InterviewNoordoostpolder

Verdronken dorpjes ontdekt in Noordoostpolder: een archeologische schatkamer

In de bodem van de Noordoostpolder liggen resten van middeleeuwse dorpjes. Archeoloog Yftinus van Popta bracht de verdronken nederzettingen tijdens zijn promotieonderzoek in kaart.

In het drooggelegde land van de Noordoostpolder wordt in 1944 een vijfhonderd jaar oud schip uitgegraven.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Ooit ging de Zuiderzee er tekeer, maar in de late middeleeuwen was de omgeving van de huidige Noordoostpolder een uitgestrekt veengebied. In dorpjes met namen als Marknesse, Nagele, Kuinre en Veenhuizen leefden boerenfamilies eerst van landbouw en later, toen de omgeving natter werd, van veeteelt. Terwijl de namen van de nederzettingen voortleven in het polderlandschap, werden archeologische resten vaak aangezien voor scheepsafval, zegt maritiem archeoloog Yftinus van Popta. Tijdens zijn promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen bracht hij verdronken dorpen in de polder in kaart.

Even bij het begin beginnen: bij de geschiedenis van de Noordoostpolder denken mensen aan ‘Zuiderzee’ en niet per se aan ‘laatmiddeleeuwse dorpen’.

‘Dat is precies de probleemstelling in m’n onderzoek. We denken nu: het was een watermassa met twee eilandjes, en dat hebben we in de twintigste eeuw ingepolderd. Het tegendeel is waar. De Zuiderzee was eigenlijk een tussenfase in een gebied dat altijd land is geweest.

Rond het jaar 1000 was de omgeving een laagveengebied met uitgestrekte meren en grote schiereilanden, waar Urk en Schokland nog door een veenrug met elkaar verbonden waren. Als je een vergelijkbaar landschap zoekt, moet je bijvoorbeeld denken aan het Verdronken Land van Saeftinghe in Zeeuws-Vlaanderen. Het was een heel dynamisch gebied, waar regelmatig stukken onder water stonden. Het laagveen was heel kwetsbaar voor getij en stromen, waardoor in de loop der eeuwen hele stukken zijn weggeslagen, tot het uiteindelijk, in de dertiende eeuw, de Zuiderzee werd.’

Bij het droogvallen van de Noordoostpolder, en later de Flevopolders, bleek de bodem een archeologische schatkamer. Hoe kan het dat het bestaan van de dorpen niet eerder is opgemerkt?

‘Scheepswrakken zijn niet te missen. Die staken in sommige gevallen gewoon omhoog uit de grond, dat speelt natuurlijk een rol. Het idee dat de nederzettingen eerder niet zijn opgemerkt, is ook niet helemaal waar. In de jaren vijftig en zestig is al eens de veronderstelling geopperd dat er in het gebied resten van verdronken dorpen lagen, maar die hypothese is destijds blijven liggen. Daardoor zijn in de jaren tachtig en negentig veel bodemvondsten afgeschreven als rotzooi. Scheepsafval. Ruis.

Op de plaats van het verdronken dorp Veenhuizen 1, ten westen van Kuinre, zijn destijds wel resten gevonden, maar die zijn niet herkend. Daar is nu een recreatiegebied overheen gelegd. Iets verderop heb ik resten van Veenhuizen 2 blootgelegd, een dorpje waar mensen naar toe trokken nadat ze het eerste dorp moesten prijsgeven.’

Hoe weet je dat de bodemvondsten géén scheepsafval zijn?

‘Eigenlijk gaat dat in drie stappen. Eerst kijk je naar de hoeveelheid materiaal. Als je dat ruimtelijk intekent dan krijg je een kaart met vijf of zes duidelijke plekken waar iets meer aan de hand is dan ‘scheepsafval.’ Vervolgens kijk je naar de samenstelling van het materiaal. We vinden aardewerk, dierlijke botresten, bakstenen, leisteen en dakpannen. Precies dezelfde combinatie die je elders ook vindt als nederzettingsresten.

De derde stap is dat je een schep in de grond steekt, op zoek naar sporen van funderingen, greppels, waterputten, dat soort dingen. Veel van dat soort resten zijn verdwenen in de dynamiek van de zeebodem, maar bijvoorbeeld rond Schokland en op Urk en in het Kuinderbos kun je met het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN) structuren zien. Sporen van slootjes en dijkjes en dergelijke.’

Is er iets bekend over de bewoners van deze dorpen? En weten we waar en wanneer de dorpen verdwenen zijn?

‘Volgens middeleeuwse bronnen is het gebied tussen het jaar 1000 en 1100 door pioniers in opdracht van de bisschop van Utrecht in cultuur gebracht. Grappige zijstraat: op Urk is men heel trots op het bestaan als vissersdorp, maar volgens geschriften is het ontstaan als nederzetting van boeren.

In de loop van de dertiende eeuw zijn de meeste dorpen verdwenen. In die periode is er een opeenvolging van zware stormen en overstromingen geweest. Of de dorpen zijn ontruimd omdat het land steeds verder afkalfde of dat ze in één keer zijn vergaan, weet ik niet, maar na ongeveer 1250 kom je ze in oude geschriften niet meer tegen.’

Zijn er voorbeelden van andere verdwenen dorpen – in de Flevopolders, de Wieringermeer of op plekken die nog altijd onder het water liggen?

‘Eigenlijk is het heel interessant: in de Wieringermeer zijn nauwelijks resten gevonden. Ook geen scheepswrakken, terwijl we uit geschriften weten dat ze er wel moeten zijn. Misschien zijn ze te diep weggezakt in de bodem. Ergens ter hoogte van de zuidpunt van Zuidelijk Flevoland lag het dorpje Ark, dat weten we ook uit historische documenten. Verder waren er dorpen bekend langs wat nu de oostkust van Oostelijk Flevoland is, en in de buurt van Elburg. In de bodem van de Noordoostpolder lijkt terrestrische en maritieme archeologie nu door elkaar te lopen. Je hebt overblijfselen van middeleeuwse dorpen, maar ook scheepswrakken uit een periode van bijna acht eeuwen daarna. Je moet je afvragen of de dorpen onderdeel zijn van terrestrische archeologie. Ik betoog dat het eigenlijk maritieme archeologie is. Het is onderdeel van de manier waarop mensen leefden met het water. In maritieme archeologie ligt de nadruk altijd op scheepswrakken, want een scheepswrak is bijna altijd spectaculair. Ik heb laatst zelf nog staan graven bij een wrak, en dan komen er nog gevulde wijnflessen tevoorschijn. Heel mooi materiaal, maar de intrinsieke waarde van archeologische vondsten is niet altijd gelijk aan de wetenschappelijke betekenis.’

Middeleeuwse vondsten - met zwarte stip aangegeven - in de Noordoostpolder.Beeld RUG
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden