Interview

'Vergeet niet het pure plezier in het spelen met de taal'

Hij vond de woorden crimiclown en bodempjesprocedure uit. Dit jaar schreef A. F. Th. van der Heijden het Groot Dictee. Waar komt zijn voorliefde voor neologismen vandaan?

A. F. Th. van der Heijden: 'De briljantste bedenkers van neologismen waren natuurlijk Van Kooten en De Bie.' Beeld Frank Ruiter

Wat is de rol van neologismen in uw werk en waarom gebruikt u ze?

'Hoewel de mogelijkheden van de Nederlandse taal schier eindeloos lijken, laat niet alles zich met de bestaande middelen benoemen. Voor mij is het een volstrekt natuurlijk proces om voor niet eerder benoemde zaken een neologisme te vormen. Zo ontstaat een iets grotere kans om bij benadering onzegbaar geachte dingen te benoemen of te omschrijven. Vergeet daarbij niet het pure plezier in het spelen met de taal dat de formulering van een neologisme ook is. In die zin ben ik soms een rederijker of retrozijn.'

Wat vindt u uw mooiste neologismen en waarom?

'Een heel dierbare is voor mij 'breinbroei' uit Het schervengericht, voor een bepaalde actief paranoïde geestesgesteldheid. Mijn redacteur Mariska Kleinhoonte van Os wees me op de verwantschap tussen 'breinbroei' en het 'leven in de breedte' in de romancyclus. Als we neologisme niet verengen tot 'nieuw gevormd woord' maar uitbreiden naar zegswijze of zinsnede, kan 'tandeloze tijd' ook een neologisme genoemd worden, net als 'leven in de breedte' zelf, een begrip dat in deel 1 van de lopende romancyclus wordt geïntroduceerd. Mijn oma droeg altijd van die hardroze Hema-pantoffeltjes, met zo'n kuikengeel pluisgeval op de wreef: dat noemde ze een 'pollewopje'. In Vallende ouders noemt Albert Egberts het verborgen donsplekje van zekere Irene haar 'pollewopje'. Het bezorgde mijn Duitse vertaalster nogal wat hoofdbrekens om een equivalent te vinden, maar ze is eruit gekomen, zoals haar vertalingen van mijn neologismen vaak beter zijn dan het origineel. Voorzichtig schaar ik Kastanje a/d Zee, de titel van het vooralsnog mythische deel 7 van De tandeloze tijd, onder de neologismen - maar om dat te beamen zou u het onverkrijgbare boek gelezen moeten hebben.'

Beeld Gino Bud Hoiting

Sinds wanneer gebruikt u neologismen en hoe bent u op het idee gekomen?

'In de zomer en de herfst van 1972 schreef ik mijn eerste roman, Bejaardentehuis op het Dak van de Wereld, die nooit is gepubliceerd (er bestaan plannen om het in de 'oerboeken'-reeks te laten verschijnen). Ik heb het manuscript hier niet bij de hand, maar ik weet zeker dat er rijkelijk neologismen in voorkomen. Ze dienden zich, als de context erom vroeg, vanzelf aan. Ik heb nooit gedacht: 'Hé, dit kan niet, dit woord staat niet in Van Dale.' Ook in zijn neologismen weerspiegelt zich de vrijheid van de schrijver.

'De briljantste bedenkers van neologismen waren natuurlijk Van Kooten en De Bie. Met als bekendste voorbeelden 'regelneef' en 'doemdenken', die tot in het hart van het Nederlandse taaleigen zijn doorgedrongen. Ik ben er van harte voor om de teksten en sketches van dit geniale tweetal in de Nederlandse literaire canon op te nemen. Hiermee heb ik eigenlijk al iets gezegd over de geslaagdheid van een neologisme: het moet liefst wijdverbreid raken. Op kleinere schaal is het geslaagd wanneer het 'werkt' binnen een literaire tekst, en daar een meerwaarde aan geeft.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld Gino Bud Hoiting

Dertig tegen dertig

Het Groot Dictee is sinds vorig jaar geen individuele krachtmeting meer, waarbij de deelnemer met de minste spelfouten de winnaar is. Het is een landenwedstrijd geworden. Er doen in de 27ste editie dertig Nederlanders mee en dertig Vlamingen. In beide groepen is de helft krantenlezer en de helft een BN'er of BV'er. Dat levert na het schrijven van het Dictee vier finalisten op. Daarin moeten een Nederlander en een Vlaming hetzelfde woord spellen. Vorig jaar won Nederland.

Beeld Gino Bud Hoiting

Zitten er neologismen in het Groot Dictee? En zo ja, hoe wordt bepaald of deze goed zijn gespeld?

'In mijn dictee komt zegge en schrijve één nieuw-vorming voor: over de spelling daarvan kan geen misverstand ontstaan. Overigens, hoe de jury van het Groot Dictee de spelling van neologismen bepaalt, zult u aan de juryleden zelf moeten vragen. Nota bene: als we ongewone woordcombinaties in zinsverband ook tot de neologismen rekenen heeft mijn tekst er wel een paar te bieden, ja. Ze leiden nergens tot spellingproblemen.'

In de Nederlandse taal komen er voortdurend nieuwe woorden bij.

Wat vindt u van neologismen als treitervlogger, sjoemelsoftware of nieuw 'snel' taalgebruik als ff of lol?

'Dergelijke nieuw gevormde modewoorden zijn in een levende taal onvermijdelijk. Of ze het eind van een kalenderjaar halen, is altijd de vraag. De neologismen die u noemt, hebben tot in de klank iets vluchtigs, als rake spot op het schoolplein. Ze verdampen na verloop van tijd. In 'snel' digitaal taalgebruik ben ik niet zo thuis. Als ik sms, de enige digitale bezigheid die ik mezelf toesta, kort ik woorden nooit af, om de eenvoudige reden dat ik niet met de sms-interpunctiefunctie overweg kan.

'Nieuwe, tijdelijke woorden, straattaal samengesteld uit multicultureel arsenaal; het houdt het Nederlands levendig. Al die verbale nieuwlichterij verandert onze taal, maar verandert zelf ook weer snel.'

Beeld Gino Bud Hoiting

Bent u een taalpurist wat betreft uw eigen taalgebruik? Is 'sex' met een x de enige afwijking die u zichzelf toestaat?

U heeft geprotesteerd tegen spellingswijzigingen in het Groene Boekje. Maar u vindt het wel goed dat De Bezige Bij zich aan die wijzigingen houdt?

'Ik heb, net als Nicolaas Matsier indertijd, overwogen om het nieuwe Groene Boekje niet te volgen, en te blijven spellen zoals ik dat op school had geleerd. Voor wie regelmatig met bureauredacteuren van doen heeft, is dat op den duur niet vol te houden. Aanvankelijk knarsetandend heb ik me gewonnen gegeven aan de huisregels inzake spelling ter uitgeverij. Ik kan niet garanderen dat ik even mak een volgende en ingrijpender spellingswijziging zal aanvaarden. En ja, 'sex' met een x vormt de enige sexuele afwijking die ik mezelf toesta, ook als de dame in kwestie met het Groene Boekje in de hand zou protesteren. Sex gespeld als seks heeft iets steriels: 'Kom, we bedrijven de liefde zoals die wordt uitgesproken... het is niet anders.' De x vertegenwoordigt een onbekende factor, het onbenoembare mysterie van de lichamelijke liefde.

Beeld Gino Bud Hoiting

Uitnodiging

Hij had niet gedacht dat hij nog zou worden gevraagd het Groot Dictee te schrijven. Omdat zijn werkjaar eind november begint ('ik hecht niet aan de feestdagen'), had Adrie van der Heijden uitnodigingen om als BN'er het Dictee te maken steevast afgewezen. Maar toen kwam het verzoek om het zelf te schrijven alsnog. 'Normaal gesproken denk ik even na over zo'n uitnodiging, maar ik heb meteen 'ja' gezegd.'

In hoeverre mogen mensen afwijken van de standaard-spelling? Vindt u het belangrijk dat mensen correct spellen en waarom?

'Als afwijkend spellen opzettelijk gebeurt, bijvoorbeeld om een komisch effect te sorteren, lijkt het me toegestaan. Wie kon een glimlach onderdrukken wanneer hij in het proza van Gerard Reve las: 'koepee' voor 'coupé' of 'sjentèttische' voor 'synthetische' of 'ukelele der kerken' of 'de encyclopeedje'. Allemaal bewuste verschrijvingen om de gewichtigheid dan wel domheid van de mensen op de hak te nemen.

'Harry Mulisch schreef graag 'sphynx' in plaats van 'sfinx', om het historische exotisme van het aangeduide fabelwezen meer recht te doen. Remco Campert dreef onder het pseudoniem Remko Kampurt de spot met modieus taalgebruik en de dreigende spellingversimpeling.

Beeld Gino Bud Hoiting

'Maar dat is allemaal heel anders dan een achteloze en slordige omgang met de spelling. Nog altijd geldt: slordig schrijven duidt op slordig denken. Toen het e-mailverkeer in zwang kwam, beweerden sommigen trots: 'E-mailen hoeft niet correct te zijn, je mag gerust fouten maken, het is de schriftelijke variant van een telefoontje.' Dezelfde mensen die zeggen: 'Je mag onder bepaalde omstandigheden gerust door rood rijden op de fiets, daar word je echt niet voor bekeurd.' Zo balken de ezels zich altijd om 't hardst naar hun gelijk toe, desnoods via de digitale snelweg.'

Was u als scholier al een goede speller? Hoe stond u op die leeftijd tegenover spelling?

'Ik ontwikkelde al vroeg de nuttige eigenschap dat ik een woord als beeld voor me zag, als een plaatje, dat ik op papier maar hoefde te kopiëren. Als een woord of zinsconstructie verkeerd gespeld stond, ervoer ik dat als een storing in het woordbeeld.'

Wat vindt u van het idee van opiniepeiler Maurice de Hond om de ou's en au's en de ei en ij af te schaffen?

'Hij wil ze niet zozeer afschaffen als wel ze in hun schrijfwijze volgens hun klankovereenkomst gelijkscha-kelen. Hij beroept zich daarbij op de problemen die zijn 7-jarige dochter bij het spellen op school ervaart. Ik vermoed dat Maurice de Hond zelf een beroerde speller is, die behoefte heeft aan een eenvoudiger ezelsbruggetje. Hij snapt niet dat de emotionele en poëtische waarden van woorden mede bepaald worden door hun verschillende spelling. Het verbaast me niet van zo'n evident a-muzische persoon. Misschien kan iemand hem eens Soep lepelen met een vork van Harry Mulisch te lezen geven, een pamflet uit 1972 tegen de toen dreigende spellingshervorming. De schoolmeesters uit die tijd dachten energie te sparen als ze hun leerlingen lieten 'schrijven zoals je het uitsprak'. Terwijl de opgebrande leraren van begin jaren zeventig al lang gepensioneerd of dood zijn, komt onderwijzer De Hond nog eens aankakken met zijn au's en ou's en ei's en ij's en achs en wee's. Hij heeft geen idee.'

Beeld Gino Bud Hoiting

Als er een spellingswijziging is, heeft u het daar dan met andere schrijvers over?

'Als er een ingrijpende spellingswijziging mocht dreigen, ga ik zeker contact zoeken met collega's. Ik sluit een schrijversstaking niet uit - al blijft het oppassen, want voor hetzelfde geld roepen de spellingshervormers: 'Prima, dan zijn we meteen van die waanwijze literaire troep af. Stelletje kommaneukers, meer last dan lust van die lui.'

Waar komen ze vandaan?

Bodempjesprocedure: 'Iedereen kent bodemprocedure als term voor reguliere rechtsgang. In Kwaadschiks neemt de alcoholist Dorlas zijn toevlucht tot het 'uitwringen' van lege drankflessen, wat betekent dat hij de minieme bodempjes in een glas verzamelt. Dat noemt hij zijn 'bodempjesprocedure', om in noodgevallen tegemoet te komen aan zijn tergende drankzucht. Ik kan me als de schrijver van de bijbehorende scène goed voorstellen dat Dorlas zo'n luchtig koosnaampje voor zijn diepste ellende bedenkt.'

Crimiclown: 'Ik heb sinds najaar 2008 aan Kwaadschiks gewerkt. In de vroegste versie komt al de term crimiclown voor als woordspeling op cliniclown, welk laatste fenomeen mij altijd een gruwel is geweest. Later verscheen op de Vlaamse tv een serie Crimiclowns. Ik besloot desondanks mijn eigen crimiclown in het boek te handhaven.'

Dixiepline: 'Hiervoor verwijs ik naar Nietzsches aforismenverzameling Die fröhliche Wissenschaft. De titel suggereert een vorm van wetenschap die lichtvoetig, dansend, tot haar ontdekkingen komt en die zich vrolijk maakt over de te zware taakopvatting van de concurrent. Enigszins in die trant zie ik mijn discipline als schrijver: consciëntieus, maar met een vleug dixielandmuziek - waarbij ik overigens eerder denk aan de dixieland uit de straten van New Orleans dan aan die van de Dutch Swing College Band.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden