Vergeet schattige dieren, red het schubdier en de slijmprik

Zonder biodiversiteit geen leven. Maar zijn panda en neushoorn wel nodig? Is onze aandacht wel op de goede dieren gericht?

Schattige panda's. Beeld EPA

Er zijn er nog maar vijf, waarvan twee in een dierentuin: de noordelijke witte neushoorn is zijn einde nabij. Zijn sperma ligt al in de diepvries; de laatste strohalm om het dier te redden is ivf. Vorige maand besloot een groep natuurbeschermers tot het invriezen van eicellen, om als de tijd daar is witteneushoornembryo's te implanteren in zwarteneushoornvrouwtjes.

Met het knuffelicoon van het Wereld Natuur Fonds gaat het beter, maar ook de reuzenpanda heeft het zwaar. Zijn leefgebied krimpt, zijn voedselvoorraad slinkt en hij kan zich ook al niet zo snel voortplanten.

Maar deze dieren mogen van geluk spreken. Heb je een knuffelig uiterlijk en zwart omrande droevige ogen, dan speel je goed in op menselijke emoties; alleen al dat je een zoogdier bent, maakt je geliefd bij de mensen.

Oneerlijk, schrijft bioloog Ernest Small in wetenschappelijk tijdschrift Biodiversity in 2012. We leggen de verkeerde prioriteiten in de natuurbescherming doordat we ons te veel laten leiden door onze eigen voorkeuren.

Want wat zou er eigenlijk gebeuren als de panda uitsterft? Met het ecosysteem weinig. De panda speelt met zijn bamboedieet een weinig centrale rol in de voedselketen. En af en toe sterft er nou eenmaal een dier uit. Dat is onvermijdelijk en op de aarde vrij gebruikelijk: 99 procent van alle soorten die ooit bestaan hebben, heeft het loodje al gelegd, schatten wetenschappers.

Met onze liefde voor charismatische dieren, die allemaal aantrekkelijk, groot, vermakelijk of nuttig zijn, trekken we de verhoudingen scheef, betoogt Small. We verfraaien de biodiversiteit door de knappe dieren te beschermen, zegt hij, maar vergeten de rest.

Een noordelijke witte neushoorn met haar pasgeboren dochtertje. Beeld EPA
Beeld Antonia Hrastar

De Rode Lijst van de internationale unie voor natuurbescherming (IUCN) bevestigt dat beeld: de bedreigde-soortenlijst telt ongeveer 1.200 zoogdiersoorten, dat is 25 procent van alle zoogdieren. Volgens diezelfde lijst zijn er 600 insecten bedreigd - maar van de miljoen bekende insectensoorten weten we slechts van een magere 800 hoe ze eraan toe zijn. Voor zover nu bekend is dus driekwart bedreigd. Voldoende gegevens zijn er enkel van zoogdieren, vogels en bloeiende planten.

Onknuffelbaar

Kleine, onaantrekkelijke of onzichtbare dieren staan niet vaak in de schijnwerpers, maar hebben best een goed verhaal. Wat doen ze ertoe? Hieronder vier voorbeelden.

Ongewervelden zijn dus ver in het nadeel, wat onze aandacht betreft. Ook amfibieën zijn er slecht aan toe: ongeveer eenderde van de soorten staat op het randje van de afgrond, maar komt belangstelling tekort. Padden en kikkers vinden we onaantrekkelijk, blijkens het Grimm-sprookje van de Kikkerkoning, waarin de prinses gruwelt van de prins in kikkergedaante. Kaakloze vissoorten zoals de slijmprik (eenvijfde van de soorten is bedreigd) ontberen eveneens een charmante ambassadeur.

De Britse bioloog en schrijver Simon Watt richtte daarom in 2012 de Ugly Animal Preservation Society op, een ludieke manier om meer aandacht te krijgen voor de lelijke eendjes van het dierenrijk. Mascotte is de blobvis. Ook de slijmprik staat op het lijstje.

Red het schubdier!

Het schubdier, dat voorkomt in Afrika en Azië, is vooral 's nachts actief en dus tamelijk onzichtbaar. Hij rolt zich helemaal op als er gevaar dreigt. Het is het enige landzoogdier met schubben, waar ten onrechte medische eigenschappen aan worden toegedicht. Hun belangrijkste bedreiging is dan ook stroperij. Het dier is belangrijk voor het tropisch regenwoud als gespecialiseerde insecteneter. Met zijn plakkerige tong lepelt hij mieren en termieten op.

Beeld ANP

Usual suspects

Hebben Small en Watt gelijk? Moeten we onze aandacht en vooral ons geld inderdaad wat beter verdelen?

Nou, nee. De uitverkoren dieren zijn vaak slim gekozen, zeggen wetenschappers. Met het verkiezen van een charismatisch dier is niets mis. En die extreem scheve aandacht waarover Small schrijft, dat zou wel eens gezichtsbedrog kunnen zijn.

Want er worden wel degelijk ook een boel niet-charismatische dieren en planten actief beschermd, zegt Patrick Jansen, universitair docent aan Wageningen Universiteit en onderzoeker bij het Amerikaanse Smithsonian Tropical Research Institute in Panama. Zo staan er op de Nederlandse lijsten van de Flora- en Faunawet ook kevers, mieren en zelfs een waterslakje. Toegegeven, de 'usual suspects' als panda's en ijsberen komen het meest in de publiciteit. Jansen: 'Maar dat is logisch, want met charismatische voorbeelden kun je het publiek veel effectiever bereiken en motiveren. Je moet de boodschap verfraaien.'

Red de zeekoe!

De zeekoe ziet eruit als een goeiige dikkerd. Vroeger werd het dier geassocieerd met zeemeerminnen, nu wordt het bedreigd. Zeekoeien eten alleen planten. Daarmee houden ze de plantengroei op peil. Ook bemesten ze het water met hun uitwerpselen.

Beeld Hollandse Hoogte

De kleurrijke moerasparelmoervlinder speelt die rol goed - van alle insecten vinden we vlinders bij uitzondering wél aantrekkelijk. In Nederland is hij in 1982 uitgestorven, maar er zijn plannen om hem terug te halen, vertelt Jansen. 'En dat vergt het herstel van blauwgraslanden, inclusief talloze zeldzame plantensoorten die vaak helemaal niet zo charismatisch zijn.' In zijn kielzog neemt de kieskeurige en populaire moerasparelmoervlinder dus een boel andere soorten mee.

Bijna ieder ecosysteem heeft wel zo'n aansprekende soort die het gebied kenmerkt, denkt Jansen. Met zo'n 'paraplusoort' kun je slim beschermen. 'Veel van de gekozen soorten zijn groot en hebben gigantische arealen nodig', zegt Jansen. 'Als die worden beschermd, dan biedt dat meteen ook een veilig leefgebied voor andere soorten en ecosystemen.'

Red de kikker!

Kikkers zijn er in alle soorten en maten en vormen een voedselbron voor een variëteit aan roofdieren. Maar de amfibieën zelf bewijzen ons ook een dienst: (malaria)muggen worden gretig door kikkers uit de lucht geplukt, en sommige kikkersoorten geven afscheidingen af die soms medisch nuttig blijken, zoals stoffen met een antibacteriële werking.

Beeld ANP

Evenwicht

Roofdieren zijn met het grote leefgebied dat ze vereisen niet alleen een goede paraplusoort, maar spelen ook een hoofdrol in het voedselweb. Als toppredators zijn ze afhankelijk van hun prooien, maar houden tegelijk de populaties prooidieren binnen de perken. Dat het beter gaat met de tijger in India, zoals vorige maand in het nieuws kwam, is dan ook goed nieuws voor een heel ecosysteem. Waar predatoren verdwijnen, krijgen planteneters vrij spel. Dat kan grote gevolgen hebben.

Dat bleek wel met de kelpwouden, het oerwoud aan wieren en algen voor de kust van Alaska. Een klassiek voorbeeld, zegt Jansen: met het verdwijnen van de zeeotter raakten zee-egels hun natuurlijke vijand kwijt en groeide hun populatie als kool. Binnen de kortste keren werd alle kelp door de zee-egels weggevreten; talloze soorten verloren daardoor hun habitat.

Red de slijmprik!

De slijmprik is een aaseter. Als vuilnisbak op de zeebodem ruimt hij dode dieren op, en zorgt er daardoor voor dat voedingsstoffen weer beschikbaar komen. Andere vissen profiteren daarvan. Doordat veel soorten slijmprikken worden bedreigd, zouden ook consumptievissen in het gedrang kunnen komen.

Beeld Corbis

Sleutelsoorten

Een ander voorbeeld zijn de grote grazers op de savanne. In juli vorig jaar besprak Science in een overzichtsartikel het Kenya Long Term Exclosure Experiment, waarbij dieren als zebra's, giraffes en olifanten van een gebied werden uitgesloten. Wat bleek: binnen de kortste keren werd het gebied overspoeld door knaagdieren, waardoor ziekteverwekkers zich sneller verspreidden.

'Sleutelsoorten' zoals de olifant, tijger of leeuw vormen dus een geschikt mikpunt voor natuurbescherming. Dat zijn dan ook de soorten waarover het WNF zich ontfermt. Naast de wereldwijd 35 prioriteitsgebieden waarmee het WNF zich bezig houdt, richt de natuurbeschermingsorganisatie zich op een beperkt aantal dieren. Veelal charismatische dieren, ja, zegt hoofd natuurbescherming Kirsten Schuyt.

Maar de dieren voldoen aan belangrijke criteria, vertelt ze: in eerste instantie moet het dier een belangrijke rol spelen in het ecosysteem, zoals sleutel- of paraplusoorten doen. In de tweede plaats gaat het om iconen, die staan voor een gebied. 'Een charismatische soort kiezen is belangrijk', zegt Schuyt. 'Met die dieren kun je verhalen vertellen. Het dier staat symbool, en dat werkt om fondsen te werven en te lobbyen.' Ook Jansen wijst op dat effect: 'Onder de vlag van de panda wordt er veel geld besteed aan andere diersoorten.'

Met het beschermen van mooie diersoorten is niets mis, vindt Han Lindeboom, hoogleraar mariene ecologie en directielid wetenschap van Imares Wageningen UR. 'De leeuw, de tijger, de neushoorn, de blauwe vinvis - allemaal heel goed en logisch dat we die beschermen. Ze zijn iconen. De ijsbeer bijvoorbeeld: dat is een icoon in de strijd tegen klimaatverandering, en alleen daarom al belangrijk.'

Belang van de soort

Maar die bedreigde amfibieën dan? En de slijmprik? Schuyt: 'Natuurlijk speelt elke diersoort een rol, maar je moet keuzes maken. Het WNF maakt keuzes die van mondiaal belang zijn. Kleinere soorten zijn dan minder relevant.' Soms glipt er overigens ook een minder aaibare diersoort de publiciteit binnen. De steur krijgt tegenwoordig bijvoorbeeld aandacht van het WNF, omdat de vis symbool staat voor vrijstromende riviersystemen in Nederland, zegt Schuyt.

'Als de slijmprik verdwijnt, is dat even onethisch als het verdwijnen van een andere soort', zegt Jansen. 'Toch is het minder erg. Een groter dier is meestal een grotere aderlating.' Let wel: niet vanwege de emotionele waarde van het dier. Hoe erg het is dat een soort uitsterft, hangt af van het belang van de soort, gezien vanuit de natuur.

Eigenlijk is het verschrikkelijk dat we soorten uitkiezen, vindt Jansen. Toch is dat onvermijdelijk. Plantensoorten kunnen bijna onbeperkt in zaadbanken worden opgeslagen, maar voor dieren ligt dat moeilijker. Nu een schimmelinfectie bijna alle soorten amfibieën in Panama wegvaagt, probeert het Smithsonianinstituut zoveel mogelijk dieren in gevangenschap te houden tot een oplossing gevonden is. Maar in die hedendaagse Ark van Noach is niet genoeg plaats voor alle soorten. 'Een duivels dilemma. Want welke kiezen we?', zegt Jansen. Om zoveel mogelijk diversiteit te behouden, kiezen de onderzoekers dieren uit zoveel mogelijk takken van de stamboom.

'Soortenbescherming staat nooit los van de context. Als het ons enkel om behoud van een soort op zichzelf gaat, werkt dat averechts. Het volstaat niet om diersoorten alleen nog maar in de dierentuin te behouden', zegt Jansen.

Het moet inderdaad niet enkel om soorten gaan, zegt ook marien ecoloog Lindeboom. Focussen op gebieden is over het algemeen effectiever. In een beschermd gebied kunnen meerdere soorten overleven, en meer soorten maken een ecosysteem veerkrachtiger.

Niet efficiënt

Gebiedsbescherming gebeurt nu lang niet altijd efficiënt. Lindeboom noemt bijvoorbeeld de Klaverbank, een belangrijk grindgebied met ruim 200 diersoorten in de Noordzee. Vanwege economische belangen zullen slechts delen van het gebied beschermd worden. Lindeboom: 'Dat is het paard achter de wagen spannen. De geplande zeereservaten zijn veel te versnipperd. Eigenlijk zou je een kwart van de Noordzee moeten beschermen.' Want juist op zee zijn grote beschermde gebieden nodig; je kunt er geen hek omheen zetten zoals op land.

Natuurlijk zijn er diersoorten aan te wijzen die weinig aandacht krijgen terwijl ze die wel zouden verdienen, zoals zeedieren in onze eigen Noordzee. Die zijn misschien niet zo imposant als exotische oceaanbewoners, maar wel belangrijk. De oesterbanken zijn bijna helemaal verdwenen, terwijl ze een belangrijke ondergrond zijn voor anemonen en koralen. Met verschillende haaien gaat het niet goed. Roggen zijn in het Nederlands kustgebied bijna allemaal weg. Uitgeroeide soorten als de stellerzeekoe zullen hier natuurlijk niet terugkomen, maar bedreigde zeekoeiensoorten elders zouden nog te redden zijn. Ze grazen in kustgebieden, maar hun biotoop verdwijnt door de aanwezigheid van mensen.

Beeld Antonia Hrastar

Robotmakaak

De vraag is dus volgens Lindeboom niet of we de goede dieren beschermen, want dat doen we. 'Maar zijn het er wel genoeg?' De pogingen om de noordelijke witte neushoorn te redden, vindt hij niet overdreven. 'Verandert er iets aan het ecosysteem als de witte neushoorn weg is? Vast, maar iemand anders eet het gras wel op. De wereld blijft wel draaien. Maar dat hij verdwijnt, komt door ons toedoen. Dat vinden we erg.'

Het punt is inderdaad niet dat we zonder de panda of de neushoorn niet overleven, zegt ook Herbert Prins. De Wageningse hoogleraar dierecologie reageert vanuit Afrika per e-mail, terwijl hij voor onderzoek neushoorns vangt: 'Als we de neushoorn kwijtraken, raken we ook de neushoornteek kwijt; de wereld merkt dat niet. Als je kinderen nooit een neushoorn zullen zien, zullen ze niet ongelukkiger worden.'

Sterker: volgens Prins kan de mensheid waarschijnlijk prima voortbestaan met vijf soorten zoogdieren (kat, hond, varken, schaap en geit), een handvol planten en een paar vogels.

Waar het om draait, schrijft Prins, is in wat voor wereld we onze kleinkinderen willen laten leven. Is het voldoende als ze een robotmakaak kunnen bekijken in de dierentuin? 'Natuurlijk gaan we niet en masse dood als de Nachtwacht verbrandt of alle Van Goghs verdwenen zijn. Maar het zou wel verdomde jammer zijn. Daarom moeten we grote, aansprekende soorten beschermen, in de hoop dat we al dat andere klein grut ook meenemen, want die grote soorten hebben dat kleine spul allemaal nodig.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden