Reportage

Veiliger en goedkoper: spreekuur via de iPad

Het lijkt een oplossing voor vele kwalen: minder belastend voor de patiënt, minder infectierisico's en toch adequaat monitoren. Alleen vergt contact met specialisten in de gezondheidszorg via de iPad een ander declaratiesysteem.

Verpleegkundig specialist Maritha Spekschoor ziet op de iPad of COPD-patiënt Joop Bremer de apparatuur wel juist gebruikt.Beeld Julius Schrank

Joop Bremer ziet er opgewekt uit, maar niet gezond, met dat zuurstofslangetje aan zijn neus. En dat is hij eerlijk gezegd ook niet: hij heeft COPD, een chronische longziekte. Te veel gerookt in zijn leven, denkt hij, en ook te veel benzinedampen ingeademd.

Toch komt hij vrijwel nooit in het ziekenhuis. Niet meer. Gelukkig niet, want die tochten waren een bezoeking voor hem. 'Dan moest ik met de trein en de bus van Didam naar Doetinchem. Dat kostte me telkens een halve dag.' En niet alleen dat. Bij elke temperatuurwisseling moet Bremer (63 jaar) eerst 'acclimatiseren', oftewel op adem komen. Dus huis uit, trein in, trein uit, bus in, bus uit, ziekenhuis in: elke keer weer happen naar zuurstof uit zijn slangetje.

Bovendien is het ziekenhuis gevaarlijk terrein voor hem. 'Daar zijn veel ziektekiemen dus je kunt er snel een infectie oplopen.' Dat overkwam hem geregeld. Gemiddeld lag hij elke tien maanden wel in het ziekenhuis.

iPad

Dat hij van dat risico nu vrijwel af is, dankt hij niet aan een wonderlijk medicijn, maar de iPad. Praktisch al zijn contacten met zijn behandelaars verlopen nu via de iPad.

Bremer profiteert van een nog maar net begonnen ontwikkeling: e-health. Een verzamelwoord voor het gebruik van mobiele techniek (smartphone of tablet), eventueel aangevuld met eenvoudige meetapparaatjes, in de gezondheidszorg.

Het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem is een van de voorlopers. Maritha Spekschoor, verpleegkundig specialist longziekten, zette het project voor de COPD-patiënten op, samen met thuiszorgorganisatie Sensire en zorginnovatiebedrijf FocusCura. 'We zochten manieren om meer contact te hebben met onze patiënten, ook face to face, zonder dat ze naar het ziekenhuis hoefden. Met die iPad gaat dat heel goed.'

25 procent minder opnames

Haar patiënten krijgen er een in bruikleen, ze krijgen instructies voor het gebruik. Twee keer per week vullen ze een vragenlijst in. Zodra uit de antwoorden blijkt dat er iets in het ziektebeeld verandert, hangt onmiddellijk het callcenter van Sensire bij de patiënt aan de telefoon, of beter gezegd, aan de iPad. Spekschoor: 'De verpleegkundigen van Sensire kunnen snel beoordelen of er reden is om op te treden. Als dat nodig is, kunnen ze onmiddellijk doorverbinden naar mij. Omdat ik die mensen ook kan zien, kan ik veel beter beoordelen wat er moet gebeuren. Ik kan ook zien of ze hun medicijnen op de juiste manier innemen, want vaak zit daar het probleem.' Meestal is het beeldtelefoongesprek daarom afdoende, soms moet de huisarts worden ingeschakeld. 'Maar ik kan ook beoordelen of een opname nodig is.'

Gevolg is dat er veel sneller wordt opgetreden bij verslechtering in het ziektebeeld, ook 's nachts, ook in het weekeinde. Met meetbare verbeteringen voor de patiënten: 25 procent minder opnames. Het gaat hier weliswaar om slechts honderd patiënten, maar het resultaat is vrijwel gelijk aan een onderzoek in Engeland onder zesduizend patiënten.

Beeld Thinkstock

Kostenbesparing

Niet alleen de COPD-patiënten worden met de iPad behandeld, ook andere chronische patiënten. Met hartfalen (zwak hart) bijvoorbeeld, of vrouwen met risico op zwangerschapsdiabetes. De hartpatiënten krijgen er een elektronische weegschaal bij. Vocht vasthouden is een duidelijk signaal van naderende problemen, dat is op de weegschaal direct te zien. De gegevens van hun dagelijkse weegbeurt gaan rechtstreeks naar Sensire. De zwangere vrouwen krijgen een bloedprikkertje annex meter voor bloedwaarden mee.

De werkwijze met de iPad is niet alleen beter, ze is ook veel goedkoper. Nu nog gaat het om beperkte projecten, maar het ziekenhuis staat te popelen om op te schalen naar zo veel mogelijk patiënten.

Maritha Spekschoor demonstreert het apparaat via de iPad.Beeld Julius Schrank

Financiële problemen

Maar dan moeten wel nog een paar lastige financiële problemen worden opgelost. Er moet flink geïnvesteerd worden en het uiteindelijke resultaat is: minder omzet. Norma van Burgsteden, manager van ondermeer de poliklinieken van het Slingeland Ziekenhuis: 'Alleen van de medisch specialist kunnen we consulten declareren. Maar ons hele systeem is er juist op gericht om te vermijden dat het zo ver komt. De patiënten hebben veel contact met de thuiszorg, soms met een verpleegkundige. Dat kunnen we allemaal niet declareren. Alleen als de patiënt naar het ziekenhuis moet, spreekt hij de specialist.' En dat is dus nog maar zelden.

Maar volgens toezichthouder NZa kunnen ook andere teleconsulten best worden gedeclareerd. 'Dan moet de verzekeraar wel afspraken willen maken. Daar zal hem de kneep wel zitten', vermoedt een woordvoerder.

Jeroen Kemperman van verzekeraar Achmea klinkt niet als iemand die wil tegenhouden, integendeel. Hij noemt de elektronische hulpmiddelen 'sensationeel' en 'revolutionair'. 'Ik denk dat we dankzij deze technieken de stijging van de specialistische zorgkosten op het niveau van de inflatie kunnen houden.'

Wandelschoenen

Dat er nu problemen zijn met de vergoeding, is volgens hem tijdelijk. De verzekeraars moeten nog de grenzen van hun verantwoordelijkheid vaststellen. 'We moeten ervoor waken dat we straks dingen vergoeden die tot het dagelijks leven behoren. Het is best mogelijk dat een dokter tegen zijn patiënt zegt: het is goed als je gaat wandelen. Maar dat betekent niet dat de verzekering de wandelschoenen vergoedt.' Dus wat er van die elektronica nu medisch te noemen is en wat niet, dat is de vraag. Ook verzekeraar VGZ zegt dat de oplossing in de maak is: dit jaar zullen er besluiten over vallen.

De elektronische gezondheidsrage is elders, op de consumentenmarkt, en dan vooral in Amerika, al volledig losgebarsten. Met de smartphone kan van alles worden gemeten, gedeeld en geregistreerd. Apple heeft zich er vol op gestort, Facebook en Google ook. De meeste van die toepassingen zijn vooralsnog voor de consumentenmarkt. Dat het leeft, was vorige week in Chicago te merken: een conferentie over ict in de gezondheidszorg trok 50 duizend bezoekers.

Een health-app.Beeld Thinkstock

Overstap

Maar ook de specialistische zorg ontwikkelt zich snel in de VS. IBM is zijn supercomputer watson aan het programmeren om medische diagnoses te stellen. En Amerika's grootste ziekenhuisgroep, Kaiser Permanente met 68 ziekenhuizen, is op sommige afdelingen al helemaal overgestapt op de nieuwe techniek. Wie geen iPad of smartphone heeft, moet er maar een zien te lenen.

Zo ver willen ze in het Slingeland nog niet gaan. 'Sommige mensen willen het niet', zegt verpleegkundige Spekschoor. 'Of kunnen het niet, omdat ze bijvoorbeeld niet kunnen lezen.'

Joop Bremer is dolblij met zijn iPad. 'Het geeft mij een veilig gevoel, dus ik durf veel meer. En ik krijg veel meer zelfkennis, want ik merk zelf aan de cijfers dat er iets aan de hand is. Ik heb er zo veel meer controle over.'

Minister Schippers van Volksgezondheid moet onderzoeken welke apps en elektronische apparaten voor de gezondheidszorg in het basispakket moeten worden opgenomen. Het kan gaan om meetapparatuur zoals weegschalen of bloedwaardemeters, maar ook om apparaten als iPads.

Dit zegt Pauline Meurs, voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid & Zorg. De raad brengt vandaag advies uit over het oprukkende gebruik van smartphones, iPads en andere mobiele elektronica in de zorg. Als ze niet in het basispakket vallen, dreigen die nieuwe hulpmiddelen buiten bereik te blijven voor zwakkere groepen als armen en ouderen. Voor de gewone wellness-apps, die de hartslag meet, stappen telt of slaapgewoonten reguleert, moet een keurmerk komen.

Worden we wel gezonder van al die elektronica in de zorg?
Meurs: 'Dat is de kern van de zaak. Je kunt als consument sneller met je eigen gezondheid aan de slag, en dat is een voordeel. Maar het kan ook leiden tot medicalisering en overbehandeling. Dat heeft risico's: wat betekent het als je continu bezig bent met de vraag of het wel goed met je gaat?

'De meeste van die apps zitten in de sfeer van wellness en fitness. Ik ben zelf marathonloper en ik wil ook precies weten hoe ik ervoor sta. Hartstikke leuk. Maar de volgende stap is dat je apps gebruikt voor zelfdiagnostiek. Dan kom je op het terrein van de professionele zorgverlener, de dokter bijvoorbeeld. Dan gaan dingen door elkaar lopen. Wat doet de professionele zorgverlener, wat doe je zelf?'

Straks komt de patiënt de spreekkamer in met allemaal meetgegevens uit zijn eigen apps.
'Ja, én meningen die andere mensen erover gaven via fora of Facebook. Dat is een nieuwe situatie voor de zorgverlener. Meten is één ding, maar interpreteren is iets anders. Als je een bepaald hartslagpatroon meet, betekent dat voor een 58-jarige iets heel anders dan voor een 24-jarige. Die dokter moet dat goed uitleggen. Hij moet dus goed op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen.'

Die nieuwe hulpmiddelen zijn niet weggelegd voor armere gezinnen.
'Nee, en dat is een probleem. Ik wil nog niet spreken van een tweedeling in de gezondheidszorg, maar vooral de koopkrachtigen en de hoog opgeleiden zullen ermee gaan werken. Voor apparaten en apps die de professionals gaan gebruiken, moeten we bekijken welke in het basispakket komen en welke niet.'

Is het een probleem dat bedrijven als Apple en Google straks over al die gegevens beschikken?
'We moeten de privacy goed regelen. Ook bestaat er een risico dat nieuwe normen worden gesteld: al die meetgegevens leveren gemiddelden op en die gaan als norm fungeren. Technologie is niet neutraal. Big data dreigt straks de norm te stellen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden