Varkenslever ontgift van buitenaf

Transplantatie van dierlijke organen in de mens wordt nog te riskant geacht. Maar onderzoek naar bloed ontgiften met varkenslevercellen buiten het lichaam mag straks misschien wel....

DE KUNSTLEVER is een beetje te vergelijken met de kunstnier, met één belangrijk verschil: voor de kunstlever wordt gebruikgemaakt van levercellen van een varken. En het gebruik van dierlijke organen, cellen of weefsel in het lichaam van een mens - xenotransplantatie - mag in Nederland (nog) niet. Met in het achterhoofd aids, waarbij een virus werd overgedragen van de aap op de mens, en de dodelijke ziekte van Creutzfeldt-Jakob (de gekkekoeienziekte), waarbij bepaalde eiwitten (prionen) van vee in het spel waren, bestaat de angst voor nieuwe ziekten die kunnen worden overgebracht van dier op mens.

Afgelopen week bleek bij de Tweede Kamer geen principieel bezwaar te bestaan tegen onderzoek naar de behandeling van patiënten met de kunstlever, waarbij varkenslevercellen worden gebruikt die buiten het lichaam van de patiënt blijven. Woensdag werd uit een NIPO-enquête bovendien duidelijk dat tweederde van de Nederlanders geen principieel bezwaar heeft tegen een dergelijke therapie.

Onderzoek naar xenotransplantatie, waarbij organen, weefsel en cellen worden getransplanteerd, blijft verboden, totdat meer bekend is over de risico's. Voor patiëntenresearch moet nog wel de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek toestemming geven, evenals de medisch-ethische commissies van de ziekenhuizen waar het onderzoek zal worden gedaan.

Arts/onderzoeker dr. Rob Chamuleau van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam vindt de politieke beslissing 'verstandig'. Chamuleau coördineert het onderzoek met een door hem ontwikkelde kunstlever, dat samen met het Leids Universitair Medisch Centrum zal worden gedaan. Het Rotterdamse Academisch Ziekenhuis Dijkzigt wil, samen met buitenlandse researchcentra, deelnemen aan een groot Amerikaans onderzoek. Daarvoor wordt een door fabrikant Circe ontwikkelde kunstlever gebruikt.

Een kunstlever kan levens redden, zegt Chamuleau. In Amerika zijn de afgelopen jaren honderden patiënten voor diverse ziekten behandeld met levende cellen en weefsels van varkens. Op 20 augustus 1999 publiceerden de Amerikaanse onderzoeker Khazal Paradis en zijn groep in Science een onderzoek onder 160 patiënten. Niemand bleek besmet met een dierlijk retrovirus, tot twaalf jaar na behandeling, de periode waarover het onderzoek liep. De bloedcirculatie van patiënten was - tijdelijk - gekoppeld geweest aan (uitgenomen) nieren, lever of milt van varkens. Er was varkenshuid gebruikt of er waren in de buikholte varkenscellen van de alvleesklier ingespoten.

'We zijn met name benauwd voor overbrenging van de retrovirussen van dier op mens. Het belangrijke onderzoek van Paradis stelt ons op dat punt enigszins gerust, al is het risico niet nul. Er kunnen virussen worden overgebracht die we nu nog niet kennen. Maar we leven al zo lang samen met het varken als huisdier en we eten het vlees; in slachterijen komen mensen in aanraking met varkensbloed. Bij de aap ligt dat anders. Die zit dichter bij de mens, waardoor een virus van hem zich veel sneller bij de mens thuis zal voelen.'

Het verschil tussen een behandeling met een kunstlever waarbij varkenslevercellen worden gebruikt en een orgaantransplantatie waarbij een dierlijk orgaan wordt getransplanteerd, is groot, zegt Chamuleau. 'De kunstlever blijft buiten het lichaam en de blootstelling aan de levercellen van het varken is kort. Het risico is daarom veel lager dan bij een transplantatie.'

De door het AMC ontwikkelde kunstlever is simpel, maar vernuftig. De 'bio-artificiële lever', of bioreactor, is dertig centimeter lang. In een plastic buis zit een opgerold polyester matje van losse draadjes ter grootte van een haar. Erdoorheen lopen kunststof slangetjes die doorlaatbaar zijn voor zuurstof.

De microscopisch kleine cellen van de varkenslever hechten zich aan de polyester draadjes en worden van zuurstof voorzien via de slangetjes. Het bloed van de patiënt wordt eerst gescheiden in bloedplasma en bloedcellen. Het plasma wordt door de kunstlever gepompt en daar ontgift. Daarna komen plasma en bloedcellen weer bij elkaar en gaan terug naar de patiënt.

Een patiënt kan maximaal een week op een kunstlever worden aangesloten, omdat het lichaam antistoffen zal vormen. Maar die paar dagen kunnen het verschil betekenen tussen leven en dood, zegt Chamuleau. Soms moet een patiënt wachten op een geschikte leverdonor, soms heeft de lever genoeg aan enkele dagen om zelf te herstellen.

Voor een behandeling met een kunstlever komen patiënten in aanmerking met acuut leverfalen als gevolg van een medicijnvergiftiging, het eten van de verkeerde paddestoelen of door hepatitis A, B of C.

Tussen Amerikaanse en de Amsterdamse kunstlever bestaan enkele verschillen, zegt Chamuleau. 'De zuurstofvoorziening van de levercellen is bijvoorbeeld anders. Bij de Amerikaanse kunstlever van Circe komt de zuurstof van buiten het apparaat, bij ons wordt de zuurstofvoorziening geregeld in de kunstlever. Daardoor kunnen wij de cellen vitaler houden. In onze kunstlever zitten meer cellen dan in de Amerikaanse. En wij werken met verse varkenslevercellen, terwijl in Amerika gebruik wordt gemaakt van levercellen die ingevroren en weer ontdooid moeten worden. Logistiek is dat handiger - wij moeten het varken opereren direct voor gebruik - maar de kwaliteit kan door dat invriezen en ontdooien verminderen.

'Ten slotte stroomt het bloedplasma in ons model direct langs de cellen, die daardoor beter bereikt kunnen worden. In het Amerikaanse model zitten de cellen aan de buitenkant van de holle, doorlaatbare buisjes. Het bloedplasma stroomt door die buisjes, maar kan daardoor misschien niet in aanraking komen met alle cellen.'

Het Amsterdamse dieronderzoek is uitgebreider geweest dan het Amerikaanse, zegt Chamuleau. 'Onderzoeker Demetriou heeft daarentegen in de VS onderzoek gedaan op meer dan dertig patiënten. Wij hebben eerst gewerkt met ratten en varkens. Varkens bij wie de levers waren verwijderd, leefden maximaal veertig uur op intensive care. Met de kunstlever was dat tachtig uur. Levens kunnen dus worden verlengd met een kunstlever.'

Het streven is, een kunstlever te maken die het langer volhoudt dan een week. Patiënten kunnen dan, net als bij een nierdialyse, twee of drie keer per week worden gespoeld. Varkenscellen zijn daarvoor niet geschikt - ze kunnen allergische en immunologische reacties oproepen - maar cellen van een mensenlever zijn schaars en daarom te kostbaar. Ze worden liever gebruikt voor transplantatie.

Chamuleau: 'We proberen met genetische trucs levercellen van de mens zo ver te krijgen dat deze zich gaan delen en blijven functioneren. Je hebt dan maar een klein stukje lever nodig, dat bijvoorbeeld overblijft na een operatie. Moleculair biologe Ruurdje Hoekstra doet daar bij het AMC onderzoek naar. Hopelijk hebben we over twee of drie jaar onsterfelijke levercellen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden