Van zonderlinge hobbyist tot wetenschappelijke pionier

De Noor Jon Larsen verzamelt stof van daken en goten, op zoek naar het ruimtegruis dat voortdurend uit de hemel neerdwarrelt. Experts deden er lacherig over, maar nu zijn ze verbluft.

Martijn van Calmthout
Jon Larsen op stofjacht. Zelfs de NASA heeft hem benaderd over zijn zoektechnieken. Beeld
Jon Larsen op stofjacht. Zelfs de NASA heeft hem benaderd over zijn zoektechnieken.Beeld

Nog voor we echt gepraat hebben, heeft Jon Larsen het al gevraagd: weet de Nederlandse verslaggever in zijn stad niet een paar lekker grote daken, industrieel misschien. Waar hij, als hij eens in Amsterdam is, fijn op zou kunnen neuzen met zijn bezem en magneet?

Dat het loont, is wel duidelijk. Larsen, in het dagelijkse leven jazzgitarist te Oslo, Noorwegen, is als amateur-geoloog op zoek naar zogeheten micrometeorieten. Sterrenstof, dat volgens de experts met tonnen per dag uit de hemel neerdwarrelt. Onvindbaar, dachten deskundigen, en ze maakten zijn Facebookpagina met onderzoeksresultaten lang belachelijk.

Maar Larsen heeft het toch echt gevonden. De sterren liggen op straat, is zijn devies.

Tussen 300 kilo alledaags aards stof

Larsen publiceerde eind vorig jaar in het Amerikaanse vaktijdschrift Geology samen met drie aardwetenschappers een artikel waarin de vondst van vijfhonderd micrometeorieten wordt beschreven. Glasachtige bolletjes van microgrammen, gevonden tussen de 300 kilo alledaags aards stof die Larsen had verzameld op 30 duizend vierkante meter Noors dak. Stukken onmogelijker nog dan de spreekwoordelijke speld in een hooiberg, zegt Larsen lachend aan de telefoon. Sinds The New York Times over zijn Project Stardust schreef, is hij niet langer een zonderlinge hobbyist, maar een heuse wetenschappelijke pionier. In augustus verschijnt een boek over zijn stofjacht. Met vijftienhonderd schitterende microfoto's van zijn buitenaardse buit, die oogt als kleine halfedelstenen, vol kleurige breukpatronen, soms afgemaakt met een metaaldruppel die doet denken aan een diamant op een ring.

'Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat we iets zouden vinden', zegt aardwetenschapper Matthias van Ginneken van de Franstalige Vrije Universiteit van Brussel. 'Ik kende Jon al van zijn Facebookgroep voor mensen die jagen op ruimtestof, maar ik geloofde er niet zo in. Er waren weinig experts die het serieus namen.'

'De vorm, de textuur, onmiskenbaar micrometeorieten'

Van Ginneken is een van de professionele co-auteurs van het Geology-paper van Larsen over de micrometeorieten. Hij herinnert zich nog goed het eerste moment dat hij begreep wat Larson hem voorhield. 'Dat was in Londen, waar ik destijds werkte. Jon was er al en zat met mijn supervisor aan de microscoop. Ik keek over hun schouder en kon mijn ogen niet geloven. De vorm. De textuur. Onmiskenbaar micrometeorieten, en dat wezen later de chemische analyses ook uit.'

Van Ginneken (een Waal met een Nederlandse vader) is een specialist in het microscopische gruis dat uit de kosmos op aarde neerkomt, naar schatting zo'n 6 ton per dag aan deeltjes tussen eentiende en een halve millimeter klein. Wie in een heldere nacht op een donkere plek naar de sterrenhemel staart, ziet nu en dan een sterretje vallen. Dat is in werkelijkheid gruis uit de ruimte dat in de atmosfeer door wrijving verbrandt, meestal niet groter dan een zandkorrel of nog minder. Restanten kunnen in theorie het aardoppervlak bereiken. Ander ruimtestof is zo licht dat het niet eens verbrandt, maar wel op aarde neerdwarrelt.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Ingezoomd beeld van een gevonden stofje door Jon Larsen, dat vanuit de kosmos naar de aarde dwarrelt. Beeld
Ingezoomd beeld van een gevonden stofje door Jon Larsen, dat vanuit de kosmos naar de aarde dwarrelt.Beeld

Van Ginneken zelf kent de deeltjes van expedities op Antarctica en uit moddermonsters op de zeebodem. Ver weg van eventuele menselijke bronnen van stof is de kans groter dat ze worden gevonden. Van die vindplaatsen komt de schatting van die 6 ton per jaar. 'Maar dat ze ook gewoon in de stad te vinden zijn, in de dakgoten van gebouwen of op de stoep, is verrassend omdat er zoveel ander stof is. Je moet de tijd en het geduld maar hebben om daar toch helemaal doorheen te gaan.' Professionele wetenschappers, bedoelt hij, hebben het er eigenlijk te druk voor: op je knieën in de goot liggen en eindeloos wassen, zeven, scheiden, en turen door microscopen.

Jon Larson, 58 jaar, heeft die tijd wel. Niet omdat hij als musicus niks te doen heeft, maar omdat hij al jaren geobsedeerd is door het idee dat op ieder oppervlak in de wereld stof uit de ruimte ligt. Voor het oprapen. 'Het begon een jaar of acht geleden toen ik op een ochtend de tafel van ons huis buiten Oslo schoonveegde. Er glinsterde iets in de zon en toen ik het met mijn vinger oppakte bleek het een raar hoekig metaalachtig dingetje.' Het ministeentje kuste de stenenverzamelaar die hij als jongetje was geweest in hem weer wakker, en hij herinnerde zich verhalen over sterrenstof dat overal zou neerdalen. Of het glinstertje van de tafel zoiets was, wist hij niet zeker, maar de obsessie was geboren. 'Echte grote meteorieten zijn zeer zeldzaam, uit heel Noorwegen zijn er zestien bekend. Stel je voor, dacht ik, dat in werkelijkheid overal om ons heen kosmisch stof ligt.'

Larson speurde in de loop der jaren, in vakanties of toerend met zijn gypsy jazz band Hot Club de Norvège, in dakgoten, parkeerterreinen, op tafels en autodaken naar opvallende stofjes. Altijd een vegertje bij de hand, en een magneet, omdat veel meteorietjes ijzer bevatten. Honderden kilo's nam hij mee naar huis, waar hij zichzelf leerde om het ruimtegruis te herkennen tussen de gribus die ook overal ronddwarrelt, stof van verkeer, fabrieken, bouw, verre zandstormen, pollen van bomen.

In eerste instantie vond Larson ('heel frustrerend') niks bijzonders. In plaats van de speld te zoeken, begon hij daarop het hooi uit te sluiten. 'Wat ik als aards materiaal herkende gooide ik eruit, tot ik dingen overhield die we niet konden thuisbrengen.' Hij benaderde met het restant de Londense micrometeoriet-expert Matthew Genge die hem er één aanwees als een onmiskenbaar ruimtestofje: een donker glasachtig bolletje van eenderde haardikte, met opvallende hoekige afvlakkingen.

Ingezoomd beeld van een gevonden stofje door Jon Larsen, dat vanuit de kosmos naar de aarde dwarrelt. Beeld
Ingezoomd beeld van een gevonden stofje door Jon Larsen, dat vanuit de kosmos naar de aarde dwarrelt.Beeld

Zulke structuren ontstaan als een kosmische zandkorrel in de atmosfeer niet volledig opbrandt, maar tot een druppel smelt en dan na de landing op aarde snel afkoelt. Toen Larson begreep waar hij echt naar op zoek moest, spotte hij in zijn stofcollectie in korte tijd nog eens vijfhonderd vergelijkbare stofjes. En omdat Amerikaanse experts maar bleven beweren dat hij spoken zag, nam hij een kleine vijftig stofjes mee naar Londen en liet ze doorzagen om het interieur met elektrontechnieken te bekijken. Precies zoals eerder met de micrometeorieten van de Zuidpool was gedaan. Er was geen twijfel mogelijk, zegt Larson. Wat hij vindt moet echt komen uit de gruiswolken die kometen en planetoïden in het zonnestelsel achterlaten.

De vondsten van Larsen zijn niet alleen het definitieve bewijs dat ruimtestof ook in de menselijke omgeving neerdwarrelt, zegt de Brusselse expert. 'Interessant is vooral dat dit materiaal van oppervlakken komt die geregeld schoon spoelen, bijvoorbeeld door regen. Het zijn dus verse micrometeorieten, die we kunnen vergelijken met materiaal van veel langer geleden, dat zich op Antarctica of de zeebodem heeft verzameld.'

Meerdere microbeelden van het gevonden ruimtestof. Beeld
Meerdere microbeelden van het gevonden ruimtestof.Beeld

Daarbij deed het team een opvallende ontdekking, die ook in het artikel in Geology breed wordt uitgemeten. Het verse ruimtestof heeft vaker een streperige olivijnstructuur dan te zien is in oudere stofcollecties, die tot vijftienhonderd jaar teruggaan. Die glasachtige vorm lijkt te wijzen op een lagere valsnelheid door de atmosfeer dan destijds. Dat kan volgens de onderzoekers betekenen dat meteorietregens door de eeuwen heen niet altijd even heftig zijn. Misschien doordat de afbrokkelende planetoïden en kometen, de bron van het stof, niet altijd even hard de aardbaan om de zon hebben gekruist.

'Zoals Genge in Londen het zegt: onze microscoop blijkt zomaar een telescoop waarmee je ook in de kosmos tuurt', zegt Larsen, die zelfs door de NASA is benaderd over zijn zoektechnieken. Hijzelf, intussen, denkt vooral dat het speuren naar sterrenstof in de stad een prachtige manier kan zijn om meer interesse in wetenschap te kweken bij het grote publiek. 'Iedereen kan het, met een scherp oog en geduld. Een gram stof vergt een uur werk, en in iedere theelepel zit wel één micrometeoriet. Het loont. Ieder nieuw stukje ruimtegruis is weer een totale kick, nog steeds.'

Het allereerste fragmentje, dat hij acht jaar geleden op de tafel van een buitenhuis vond, heeft hij overigens niet meer. 'Ik heb het in een luciferdoosje gedaan en ben dat doosje kwijtgeraakt. Wist ik veel. Tegenwoordig gaat het systematischer. Het is echte wetenschap geworden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden