Van pastoor naar pastor

HET WAS EEN heerlijke tijd en het was een verschrikkelijke tijd, de jaren vijftig in katholiek Nederland. Er waren warmte en geborgenheid in het gezin, feestelijkheid ook, en vrome plechtigheden....

JAN LUIJTEN

Er was echter ook een knellend netwerk van regels en verboden. Het begrip zonde - onder te verdelen in dagelijkse zonde en doodzonde - werd met hoofdletters geschreven. Angst was het gevolg; voor duivel, hel en vagevuur, maar vooral voor de biechtstoel, dat enge, duistere hokje waar je na 'zorgvuldig gewetensonderzoek' tegen een priester achter een houten traliewerkje je zonden moest vertellen. Het waren altijd dezelfde kleine zonden en er volgde altijd dezelfde penitentie. Daarna was de opluchting groot, want van dat biechten was je weer een maand verlost.

Zo was het in de laatste jaren van het 'rijke roomse leven'. Alles draaide rond de parochiekerk en de hoogtepunten in een jaar werden gevormd door kerkelijke feestdagen. Kerstmis bijvoorbeeld, als je aan de hand van vader slaapdronken door de koude nacht naar de kerk liep voor de nachtmis, die eindeloos duurde, want de geboorte van Jezus was vroeger drie aaneengesloten missen waard. Maar je werd daarvoor beloond met het meest feestelijke ontbijt, bij een verlichte kerstboom met stal en kribbe.

Zo'n stalletje, omringd door kinderen, staat afgebeeld op pagina 39 van het imposante boekwerk Memoriale - Een eeuw katholiek leven in Nederland. Het is een van de meer dan zevenhonderd foto's die de samenstellers van het boek, Herman Pijfers en Jan Roes, hebben uitgekozen om de geschiedenis van de Nederlandse kerkprovincie te illustreren.

Met de titel Memoriale verwijzen oud-uitgever Pijfers en Roes, directeur van het Katholiek Documentatie Centrum in Nijmegen, naar het boek waarin pastoors de belangrijkste gebeurtenissen in hun parochie noteerden. Deze kronieken behoren tot de bronnen waaruit Pijfers en Roes hebben geput om hun 'beeldverhaal' aan te kleden. Want tussen en naast al die foto's staan inleidingen en teksten die soms op een persoonlijke manier een bepaalde gebeurtenis of ontwikkeling in het Nederlands katholicisme belichten.

Memoriale gaat niet uitsluitend over het 'rijke roomse leven'. Dit duurde van 1920 tot 1960, en speelt dus een rol in de eerste twee delen van het boek, dat in totaal drie delen heeft: 'Wij roomsen (1920-1945)', 'Onderweg (1945-1965)' en 'Kruispunt (1965-heden)'. Het is een logische indeling. Na lezing is het overduidelijk dat de geschiedenis van het Nederlands katholicisme in één zin kan worden samengevat: de volgzame kerk ten tijde van de verzuiling veranderde in de jaren zestig in een 'dynamische kerk' om na het Tweede Vaticaans Concilie een sterk 'gepolariseerde kerk' te worden. Pas sinds kort is er sprake van toenadering tussen wat de samenstellers de 'publieke kerk' en de 'verborgen kerk' noemen, tussen de hiërarchie en de parochie.

Tussen 1920 en 1945 was de katholieke zuil het sterkst. 'Roomsch in alles', luidde het devies. De zorg van de kerk strekte zich uit van de wieg tot het graf. Veel foto's laten zien hoe religieuzen gehandicapte kinderen onderwijzen, zieken en bejaarden verzorgen, wezen opvangen en kinderrijke gezinnen helpen.

Er ontstonden ook verenigingen, die soms met veel uiterlijk vertoon optraden. Dat dit ook griezelige en bedenkelijke kanten had, blijkt uit de foto waarop vrouwen van de Graal in uniform en met vlaggen en schuin opgeheven arm staan afgebeeld. Enkele andere foto's geven een beeld van de massaspelen van de Graal in de jaren dertig. Daarbij staat een uitspraak van Godfried Bomans, die als jonge man in januari 1933 in Berlijn zo'n spel bezocht. 'Als ik nu het woord fascistoïde gebruik, dan moet je niet denken dat ik dan toen vond, maar ik herkende dat later.'

Maar tijdens de Duitse bezetting stond de Nederlandse kerk aan de goede kant, benadrukken Pijfers en Roes. In Memoriale schetsen zij het aandeel van de geestelijkheid in het verzet tegen de nazi's.

Uiteraard wordt veel aandacht besteed aan de grote veranderingen die zich vooral na 1960 hebben voltrokken en die uiteindelijk tot een crisis in de Nederlandse kerk hebben geleid. Vreemd is dat Pijfers en Roes deze 'ingrijpende veranderingen' kennelijk 'tot de grote raadsels van de twintigste eeuw' rekenen. Want zo raadselachtig is deze 'tweede reformatie' niet.

In de jaren zestig raakte de hele Nederlandse samenleving in beweging. Gezag werd niet meer als vanzelfsprekend aanvaard. De tijd van de mondige burger brak aan. Medezeggenschap, democratisering en emancipatie van de vrouw gingen het openbare leven bepalen. En die mondige burger ging eigen ideeën ontwikkelen over goed en kwaad.

Dat dit hele proces katholiek Nederland niet onberoerd heeft gelaten, spreekt haast vanzelf. Pijfers en Roes begrijpen dat ook. Ze hebben het over 'de onstuitbare opmars van het eigen geweten'. Na de 'stuitende braafheid' van de jaren vijftig, constateren zij, voltrok zich een 'stille revolutie'. 'De Nederlandse katholieken ontworstelden zich geleidelijk aan de dwingende moraal op het gebied van huwelijk en seksualiteit.'

In dit nieuwe 'klimaat van vrijheid en openheid' opereerden ook de bisschoppen. Voorop bisschop Bekkers van Den Bosch, die openlijk voor de televisie verklaarde dat katholieken zelf verantwoordelijk waren voor hun huwelijk en de omvang van hun gezin. Bekkers overleed op 9 mei 1966. Bij de paginagrote foto van zijn begrafenis staat een tekst met twee anonieme citaten. 'Hij was de bindende figuur, hierna begint de verdeeldheid, ontstaan de conflicten', luidde de ene, profetische uitspraak. De andere - 'Kun je zien waarop heel dat progressieve katholicisme berust: op een hersentumor' - maakte op cynische wijze het conservatieve verzet tegen de kerkelijke vernieuwing zichtbaar.

In hun inleiding bij het laatste deel lijken Pijfers en Roes te suggereren dat de crisis in de Nederlandse kerkprovincie na het Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout werd veroorzaakt door 'de vernieuwende voorhoede' en hun experimenten. Wat zeker ook een rol heeft gespeeld, is de ommekeer die zich in het Vaticaan heeft voltrokken na de dood van paus Joannes XXIII, toen in Rome het proces van 'aggiornamento' (aanpassing aan de hedendaagse werkelijkheid) werd gestaakt.

In het boek staat een verhelderende tekst van bisschop Bluyssen, de opvolger van Bekkers, over het Pastoraal Concilie. 'Het beraad wekte de indruk branieachtig, brutaal, polariserend en drammerig te zijn. Wat we wonnen aan geloofwaardigheid in eigen land, verloren we in Rome. Dit te moeten vaststellen was een bittere ervaring.' Maar het omgekeerde lijkt ook waar. De Vaticaanse ingrepen ondermijnden de geloofwaardigheid van de kerk in Nederland. De kerken raakten hierdoor leger en leger, maar het vernieuwingsproces in de parochies viel niet te stuiten. Kleine gemeenschappen van leken, waarin vrouwen een zeer belangrijke rol spelen, vormen nu de kern van de parochie. 'Van pastoor naar pastor, onder die noemer kan kortweg de ommekeer worden samengevat die de parochies en andere kerkelijke instellingen hebben beleefd', schrijven Pijfers en Roes. Die pastor is vaak geen priester meer, maar een pastoraal werker, een functie die ook door vrouwen wordt bekleed.

'Van pastoor naar pastor'; het verschil is slechts een o. Maar in de katholieke kerk schuilt er de grote stap van het 'rijke roomse leven' naar een meer eigentijdse geloofsbeleving achter.

Jan Luijten

Herman Pijfers & Jan Roes: Memoriale - Een eeuw katholiek leven in Nederland.

Waanders; 398 pagina's; ¿ 85,-

(na 1 januari ¿ 115,-).

ISBN 90 400 9723 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden