Nieuws Klimaatverandering

Uit de statistieken blijkt: wat ooit een extreme zomer zou heten, wordt nog deze eeuw vrijwel normaal

Heeft het huidige weer te maken met de klimaatverandering?Ja, zeggen experts. Ze werken aan het opstellen van een ‘klimaatweerbericht’, waarin het verband tussen die twee zaken wordt gelegd.

Een deel van de Rijn bij Düsseldorf. Foto REUTERS

Extreme weersverschijnselen worden deze eeuw nog normaal, stellen klimatologen. Zo krijgen we eens in de vijf jaar te maken met een hittegolf. Steeds meer weerdiensten werken aan een weerbericht waarin de verandering van het klimaat wordt meegewogen.

Is de huidige hitte/kou/droogte/regen een teken van klimaatverandering? Tot nog toe ontweken de meeste weermensen die onvermijdelijke journalistenvraag het liefst, want extremen zijn er altijd, ook zonder opwarming. Maar als het aan een groep Europese klimatologen ligt, is de tijd van terughoudendheid na de hete zomer van 2018 echt wel voorbij.

Klimaatverandering is niet abstract meer, maar heel tastbaar aan het worden, zegt klimaatman Geert Jan van Oldenborgh van het KNMI in de Bilt. ‘Het verschil tussen 30 en 33 graden voel je gewoon op straat.’ Dat het zo heet kan worden, is volgens hem rechtstreeks terug te voeren op de hogere gemiddelde temperatuur. In Nederland is die in een eeuw tijd 3 graden gestegen, bleek al eerder uit KNMI-statistieken.

Het KNMI en bijvoorbeeld zusterorganisaties als de Duitse Wetterdienst werken nu aan een weerbericht waarin ze invloeden van klimaatverandering op het actuele weer willen gaan benoemen. Ook de door de EU gesponsorde Copernicus Climate Change Service werkt aan een klimaatweerbericht. Het klimaatweerbericht zou in 2020 operationeel moeten zijn, en wordt gebaseerd op werk van onder meer Van Oldenborgh in weerattributie.

Eind vorige maand leverde hij met Europese collega’s voor het eerst een snelle klimaatanalyse op basis van de actuele weergegevens, die toen extreem heet waren, van West-Europa tot Japan en tot ver voorbij de poolcirkel. ‘De vraag was eigenlijk omgekeerd, in hoeverre de opwarming deze hittegolf beïnvloedde’, zegt projectleider Friederike Otto van de Universiteit van Oxford over de snelle analyse.

Otto werkt onder meer met de Wetterdienst aan een snel klimaatweerbericht. Ook het Europese weercentrum ECMWF in Reading bereidt een project voor om extreme weersverschijnselen zoals hittegolven, extreme winterkou of overstromingen in verband te brengen met de klimaatopwarming. Dat die door de mens wordt veroorzaakt, staat voor de meeste klimatologen inmiddels vast.

De kans op Noord-Europese hittegolven zoals eind juli en vorig week was door de opwarming van de planeet tweemaal zo groot als zonder opwarming, leidden de klimaatstatistici af. In Nederland betekent dat niet eens in de tien jaar zo’n extreme zomer, maar eens in de vijf jaar. Wat ooit extreem zou heten, wordt nog deze eeuw vrijwel normaal, vat Van Oldenborgh de conclusies samen.

Die conclusies zijn overigens voornamelijk op statistische analyses gebaseerd. Verhalen over het vastlopen van de weermachine door de snelle opwarming van het Noordpoolgebied noemt hij voorbarig. Jennifer Francis van Rutgers University in de VS en bijvoorbeeld ook de Duitse klimatoloog Stefan Rahmstorf (Potsdam) denken dat door een kleiner warmteverschil tussen de pool en gematigde streken de straalstroom rond de pool gemakkelijker vastloopt, waardoor bepaalde weertypes eindeloos op één plek blijven hangen.

Vorig jaar koppelden zij met die redenering de extreme winterkou in Europa en de VS aan de warmere Noordpool. Maar volgens Van Oldenborgh is de zomersituatie ingewikkelder. Hun model voorspelt zelfs meer zomerregen in Scandinavië, terwijl het in Zweden al een maand lang ver in de 20 graden was en door de droogte de heftigste bosbranden in een eeuw woedden.

De relatie met het klimaat is bij het KNMI nu al zichtbaar in de zogeheten weer- en klimaatpluim op de website van het instituut. Daarin zijn de uitkomsten uitgetekend van weermodellen tot twee weken vooruit. Omdat kleine variaties op termijn grote verschillen kunnen geven, worden de berekeningen steeds vijftig keer herhaald. Dat levert een temperatuurcurve op die golft op een dag-nachtritme.

Zowel bij de gemiddelden als bij de uitersten in de pluim laat de interactieve grafiek zien hoe vaak een temperatuurpiek nu voorkomt, en hoe dat bij verdere opwarming zal uitpakken. Voor eind volgende week worden bij een gemiddelde van 22 graden toch weer extremen berekend van ruim 30 graden. Wie op de piek klikt, ziet een toelichting opploppen. ‘Komt eens in de 2 tot 5 jaar voor. In 2050 zal dat maximum 1 à 4 graden hoger zijn.’

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.