Van boerenzoon tot Nobelprijswinnaar

Het is het klassieke verhaal van de boerenzoon die een Nobelprijswinnaar werd: de nieuwe Nobelprijswinnaar Bernard Lucas Feringa, roepnaam Ben, werd in 1951 geboren op een boerderij in Barger-Compascuum, Drenthe. Zijn vader, vertelde Feringa vorig jaar in een radiointerview voor de NTR, was akkerbouwer en zoon Ben wilde als jongen ook boer worden.

Ben Feringa Beeld afp

'Ik vond dat zo fascinerend, dat je uit een klein zaadje tarwe of een suikerbiet of aardappels iets kon laten opkomen. Ik had eindeloze discussies met mijn vader over de natuur en het weer en de sterren en ik wilde boer worden.' Het liep anders. Op de middelbare school werd hij gegrepen door de bètavakken. 'Met name mijn scheikundeleraar meneer Opdeweegh was bijzonder inspirerend. Zoals dat vaak gaat, van een goeie leraar krijg je als scholier de geest, een kick. Door hem ontdekte ik de wonderlijke wereld van de moleculen al.'

Feringa ging studeren in Groningen, aanvankelijk aarzelend tussen natuurkunde, wiskunde of scheikunde. Dat het uiteindelijk scheikunde werd, kwam door het tastbare van de chemie. 'Formules gingen me best goed af, maar het feit dat je met materialen werkte en kleuren kon laten ontstaan, kon laten geuren of vast worden of vloeibaar. Dat tastbare sprak me het meeste aan.'

'Vooral dat je als chemicus je eigen moleculen kunt bouwen, gaf me een kick. In het derde jaar van mijn studie deden we voor het eerst een synthesepracticum en daar maakte je dan een molecuul. Toen ik dat af had, realiseerde ik me dat dit molecuul, een binaftonmolecuul waarvan ik de structuur nog kan tekenen, nog nooit eerder had bestaan in de wereld.'

'Sinds die tijd voel ik me als een ontdekkingreiziger in de wonderlijke wereld van de moleculen. Ik gebruik dat graag in mijn lezingen. Ik werk in Groningen en in de buurt is, in Lutjegast, Abel Tasman geboren. Die ging met een houten scheepje de wereldzeeën op, op zoek naar terra incognita, waarna hij per ongeluk Tasmanië ontdekte. En daarna Nieuw-Zeeland.'

Promotie

Feringa promoveerde in 1978 in Groningen bij de legendarische hoogleraar chemie Hans Wijnberg, die na een periode in de VS in Groningen nadrukkelijk aan de weg timmerde. 'Wars van me-too-onderzoek, nieuwe dingen doen. Second to none. Hij vroeg me letterlijk: Ben, wil je wat nieuws doen. Dat leek me spannend, en dat zijn we dus ook gaan doen.'

Na zijn promotie werkte hij enkele jaren bij het researchlabs van Shell in Amsterdam en Engeland, maar keerde, verlangend naar meer fundamenteel onderzoek, uiteindelijk terug naar Groningen, waar hij in 1988 hoogleraar chemie werd. Zijn onderzoek in de organische chemie richtte zich aanvankelijk op moleculaire schakelaars, in de vorm van moleculen die in twee standen kunnen worden gezet.

Tien jaar later, in 1999, publiceerde hij daar het werk dat hem nu de Nobelprijs oplevert: de chemische synthese van een gecompliceerd molecuul dat onder invloed van licht een doorgaande roterende beweging in één richting maakt, als een propeller. Hij haalde er ondermeer een coververhaal in Nature mee.

In 2004 ontving hij een Spinozapremie en in 2006 werd hij benoemd in de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Later trad hij toe tot het bestuur van de KNAW, als vice-president. 'Ik heb als jonge wetenschapper wel altijd gedroomd om iets neer te zetten wat niemand had gedaan. Ik wilde een ontdekking doen, daar draaide het toch wel om.'

'Magisch moment'

'Ik droom geregeld van mooie moleculen, van hoe je nieuwe moleculen bouwt. Daar heb je verbeeldingskracht voor nodig, maar het is zo'n prachtige wereld. Ik wil ooit een boek schrijven over de schoonheid van de moleculen, van de chemie. Als ik er ooit nog de tijd voor vind.'

Hij heeft thuis, op zijn studeerkamer, nog steeds een oude chemische modellendoos met bolletjes en staafjes. 'Als ik ergens door geïnspireerd ben, bouw ik het vaak toch eerst even om het van alle kanten te kunnen bekijken en vasthouden. Om te zien of ik het in mekaar kan krijgen. Zelfs in een tijd dat je veel werk met computers doet, is dat nuttig. Als ik het daarmee niet kan knutselen, begin ik te twijfelen of het wel in een reageerbuis zal lukken.'

'Ik kan me moleculen kennelijk goed voorstellen. Ik denk in plaatjes, in structuren van moleculen. Dat is mijn wetenschappelijke taal. Als ik een molecuul teken, dan begrijpt een organische chemicus in China ook waar ik het over heb.'

De ontdekking in de jaren negentig van de eerste moleculaire motor, was in zekere zin ook een gelukje, denkt Feringa zelf. 'Het geluk was dat hij zo langzaam was. Het ding draaide een keer per uur in het rond, ofzo. Zodat we in het lab alle stadia van de draaiing konden zien. Als dat veel sneller was geweest, hadden we nooit begrepen dat er iets draaide. Dan hadden we die veranderingen helemaal niet gezien. Het was daardoor een Eureka-moment.'

Vijf jaar later kwam de tweede grote ontdekking, toen bleek dat met het moleculaire motortje microscopische structuren in beweging gezet konden worden. 'Een magisch moment, we zagen letterlijk met onze eigen ogen dat er iets draaide. Dat was zo mooi, daar krijg je kippenvel van. Zelfs nu nog.'

Relativeren en bescheidenheid

Vorige week bedankte Feringa voor de vraag van de Volkskrant wie er dit jaar een Nobelprijs in de scheikunde verdiende. Dat was voor het eerst in jaren, en misschien een beetje toch uit een voorgevoel.

Zijn collega en goede vriend Bert Weckhuysen, hoogleraar katalyse in Utrecht, sprak vorige week in de marge van de Heinekenprijzen bij de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) nog grappend met Feringa over de mogelijkheid van een Nobelprijs voor moleculaire motoren. 'De reactie was typisch Ben. Een brede grijns en dan vooral relativeren en bescheidenheid, bijna verlegen. Och, hij zou het wel zien.'

Sinds enige tijd werken Weckhuysen en Feringa samen aan een groot consortium, CBBC genaamd, dat research doen naar nieuwe schone en efficiënte moleculaire bouwstenen, in brandstoffen, materialen en processen. Daarbij is nadrukkelijk de aansluiting bij de industrie gezocht en gevonden, bijvoorbeeld bij Shell. Cruciaal, vindt hij die verbintenissen. 'Op alle niveau's is de aansluiting van wetenschap en de echte wereld van groot belang. Ik doordring er ook mijn studenten van dat het heerlijk is om geweldige wetenschap te doen, maar dat je ook moet nadenken over wat je er de wereld mee te bieden hebt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden