Nieuws Mensaap

Uitgestorven gibbon was in oude China nog huisdier

In een oude, chique graftombe in China hebben wetenschappers iets merkwaardigs gevonden: een nog onbekende, uitgestorven mensaap. De geheimzinnige gibbon, want dat is het, bewijst dat de mens eeuwen vóór Christus al dieren tot uitsterven dreef.

Schedel van de Junzi imperialis, een recentelijk ontdekte, uitgestorven gibbon uit China. Beeld Samuel Turvey

Het dier leefde in de 3de eeuw voor Christus, waarschijnlijk in gevangenschap: voor de oude Chinezen waren gibbons wijze, gerespecteerde huisdieren. Ergens in de eeuwen daarna moet de soort zijn uitgestorven. Dat bewijst dat de mens al heel vroeg in de geschiedenis de natuur verstoorde, niet alleen op afgelegen eilandjes, maar ook op het vasteland, schrijven de Brits-Chinese ontdekkers in het wetenschapsblad Science.

De aap was met onder meer een luipaard, lynx, zwarte beer en een kraanvogel bijgezet in het graf van Vrouwe Xia, de veronderstelde grootmoeder van China’s eerste keizer Qin Shi Huangdi (259-210 v Chr). Vandaar de naam die het team van de Londense zoöloog Sam Turvey voor de nieuwe apensoort bedacht: ‘Junzi imperialis’ ofwel ‘de geleerde van de keizer’. Van het dier is alleen de schedel over.

De verschillen met andere gibbons zijn subtiel, maar duidelijk aanwezig: een andere maat tanden en kiezen, smallere wangen, een wat groter voorhoofd, en een kruin die wat meer naar voren staat. Dat maakt Junzi ‘het eerste gedocumenteerde geval van het uitsterven van een aap, of van welke continentale primaat dan ook, na de laatste ijstijd’, duidt Turvey.

Orang-oetan

Een bijzondere ontdekking, vindt bij Naturalis in Leiden ook Lars van den Hoek Ostende, niet betrokken bij het onderzoek. ‘Ik was verbaasd. Je verwacht uit zo’n recente tijd niet een heel nieuw geslacht mensapen.’ De gibbon bevestigt wat biologen al vermoedden, zegt hij: dat de mens in Zuidoost-Azië al snel na de opkomst van de landbouw een puinhoop maakte van de natuur. ‘Het werd er voor mensapen niet leuker op. Dat de gele rivier zoveel gelige modder afvoert, kan weleens komen door massale ontbossing in het verleden’, zegt hij.

Van den Hoek Ostende wijst erop dat er ooit ook orang-oetans leefden op het Aziatische vasteland. Of neem de reuzenpanda: ooit wijd verbreid, nu in de knel, vermoedelijk door grootscheepse boskap. En nu dus de Junzi-gibbon: ‘Met relatief kleine veranderingen kun je kennelijk al soorten over de kling jagen’, constateert Van den Hoek Ostende. ‘Dat geeft toch te denken, want vandaag de dag brengen we heel wat grotere veranderingen aan.’

Onzeker is wanneer de gibbon uitstierf, noteert Turvey: tot in de 18de eeuw komen ze soms nog voor in plaatselijke geschriften, daarna niet meer. Het is zo goed als zeker dat de menselijke invloed er de hand in had, ‘dat was immers de enige variabele die veranderde’, zegt Van den Hoek Ostende.

Inmiddels gaat het buitengewoon slecht met de Aziatische apen. Driekwart van alle primaten is er bedreigd, in China verdwenen recentelijk de withand- en de witwanggibbon, en de hainangibbon is met 26 individuen wereldwijd ‘misschien ’s werelds zeldzaamste zoogdier’, aldus Turvey.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.