Van ontzetting doorzeefd

AANGEZIEN alles al eens eerder is gezegd, heeft het weinig zin te proberen iets origineels te bedenken. 'Ik geef toe, het is van ons schoonste niet, maar de mens moet toch iets doen met zijn medemens, hem plagen of hem vogelen', zegt Hugo Claus in De geruchten....

Ook in de Nederlandstalige literatuur zijn er schrijvers die zich, in het besef dat ze aan het oude niets wezenlijks kunnen toevoegen, bewust beperken tot de rijke mythologische traditie van Grieken en joden. Ik bedoel dan niet mensen als Nooteboom en Mulisch, die uit beleefdheid jegens hun gymnasiaal geschoolde lezers graag wat Homeros en Vergilius over hun bladzijden uitstrooien, maar hardcore-classicisten als Christine D'haen en Paul Claes. Bij hen gaat het er niet om dat de lezer zich kan verkneukelen in zijn eigen eruditie, want zij geven voldoende hints om ook minder hoog opgeleiden in de gelegenheid te stellen de bronnen te achterhalen. Niet het blote feit dat ze de klassieken vervormen is voor de lezer interessant, hij moet ook weten hoe ze dat doen.

Paul Claes, gelauwerd vertaler van Joyce, Mallarmé, Sappho, Rilke en Rimbaud, deskundige op het gebied van klassieke invloeden bij Claus, auteur van ingenieuze romans en nog ingenieuzere gedichten, heeft een nieuw monumentje aan zijn snel groeiende oeuvre toegevoegd. De bundel Glans/ Feux telt tweemaal zesendertig gedichten. Op de linkerbladzijde staat steeds een Franstalig sonnet met regels van twee of drie lettergrepen, op de rechterbladzijde een Nederlandstalig distichon. De bundel is opgedeeld in drie reeksen met de titels 'Vernietiging', 'Zuivering', 'Verlichting'.

Sonnet en distichon zouden beschouwd kunnen worden als bewerkingen of echo's van elkaar. In alle paren wordt steeds een mythisch liefdesverhaal behandeld, waarbij het Nederlands soms een net iets andere invalshoek dan het Frans laat zien. Door een spaarzaam gebruik van leestekens is de zinsbouw vaak voor meer dan één uitleg vatbaar. Een extreem voorbeeld:

Écho

Je suis

Qui suis

De trop

De mots

Celui

Qui fuit

Bientôt

Son pas

Qui va

Qui vient

Devient

Ma voix

Á moi

Mede door het woordspel ('je suis' betekent zowel 'ik ben' als 'ik volg') wordt hier de identiteit van de spreker ambigu: is het de nimf Echo zelf die aan het woord is, is het de weergalm van haar stem, of is het Narcissus, de arrogante jongeman die haar ontloopt? Daar komt bij dat het gedicht 'La voie' ('De weg') heet, hetgeen hetzelfde klinkt als 'La voix' ('De stem').

Hier spreekt Phaedra, de jonge echtgenote van Theseus die op haar kuise stiefzoon Hippolytus verliefd werd:

Om wat je toekwam te nemen

had jij al te tedere jager

mij van ontzetting doorzeefd

hard moeten treffen in 't hart.

Zowel in het Frans als in het Nederlands wordt in het midden gelaten wie van de twee 'van ontzetting doorzeefd' is.

Een eerste reactie op dergelijke overgeconstrueerde poëzie zou korzelig kunnen zijn. Waarom moeten al die eindeloos uitgekauwde mythen nog een keer door de molen gehaald worden? Wat schieten we op met de zoveelste versie van het Oedipusverhaal, de Odyssee, de Metamorfosen van Ovidius? Maar tijdens het lezen neemt een vreemd soort beklemming bezit van de lezer. De sprekers zitten gevangen in oeroude structuren waaruit ze nooit en te nimmer kunnen ontsnappen. Zou je Paul Claes de vraag voorleggen waarom hij niet eens iets nieuws bedenkt in plaats van steeds maar weer het oude materiaal te bewerken, dan antwoordt hij ongetwijfeld dat dat domweg niet kan. Dit is hoe wij zijn, nooit zal het anders worden.

Daarom zitten Claes' personages reddeloos verstrikt in de meest ranzige familiegeschiedenissen, in verstikkende verhoudingen waarvoor ze ondanks zichzelf kiezen. Electra doet in nieuw-testamentische bewoordingen haar broer een broeierig voorstel: 'Kom in naam van de vader/ mijn broer de aarde doorboren:/ vorsend naar moeders geheim/ binnen mijn manbare voor.' En hier verleidt Ariadne Aegeus' zoon Theseus: 'Dévide/ Mon fil/ Splendide/ Tortil// Pourqu'il/ Te guide/ Subtil/ Aegide// Spirale/ De ton / Détour// Dans mon/ Dédale/ D'amour'.

Die beklemming wordt uiteraard in hoge mate versterkt door de rigide vorm die Claes zichzelf heeft opgelegd, een vorm die hij door zijn vertaalarbeid perfect heeft leren beheersen. Of is het de vorm die Claes beheerst in plaats van andersom? In het eerste gedicht beweert de ziener Tiresias, die we misschien als een persona van de dichter mogen beschouwen, dat hij de 'maître du Jeu' is. En de titel van de laatste reeks suggereert dat liefde tussen mens en god een vorm van verlichting kan bewerkstelligen. Maar Tiresias was stekeblind en werd niet door Oedipus geloofd, terwijl het met die minnaressen van Zeus vrij slecht is afgelopen. Al onze aspiraties ten spijt blijven we gevangenen van lust, als Ixion in de hel aan een rad geketend: 'Hoe onze bekkens ook botsten/ om niet omvat ik uw nevel:/ vuur dat ons klonk aan elkaar/ wond zich verwoed tot dit rad.'

Nee, van deze bundel word je niet blij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden