ColumnJasper van Kuijk

Universiteiten moeten bedenken hoe ze eerstejaars iets acceptabels kunnen bieden

Denkfouten in het hedendaags ontwerp gefileerd door innovatie-expert (en cabaretier) Jasper van Kuijk. Deze week: ‘minimum viable studie’.

Ik heb al een tijdje een knoop in mijn maag over de start die aankomende eerstejaarsstudenten volgend studiejaar gaan krijgen.

Want dat eerste studiejaar is nogal een verandering ten opzichte van het laatste schooljaar. Het vergt veel meer studiezelfstandigheid, je weg vinden in een nieuwe omgeving en nieuwe contacten leggen. Juist in hun eerste jaar bouwen studenten het sociale netwerk op dat ze door hun studie heen sleept. De vrienden en studiegenoten die je van de bank trekken bij liefdesverdriet (of een kater), die je iets kunnen uitleggen of vertellen hoe je dat-en-dat vak het beste aanpakt. Vooral voor studenten met ouders met een niet-universitaire achtergrond is deze ‘secundaire socialisatie’ van groot belang.

In het aankomend studiejaar wordt het opbouwen van dat sociale netwerk nogal een uitdaging. Ga maar na: geen introductieweek waarin je de universiteit, je nieuwe studiegenoten en je stad leert kennen. Een groot deel van het onderwijs zal online zijn en studenten- en studieverenigingen zullen zeer beperkt open zijn. Daar komt nog bij dat steeds meer studenten bij hun ouders blijven wonen, dus die zitten straks tussen de digitale colleges en projectgroepen door alleen op hun zolderkamer, in plaats van tussen hun huisgenoten.

De coronacrisis heeft universiteiten in de start-upstoel gegooid. De omstandigheden zijn totaal veranderd en ze moeten nadenken hoe ze in deze nieuwe ‘markt’ iets acceptabels kunnen aanbieden. Bij start-ups is het gebruikelijk om toe te werken naar een zogenoemd Minimum Viable Product: het minimumniveau dat een product of dienst moet hebben om tevreden gebruikers en/of omzet te kunnen genereren. En daarbij is het belangrijk dat je niet iets maakt dat alleen technisch gezien werkt. Vaak is het beter om een product te lanceren met maar drie gebruiksvriendelijke functies, dan iets met zeven onmogelijk te bedienen functies.

Net zo zouden universiteiten in hun plannen voor volgend collegejaar niet alleen moeten focussen op de vakken (functies), maar ook op het sociale deel van de studie (gebruiksgemak, emotie). Zo niet, dan denk ik dat veel eerstejaars het wegens gebrek aan motivatie na een paar maanden voor gezien houden, zodat ze nog geen bindend studieadvies aan hun broek hebben en hun studiebeurs en ov-kaart niet terug hoeven te betalen.

Om dit te voorkomen, moet de overheid universiteiten en studenten voor de verandering eens niet zien als het laatste te leggen puzzelstukje in de coronapuzzel, maar – net als ze deed bij andere sectoren – regelingen, (financiële) steun en flexibiliteit bieden. Bijvoorbeeld door extra budget te bieden om vakken drie keer fysiek te geven (in kleinere groepen) in plaats van één keer online, en om deze zomer als een razende het sociale aspect van de studie te herontwerpen. En door studenten toe te staan om minder studiepunten te halen.

Als we nietsdoen, hebben we volgend jaar voor eerstejaars geen minimum viable studie.

Jasper van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden