'UITENDELIJK OVERWINT DE NATUUR' De taaie bevlogenheid van Francine Houben

Ze zou Nederland graag minder stenig hebben. Als de drijvende kracht achter het architectenbureau Mecanoo propageert ze de eenvoud. Jan Tromp spreekt met Francine Houben, lange tijd de enige vrouw van betekenis in haar vak....

Er is niets tegen rijtjeshuizen. Wat is er nou tegen rijtjeshuizen? Niets, zolang het goede rijtjeshuizen zijn. Voor iedereen een vrijstaand huis? Dat is het aandacht trekken van Weeber. Monomaan is Carel (ze moet binnenkort in discussie met collega-architect Carel Weeber, ze oefent vast een beetje, sorry). Wat kan het jou nou schelen dat het huis van je buren of het huis dertig meter verderop hetzelfde huis is als jouw huis, zolang jouw huis deugt, zolang het een huis is om in te ademen, in een prettige buurt?

Ze bouwde 550 woningen in Prinsenland, een wijk in de nieuwe uitleg van Rotterdam. 'Als het goed is bedacht, kan het ook in serie.' Het is juist het spannende van tegenwoordig dat alles mogelijk is, laagbouw, hoogbouw, woonbotenbouw, individuele bouw, verzin het en er is ruimte voor. 'We maken er een mooie compositie van. Dan wordt het een stad.' Het klinkt als de blijdschap van een kind.

Later, een stuk strenger: 'Ze hoeven me niet te vragen voor opvulling, voor productie. Het is niet arrogant bedoeld, maar dan denk ik: daar kunnen jullie ook een ander voor vragen. Ik moet iemand tegenover me hebben, een opdrachtgever die echt wil. We moeten samen ontevreden kunnen zijn, op zoek naar het vuur, de waarheid. Iemand die zegt: doe maar joh, het is wel goed - met zo iemand kan ik niets.

'Ik wil best zo'n nieuwe wijk bouwen, maar dan wel anders. Dan moeten ze me de ruimte geven.' Toen ze vijf jaar geleden die 550 woningen in Prinsenland bouwde, dezelfde maat, dezelfde indeling, toen wilde ze bijvoorbeeld dat de gevelrijen ten opzichte van elkaar zouden verspringen, zouden dansen. Een doorbreking van het strakke gelid terwille van de spanning. De gemeente wilde er niet van weten. Francine Houben wilde niet wijken.

Voor de poes is ze niet. Ze is tenger, heeft een dromerig gezicht. Het frêle van de verschijning is bedrieglijk. Van binnen draagt ze naar het woord van de dichter 'een onvernietigbare veer, een stille kracht, die ieder weerstand tart' (Verweij).

Nog lang met de gemeente onderhandeld?

'Ach, de bagger vergeet je.'

Vroeger, toen ze nog met Erick van Egeraat was en zij samen het jonge architectenbureau omhoog joegen, was ze ook al de sterkste. Ze kon 72 uur achter elkaar doorgaan. 'Ik werk uit woede.'

Francine Houben, 42 jaar, is de drijvende kracht achter het bureau Mecanoo uit Delft. Het nieuwe Trusttheater in Amsterdam is van Mecanoo; momenteel wordt gebouwd aan een spectaculaire bibliotheek voor de Technische Universiteit in Delft. Vlak voor de zomer sleepte Francine Houben samen met de Frans-Amerikaanse Kathryn Gustafson de opdracht in de wacht voor de aanleg van een groot stadspark op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam.

Lange tijd was ze in Nederland de enige vrouwelijke architect van betekenis. Dat is veranderd nu ook vrouwen als Liesbeth van der Pol en Jeanne Dekkers naar voren zijn getreden.

'Geen idee.' De vraag was waar haar bevlogenheid vandaan komt. Ze vindt het niet prettig over zichzelf te praten.

Ze is nummer vier uit een gezin van vijf. Haar vader werkte bij de Staatsmijnen, later bij de Gasunie. 'We waren heel gelukkig thuis.' Ze is katholiek opgevoed. 'Ongeveer al mijn ooms waren priester.'

Ze was een verlegen meisje, dat intussen heel goed wist wat ze wilde. Ze lacht. 'Altijd winnen.'

Ze zeggen over haar dat ze tegenstribbelende ambtenaren over het bureau kan trekken.

'Ik wil wel graag overtuigen.

Ze loert als een vogel naar straten, gevels, etalages. Het stopt nooit.

'Dat is wel vermoeiend. Vroeger ging ik er van malen. Nu niet meer. Ik ben ouder geworden, rustiger. En ik weet eerder de oplossing voor problemen. Gewoon, door ervaring.

'We vormen een team, drie partners, veertig medewerkers. Voor onderweg heb ik de telefoon. Als ik een idee heb, bel ik gelijk op. Dan wordt er getekend, gepuzzeld, en worden meteen maquettes gemaakt.

'Ik wijd mensen die nieuw zijn in. Ik vertel hun tevoren hoe ik werk. Niet iedereen kan er tegen.

'Ik geloof dat ik me verantwoordelijk voel. Voor zover ik het kan overzien, speelt dat een rol in mijn ambities. Eigenlijk ben ik heel naïef. Ik kan enorm tegen mensen opkijken. Doodzenuwachtig zijn, rood worden.

'Ik zeg vaak tegen mezelf: maar wie draagt de maatschappelijke verantwoordelijkheid als jij hem niet draagt? Jij in jouw positie, met jouw mogelijkheden?'

Ze is dus toch katholiek.

'Misschien. Ik zei al dat mijn ooms bijna allemaal priester zijn geworden. Ik wilde als kind naar de missielanden, de boodschap brengen.'

Haar boodschap is dat de grootste kracht schuilt in de schoonheid van de eenvoud. Hetgeen iets anders is dan eenvormigheid.

'Terwijl elke gemeente denkt dat men met unieke dingen bezig is, ziet Nederland er overal hetzelfde uit. Ze vragen allemaal Ashok Bhalotra. Het is heel esthetisch. Daarmee is het nog geen architectuur.'

Ze moest op de rechtbank zijn in Rotterdam. Een nieuw gebouw op de Kop van Zuid. Door de koningin geopend, toe maar. Het is een gebouw van niks. Voor de wachtenden staan er twee stoelen, op de gang.

Het is niet moeilijk te begrijpen waarom niksigheid de nieuwe locaties in de greep houdt. 'Je hebt een aantal grote aannemers. Om omzet te genereren hebben zij overal de grond voor de nieuwe, grote bouwlocaties opgekocht. Vervolgens hebben ze een stropdas omgedaan en noemden zij zich projectontwikkelaar. Zo werden ze opdrachtgever en aannemer tegelijk. Ik wil ze niet als boeven afspiegelen, vaak zijn het heel goede bouwers, maar het is niet hun vak een visie op de ruimtelijke ordening van Nederland te ontwikkelen. Die aannemers willen productie maken. Waar zouden ze zich druk om maken? Hun puntdakjes worden toch wel verkocht.'

Ze is in de ban geraakt van de organische verbinding tussen stedenbouw, architectuur en landschap. In Prinsenland zijn de auto's naar de zijkant van de woonblokken verwezen. Wandelpaden verbinden gemeenschappelijke tuinen van verschillende sfeer. Er is de Franse tuin met prettig-tuttige Franse bankjes. De platanen zijn in de kruin met elkaar verbonden. Er is de Hollandse, de Japanse en de Engelse tuin met rozenstruiken in een heuvelachtig landschapje. 'Voor mij is dit Limburg. Als je als kind met je driewieler over zo'n kronkelend paadje reed, raakte je je perspectief even kwijt.

'Ik ben een bomenfreak. Ik ben het geworden. Ik wist niks van bomen, maar het leert snel.

'Ik ben het begrip architectuur gaan relativeren. Ik vind tegenwoordig een boom minstens zo belangrijk als een baksteen.'

In Delft wordt gebouwd aan een kolossale universiteitsbibliotheek die als het ware uit de grond oprijst. Het is een schuin oplopend gebouw onder een grasveld dat lijkt te worden opgetild. Op het grasveld staat een enorme kegel; symbool van de techniek.

Ze is een dromer. 'Ik ergerde me aan wat er was, aan de betonwijk. Ik dacht: het moet helemaal anders.

'Ik wil Nederland niet zo stenig hebben. De aula van Van der Broek en Bakema die pal naast de bibliotheek staat, was volledig omgeven door betontegels. Ik heb gezegd: weg ermee. Het wordt nu grasland, overal, vanaf de aula tot op het dak van de bibliotheek. Gebouwen worden landschappen.

'Ik denk: uiteindelijk overwint de natuur. Dat geeft me veel vertrouwen. De natuur is sterker dan de constructies van de mens. Dat de oorsprong wint, geeft me een prettig oergevoel.'

Ze heeft er zelf gestudeerd, tussen de stenen van Delft. Dat vond ze toen al niks. Ze zeiden tegen haar: wacht maar af tot de bomen zijn uitgegroeid. Het werd niks. Het fijne is: nu mag zij, de oud-student, het anders doen. 'Ze zijn overtuigd, ze willen graag.'

Ze heeft een ander concept bedacht voor de toekomst van Almere. Ze noemt het een ecostad. Almere moet de stad worden van natuur en landschap, van sport en recreatie. Ze is erg ontevreden over wat er nu wordt gebouwd.

'Kun je je voorstellen dat je over zo'n waanzinnig mooie polder beschikt waar het wonder van de Oostvaardersplassen is ontstaan en dat je uitgerekend midden in de niksigheid van het nieuwe land een stad gaat aanleggen? Terwijl het barst van de randen met water. Terwijl je voor de afwatering van de polder over een prachtige Hoge en Lage Vaart beschikt. Terwijl er machtig grote bossen zijn. Maar dat je langs de vaarten vooral niet gaat bouwen, dat je in de bossen natuurlijk niet gaat bouwen, nee, dat je bouwt in de zandwoestijn, in die opgepoten Sahara - kan je je dat voorstellen? Zo is Almere gemaakt. Wat een waanzin.'

Mecanoo bestaat zeventien jaar. Twaalf jaar heeft ze gewerkt met Erick van Egeraat. Hij was haar medestudent in Delft, ze richtten samen met jaargenoten Mecanoo op. Van Egeraat werd de vader van haar drie kinderen. Zij had de mooie ideeën, hij was sterk in de materialisatie, zo was de rolverdeling. Hij was een lastige jongen, iemand die opdrachtgevers van zich afstootte. Zij sleepte de opdrachten binnen met hetzelfde lastige verhaal, anders gebracht.

Vijf jaar geleden gingen ze uit elkaar, eerst in het persoonlijk leven, toen ook als vakbroeders. Francine Houben ging, samen met Henk Döll en Chris de Weijer, door met Mecanoo. Het was een vreselijke tijd. Ze zegt er niet veel over.

'We waren zo met elkaar verweven, ik dacht: het lukt me nooit om alleen verder te gaan.

'Ik moest er doorheen, ik had geen keus. Ik wou mijn vak niet kwijtraken, mijn kinderen niet, mijn huis niet en mezelf niet. Ik was bang dat ik het niet kon. Ik ben nu vreselijk trots dat ik het wel kan.'

Van het bureau wordt gezegd dat het een traditioneel bureau is. Aan smaak en oog voor het detail geen gebrek, het gewone gaat stralen, maar radicaal is de architectuur van Mecanoo niet.

'Neem me niet kwalijk, je wordt ingehuurd voor mooi. Zoals van een constructeur wordt gevraagd dat de boel niet instort, moet een architect esthetisch te vertrouwen zijn. Daar hoef ik het dus niet over te hebben.

'Natuurlijk zijn we met kunst bezig, maar ik zou het een probleem vinden als gewone mensen ons werk niks vinden.

'Al die journalisten schrijven elkaar over. We hadden de opdracht voor de bibliotheek in Delft gewonnen. Het is een heel poëtisch ontwerp, een gebouw van gras en glas. Tegelijk is het een statement over vooruitgang en techniek. De critici riepen: het ontwerp is net de driehoek van Koolhaas en de kegel van Peichl. Daar doen ze mij pijn mee, met zo'n rotopmerking. Zij zouden toch beter moeten weten? Waarom roepen ze dat?

'Ik denk dan: barsten jullie toch, ik heb het gehad met jullie, ik ga lekker bouwen.'

Jan Tromp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden