Analyse Farmaceutische industrie

Vals spel in de farmacie: de pil is hetzelfde, de prijs een veelvoud

Hoe de farmaceutische industrie valsspeelt en oude medicijnen weet om te toveren tot middelen waar plots de hoofdprijs voor wordt gevraagd.

Beeld Noël Loozen.

In het jaar dat de Beatles optreden in Blokker, Malta en Zambia onafhankelijke landen worden en Lyndon Johnson de Amerikaanse presidentsverkiezingen wint – 1964 –, ontwikkelt een Amerikaanse wetenschapper de stof AZT. Hij ziet kansen als kankermedicijn, maar zoals dat wel vaker gaat in de geneesmiddelenontwikkeling: succes in de praktijk blijft uit. Het middel belandt op de plank. Totdat twintig jaar later de aidsepidemie uitbreekt. AZT wordt herontdekt, afgestoft en groeit alsnog uit tot succesnummer: niet in de strijd tegen kanker, maar in de strijd tegen aids.

Pas volgend jaar – 55 jaar, tientallen nieuwe staten en negen Amerikaanse presidenten verder – verloopt het laatste aan AZT-gerelateerde patent van de farmaceutische industrie.

Foefje

Een standaardpatent loopt twintig jaar, maar farmaceuten bedenken steeds een foefje om het patent op het medicijn te verlengen: een combinatie met een ander middel bijvoorbeeld, of de werkzame stof net een tikje aanpassen. Zo blijft de prijs al die jaren hoog. Want zolang het patent geldt, is namaken verboden en kan de farmaceut zelf de prijs bepalen.

Het is een fraai voorbeeld van het farmaceutische gegoochel met wetten en regels, zegt jurist Ellen ’t Hoen, deskundige op het gebied van intellectuele eigendom en gezondheid en verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. In de bijna ondoorgrondelijke wereld van marktexclusiviteit, weesgeneesmiddelenstatus, patenten en aanvullende beschermingscertificaten vindt de farmaceutische industrie moeiteloos de weg in eigen voordeel, zegt ze stellig. ‘Het mag allemaal hoor’, zegt ze aan de hoge tafel in haar Amsterdamse appartement, terwijl ze op haar laptop het ene na het andere voorbeeld voorbij laat komen. ‘Het gebeurt voortdurend en er is niks illegaals aan. Het maakt duidelijk hoe krankzinnig de regels zijn.’

Regels die artsen en apothekers, wetenschappers en beleidsmakers regelmatig tot razernij drijven. Avondenlang was hoogleraar Carin Uyl-de Groot in haar vrije tijd bezig om uit te rekenen of het kankermedicijn Erwinase ook in Nederland vergoed zou kunnen worden. Een kinderoncoloog had haar gevraagd of ze in overleg met de fabrikant de cijfers over het geneesmiddel kon doorlichten. Halverwege haar cijferwerk verdubbelde de farmaceut opeens de prijs, van 40- naar 80 duizend euro per jaar. Uyl-de Groot stopte subiet. Woedend. ‘Ik dacht: wat zit ik hier nou te doen? Ik was zo boos.’

Vanwaar die prijsverhoging? Cynisch: ‘Nou gewoon, omdat het kan.’

Ergernis

Dat nieuwe medicijnen vaak peperduur zijn – te duur voor wat ze beloven te doen – wekt al jaren grote ergernis. Farmaceuten beweren dat hoge prijzen nodig zijn om de ontwikkelingskosten terug te verdienen, maar weigeren halsstarrig inzage in de boeken.

Maar er zijn ook vormen van zelfverrijking die lange tijd veel minder de aandacht trokken. Ze komen uit de goedgevulde trukendoos van de farmaceutische industrie, waarmee al lang bestaande en uitgerangeerde medicijnen voor de ogen van een verbaasd publiek worden omgetoverd tot middelen waar plots de hoofdprijs voor wordt gevraagd. Joep de Groot, directeur van CBusinez, een holdingmaatschappij die de kosten in de zorg binnen de perken wil houden, spreekt van ‘vals spel’. Dat is geen juridische maar een morele term, zegt hij: ‘Het is misbruik van regels waardoor er een onmaatschappelijk hoge winst wordt behaald.’

Maar de maat lijkt nu vol, tegen valsspelers wordt opgetreden.

Het recept voor valsspelen in vier scenario’s en wat ertegen te doen.

1. Doe oude wijn in nieuwe zakken en kaap een medicijn

De casus: Een medicijn tegen galstenen dat allang is vervangen door nieuwere, betere middelen blijkt toevallig ook zeer effectief tegen de ernstige zeldzame stofwisselingsziekte CTX. Veertig jaar lang worden patiënten (in Nederland ruim zestig) daarmee behandeld, voor een luttel bedrag.

Totdat de Italiaanse farmaceut Leadiant daar lucht van krijgt en een zakelijk briljante zet doet door het middel tegen galstenen bij de Europese medicijnautoriteit te registreren als medicijn voor de stofwisselingsziekte. Omdat CTX een zeldzame aandoening is, krijgt het middel de status van weesgeneesmiddel – en daarmee tien jaar marktexclusiviteit. En daar is het Leadiant om te doen.

Die Europese regel is eigenlijk bedoeld als steun in de rug voor fabrikanten die een medicijn ontwikkelen tegen een zeldzame ziekte en dus een lage omzet tegemoet zien. Zij kunnen zo zonder concurrentie de onderzoekskosten terugverdienen. De Italiaanse farmaceut maakt misbruik van die regel: er is helemaal niks nieuws bedacht of ontwikkeld, maar nu het bedrijf alleenheerser is, gaat de prijs plots duizelingwekkend de hoogte in: met 120 duizend euro per patiënt per jaar.

‘Ja, slim gedaan’, reageert Joep de Groot, ‘maar dit is tot op het bot valsspelen. De farmaceut heeft zich iets toegeëigend wat allang bestaat. Je kunt mij niet wijsmaken dat dit eenvoudige medicijn nu opeens zoveel moet kosten.’

Meer voorbeelden: Het middel dexamfetamine is tientallen jaren lang van niemand: de dertigduizend patiënten met adhd die het nodig hebben, kunnen ervoor terecht bij de apotheek, die het medicijn soms zelf maakt maar meestal betrekt van een zogeheten grootbereider, een apotheek die het aan collega’s levert. Totdat de Duitse fabrikant Medice dexamfetamine in het voorjaar van 2016 officieel registreert als medicijn. Vanaf dan heet het opeens Amfexa en wordt het drie keer zo duur. De officiële registratie dwarsboomt de goedkope apotheekbereiding: apothekers mogen het middel niet meer doorleveren aan anderen. Patiënten zijn de dupe en moeten gemiddeld 75 euro per maand gaan bijbetalen voor het merkmedicijn.

De actiegroep ‘Dure dex niet zo flex’ zoekt de aandacht van de media en stelt een petitie op. Veel helpt het niet, de farmaceut staat in zijn recht. Sinds vorig jaar betaalt de fabrikant de extra kosten gedeeltelijk terug aan patiënten.

Dezelfde truc wordt toegepast bij de stof dimethylfumaraat, die al tientallen jaren op de markt is voor patiënten met psoriasis. Duitse artsen ontdekken dat het middel ook werkt tegen ms. Farmaceut Biogen koopt het patent van hen over, en brengt in 2014 in Europa het medicijn Tecfidera op de markt, dat tien keer duurder is dan de aloude apothekersbereiding. Minister Schippers noemt dat prijsverschil ‘onmaatschappelijk groot’, maar overleg met Biogen leidt niet tot een lagere prijs. 

De oplossing: Het medicijn zelf maken, in apothekerstaal: magistraal bereiden. En daarna alle patiënten naar een apotheek sturen die het middel nog zelf maakt. Daarvan zijn er niet veel meer, dus het is omslachtig, zegt  hoogleraar Uyl-de Groot, ‘maar het mag wel’. Doorleveren is verboden, maar zelf maken, voor eigen patiënten, niet. En iedereen is vrij in de keuze van zijn apotheek.

Het AMC besluit begin april om die route te volgen door het galstenen/stofwisselingsziekte-medicijn voortaan in de eigen apotheek te bereiden. ‘Dit is een alternatieve manier om met de farmaceutische industrie in gesprek te komen’, zegt De Groot, die met zijn bedrijf Pharmagister het AMC bijstond. ‘We hebben de Italiaanse farmaceut keurig verteld wat we gingen doen. We houden de deur open. Als het bedrijf de prijs laat zakken, dan stopt het spel.’ Het is een uitweg die nog jaren succes kan opleveren, denkt De Groot. Pharmagister heeft van een betrouwbare Chinese leverancier een lijst met grondstoffen gekregen die kunnen worden geleverd voor de fabricage van andere medicijnen.

Bij adhd-medicijn Amfexa is nog een andere sluiproute ontdekt, zegt apotheker Aris Prins, bestuurslid van apothekersorganisatie KNMP. Want van dat medicijn is alleen de pil van 5 milligram geregistreerd. ‘We hebben voordeel van de Opiumwet . Dexamfetamine is een opiaat en dus moeten apothekers exact meegeven wat er op het recept staat. Er blijken zomaar opeens veel artsen die geen 5 milligram voorschrijven maar twee keer 2,5. En de pil van 2,5 milligram kan wel door apothekers worden bereid en doorgeleverd.’

2. Doe een kers op een oude taart en zet die opnieuw in de etalage

De casus: Een medicijn tegen astma wordt vlak voor het einde van de patentperiode opnieuw op de markt gebracht in een ‘vernieuwde, verbeterde formule’. Aan het medicijn zelf is niets veranderd, maar de farmaceut heeft een nieuw type inhalator bedacht, een puffer waarmee het medicijn in de longen wordt gebracht.

Middelen tegen astma en copd (in Nederland een miljoen patiënten) profiteren van twee soorten patenten, een op de werkzame stof en een op de inhalator, en zo kan een bestaand medicijn met een nieuw puffertje oeverloos worden gerecycled. Er zijn veel farmabedrijven die zich hieraan schuldig maken, zegt longarts Geertjan Wesseling uit het Maastricht UMC. ‘Daar kan ik me enorm aan ergeren.’

Wesseling is kritisch over alle nieuwe puffers die hij voorbij ziet komen. ‘Die van ons is beter, klinkt het dan, of gebruiksvriendelijker, of speciaal bestemd voor een bepaald type patiënt. Maar dat blijkt helemaal niet uit het onderzoek. Sterker, dat onderzoek heeft vaak een hoog wc-eendgehalte.’

Meer voorbeelden:  Verander iets kleins aan een medicijn, verkoop dat als een enorme verbetering en sleep zo opnieuw exclusiviteit in de wacht: die truc is zo wijdverbreid dat er een naam voor bestaat: evergreening.  Zo’n nieuw middel is soms iets beter, erkent hoogleraar Carin Uyl-de Groot. Zo kan het kankermedicijn Herceptin, dat altijd via een infuus werd toegediend, sinds kort ook per onderhuidse injectie worden gegeven. Dat is makkelijker voor de patiënt en goedkoper voor het ziekenhuis, zegt ze, maar rechtvaardigt dat de blijvend hoge prijs als de farmaceut er wereldwijd al vele miljarden aan heeft verdiend?

Opzet is in al die gevallen lastig te bewijzen, zegt apotheker Aris Prins. ‘Het kan goed zijn dat de voordelen van een andere samenstelling of een nieuwe toedieningsvorm zich pas openbaren na verder onderzoek. Er komen tenslotte ook elk jaar nieuwe tv’s op de markt met een update.’ Maar het is wel opmerkelijk, signaleert hoogleraar Uyl-de Groot, dat dit soort verbeteringen zich altijd voordoen vlak voordat een patent afloopt. ‘Het zou van ethisch besef getuigen als een farmaceut dan de prijs laat zakken.’

De oplossing: Artsen en apothekers kunnen soms nieuwe varianten weren. Zo zetten longartsen uit het Maastricht UMC drie jaar geleden de aanval in op de wildgroei aan nieuwe puffertjes door een selectie te maken van alle medicatie tegen astma en copd. ‘Van de naar schatting 150 inhalatoren kunnen we driekwart missen’, zegt longarts Wesseling. ‘En duurder is zeker niet altijd beter.’ 

Tegen de salamitruc

Ook wetenschappers kunnen de salamitruc helpen tegengaan. Het Amsterdamse Antoni van Leeuwenhoek ontdekt dat het bestaande kankermedicijn Vorinostat tegen lymfeklierkanker ook effectief is tegen melanoom, waarna het ziekenhuis voor die vorm van kanker zelf een registratie en dus marktexclusiviteit aanvraagt. Om zo te voorkomen dat de farmaceut het middel opnieuw op de markt kan brengen tegen een exorbitant hoge prijs. Patentrechtdeskundige Ellen ’t Hoen hoopt dat het initiatief van het AvL navolging krijgt. ‘We moeten ons afvragen waarom we van publieke investeringen zo vaak geen publieke winst zien.’

3. Snijd de salami in plakjes

De casus: Farmaceut Genzyme haalt het medicijn MabCampath, tegen leukemie, eind 2012 van de markt als blijkt dat het middel ook effectief is tegen de zenuwziekte ms. Het middel is uit patent – dus goedkoop – maar nu gloren nieuwe winstkansen. Twee jaar later brengt Genzyme het medicijn weer op de markt, onder de nieuwe naam Lemtrada, en met een nieuwe prijs die 36 keer hoger is. Oud-minister Schippers van Volksgezondheid noemt dat grote prijsverschil in de Tweede Kamer ‘uiterst discutabel’. 

Het is een tactiek die vooral bij kankermedicijnen veelvuldig wordt toegepast en bekendstaat als salami-slicing. Een geneesmiddel is nogal eens effectief tegen meerdere vormen van kanker. Al die toepassingen worden een voor een geregistreerd, zodat het patent zo lang mogelijk kan worden uitgemolken.

Natuurlijk doen farmaceuten voor elke nieuwe vorm van kanker weer onderzoek bij patiënten, zegt hoogleraar Uyl-de Groot, en die kosten mogen best worden terugverdiend. ‘Maar die kosten zijn echt niet zó hoog dat ze weer de hoofdprijs moeten vragen.’

Meer voorbeelden: Glivec, een medicijn dat als toepassing tegen leukemie sinds enkele jaren uit patent is, blijkt ook te werken tegen GIST, een zeldzame vorm van kanker in het maagdarmstelsel. En voor die nieuwe indicatie moet opnieuw  veel geld worden betaald. ‘Dus nu krijgen twee patiënten met verschillende vormen van kanker exact hetzelfde medicijn en bij de een kost het twintig keer zoveel als bij de ander’, zegt Uyl-de Groot. 

De oplossing: De wet veranderen. Pas de regels zo aan dat het uitmelken van een patent onmogelijk wordt, zegt Roelof van Leeuwen, ziekenhuisapotheker in het Rotterdamse Erasmus MC. ‘Farmaceuten staan economisch gezien in hun recht, maar ik frons er wel mijn wenkbrauwen bij. Ze hebben twintig jaar de tijd om hun investering terug te verdienen, dan mag het een keer afgelopen zijn met die extreem hoge prijzen.’

4. Warm een oud prakje op en doe alsof het haute cuisine is

De casus: De Zuid-Afrikaanse farmaceut Aspen koopt van farmareus GSK de licenties (het productierecht) van vijf kankergeneesmiddelen nadat het patent op die medicijnen is verlopen. Normaal gesproken staan na het verstrijken van een patent fabrikanten van generieke medicijnen meteen klaar om ook die geneesmiddelen te produceren en tegen een lage(re) prijs op de markt te brengen, maar die interesse is nu afwezig. Het gaat hier om zogeheten niche-medicijnen, geneesmiddelen die door te weinig patiënten worden gebruikt om bij een lage prijs rendabel te zijn.

Aspen is na de aankoop dus monopolist en verhoogt de prijzen onmiddellijk met honderden procenten. Price gouging heet die truc, het uithollen van de prijs. ‘Zakelijk een extreem goed verdienmodel’, zegt apotheker Aris Prins, ‘maar ethisch gezien verwerpelijk.’

Meer voorbeelden: Het Britse Essential Pharmaceuticals kreeg vorig jaar van toenmalig minister Schippers onder uit de zak nadat het bedrijf van vier geneesmiddelen de licenties had verworven en de prijs had opgeschroefd. Zo verhoogde Essential de prijs van Slow K, een middel tegen kaliumtekort (voorheen van Novartis) met bijna 600 procent. 

De oplossing: Optreden wegens misbruik van marktmacht. De Europese Commissie is vorig jaar begonnen met een onderzoek naar de handelswijze van Aspen. De Commissie heeft informatie gekregen dat het farmaceutische bedrijf, om de prijsverhogingen door te drukken, in een aantal Europese landen zelfs heeft gedreigd om de kankermedicijnen van de markt te halen. De voorzitter van kartelautoriteit ACM liet een paar maanden geleden in het FD weten dat de komende jaren wordt gekeken of excessieve medicijnprijzen kunnen worden aangepakt met behulp van de mededingingswet.

‘Omdat het mag.’ Dat is het antwoord op de vraag waarom de goocheldoos van de industrie maar open blijft gaan. De regels van het spel zijn grotendeels door de farmaceutische industrie zelf opgesteld, weet ’t Hoen. In Brussel, waar de Europese wetgeving wordt gemaakt, struikel je over de farmalobbyisten, is haar ervaring.

Maar de discussie is aan het kantelen. Ook bij de farmaceuten zelf, zegt Merit Boersma, woordvoerder van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen, de belangenvereniging van de farmasector. ‘Deze  voorbeelden, hoewel soms wat ouder,  geven aan waarom de farmaceutische sector de laatste tijd actief op zoek is naar nieuwe balans. Ze wil niet spreken van trucjes, alle onderzoeken en registraties zijn zeer streng gereguleerd, maar stelt wel vast dat wat binnen de wet- en regelgeving valt, zeker niet altijd ook maatschappelijk geaccepteerd is. Daarom moet deze zomer door de leden een nieuwe gedragscode worden aangenomen.

‘Daarin zullen we afstand nemen van excessen. We moeten ons niet alleen aan de wet houden, maar ook onze verantwoordelijkheid nemen. Dat is net een stap verder. We moeten ethisch verantwoord ons werk doen.’ Noodzakelijk daarbij is dat farmabedrijven ‘zo transparant mogelijk’ zijn.

De afspraken, zegt Boersma, zullen alleen voor de Nederlandse tak van de farmaceutische bedrijven gelden. ‘Maar we maken wel stappen, er is echt sprake van een verandering in de sector.

Op Europees niveau wordt de geneesmiddelenwet nu onder de loep genomen, zegt ’t Hoen, mede doordat Nederland daar sterk voor heeft gepleit. ‘Wij zijn heel activistisch en terecht. Er moet iets gebeuren.’ Het liefst zou ze een totale herziening van het systeem zien. ‘We betalen hoge prijzen omdat de industrie beweert dat er anders geen innovatie mogelijk is. Voor dat argument zijn we allemaal gevoelig, maar waarom willen de farmaceuten dan nooit laten zien hoeveel ze aan innovatie uitgeven? En waarom is de farmaceutische industrie dan de winstgevendste sector ter wereld?’

De weg is nog lang, erkent ze. Voorlopig wordt de strijd op een gedetailleerder niveau gestreden. Sinds medewerkers van Pharmagister, een van de dochterbedrijven van Joep de Groot, het AMC hielpen met de brutale tegenzet door na een prijsverhoging een zeldzaam medicijn zelf na te maken, leggen artsen uit het hele land kandidaat-medicijnen aan hem voor. Met steeds dezelfde vraag: is dit er ook één? Zouden wij dit ook zelf kunnen produceren?

De Groot: ‘Er begint eindelijk wat te veranderen.’

Hoe verklaren de farmaceutische bedrijven de prijzen? 

De reacties van de farmaceutische bedrijven laten zich samenvatten tot: elk nieuw medicijn, elke nieuwe toepassing vergt langdurig onderzoek. Dat kost veel geld. Dat moet niet alleen worden terugverdiend, ook zijn de winsten op elk medicijn noodzakelijk om investeerders te verleiden in nieuw onderzoek te investeren.

‘Wij zijn een klein bedrijf en gezien de relatief hoge productiekosten konden we het middel alleen veilig en met zekerheid op de markt houden door de prijs te verhogen’, laat de salesmanager van Essential Pharmaceuticals weten over de prijsverhoging van 600 procent van medicijn Slow K.

Beeld Noël Loozen

Biogen, van het middel Tecfidera (tien keer de prijs na marktregistratie), zegt tien jaar lang onderzoek te hebben gedaan naar het middel, bij in totaal 2.900 patiënten. Het onderzoek gaat nu nog door, bijwerkingen moeten worden bijgehouden. Dat alles kost geld. Ook Medice, fabrikant van Amfexa, het adhd-  medicijn dat drie keer zo duur werd, laat weten dat wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar het gebruik van het middel in de praktijk. Bovendien valt het middel onder de opiumwet, wat strenge (dus dure) eisen met zich meebrengt op het gebied van onder meer productie en distributie.

Bovendien, zegt Sanofi, eigenaar van Lemtrada (36 keer de oude prijs), hangt de prijs van een medicijn ook af van de therapeutische waarde en de manier waarop patiënten het gebruiken. In het geval van Lemtrada is dat twee keer een korte kuur: die dagen van gebruik moeten de winst opleveren.

Roche, fabrikant van Herceptin, het kankermedicijn dat het bedrijf al vele jaren miljarden oplevert en dat sinds 2013 ook als (gepatenteerde) injectie verkrijgbaar is, kijkt bij de prijsbepaling van een middel ‘naar diverse factoren waaronder de medische noodzaak, de omvang van de populatie en de waarde van de klinische en maatschappelijke baten, zoals de werkzaamheid, verbeterde veiligheid en verhoogde productiviteit’.

Novartis, eigenaar van Glivec, vindt het prijsverschil (van een factor 20) tussen de toepassing van het middel bij leukemie (uit patent) en GIST (nog in patent) dan ook logisch. ‘Het weerspiegelt de beloning voor het genomen risico (om de toediening bij GIST te onderzoeken en te registreren, red.) en wordt gebruikt om te investeren in nieuw onderzoek. We hebben te maken met aandeelhouders. Als we kapitaal willen aantrekken voor nieuw onderzoek, moeten we rendement kunnen tonen.’

Wat dat rendement betreft, zit het in de farmasector wel goed. Zakenblad Forbes zette in 2015 de farmaceutische industrie boven aan het lijstje van winstgevende industrieën. Gemiddeld rendement: 21 procent.  Dat is de afgelopen jaren niet anders geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.