Verandering klimaat duldt geen uitstel van maatregelen

De industrie bewijst zichzelf geen dienst door de ogen gesloten te houden voor het broeikaseffect. Bij alle onzekerheden is er voldoende bekend om maatregelen te rechtvaardigen....

WIJ BEVINDEN ons op een historisch moment in de discussie over klimaatverandering. Het sleutelwoord is hier 'wij'. Heel lang was klimaatverandering een onderwerp waarvoor slechts weinigen verantwoordelijkheid wilden nemen. Gezien de onzekere factoren was het altijd makkelijker om de zwarte piet aan anderen door te spelen.

Klimaatverandering vraagt echter steeds duidelijker om actie, niet alleen van de overheid, maar ook van de industrie en de consument, die met en naast elkaar moeten werken.

Als we ons nu constructief opstellen, kan het probleem worden aangepakt, zonder de economische ontwikkeling te ontwrichten. Als we dat niet doen, dan zal die ontwrichting ongetwijfeld op een later tijdstip toeslaan.

Met een groeiende wereldbevolking en een steeds hoger wordende levensstandaard zal de vraag naar energie blijven stijgen. In de periode tot 2010 zal de totale vraag naar energie met meer dan 30 procent groeien. Dat komt overeen met een extra 2,5 to 3 miljard ton olie per jaar: tweemaal de huidige Europese consumptie.

De wetenschap van klimaatverandering staat nog in de kinderschoenen, maar bepaalde zaken zijn al wel duidelijk. De concentratie van kooldioxide in de atmosfeer neemt toe, en de temperatuur van het aardoppervlak stijgt.

De gegevens worden gekenmerkt door veel 'ruis'. Het is moeilijk om oorzaak en gevolg van elkaar te scheiden. Maar er bestaat inmiddels redelijke consensus over het feit dat de mens duidelijk invloed heeft op het klimaat, en dat er een verband bestaat tussen de concentratie kooldioxide en de stijging van de temperatuur. Voor de volgende eeuw wordt een temperatuurstijging van 1 tot 3,5 graad en een stijging van het zeeniveau van 15 tot 95 centimeter voorspeld.

Het zou onverstandig en misschien zelfs gevaarlijk zijn om de toenemende zorg en ongerustheid te negeren.

De uitdaging is het realiseren van economische groei en een stijging van de levensstandaard op een manier die ons gezamenlijke milieu geen schade toebrengt. Wat dat betreft ziet iedereen met spanning uit naar de conferentie over klimaatverandering in Kyoto (Japan) in december, waar een poging zal worden ondernomen regeringen tot een gezamenlijke actie te bewegen.

Maar het probleem van klimaatverandering kan niet tijdens incidenteel topoverleg worden opgelost. Klimaatverandering is een probleem dat zich laat vergelijken met de ontwikkeling van een open wereldhandelssysteem of het proces van ontwapening. Het is een probleem dat tijd vraagt.

De afspraken zullen waarschijnlijk meer gaan over doelstellingen en intenties dan over een gedetailleerd programma. Misschien wordt er afgesproken met hoeveel procent de uitstoot van gassen in 2005 of 2010 - mondiaal - moet zijn teruggebracht.

Maar het werk zelf moet worden gedaan door individuele regeringen, die ieder in hun eigen land en op hun eigen manier moeten werken aan hun eigen doelen, met middelen die passen bij de lokale omstandigheden en de politieke realiteit.

Een van de mogelijke beleidsinstrumenten is belastingheffing. Wil een belastingheffing tot een efficiënter energieverbruik leiden, dan moet deze heffing gelden voor alle sectoren van de industrie en gebaseerd zijn op een eerlijke verdeling over de brandstoffen. Het tarief moet zodanig zijn dat de belasting ook inderdaad gedragsveranderend werkt.

De tweede mogelijkheid is de ontwikkeling van een systeem waarin de uitstoot van kooldioxide een geldwaarde vertegenwoordigt. In zo'n systeem kunnen emissie-vergunningen worden verhandeld op een open markt.

In de VS zijn al twee systemen voor het verhandelen van dit soort vergunningen van kracht - een systeem dat zich richt op het terugdringen van de zwaveluitstoot en een systeem voor het geleidelijk elimineren van stoffen die de ozonlaag aantasten.

Het verhandelen van zwavelvergunningen is een groot succes. Sinds de introductie van het systeem in 1992 is de zwaveluitstoot in de VS met 5,6 miljoen ton verminderd en komt de doelstelling van het overheidsbeleid - een reductie van het niveau in 1980 met 40 procent - binnen handbereik.

Een derde beleidsoptie houdt in: het juiste doen op op de juiste plek. We moeten openstaan voor het feit dat je van landen die niet eens schoon drinkwater hebben moeilijk kunt verwachten dat ze klimaatverandering belangrijker vinden dan de meest elementaire voorzieningen.

In zulke landen moeten klimaatmaatregelen ook worden gebruikt voor het lenigen van de meer directe nood, bijvoorbeeld het verbeteren van de concurrentiepositie door technische innovatie en het oplossen van de meest dringende milieuproblemen, zoals de vervuiling in de stadscentra.

Door gebruik te maken van marktprikkels zou een systeem kunnen worden ontworpen dat bedrijven stimuleert de uitstoot terug te dringen. Het zou al een enorme stap vooruit zijn als alle bedrijven de best beschikbare technieken zouden toepassen. Het is mogelijk oliebronnen te exploiteren zonder het gas af te fakkelen, zuiniger motoren te ontwerpen en schonere energiecentrales.

Al bestaat er binnen de klimaatwetenschap nog geen zekerheid, het is inmiddels wel duidelijk dat we hier te maken hebben met een serieus probleem dat om preventieve maatregelen vraagt. Van een crisis is nog geen sprake en als we nu handelen zal die crisis er ook niet komen.

John Browne is president-directeur van British Petroleum.

Los Angeles Times Syndicate.

Vertaling: José van Zuijlen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden