Verbod op ivoorhandel heeft geen effect: aantal olifanten in Afrika blijft dalen

Het aantal olifanten in Afrika blijft dalen. Hun ivoren slagtanden zijn zeer gewild en het verbod op de handel heeft geen effect.

Een ivoren buste van Mao Tse-tung in een Chinese winkel in Guangzhou. Beeld epa

Ondanks een wereldwijd verbod op ivoorhandel gaat het stropen van olifanten in Afrika onverminderd door en draait de illegale handel in slagtanden op volle toeren. Wetenschappers ontdekten dat het meeste ivoor dat de laatste jaren werd onderschept afkomstig is van olifanten die kort tevoren waren gedood. Daarmee bevestigen zij dat olifantenpopulaties in Oost-, West- en Centraal-Afrika nog steeds krimpen.

Analyse

Uit analyse van veertien grote ladingen slagtanden die tussen 2002 en 2014 in beslag waren genomen, bleek dat meer dan 90 procent van het ivoor had toebehoord aan olifanten die hooguit drie jaar eerder waren gedood. 'De omloopsnelheid van ivoor is hoog. Dat betekent dat het stropen volop doorgaat', aldus Samuel Wasser van de Universiteit van Washington. Hij is een van de auteurs van een publicatie in PNAS.

De onderzoekers beschouwen hun conclusies als een bevestiging van eerdere schattingen van het aantal olifanten dat door stropers wordt gedood. In vijftien Afrikaanse landen zijn de olifantenpopulaties sinds 2007 met zeker 30 procent gekrompen. In Centraal-Afrika is het aantal bosolifanten tussen 2002 en 2013 gekelderd met 62 procent. In Mali, Tsjaad en Kameroen dreigt de olifant uit te sterven. (Terzijde: enkele landen in zuidelijk Afrika worstelen met een overbevolking van olifanten in natuurparken.)

Onderzoek

De tijd tussen de dood van een olifant en het onderscheppen van het ivoor werd door de wetenschappers vastgesteld met behulp van de koolstof-14-methode (zie kader). Ivoor dat voor 2011 in beslag was genomen bleek afkomstig van olifanten die 8 tot 10 maanden eerder waren gedood. Na 2011 loopt de tijdspanne tussen stropen en confiscatie op tot 2- en soms 3 jaar. Volgens de onderzoekers een teken dat het voor smokkelaars moeilijker wordt grote ladingen te verzamelen. De onderschepte slagtanden zijn afkomstig van jongere olifanten. 'Soms zijn de slagtanden zo klein dat er nauwelijks ivoor aan zit', zegt Samuel Wasser.

Er wordt vaak gedacht dat de ivoorhandel voor een flink deel bestaat uit oude voorraden van bijvoorbeeld in beslag genomen smokkelwaar. Dat klopt niet. China en verscheidene andere landen staan de handel in 'oud' ivoor toe. Dit onderzoek lijkt aan te tonen dat veel vers ivoor wordt verhandeld onder het mom van oud ivoor, aldus Elizabeth Bennett van de Amerikaanse organisatie Wildlife Conservation Society.

Uit dna-analyse van de slagtanden blijkt dat ze voornamelijk afkomstig zijn uit Oost- en West-Afrika. De ivoorsmokkel gaat het snelst in Oost-Afrika. Daar leven olifanten vooral op savannes en zijn ze makkelijker te schieten dan in andere regio's waar ze in bosrijke gebieden leven. De belangrijkste afnemers zijn China, Vietnam, Thailand, de Filipijnen en Taiwan.

Het onderzoek maakt eens te meer duidelijk dat de strijd tegen het stropen van olifanten nauwelijks resultaat oplevert. Dat komt mede doordat er te weinig wordt gekeken naar de politiek-economische context van de stroperij, zegt Bram Büscher, hoogleraar sociologie van ontwikkeling en verandering aan de Wageningen Universiteit. 'De toenemende druk op natuurlijke hulpbronnen en wild life crime houden verband met elkaar. De Chinezen leggen in Afrika nieuwe wegen aan. Die nieuwe infrastructuur bevordert stroperij en ivoorhandel.'

Niet alleen de Aziatische koper van ivoor, ook de westerse consument speelt daarin een rol, zegt Büscher. 'In onze iPad's en telefoons worden zeldzame materialen gebruikt, die de Chinezen uit Afrika halen. De legale en illegale handelsstromen raken met elkaar verweven.'

Hoe oud?

De onderzoekers hebben 231 slagtanden van olifanten onderzocht met de zogenoemde koolstofmethode. Ze wisten het moment waarop de olifanten moeten zijn gedood vast te stellen door te kijken naar de hoeveelheid radioactief koolstof (C-14) in het ivoor. Koolstofdatering wordt meestal gebruikt voor archeologische vondsten. Het kan worden toegepast op organisch materiaal tot 60 duizend jaar oud. In dit geval zijn de wetenschappers uitgegaan van de bovengrondse atoomproeven die in de jaren vijftig en zestig zijn genomen. Bij deze kernproeven kwamen grote hoeveelheden radioactief koolstof in de atmosfeer terecht. Die zijn opgenomen door planten en dieren. Doordat het C-14-niveau sinds de jaren zestig geleidelijk is gedaald kunnen wetenschappers aan het koolstofgehalte in tanden en botten vrij nauwkeurig vaststellen wanneer ze zijn gevormd. Datering met behulp van 'bom-koolstof' wordt soms ook gebruikt bij het vaststellen van de ouderdom van menselijke resten. En van de 'reistijd' van cocaïne, die van Zuid-Amerika zijn weg vindt naar de Verenigde Staten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.