Van pannenkoek- naar appelspelling, dat wordt te dol

De Taalunie heeft opnieuw de spelling geactualiseerd. Om de zoveel jaar orde in de taalkundige chaos scheppen, is uitstekend, meent Bas van Kleef, maar nu zijn de deskundigen te ver gegaan....

Dat de Nederlandse Taalunie vanaf de oprichting in 1980 haar naam verkeerd spelde, was sommigen een bron van vreugde. In de naam van het beleidsorgaan van de Nederlandse, de Belgische en sinds vorig jaar ook de Surinaamse overheid hoort natuurlijk een liggend streepje, een koppelteken, want we hebben hier niet te maken met een Nederlandse unie (de Belgen deden namelijk meteen al mee) maar met een unie die zich bekommert om de Nederlandse taal. Om begripsverwarring te voorkomen, moeten die twee woorden met elkaar worden verbonden: Nederlandse-Taalunie.

Maar per 15 oktober van dit jaar spelt de Taalunie haar naam correct, want sinds die datum hebben we een nieuwe spelling en volgens de nieuwe regels blijft dat voorheen verplichte koppelteken in dit soort gevallen achterwege. Op 1augustus 2006 wordt de nieuwe spelling officieel van kracht bij de overheid en in het onderwijs, en dezelfde maatregel leidt er dan toe dat de Tweede-Kamervoorzitter zijn koppelteken kwijtraakt en in het vervolg als een soort vice-voorzitter (dat wordt vicevoorzitter) door het leven lijkt te gaan, waarbij zijn rol ogenschijnlijk is overgenomen door de Eerste Kamervoorzitter.

Er zijn misschien ergere dingen om je druk over te maken. Een voorbeeld. Wie in 1989 op 6-jarige leeftijd kennis begon te maken met de eerste beginselen van de spelling, moest toen hij in 1995 als12-jarige de boel een beetje onder de knie had, overschakelen naar een nieuwe spelling en hij moet volgend jaar als student van begin 20 zijn derde spelling aanleren. Wie boven de 60 is, heeft dan al aan vier en in het geval van de echte veteranen aan vijf fronten strijd geleverd om steeds weer nieuwe regels de baas te worden en zich nieuwe woordbeelden in te prenten. Het is overigens de vraag of de bekommernis in dit verband niet vooral moet uitgaan naar het onderwijzend personeel.

Na een periode van rust aan het spellingfront die 41 jaar duurde, werd in 1995 de spelling van 1954 vervangen. Daar was aanleiding voor, want de oude spelling kende voor veel woorden twee spellingwijzen: een voorkeurspelling en een toegelaten spelling. Veelal betrof dit c/k-kwesties, deels als gevolg van compromissen tussen Nederland en België. De Vlamingen in de toenmalige Nederlands/Belgische taalcommissie wilden hun spelling zo min mogelijk op het Frans laten lijken, en hadden daarom een voorkeur voor 'kommode' boven 'commode' en vonden om dezelfde reden 'akkoord' prettiger ogen dan 'accoord'. Behalve op deze dubbelspelling was ook kritiek op de moeilijk te hanteren regels voor de tussen-n en de tussen-s in samenstellingen. Het was bijvoorbeeld 'bessesap' naast 'bessengelei'.

Toen de in 1995 direct en tien jaar later nog steeds omstreden nieuwe spelling werd geïntroduceerd, de 'pannenkoekspelling', verklaarde de Taalunie bij monde van de toenmalige staatssecretaris Nuis dat voortaan elke tien jaar een nieuwe, geactualiseerde versie van de Woordenlijst Nederlandse taal (in de wandeling het Groene Boekje) zou verschijnen, met behoud van de spellingregels.

Dat was een verstandig besluit, want enerzijds heeft de taalgebruiker behoefte aan 'spellingzekerheid door spellingcontinuïteit', zoals de Taalunie terecht stelt, anderzijds wil hij weten hoe nieuwe woorden die de spreektaal binnendringen, moeten worden gespeld. 'Tsunami', 'antrax', 'boerka', 'i-bankieren', 'chatbox', 'spamfilter' en 'sms'en' bijvoorbeeld, stonden tien jaar geleden nog niet in de Woordenlijst.

Was het bij zo'n actualisering gebleven - en in een moeite door het verbeteren van de Leidraad in het begin, het herstellen van zetfouten, het logischer maken van de alfabetisering, het schrappen van overbodige samenstellingen en het verwijderen van ander kreupelhout - dan was er niets aan de hand geweest. Maar daar bleef het niet bij en daarom is er nu wel iets aan de hand.

De ministers van de Taalunie stelden onlangs bij de introductie van de spelling van 2005 dat er slechts iets is veranderd aan de regels voor de tussen-n in samenstellingen, wat ertoe heeft geleid dat we voortaan bijvoorbeeld 'paardenbloem' en 'paddenstoel' met een n moeten schrijven. Biologen zouden daar zeer aan hechten. Voor het overige, klinkt het sussend, spelen de veranderingen zich af op woordniveau. We moeten daarbij denken aan zaken als het gebruik van hoofdletters, het spellen van afkortingen, het vervoegen van Engelse werkwoorden en het aan elkaar schrijven van woorden of niet.

De voorzitter van het Comité van Ministers van de Taalunie, de Vlaamse minister Vandenbroucke, verklaarde op 25 april van dit jaar tijdens een persconferentie dat ongeveer 2,7 procent van de trefwoorden in de Woordenlijst op basis van dit soort beslissingen een verandering heeft ondergaan. Op een totaal van ruim honderdduizend woorden zou dat neerkomen op ongeveer 2.700 veranderingen. Hij vond dat niet veel. Interessant is dat in andere verklaringen van de Taalunie wordt gesproken van ongeveer duizend veranderingen.

Nog interessanter is dat de uitgever van het Groene Boekje, de Sdu, het houdt op ruim negenduizend. De verklaring lijkt voor de hand te liggen: de Taalunie is er veel aan gelegen het aantal veranderingen zo klein mogelijk te houden, om gemor onder het volk te voorkomen. In weinig aangelegenheden toont de Nederlander zo veel eensgezindheid als in zijn verzet tegen spellinghervormingen. Aan de andere kant is de Sdu er veel aan gelegen het aantal veranderingen zo groot mogelijk voor te stellen, want anders ziet het volk de zin niet in van de aanschaf van een nieuw Groen Boekje. Maar zelfs wie alleen maar kijkt naar de niet-uitputtende lijst van duizend woorden die een spellingverandering ondergaan die de Taalunie op haar website publiceert (taalunieversum.org/taal/spelling), wordt getroffen door het ingrijpende karakter van de nieuwe spelling die geen spellingverandering mag heten. Veel woorden die we dagelijks gebruiken, raken hun al jaren vertrouwde voorkomen kwijt en presenteren zich in een nieuwe gedaante. Die veranderingen zijn veelal onderbouwd door regels die voor de gelegenheid lijken te zijn ontworpen, en die in elk geval, alle consequenties overziend, tot een inconsistent geheel van nieuwe woordbeelden leiden.

Een enkel voorbeeld van zulke regels: 'Een eigennaam die uit meer dan één woord bestaat, en dus meer dan één hoofdletter heeft, krijgt geen koppelteken in een samenstelling of afleiding.' Vandaar dat het voortaan Tweede Kamerlid is, Rode Kruispost en Dode Zeerollen. En om het ingewikkelder te maken is er een uitzondering: het wordt Oud-Romeins in plaats van Oudromeins. Het waarom van deze beslissing is niet duidelijk, wel is er ongetwijfeld over nagedacht.

Een andere nieuwe regel waarover moet zijn nagedacht: 'Een Frans woord dat gangbaar is geworden in het Nederlands, verliest zijn accenttekens. De accenten op de e blijven behouden als dat nodig is om de uitspraak aan te geven.'

Maar daar staat tegenover: 'In een woord dat nog als echt Frans wordt aangevoeld, blijven alle accenttekens staan.' De eerste regel leidt ertoe dat we 'appèl' moeten inruilen voor 'appel', dat zich inmiddels enige faam heeft verworven met zijn afleidingen 'appelplaats', 'ochtendappel', 'avondappel', 'ziekenappel' en 'appelrechter' (om deze reden is het misschien beter te spreken van de 'appelspelling' dan van de 'paddenstoelspelling', zoals nu gebeurt). De tweede regel leidt ertoe dat 'apropos' verandert in 'à propos'.

Volgens de nieuwe interpretatie van de regels voor de tussen-n krijgen afleidingen nooit zo'ntussen-n, maar - weinig regels kennen geen uitzondering - 'behalve in sommige gevallen voor de achtervoegsels -achtig, -schap en -dom'. Dit leidt tot 'vedettedom' naast 'sterrendom'.

Vreemde woordbeelden ontstaan volgens de nieuwe regels: de muziekrecensent zal het straks moeten hebben over een 'basaria'; 'iji' wordt niet langer als een geval van klinkerbotsing beschouwd, waardoor 'rijinstructeur' ontstaat. Maar 'aij', 'eij', 'oij'en 'uij' zijn nu wel botsende klinkers, wat maakt dat bijvoorbeeld 'naijver' verandert in 'na-ijver' en 'chocoijs' in 'choco-ijs'. En het zal ongetwijfeld logisch, consequent en verdedigbaar zijn, maar welke taalgebruiker begrijpt waarom we straks naast elkaar spellen 'coördinatie', 'co-ouderschap' en 'coauteur'? Wiens ogen doen geen pijn bij het zien van afbrekingen als 'illus-tratie' en 'catas-trofe'? Of het nauwelijks meer als vakantiebestemming herkenbare 'Fran-krijk'?

Niet alle veranderingen zijn curieus of betekenen verslechteringen. Er is hier en daar zeker sprake van meer consequentie en logica. Al had het voor de hand gelegen om dubbelspellingen als 'lokaal' naast 'locatie', 'akkoord' naast 'accorderen' en 'diskjockey' naast 'disco' meteen maar eens aan te pakken. Waar het om gaat, is dát er veranderingen optreden, en wel zo veel en ook zo vaak bovendien in alledaagse woorden, dat de taalgebruiker het woordenboek in zijn hoofd opnieuw overhoop gehaald ziet worden.

Wie nu nog correct spelt en misschien af en toe de Woordenlijst raadpleegt in geval van twijfel, kan straks geen moment meer buiten het Groene Boekje, zoals de Woordenlijst nu ook officieel heet. Om de haverklap moet hij zich namelijk afvragen of een woord een spellingverandering heeft ondergaan of niet. Was 'voorzover' nu veranderd in 'voor zover'of niet? Of is het misschien 'voor zo ver'geworden? En hoe zit het tegenwoordig met 'wijdopen', 'terzake', 'ruimbemeten', 'daarbijbehorend', 'slechtverlicht', 'te voorschijn', 'ter zijde staan'?, om wat alledaagse woorden te noemen die een verandering hebben ondergaan.

Geen normaal mens, afgezien wellicht van de idiots savants die het Groene Boekje en de Leidraad daarin uit het hoofd leren om na afloop van het Groot Dictee der Nederlandse Taal triomferend terug te keren naar Wuustwezel, Jabbeke of Poperinge, spelt aan de hand van spellingregels. Spelling is een automatisme, zou dat althans moeten zijn. Wie zijn gedachten schriftelijk wil formuleren, of dat nu in een brief is, in een e-mail, in een stuk voor de krant, in een roman, in een boek over vliegvissen of op internet, moet niet steeds worden geremd door de vraag hoe een woord moet worden gespeld. Schrijven, in welke vorm dan ook, is een creatief proces dat al moeilijk genoeg is en daarbij moet je geen last hebben van steeds nieuw gereedschap waaraan je weer moet wennen.

Menigeen die correct en volgens de regels wil spellen, is nog niet bekomen van de spellingverandering van 1995. Tal van anderen trokken zich er al meteen niets van aan en spellen zoals het hun goeddunkt of zoals ze het ooit hebben geleerd. Literaire uitgevers respecteren veelal de spelling waaraan hun auteurs de voorkeur geven. Dat mag allemaal. De spellingregels zeggen hoe de Nederlandse taal formeel moet worden geschreven. Het is uit wetenschappelijk oogpunt goed dat dit gebeurt, en het is voor de liefhebber misschien goed te weten hoe het formeel moet, maar vervolgens hoef je je daar niets van aan te trekken, behalve als ambtenaar of leerkracht.

Gaat de redactie van de Volkskrant straks 'dronkenmanstaal' schrijven? Hebben we het binnenkort over 'barbecueën'? Spellen we dan 'Sovjetburger' naast 'Sovjet-communisme'; 'rooms-katholiek' naast 'oudkatholiek'; 'sociaal psycholoog en amateur-archeoloog'; 'Eskimo' en 'neanderthaler'; 'Jodenster' en 'jodenkerk'; middeleeuwen' en 'Morgenland'; 'christus' naast 'Kerstman'; 'Prinsjesdag' naast 'hartjesdag'; 'havoër' en'havenot'; 'apekool' naast 'apenhok'; 're-integratie' naast reünie'; 'pierewaaien' naast 'pierenland'; 'sociaal-cultureel' naast sociaaleconomisch'; 'arbodienst' naast 'Arboraad'; 'skiester' en 'naar hartenlust'; 'bakkerijingrediënt en 'prowesters'; 'meester-opzichter' naast 'meesterbrein'; 'antiamerikanisme' en coschap'; 'oranjehemd' en 'Oranjeklant'?

Nee, dat gaan we niet doen. Zoals gezegd: voor veel veranderingen valt iets te zeggen, maar dan toch slechts uit het oogpunt van de taalkundige die orde wil scheppen en de spelling in logische en consequente regels wil onderbrengen. Het gevolg van dat streven van de deskundigen is dat de leek, de taalgebruiker, nu op papier weet hoe het moet en waar hij aan toe is, maar in de praktijk dreigt hij te verdwalen in een woud van regels die niet te leren zijn.

Dat laatste is belangrijk. Spelling moet leerbaar zijn en aansluiten bij de intuïtie van de gebruiker. Dat was in 1995 niet het geval en dat is nu nog minder het geval. Toch heeft de redactie van een krant, een weekblad, een tijdschrift, een nieuwssite, behoefte aan een uniforme spelling. Voor de Volkskrant was dat altijd de officiële spelling, wat het meest voor de hand ligt. In een enkel geval weken we daarvan af en die afwijkingen staan in het Stijlboek van de krant.

Maar ons oordeel is nu dat we, nog maar half gewend zijnde aan de spelling van 1995, met de spelling van 2005 niet uit de voeten kunnen. Ondanks de bezwerende woorden van de minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven, dat er maar weinig is veranderd, komen er juist heel veel veranderingen op ons af. Zeker tweemaal zo veel als tien jaar geleden.

Sommige veranderingen leiden tot lelijke woordbeelden, zoals 'coassistent' en 'nazitop', dat is een esthetisch argument. Andere veranderingen zijn niet te volgen en daardoor niet te onthouden: waarom verandert 'fabrikaat' in 'fabricaat'? Weer andere lijken weinig consequent: 'europarlement' wordt 'Europarlement', 'Eurovignet' verandert in 'eurovignet'. Maar alles bijeen is het gewoon te veel, en niet van het goede. Als we straks nog slechts correct kunnen spellen - en dat is het streven - met het Groene Boekje in de hand, dan is er iets mis met de spelling.

Het moet een keer ophouden en die keer is nu gekomen. Daarom scheiden hier onze wegen. De Taalunie gaat voort op haar pad, op weg naar de volgende herziening en er is geen enkele garantie dat die herziening van 2015 niet opnieuw zal zijn gebaseerd op het soort voortschrijdend inzicht dat de taalgebruiker boven het hoofd gaat.

De redactie van de Volkskrant gaat dat pad niet op, want het ligt vol met nieuwe voetangels en klemmen, die ons te zeer afleiden van waar het bij schrijven om gaat: het begrijpelijk en liefst ook fraai verpakt overbrengen van een boodschap.

Andere redacties van kranten en weekbladen, uitgeverijen, tekstschrijvers, omroeporganisaties en overige beroepsmatige taalgebruikers laten eveneens de hand van de Taalunie los en hebben ook besloten hun eigen weg te gaan. Het zou mooi zijn als we straks dezelfde weg bewandelden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden