken boven het groen uitsteken. In de loop der jaren werden verscheidene expedities op touw gezet om op zoek te gaan naar deze Witte Stad, ook wel de Verloren Stad van de Aapgod genoemd. Zonder resultaat.

De verhalen duiken weer op als in 2012 op initiatief van Amerikaanse documentairemakers een deel van La Mosquitia vanuit de lucht in kaart wordt gebracht met laserapparatuur. Daarmee kan door het bladerdak heen worden gekeken. De beelden wijzen op de aanwezigheid van menselijke bouwwerken: opgeworpen heuvels, pleinen, kanalen. Voor Chris Fisher, hoogleraar antropologie aan de Colorado State University, een aanwijzing dat er ruïnes liggen van een precolumbiaanse stad. Voor de documentairemakers aanleiding een expeditie te organiseren.

(Tekst gaat verder onder foto).

La Mosquitia, het woeste gebied waar de Verloren Stad lag. Beeld getty

Onbekende beschaving

In februari 2015 laat een bont gezelschap van wetenschappers, filmproducenten, fotografen en voormalige Britse commando's zich per helikopter afzetten in de jungle van La Mosquitia. Ze slaan een primitief tentenkampje op en maken vandaaruit moeizame voettochten in de vallei die de verdwenen stad zou herbergen. Op de derde dag hebben ze geluk.

Aan de voet van een verhoging worden meer dan vijftig stenen voorwerpen gevonden, vaak prachtig bewerkt en in goede staat. Volgens Chris Fisher gaat het om een bergplaats van spullen die voor rituele doeleinden zijn verzameld.

Douglas Preston, historicus en thrillerschrijver, doet in National Geographic en The New Yorker verslag van de avontuurlijke expeditie. Met verwijzingen naar de mythe van de Witte Stad nemen internationale media gulzig het nieuws over dat in de Hondurese jungle een vergeten stad is ontdekt, die vermoedelijk tot en met de 15de eeuw bewoond is geweest en deel uitmaakte van een onbekende beschaving. Veel verhalen ademen de sfeer van Indiana Jones.

'Sensationele retoriek'

De reacties in de wetenschappelijke wereld zijn minder welwillend. Meer dan twintig archeologen en antropologen ondertekenen een open brief waarin ze bezwaar maken tegen de artikelen van Preston en anderen. Ze verwijten de expeditieleden eerder onderzoek en de kennis van de lokale bevolking te hebben genegeerd. Door zich te richten op de legende van de Witte Stad en te doen alsof het gebied een van de laatste niet onderzochte plekken op aarde is, zouden ze zich schuldig hebben gemaakt aan sensatiezucht. 'Overdreven, sensationele en onwetenschappelijke retoriek.'

Chris Begley, universitair hoofddocent aan de Transylvania Universiteit in Lexington (Kentucky), is een van de ondertekenaars van de protestbrief. Per mail legt hij uit waarom hij in het geweer kwam: omdat er - volgens hem onterecht - werd beweerd dat een onbekende beschaving was ontdekt. En omdat er - eveneens onterecht - werd gedaan alsof Mosquitia onbekend terrein was.

Begley: 'Ik heb daar op en af twintig jaar gewerkt. Ik woonde ruim een jaar in inheemse dorpen. Ik heb tientallen wekenlange tochten gemaakt door het woud - met hulp van inheemse bewoners. Ik heb in dat gebied meer dan 150 archeologische vindplaatsen gedocumenteerd. De groep van Fisher en Preston was niet bekend met dit gebied en waarschijnlijk niet in staat om te beoordelen wat ze had gevonden. De plekken en de voorwerpen die zij aantroffen, zijn niets nieuws. In de omgeving zijn al eerder soortgelijke locaties gevonden. Dit was geen ongewone vondst, geen doorbraak.'

Artefacten zoals aangetroffen in het oerwoud van Honduras. Beeld Hollands Hoogte

De vindplaats is geen 'iconische uitzonderlijkheid', zegt ook archeoloog Alexander Geurds, universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden en de universiteit van Oxford. 'Dergelijke verzamelingen van ritueel achtergelaten en soms kapotgemaakte voorwerpen, zoals maalstenen en beelden van gepolijst steen, kom je in het noordoosten van Honduras veel tegen.' Geurds, die de open brief ook ondertekende, vindt het 'niet koosjer' dat in artikelen en in het boek van Preston de indruk wordt gewekt dat de expeditieleden een terra incognita betraden, terwijl andere archeologen eerder in dat gebied hebben gewerkt.

Preston wuift de kritiek weg als jaloezie van vakgenoten. 'Ik vrees te moeten zeggen dat de kritiek deels voortkomt uit broodnijd van personen die wilden meedoen aan dit project, maar die niet werden opgenomen. Een paar archeologen van de oude stempel waren boos dat de verloren stad niet werd ontdekt door archeologen, maar door ingenieurs met geavanceerde apparatuur.'

De expeditieleden hebben nooit beweerd dat ze de Witte Stad hebben gevonden, onderstreept Preston. Dat werd ervan gemaakt in sensatiestukken op internet. Geen Witte Stad, maar wel ruïnes die eeuwenlang onaangeroerd zijn gebleven. De inheemse bevolking kende de vindplaats niet, er waren geen tekenen van plundering, dieren reageerden op de expeditieleden alsof ze nooit eerder in contact waren geweest met de mens.

Eerder onderzoek

Preston ontkent dat hij eerder onderzoek heeft genegeerd en herinnert eraan dat hij Begley in een van zijn artikelen uitgebreid aan het woord laat. Ook Chris Fisher wijst erop dat hij in een publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Plos One aandacht besteedt aan het werk van Begley.

Op een van zijn vele expedities trad Begley in de voetsporen van ontdekkingsreiziger Theodore More, die in jaren veertig van de vorige eeuw beweerde een junglestad te hebben ontdekt. Die noemde hij de Verloren Stad van de Aapgod. De locatie heeft hij nooit onthuld - hij stierf voordat hij een tweede expeditie kon organiseren. Begley: 'Wij waren niet op zoek naar de Verloren Stad. We deden onderzoek naar de mythe - een groot verschil.'

'Bij al het gepraat over een niet-bestaande Stad van de Aapgod wordt het archeologisch belang van La Mosquitia overschaduwd', zegt Geurds. 'Het is een interessant gebied omdat het een culturele echo heeft van het Maya-gebied, terwijl het er niet direct mee is verbonden.' De bewoners waren geen Maya's, maar hadden wel aspecten van de Mayacultuur overgenomen. Zoals het balspel en de opbouw van hun steden.

Lasersysteem

Het team dat op zoek ging naar de Witte Stad (Ciudad Blanca) maakte gebruik van een krachtig lasersysteem: Light Detection and Ranging - kortweg lidar. Deze technologie was eerder ingezet om het maanoppervlak in kaart te brengen en grootschalige landkaarten te maken. De laatste jaren is het systeem zo verbeterd dat het ook geschikt is voor het analyseren van archeologische vindplaatsen. Met lidar kan ook het grondoppervlak onder het bladerdek van de jungle in beeld worden gebracht.

'De bevolking van La Mosquitia veranderde de vijandige jungle in een mooie en levendige stad met open ruimtes voor werk en plechtigheden, tuinen, huizen en wegen', stelt Preston. 'Deze bevond zich op een kruispunt van handel en cultuur in het precolumbiaanse Midden-Amerika.' In zijn boek gaat Preston uit van het idee dat de stad vijfhonderd jaar geleden plots is ontvolkt nadat ziekten, meegebracht door de Spaanse veroveraars, een ware slachting hadden aangericht.

Over de oude beschaving in dit gebied is nog zo veel onduidelijk dat zij het vooralsnog zonder wetenschappelijk geaccepteerde naam moet doen. Archeologen hebben er meer dan vijfhonderd voorwerpen opgegraven. De Hondurese president Juan Orlando Hernández heeft de vindplaats inmiddels Stad van de Jaguar gedoopt.

Komt de ruzie over de expeditie van Fisher c.s. voort uit jalousie de métier zoals Preston meent, of is er misschien sprake van een botsing tussen 'echte' en 'populaire' wetenschap?

De omstreden expeditie werd gesponsord door de National Geographic Society. Vervolgens werd een tv-documentaire gemaakt en bracht het tijdschrift National Geographic een aantal populair-wetenschappelijke artikelen over de onderneming.

Fisher was blij met de financiële ondersteuning. Zonder die steun was zijn expeditie waarschijnlijk niet mogelijk geweest. Archeologen in de VS komen steeds moeilijker aan onderzoeksgeld.

Fisher zegt dat wetenschappers zelf ook een verantwoordelijkheid hebben als het gaat om fondsenwerving. 'Wij zijn niet goed in het vertellen van een verhaal. We moeten het belang van ons werk beter uitleggen aan het publiek.' Hij zegt dat de lijn tussen zuivere wetenschap en sensatieverhalen dun kan zijn, maar dat hij die wel in het oog heeft gehouden. Het 'niet-wetenschappelijke' boek waarin Preston verslag doet van zijn ervaringen ziet hij los van zijn eigen publicaties.

Chris Begley laat weten niets tegen popularisering in de media te hebben. 'Ik heb zelf populaire documentaires gemaakt voor de BBC. Het is belangrijk dat archeologie toegankelijk wordt gemaakt, maar dat betekent niet dat je moet vervallen in sensatie. Of dat je kennis van de lokale bevolking moet negeren door te doen alsof iets 'onontdekt' is.'

Ook Geurds zet zich in voor het populariseren van zijn vak. Hij ziet een groter probleem: bemoeienis van de overheid. Het nieuws van de ontdekking wordt gretig geabsorbeerd door de Hondurese autoriteiten. Ze prijzen de Stad van de Jaguar aan als een tweede Copán - de belangrijkste Mayastad van Honduras.

Archeologie in Latijns Amerika kent een rijke geschiedenis van misbruik, zegt Geurds. 'De autoriteiten gebruiken inheemse cultuur en oude legendes om een nationaal bewustzijn te bevorderen. Terwijl taal en cultuur van de hedendaagse inheemse bevolking worden ontmoedigd en inheemse activisten vaak worden vervolgd. Het verhaal van de Stad van de Jaguar gaat nu een zwaar stempel drukken, terwijl de vindplaats weinig zegt over de archeologie van het gebied. Het laat niet zien hoe de autoriteiten omgaan met de inheemse gemeenschap van noordoost-Honduras.'

Douglas Preston: De verdwenen stad. Luitingh-Sijthoff; 320 pagina's; euro 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.